Discover
Podcast Bidden Onderweg
Podcast Bidden Onderweg
Author: Bidden Onderweg
Subscribed: 38Played: 1,273Subscribe
Share
© 2026 Bidden Onderweg
Description
Bidden Onderweg brengt je dichter bij God, met elke dag een nieuwe gebedspodcast. In de meditaties van Bidden Onderweg staan Bijbelteksten central. De muzikale omlijsting, overwegingen y begeleidende vragen helpen je om tot gebed te komen. Waar en wanneer je maar wilt. De dagelijkse podcast duurt ongeveer tien minuten. Door regelmatig met Bidden Onderweg te bidden, zul je merken dat de ontmoeting met God een bepaalde structuur krijgt en zich verdiept.
2346 Episodes
Reverse
Jesaja 65: 17-21<br>Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.<br>Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,<br>het komt niemand ooit nog voor de geest.<br>Verheug je voor altijd en jubel om wat Ik schep.<br>Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad<br>en schenk haar bevolking vreugde.<br>Dan zal Ik over Jeruzalem jubelen<br>en me verheugen over mijn volk.<br>Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.<br>Geen zuigeling zal daar meer zijn<br>die slechts enkele dagen leeft,<br>geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit;<br>want een kind zal pas sterven als honderdjarige,<br>en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.<br>Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen,<br>wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten.<br><br><br>Doorgevers van Gods' gerechtigheid
Efeziërs 5: 8-14<br>Want eens was u duisternis maar nu bent u licht, nu u de Heer toebehoort. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt niets dan goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. Onderzoek wat de wil van de Heer is. Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. <br><br>Daarom staat er:<br>Ontwaak uit uw slaap,<br>sta op uit de dood,<br>en Christus zal over u stralen.<br><br>Het licht van de wereld
<br><br>Een terugblik op de afgelopen week
Hosea 14: 2-10<br>Keer terug, Israël, naar de HEER, je God! Door je eigen wandaden ben je ten val gekomen. Kom met woorden van berouw en keer terug naar de HEER. Zeg tegen Hem: Vergeef ons al onze misdaden. Neem wat goed is van ons aan. Als offer brengen wij U oprechte woorden. Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij U vindt een wees ontferming!<br><br>Ik genees hen van hun ontrouw,<br>mijn hart gaat naar hen uit.<br>Mijn toorn heb Ik van hen afgewend.<br>Ik zal voor Israël zijn als de dauw.<br>Het zal bloeien als een lelie,<br>wortelen als een ceder op de Libanon;<br>zijn jonge loten zullen uitlopen.<br>Het zal als een prachtige olijfboom pronken<br>en geuren als de ceders op de Libanon.<br>Dan is het weer goed toeven in zijn schaduw<br>en wordt er weer koren verbouwd.<br>Het zal bloeien als een wijnstok,<br>befaamd zijn als de wijn van de Libanon.<br>Dan zegt Efraïm: Wat heb ik nog met afgoden te maken?<br>Ik wil zijn liefde beantwoorden, mijn oog op Hem richten.<br>Dan ben ik als een cipres, altijd groen;<br>het zijn uw vruchten die ik draag.<br><br>Wie inzicht heeft doorgrondt deze woorden, wie wijs is neemt ze ter harte. Want de wegen van de HEER zijn recht: wie rechtvaardig is verlaat ze niet, maar wie zich verzet komt ten val.<br><br>Een beeld voor de profeet Hosea
Jeremia 7: 23-28<br>Wat Ik hun geboden heb, is dit: Wees Mij gehoorzaam, dan zal Ik jullie God zijn en zullen jullie mijn volk zijn. Volg steeds de weg die Ik jullie wijs, en het zal jullie goed gaan. Maar ze luisterden niet naar Mij, ze hebben Mij niet gehoorzaamd. Ze volgden hun eigen plannen en lieten zich leiden door hun koppig en boosaardig hart. In plaats van Mij te volgen, keerden ze zich van Mij af. Vanaf de dag dat jullie voorouders uit Egypte wegtrokken tot op de dag van vandaag heb Ik telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie gezonden. Maar niemand die naar Mij luisterde, niemand die Mij gehoorzaamde. Jullie zijn nog halsstarriger dan jullie voorouders.<br><br>Als je dit alles tegen hen zegt, zullen ze niet naar je luisteren; als je hen roept, zullen ze niet antwoorden. Zeg dan tegen hen: Hier heb je nu dat volk dat niet naar de HEER, zijn God, luistert en dat zich niet laat terechtwijzen! Oprechte woorden komen niet meer over hun lippen.<br><br>Kritische woorden
Deuteronomium 4: 1. 5-9<br>Luister dus, Israël, naar de wetten en de regels waarin ik u onderwijs en kom ze na. Dan blijft u in leven en kunt u het land in bezit nemen dat de HEER, de God van uw voorouders, u zal geven.<br><br>Zoals de HEER, mijn God, mij heeft opgedragen, leer ik u wetten en regels waarnaar u moet handelen in het land dat u in bezit zult nemen. Leef ze strikt na, dan toont u wijsheid en inzicht. Alle volken die dat zien en van deze wetten horen, zullen zeggen: Wat is dat grote volk wijs en verstandig! Want welk volk, hoe groot ook, heeft goden zo dichtbij als wij de HEER, onze God, telkens als wij Hem om hulp roepen? En welk volk, hoe groot ook, heeft wetten en regels zo rechtvaardig als het onderricht dat ik u nu geef? Wees gewaarschuwd en neem u zorgvuldig in acht, zodat u nooit vergeet wat u met eigen ogen hebt gezien. Houd het uw leven lang in gedachten en geef het door aan uw kinderen en kleinkinderen.<br><br>Het uitverkoren volk
Matteüs 18: 21-35<br>Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe? Jezus antwoordde: Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen. <br><br>Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van zijn mededienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij greep hem bij de keel en zei: Betaal me alles wat je me schuldig bent! Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: Heb geduld met mij, ik zal je terugbetalen. Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. De andere dienaren hadden gezien wat er gebeurde. Ze waren zeer ontdaan en gingen naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet de heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Had jij dan geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden had met jou? En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de folteraars gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.<br><br>De nood aan vergeving
Lucas 4: 24-30<br>Hij vervolgde: Luister, Ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. Maar Ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël met een huidziekte die hen onrein maakte. Toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman. Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven Hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de afgrond te storten. Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok.<br><br><br>Een incident in de synagoge van Nazareth
Johannes 4: 5-42<br>Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: Geef Mij wat te drinken. Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: Hoe kunt U, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse! (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) <br><br>Jezus zei tegen haar: Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven. Maar heer, zei de vrouw, U hebt geen emmer, en de put is diep waar wilt U dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee. Jezus antwoordde: Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft. Geef mij dat water, heer, zei de vrouw, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten. <br><br>Toen zei Jezus tegen haar: Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug. Ik heb geen man, zei de vrouw. U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt, zei Jezus, u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar. Daarop zei de vrouw: Ik begrijp dat U een profeet bent, heer. Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden. Geloof Me, zei Jezus, er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden. Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt vervuld van Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen vervuld van Geest en waarheid. De vrouw zei: Ik weet wel dat de messias zal komen, (dat betekent gezalfde) wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen. Jezus zei tegen haar: Ik ben het, degene die met u spreekt.<br><br>Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat Hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: Waar bent U op uit? of: Waarom spreekt U met haar? De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn? Toen gingen de mensen de stad uit, naar Hem toe.<br><br>Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: Rabbi, U moet iets eten. Maar Hij zei: Ik heb voedsel dat jullie niet kennen. Zou iemand Hem iets te eten gebracht hebben? zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk voltooien. Zeggen jullie niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst? Ik zeg jullie dit: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie eropuit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.<br><br>In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Hem door het getuigenis van de vrouw: Hij weet alles van mij. Ze gingen naar Hem toe en vroegen Hem bij hen te blijven. Toen bleef Hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat Hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben Hem zelf gehoord en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is.<br><br>Een ontmoeting tussen Jezus en een naamloze vrouw
<br><br>Een terugblik op de afgelopen week
Genesis 37: 3-4, 12-13, 17-28<br>Omdat Israël al oud was toen Jozef werd geboren, hield hij meer van Jozef dan van zijn andere zonen, en hij had een prachtig bovenkleed voor hem laten maken in allerlei kleuren. De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en hadden geen goed woord meer voor hem over.<br><br>Toen Jozefs broers eropuit getrokken waren om de kudden van hun vader bij Sichem te laten grazen, zei Israël tegen Jozef: Zoals je weet zijn je broers het vee aan het weiden bij Sichem. Ik wil dat jij naar hen toe gaat. Dat doe ik, zei Jozef, Ze zijn al van hier vertrokken, zei de ander, ik hoorde hen zeggen dat ze naar Dotan zouden gaan. Jozef ging zijn broers achterna en trof hen in Dotan aan.<br><br>Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden. Kijk daar eens, zeiden ze tegen elkaar, daar komt die meesterdromer aan. Dit is onze kans! Laten we hem vermoorden en hem ergens in een put gooien. We zeggen gewoon dat hij door een roofdier is verslonden. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen uitkomt. Toen Ruben dat hoorde, wilde hij proberen Jozef te redden. Nee, laten we hem niet om het leven brengen, zei hij, we mogen geen bloed vergieten! Gooi hem in deze put, hier in de woestijn, maar breng hem niet om. Zo wilde hij Jozef uit hun handen redden en hem terugbrengen naar zijn vader. Zodra Jozef bij zijn broers was gekomen, trokken ze hem zijn bovenkleed uit, dat veelkleurige gewaad, en gooiden hem in de put; de put was leeg, er stond geen water in. Daarna gingen ze zitten eten.<br><br>Opeens zagen ze een karavaan naderen. Het waren Ismaëlieten, die uit de richting van Gilead kwamen en op weg waren naar Egypte. De kamelen waren beladen met gom, balsem en cistushars. Toen zei Juda tegen zijn broers: Wat hebben we eraan om onze broer te vermoorden? Dan moeten we ook de bloedsporen weer zien uit te wissen. Laten we hem aan die Ismaëlieten verkopen in plaats van hem om te brengen; hij is tenslotte onze broer, ons eigen vlees en bloed. De anderen stemden hiermee in. Toen er Midjanitische kooplieden uit de karavaan voorbijkwamen, trokken de broers Jozef uit de put en verkochten hem voor twintig sjekel, en die Ismaëlieten namen Jozef mee naar Egypte.<br><br>Jozef en zijn broers
Jeremia 17: 5-10<br>Dit zegt de HEER:<br><br>Vervloekt wie op een mens vertrouwt,<br>wie zijn kracht ontleent aan stervelingen,<br>wie zich afkeert van de HEER.<br>Hij is als een struik in een dorre vlakte,<br>hij merkt de komst van de regen niet op.<br>Hij staat in een steenwoestijn,<br>in een verzilt en verlaten land.<br><br>Gezegend wie op de HEER vertrouwt,<br>wiens toeverlaat de HEER is.<br>Hij is als een boom geplant aan water,<br>zijn wortels reiken tot in de rivier.<br>Hij merkt de komst van de hitte niet op,<br>zijn bladeren blijven altijd groen.<br>Tijden van droogte deren hem niet,<br>steeds weer draagt hij vrucht.<br><br>Niets is zo onbetrouwbaar als het hart,<br>onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?<br>Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt,<br>die nieren toetst,<br>die ieder naar zijn levenswandel beloont,<br>aan ieder geeft wat hij verdient.<br><br><br><br>Een periode van grote droogte
Matteüs 20: 17-28<br>Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen Hem uitleveren aan de heidenen, en die zullen Hem bespotten, geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Hij worden opgewekt uit de dood.<br><br>Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar Hem toe. Ze wierp zich voor Hem neer om Hem om een gunst te vragen. Hij vroeg haar: Wat wilt u? Ze antwoordde: Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast U mogen zitten, de een rechts van U en de ander links. Maar Jezus zei hun: Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die Ik zal moeten drinken? Ja, dat kunnen wij, antwoordden ze. Toen zei Hij: Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van Mij zullen zitten kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd. Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, namen ze het de beide broers kwalijk. Jezus riep hen bij zich en zei: Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn, en wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.<br><br>Een unieke ontmoeting
Matteüs 23: 1-12<br>Daarna richtte Jezus zich tot de menigte en tot zijn leerlingen en zei: De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig begroet te worden en door de mensen rabbi genoemd te worden. <br><br>Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook geen leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.<br><br><br>De juiste levenshouding
Lucas 6: 36-38<br>Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.<br><br><br>Op de Vader leren lijken
Matteüs 17: 1-9<br>Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia. Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem! Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde. Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: Sta op, wees niet bang. Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. Toen ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.<br><br><br>Een verbijsterende gebeurtenis
<br><br>Een terugblik op de afgelopen week
Ezechiël 18: 21-28<br>Als een slecht mens zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn bepalingen en handelt naar recht en gerechtigheid, zal hij zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; vanwege zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat Ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? spreekt God, de HEER. Nee, Ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft.<br><br>En een goed mens die zich niet langer rechtvaardig gedraagt maar onrecht doet en alle wandaden begaat van een slecht mens moet die in leven blijven? Al zijn goede daden zullen niet meer tellen; omdat hij Mij ontrouw is geworden en zonden heeft begaan, zal hij sterven.<br><br>Nu zeggen jullie: De weg van de Heer is onrechtvaardig! Maar luister, Israëlieten! Ben Ik het die onrechtvaardig is? Zijn het niet juist júllie wegen die onrechtvaardig zijn? Een goed mens die zich niet langer rechtvaardig gedraagt maar onrecht begaat, zal sterven; hij sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Een slecht mens die zich afkeert van zijn goddeloze levenswijze en voortaan handelt naar recht en gerechtigheid, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker in leven blijven en niet hoeven sterven.<br><br>Verbeteringen in mijn eigen leven
Matteüs 7: 7-12<br>Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om vis vraagt? Als jullie dus, slecht als jullie zijn, je kinderen al goede gaven kunnen schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan niet het goede geven aan wie Hem daarom vragen!Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.<br><br><br>Bidden om wat je verlangt
Lucas 11: 29-32<br>Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei Hij: Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona. Zoals Jona een teken was voor de inwoners van Nineve, zo zal de Mensenzoon een teken voor deze generatie zijn. Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met de mensen van deze generatie opstaan en hen veroordelen, want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier zien jullie iemand die meer is dan Salomo! [32] Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij waren na de prediking van Jona tot inkeer gekomen, en hier zien jullie iemand die meer is dan Jona!<br><br><br>Tekenen van God



