Discover
Vorming voor elke dag
1144 Episodes
Reverse
Preek over NGB art. 35 - Het Heilig Avondmaal.
Zwak
‘Want ook wij ervaren het in ons leven dat we zulke zwakke mensen zijn wanneer het er op aankomt de naam van de Heere te belijden en dat we ook zo gemakkelijk op de vlucht slaan wanneer de vijand op ons afkomt, zodat er geen hoop en moed meer in ons overblijft. En wanneer Mattheüs vertelt van de discipelen die de Heere Jezus allemaal verlaten en wegvluchten, dan is het net alsof dit over ons verteld wordt. Eigenlijk zijn wij het die de Heere Jezus alleen gelaten hebben toen Hij overgeleverd werd in de hand van Zijn vijanden.
Worsteling
Dat was in het uur waarin de Heere Jezus meer dan ooit behoefte gevoelde aan hun nabijheid. Hij was immers mens geworden, ons in alles gelijk geworden. En in zijn menselijke natuur zocht hij naar enige hulp en steun van Zijn discipelen. Toen Hij zo-even de hof van Gethsémané betrad en die ziele worsteling begon heeft Hij gezegd: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood, blijft hier en waakt met Mij." Maar toen zijn ze al in slaap gevallen, zodat Hij vragen moet: „Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?" Maar nu is het nog erger, want nu vluchten ze allen van Hem weg en nu laten ze Hem alleen. En de aanblik van die vluchtende discipelen moet de Heere Jezus diep geraakt hebben, zodat het psalmwoord bij Hem opgekomen kan zijn: „Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen, en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden." In de duisternis van de nacht zijn de discipelen uit elkaar gestoven als een kudde schapen wanneer de herder gedood is en de bloeddorstige wolf op hen afkomt. Nu zoeken ze allemaal hun eigen leven te behouden, zelfs Petrus die gezegd heeft: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." En de evangelist vermeldt nadrukkelijk: „Desgelijks zeiden ook al de discipelen."
Afdwalen
We kunnen dat in ons eigen leven terugvinden. Wanneer we onszelf hebben leren kennen op de school van de Heilige Geest als een schuldig zondaar, wanneer we ons verloren Ieren kennen voor God, wanneer we moeten belijden dat we de eeuwige dood verdiend hebben vanwege al onze zonden, en wanneer we dan het Lam Gods leren zien en kennen, Wiens bloed ons reinigt van alle zonde, wanneer we dan vergeving van God ontvangen en genade van de verzoening met Hem, wanneer de vrede Gods in ons hart daalt en de enige troost in leven en sterven ontvangen wordt, dan beloven we de Heere dat we in Zijn wegen zullen wandelen en dat we nooit meer van Hem zullen wegdwalen en dat we heel ons leven aan de Heere zullen geven en dat we tegen onze vijanden, de duivel, de wereld, de zonde en ons eigen boze vlees, zullen strijden. Maar dan ervaren we later hoe zwak van moed en klein we zijn van krachten. En vaak zijn we net als de discipelen zover van de Heere en Zijn dienst afgedwaald dat we Hem helemaal uit het gezicht verloren hebben. En soms is de weg zo moeilijk en het kruis zo zwaar en de toekomst zo donker, dat we ons ergeren aan het kruis van Christus.’
Preek over Joh. 20: 16-17.
Preek over Joh. 19: 30
Noem de overtreding mij, die Gij begaan hebt,
het kwaad, gekruiste Heer, dat Gij gedaan hebt,
waaraan Uw volk U schuldig heeft bevonden,
noem mij Uw zonden.
Gij wordt gegeseld en gekroond met doornen,
geminacht als de minste der verloornen,
en als een booswicht, die zijn straf moet dragen,
aan 't kruis geslagen.
Zeg mij, waarom men U aldus gehoond heeft,
U dus, mijn vorst, gescepterd en gekroond heeft,
- Om voor mijn schuld verzoening te verwerven,
moest Gij dus sterven?
Hoe vreemd, dat voor de schapen zijner weide
de herder zelf ter slachtbank zich liet leiden,
de heer zich voor de schulden zijner knechten
aan 't kruis liet hechten!
O wonderbare Liefde, die ons denken
te boven gaat, wat kan mijn liefde U schenken,
wat ooit bereiken met den arbeid mijner dagen,
dat U behage?
O Liefde, voor dit offer van Uw leven,
wat kan ik dan mijzelf ten offer geven,
opdat ik nooit, hetzij ik leve of sterve,
uw liefde derve!
Jacqueline van der Waals
Livingstone
Liever was David Livingstone (1813-1873) naar China gegaan, maar de Heere verhinderde hem. Zoals dit zo vaak gebeurt, waar de Heere roept en leert volgen. Zijn weg leidde naar Afrika. Aangeraakt door een beweging van geestelijke herleving in Schotland, werd hij samen met hen die na hem volgden tot rijke zegen voor dit deel van Afrika. In 2013 refereerde de Anglicaanse bisschop van Zuid-Malawi aan Livingstone als was hij een voorvader: ‘In de Afrikaanse traditie (…) is iemands erfgoed niet alleen verbonden met de bloedlijn, maar ook met invloedrijke personen binnen de etnische groep of zij die er op een aanzienlijke manier mee geassocieerd worden (…) Ik kan het verhaal van mijn geloof niet vertellen zonder referentie aan David Livingstone’. Het volk van Malawi, dat zich voor zo’n 80% als christen ziet, weet zich schatplichtig aan de zendingspionier die hen het kruis-evangelie verkondigde.
Kerkgeschiedenis
Het kleine plantje dat Livingstone achterliet, werd tot een wijdvertakte boom. In de indrukwekkende studie ‘A Malawi Church History 1860-2020’ (Mzuni Press, 2025) geven Kenneth R. Ross en Klaus Fiedler inzicht in de kerkelijke ontwikkelingen van de afgelopen anderhalve eeuw.
In de voetsporen van Livingstone vormden Schotse zendelingen een belangrijke stuwende kracht tijdens de eerste jaren. Je zou de periode 1860-1910 als grondleggend kunnen zien, vanwege de diverse missies die vorm kregen in het land. Niet onbelangrijk waren daarbij de initiatieven van diverse predikanten met de achternaam Murray, die vanuit Zuid-Afrika actief waren onder de vlag van de Dutch Reformed Church. Joseph Booth kwam als baptist naar Malawi in 1892, met een diep verlangen om onbereikten te bereiken met het evangelie. Hij verloor zijn vrouw aan de dood drie weken voor zijn vertrek, maar dit weerhield hem niet. Ook de Rooms-Katholieke Kerk wist de weg naar Malawi te vinden. Naderhand gevolgd door onder andere de zevende-dag-adventisten. Stromingen die tot op de dag van vandaag zeggingskracht hebben in Malawi.
Van 1910 tot 1960 veranderden de zendingsposten al meer tot gesetteld kerkelijk leven, met opleidingsmogelijkheden voor voorgangers. Zoals Stephen Kunecha, die in 1893 werd gedoopt en na twee jaar theologiestudie in 1911 werd geordineerd als presbyteriaans predikant. Diep geëmotioneerd bevestigde W.H. Murray in 1925 Andreya Namkumba tot predikant. Langzamerhand kreeg het leiderschap een Afrikaans gezicht. Dit was in lijn met David Livingstones’ verlangen. Het was zijn overtuiging dat in Afrika het best geëvangeliseerd kon worden door Afrikanen.
Met toenemend nationalisme in eigen land werd het juk van de kolonisator al meer gevoeld door Malawianen. Dit leidde tot een onafhankelijk Malawi op 6 juli 1964. Dit versnelde de Afrikanisering van het leiderschap binnen de kerken in de decennia die volgden. Men verlangde ‘three selfs’ ten aanzien van het kerkelijk leven. ‘Self-governing’ (zelf leidinggeven), ‘self-supporting’ (zelf voorzien), ‘self-financing (zelf financieren). Dit vormden grote uitdagingen vanwege de armoede in het land. Gedurende de decennia 1960/1970 zetten veel kerken dit proces in gang. Bisschop Patrick Kalilombe gaf daar in 1973 woorden aan in een pastorale brief: ‘Om dit te bereiken, moet er alles aan gedaan worden om christenen tot het besef te brengen dat de kerk van hen is; zij zijn de kerk. Het gevoel dat de priesters of de zendelingen de kerk bezitten moet stoppen. Een nieuw besef van verantwoordelijkheid moet groeien waarbij iedereen beseft dat het leven en werk van de kerk afhangt van hem of haar.’ Laat helder zijn, men doelde daarbij uiteraard niet op de uitwerking van het Evangelie, daar staat de Heilige Geest immers voor in. Wel doelde men op de verantwoordelijkheid die Malawianen dienden te nemen voor de praktische kant van het kerkelijk leven. Vandaag hebben de kerken een krachtige eigen plaats in de samenleving van Malawi, in al haar diversiteit van belijden en beleven. Een kerk van Afrikanen voor Afrikanen, zoals dit Livingstone reeds voor ogen stond.
Veranderde taak
Soms bekruipt mij het gevoel dat het denken over zending binnen de kerkelijke gemeenten in Nederland te sterk bepaald wordt door negentiende-eeuwse gedachtenvorming. Wellicht versterkt door het lezen van zendingsbiografieën die diepe indruk maken. Ik herken dit overigens van binnenuit. De tijd ging echter verder. De taak van westerse voorgangers in een land als Malawi is een andere dan die van missionarissen in de negentiende eeuw en onvergelijkbaar met zending in onbereikte gebieden.
Evangelieverkondiging en toerusting in Afrika dient met hetzelfde respect gepaard te gaan als dat wij verwachten wanneer zij tot ons komen. Dit begint met de erkenning dat God een weg met een volk gegaan is, door de kerkgeschiedenis heen. We komen niet op onontgonnen terrein, integendeel. Kunnen we nog iets betekenen in een land als Malawi? Wis en zeker, er is ruimte om desgevraagd (!) te dienen. Wij dragen een schat aan theologische doordenking, die van grote waarde kan zijn voor Afrika. Mede gezien de geestelijke dwaalleraren die hun charismatische invloeden laten gelden in onze dagen, kan de schat van de eeuwen een bron vormen om samen uit te putten. Tevens mogen wij delen van de welvaart die de Heere ons gaf, met hen die op dit punt minder bedeeld zijn dan wij. Het gaat daarbij om dienst van broeders aan broeders. Schouder aan schouder, Christus’ voetstappen drukkend.
Preek over Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 32
Steeds weer
‘Belijdenisvan het geloof doen kan dan ook nooit een éénmalige zaak zijn. Wie ééns de Naam van de Heere heeft beleden zal iedere keer wéér geroepen worden voor die Naam uit te komen.
De manier waaróp kan voor ieder verschillend zijn. Wat voor allen geldt is natuurlijk trouw te zijn in de dienst van God. Het lijkt nauwelijks nodig dat te zeggen,
want dat beloven de jonge lidmaten immers: „getrouw te zijn onder de bediening van het Woord en van de sacramenten, volharden in het gebed en in het lezen van de Heilige Schrift...". Maar gezien het feit dat er toch altijd weer lidmaten zijn die verslappen in het kerkgaan en Bijbellezen, om maar helemaal niet te denken aan hen die op den duur helemaal afvallen, is het toch niet overbodig dat nog eens te onderstrepen.
Maar voor de Naam van de Heere uitkomen, dat kan ook door onze levenswandel. Door het eenvoudige woord dat we spreken, door het goede voorbeeld dat we geven op ons werk, als we daar misschien verkeren te midden van „andersdenkenden". Het kan ook als we zelf voor een belangrijke beslissing staan, bijvoorbeeld een verandering van werkkring of een verandering van woonplaats. Dat we dan niet in de eerste plaats kijken naar de voordelen die deze verandering voor ons biedt, maar dat we eerst de vraag onder ogen zien of we in die nieuwe baan of op die nieuwe woonplaats ook de Heere kunnen dienen. En zo zijn er nog véél meer voorbeelden te bedenken.
Gebed
Het valt me weleens op dat onze jonge mensen over het algemeen zich deze roeping wel bewust zijn. Ze voelen vaak aan, ook zonder dat ze het nu precies onder woorden kunnen brengen, dat we leven in een geseculariseerde tijd, en dat er van mensen die de Naam van God belijden wel iets verwacht wordt. Ze schrikken vaak ook een beetje terug als ze de consequenties daarvan overzien.
Daarom zou ik tenslotte dringend willen vragen om de voorbede voor allen die deze dagenbelijdenis doen. Ze zullen hun belofte in eigen kracht niet waar kunnen maken. Daarom hebben ze nodig dat er biddende ouders, een biddende familie, een biddende gemeente om hen heen staat. Kritiek leveren op de handel en wandel van lidmaten is niet zo moeilijk, maar wie zijn wij? Daarom: Spreek niet over hen met de mensen, maar spreek over hen met de Heere Wiens naam ze gaan belijden en Die gezegd heeft: „Hij Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal".’
Belijdenis doen
‘Tegen het doen vanbelijdenisworden vandaag nogal wat argumenten aangevoerd. Sommigen verklaren het niet te kunnen doen omdat je dan „zoveel op je neemt". Blijkbaar zijn ze van mening dat ze zich als doopleden meer kunnen veroorloven dan wanneer ze belijdende lidmaten zijn. Anderen zeggen dat die plechtigheid voor hen „niet hoeft". Die éne keer voorin de kerk staan, terwijl aller oog op je gericht is, dat zou voor de Heere toch geen waarde hebben. Het komt er maar op aan dat je ook op maandag en dinsdag, in het leven van alledag, je als christen gedraagt…
Het eindpunt?
Dat er zo gedacht en gesproken wordt, is op zichzelf niet vreemd. De kerkelijke praktijk heeft dat niet weinig in de hand gewerkt. In de tijd van de dode orthodoxie is debelijdenisvan het geloof gedegradeerd tot een instemmen met de ware leer. In de tijd van de Verlichting werd debelijdenisnog verder uitgehold, zodat men haar ging zien als een verklaring van kerkelijke mondigheid en als een soort gelofte tot een deugdzaam leven. Dat hield in dat men als lidmaat werd „bevestigd" en daarna voor het eerst, en tegelijk voor het laatst, deelnam aan het Heilig Avondmaal. Ook in gemeenten waar thans het aantal Avondmaalgangers minimaal is, kwam dat rond de eeuwwisseling nog voor... Er is weleens gezegd - en niet ten onrechte, datbelijdenisdoen in de vorige eeuw de eerste stap was op de weg naar volledige onkerkelijkheid...
Er zal nu wel nergens meer op deze manierbelijdenisworden gedaan, maar het is toch niet bij benadering te zeggen hoe diep de visie wortel heeft geschoten dat men door het doen vanbelijdenistoch min of meer de eindstreep heeft behaald. Veelal leeft toch nog de gedachte datbelijdenisdoen een soort afronding of afsluiting is van de catechisatie-periode. Zoals leerlingen op een middelbare school gedurende het laatste jaar moeten blokken omdat zij in de examenklas zitten, zo vergaderen ook debelijdenis-catechisanten in die wintermaanden een vracht kennis. En de aannemingsavond is een soort examen waarbij ze deze kennis kunnen spuien. Om dan de vergelijking maar helemaal door te trekken, de belijdenisplaat die de kerkeraad uitreikt als herinnering, is het getuigschrift dat ze voor het examen zijn geslaagd.
Het startpunt
Belijdenis doen van het geloof kan nooit een eindpunt zijn, maar is — als het goed is — een startpunt. Niet in die zin dat er niets aan voorafgaat. Integendeel, in de meeste gevallen was daar het geboren worden en het opgroeien in een christelijk gezin, een van huis uit vertrouwd zijn met het Woord. Was daar ook het onderwijs op de zondagsschool, op de christelijke school, op de catechisatie. Op al deze manieren werden jongeren geleid en gevormd opdat ze straks de persoonlijke keuze zouden doen, de persoonlijke beslissing zouden nemen om in het openbaar de Naam van de Drieënige God te belijden.’
Preek over Markus 10: 13-16.
’t Is middernacht en in de hof,
Buigt, tot den dood bedroefd, in ’t stof
De Levensvorst; in Zijn gebeên
Doorworstelt Hij zijn strijd alleen.
’t Is middernacht, maar hoe Hij lijd’,
Zijn jong’ren slapen bij die strijd;
En derven, afgemat in rouw,
De aanblik op des Meesters trouw.
’t Is middernacht, maar Jezus waakt,
En ’t zielelijden, dat Hij smaakt,
Bant uit Zijn hart de bede niet:
„Mijn Vader, dat Uw wil geschied’”.
’t Is middernacht, en ’t Vaderhart
Verstaat en sterkt de Man van smart,
Die ’t enig lijden, dat Hij torst
Ten eind doorstrijdt als Levensvorst.
Johannes de Heer
Verstaan wij dat? Paulus weet van een bediening der verzoening binnen het raam van het verbond, waarin hij als een biddende prediker staat. Hij bidt: laat u met God verzoenen. In werkelijkheid bidt de Heere Jezus Zelf: laat u met God verzoenen. Hoe nodig is het, dat onze prediking van week tot week onder dit gericht doorgaat. Wanneer deze levende en bewogen verbondsbetrekking in het oog gehouden ware, hadden wij minder scholastiek en minder stelsels en minder versteende gemeenten, waarbij de ouderen bevriezen en de jeugd ontkerstent op een verschrikkelijke manier, maar meer leven uit de God des verbonds. Want hierin is het getuigenis van de Heilige Geest. Christus moet voor ogen worden geschilderd! Wij dienen - zo zegt ergens ds.van Reenen - te gelijken op Eliëzer, die almaar sprak over zijn meester. In Hem gaan alle schatten des verbonds open.’
Dit is een citaat uit de lezenswaardige lezing ‘Verbond en prediking’ van ds. G. Boer, zie www.passievoorhetevangelie.nl.
Livingstone
Tukker schrijft: ‘In mei was het namelijk 100 jaar geleden, dat David Livingstone (1813-1873), de grote ontdekkingsreiziger en zendeling, tevens arts, in Afrika, in het huidige Zambia stierf. Een man van beslissend handelen: beroemd is, toen hij spoorloos was, zijn ontmoeting met Stanley, ergens in de Afrikaanse oerwouden. Beroemd is ook zijn besluit tijdens zijn verblijf in Engeland 1857 om terug te gaan naar Afrika: 'Ik ga terug om te trachten een pad open te maken voor handel en christendom'. Niet omdat Livingstone handelsbelangen had of diende, maar aangezien hij verwachtte dat de handel aan de slavenjacht een einde zou maken. Minder bekend, maar wel treffend is zijn besluit na een brand die zijn kostbare bibliotheek in Zuid Afrika in vlammen deed opgaan: 'Nu weerhoudt niets mij om weer te gaan reizen'.
Slaven
Beroemd is ook zijn besluit om op latere leeftijd niet meer op te treden namens het Londens Zendingsgenootschap, maar als ambtenaar van het Britse Gouvernement. En het was wéér als met de handel, die hij wilde bevorderen, niet om de handel maar om met dit middel de slavenjacht e beëindigen. Dit keer stond hem niet het ambtenaarschap of de politieke veiligheid voor de geest. Hij koos dit middel puur omdat hij van overtuiging was dat hij zo de Afrikanen, die hij liefhad, het best van nut kon zijn in het bestrijden van onrecht en het rechtzetten van 'sociale misstanden', zoals wij die zouden noemen. Wie ervan op de hoogte is, hoe diep deze 'misstanden' wortelen in adat en (vaak godsdienstige) tradities en patronen, zal des temeer besef hebben voor het vertrouwen dat Livingstone onder diverse stammen won en dat hij met veronachtzaming van eigen welzijn, ten goede wilde doen komen aan gebieden, die tot nu toe voor Europeanen onbekend en onbegaanbaar waren. Livingstones woorden, gesproken in een college te Cambridge 1857: 'Gaat gij verder met het werk dat ik begon. Ik laat het bij u achter', vormden aanleiding tot de stichting van de Zending op Centraal-Afrika, een universitair-Engelse onderneming. Ook de zending rond het Nyasameer vanuit Zanzibar, bevorderd door de Vrije Kerk van Schotland en de Schotse Kerk, voltrok zich naar Livingstones voorbeeld. En tenslotte geraakte de man die de doodgewaande Livingstone ontdekte, de krantencorrespondent Henry M. Stanley, zó in de ban van Davids werk dat hij zijn verdere leven gaf aan de kerstening van Uganda in het bijzonder en Centraal-Afrika in het algemeen.
Nederig en vastberaden
Livingstone had ook zónder zendingsdrang een 'groot' man in de wereldgeschiedenis kunnen zijn. Hij heeft bijv. boeken vol afrikanistiek geschreven, daarbij gesteund door zijn scherpe opmerkingsgave. Maar juist het christelijk geloof verlegde de doelstelling van zijn reizen. Hij had niet slechts een ongelofelijk doorzettingsvermogen, maar ook een nederige geest. Het eerste komt een ontdekkingsreiziger te pas, het tweede is geen vrucht van gevierdheid, maar van oprecht geloof. Livingstones geest en brede aanpak zijn geen gemeengoed, ook niet in zendingskringen. Wij hebben de Geest van God nodig om nederig en vastberaden te zijn en te verdragen wat de gang van het Evangelie aan moeite bezorgd zonder dat we ons erover verbazen alsof ons iets vreemds overkomt.’
Preek over Joh. 16: 20-22.
“Maar Abraham zeide: Kind, gedenk dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost en gij lijdt smarten.”
‘Zelfs als deze man en Lazarus werkelijk geleefd hebben en wij hier een geschiedenis hebben, is dit vervolg, dit gesprek bij wijze van voorstelling zo gegeven, want Abraham weet van ons niet en er is geen gesprek mogelijk tussen gezaligden en verlorenen. Maar Jezus' gedachte is duidelijk, Jezus' voorstelling is duidelijk, Jezus' woord is duidelijk.
Abraham zegt tot deze rijke, deze eens zo rijke man: “kind!” Hij herkent hem en erkent hem als een kind van het verbond. Vergeten wij het toch niet, dat als iemand eenmaal in het verbond Gods was geboren en opgenomen, hij dit tot in der eeuwigheid zal blijven. Dat teken van de besnijdenis zal de smart in de hel nog vergroten. Hier is een kind van het koninkrijk buitengeworpen. Maar een kind van het koninkrijk, dat is wat.
Dat in de verlorenheid nog te moeten horen: kind! En ik was een kind. Zo nabij geweest te zijn en dan verloren te zijn gegaan, dat zal de smart verdubbelen. Dit was niet dan eigen schuld, door moedwillige en dadelijke ongehoorzaamheid. De man heeft geen gelegenheid te baat genomen om het verderf te ontgaan en hij heeft alle gelegenheden te baat genomen om het verderf te zoeken.
Gedenk — zegt Abraham. Daar is gedenken in het hiernamaals, een herinnering, die nooit meer sterft. Daar is een boek van gedenken voor Gods aangezicht, maar daar is ook een boek van gedenken binnen in ons en dat laatste wordt hier in de tekst nog verscherpt. Het wordt opgeroepen. Het wordt in nadere herinnering gebracht. „Gedenk, dat gij uw goed gehad hebt in uw leven en Lazarus desgelijks het kwade." Dan terug te moeten zien op alles, wat men bezeten heeft, en tevens dat men zich daar geheel in vergenoegd heeft, tevens dat men daar zich geheel aan gewijd heeft, dat men deze dingen bezeten heeft als het enig bezit, als het enig doel van het leven.
Dat goed verdrong God en de naaste, verdrong de religie en de kerk, verdrong wet en evangelie. Dat tijdelijk goed verdrong alle geestelijke en eeuwige goederen. Gedenk daarbij, dat Lazarus de smarten van het leven rijkelijk heeft moeten dragen en dat u die voor hem behoorlijk verzwaard hebt en geen vinger hebt uitgestoken om die voor hem ook maar enigszins te verlichten. Gedenk dat!’
Deez' aard is uw, o Heer der heren!
Uw is haar wond're hemelbaan,
uw zijn haar bergen, dalen, meren,
haar stromen en haar oceaan.
Uw is de dag, uw is de nacht:
't leeft alles slechts door uwe kracht.
Uw is deez' aarde, lief'lijk stralend,
als zonnegloed haar ijs ontdooit.
Uw is z', in lenteschoonheid pralend,
met bloesems als een bruid getooid.
Uw is z', als 't wuivend korenveld
een rijke, schone oogstdag spelt.
Uw is deez' aard', als woeste vlagen
haar akker teist'ren en haar woud,
als stormen door het luchtruim jagen
en neev'len dalen, kil en koud,
als 't witte sneeuwkleed is gespreid,
waar zij eens bloeid' in heerlijkheid.
Mijn hart zij 't uw' en heel mijn leven,
t blijde straalt in zonnegloed,
en ook als wolken mij omgeven,
als stormen varen door 't gemoed.
Gij zijt mijn God, al 't uw' is 't mijn':
laat immer meer mij d' uwe zijn!
Preek over Joh. 16: 9.
1.Gelegd zijn in de armen van een Vader, Die belooft, dat Hij met ons een eeuwig verbond van de genade opricht, ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt en daarom van alle goed ons verzorgen en alle kwaad van ons weren of ten onzen beste keren wil. Dat is een belofte om van te duizelen.
2.Uw kind is gelegd in de armen van een belovende Zoon, Die betuigd en verzegelt, dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap van Zijn dood en van Zijn wederopstanding inlijft, zodat wij van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
3.Uw kind is gelegd in de armen van de Heilige Geest, Die verzekert, dat Hij in ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil. Hij verzekert, dat Hij ons wil toe-eigenen, hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij eindelijk onder de gemeente van de uitverkorenen onbevlekt in het eeuwige leven zullen gesteld worden. Deze belofte van de drieënige God komt naar het woord van Petrus ons en onze kinderen toe (Hand. 2).
Daarom zijn wij in Christus geheiligd en tot genade aangenomen. Dat betekent dus, dat wij niet gelegd zijn buiten de grenzen van het verbond van de genade, maar dat wij vanaf onze geboorte zijn afgezonderd en tot een eigendom van de Heere zijn verklaard.
De Heere legt daarmee Zijn hand op ons en betuigt daarin, dat wij Hem toebehoren en kinderen van het Verbond zijn. Dit betekent niet, dat wij geëigend zijn tot de zaligheid, zodat deze ons niet meer ontgaan kan. Maar wel, dat wij afgezonderd zijn van de wereld en onder de bijzondere belofte en aanbieding van het heil zijn gekomen. Dat zijn de schatten van het verbond, waarvan Psalm 25 zingt.
Deze schatten gaan juist ten volle glanzen, wanneer alle aardse schatten verbleken. Wij kunnen ze ook vergelijken met een testament, waarin ze alle met naam en toenaam beschreven zijn. De erflater – de Heere Jezus – is gestorven en heeft het testament vast gemaakt in Zijn dood. En nu laat de Heere ons en onze kinderen met dit testament achter; met deze wissels, die alleen aan de bank van vrije genade kunnen worden ingewisseld. Dat testament ligt van Gods kant vast. Dat is niet Zijn eeuwige verkiezing, maar de voorstelling, de aanbieding, de verzegeling en de betekenis van de belofte Gods, ja de schenking daarvan, die een roeping en een uitnodiging inhoudt. Dat is van Gods zijde welgemeend.’
In de hemel is het schoon,
waar men zingt op blijde toon,
met een altoos vrolijk harte,
vrij van alle zorg en smarte;
waar men juicht voor 's Heren troon,
in de hemel is het schoon.
Lieve Jezus! Gij alleen
brengt ons naar de hemel heen;
want vergiffenis van zonden
wordt slechts in Uw bloed gevonden;
ware vreugde en zaligheên
schenkt Gij, Heer, en Gij alleen.
Lieve Heiland! Zie ons aan,
doe ons naar de hemel gaan,
leer ons naar Uw stem te horen,
anders gaan wij wis verloren.
Leid ons op de rechte baan,
dat wij naar de hemel gaan.
Bundel Johannes de Heer
‘Hij handelde dan in de synagoge met de Joden, en met degenen, die godsdienstig waren, en op de markt alle dagen met degenen, die hem voorkwamen.’ (Hand. 17: 17)
In de handel geldt dat je in stilte af kunt wachten tot iemand geïnteresseerd is in je product, of dat je erop uitgaat om nieuwe klanten te werven. Degene die afwacht, hoopt dat zijn product zo aantrekkelijk is dat mensen zelf in beweging komen naar hem toe. Dat kost niet veel inspanning; maar als mensen het product niet kennen zal dit ook niet veel omzet opleveren. Je moet een product aan de man brengen. Koude acquisitie noemen we dat, onbekenden in contact brengen met je product. Daar is moed voor nodig en een vlotte babbel.
Paulus blijft niet achter de schermen, met de boodschap die hij te brengen heeft. Het Evangelie van Jezus Christus deelt hij niet alleen in de samenkomst van de synagoge. Deze wekelijkse samenkomst met de Joden is belangrijk voor Paulus, maar hij werft veel breder dan alleen in deze kleine groep gelovigen. Hij gaat niet alleen om met mensen die toch al geïnteresseerd zijn in God en geloof. Paulus wil naast hen ook anderen bereiken. ‘Koude acquisitie’ zouden wij zeggen. Hij wil zijn netwerk van contacten vergroten en zoekt daarom de mensen op waar ze zijn. Paulus gaat daarom met de boodschap van Jezus Christus de straat op.
We treffen hem aan in Athene, op de markt. Dat is een strategische plek. Niet alleen omdat er handel wordt gedreven, maar ook omdat het de sociale ontmoetingsplaats van de stad is. Paulus is van zichzelf geen vlotte spreker, ook heeft hij geen indrukwekkende verschijning. We moeten ons deze apostel niet voorstellen als een soort standwerker, die vanaf een sinaasappelkistje mensen op een emotionele manier inwint voor zijn boodschap. We leren Paulus in de Bijbel niet kennen als een redenaar. Wel is hij een man met een heel betrouwbaar overkomen en een navolgbare boodschap. Wie goed luistert, ontdekt dat er geen speld tussen te krijgen is. Hij kent de Joodse Bijbel door en door, heel het Oude Testament heeft hij ooit als jonge Joodse geleerde uitgeplozen. Dit helpt hem in het contact met de Joden. Maar ook mensen die nooit van de Bijbel hoorden, weet hij te bereiken met zijn boodschap.
Hoe hij dat doet? Door trouw elke dag weer te verschijnen op de markt en het gesprek te zoeken. Hij wordt een bekende figuur op straat, mensen die daar dagelijks komen herkennen hem al snel. Via de contacten die ontstaan weet Paulus de boodschap van het Evangelie te delen. Als vanzelf begint het rondom hem te gonzen van meningen over deze prediker. Eén ding is wel helder, Paulus heeft één focuspunt: Jezus Christus de Zoon van God. Wie die boodschap brengt, mag verwachten dat er respons komt. Dat was toen zo, maar is vandaag niet anders. Geloof en bekering, is het gevolg van de verkondiging van het Kruisevangelie.



