Discover
Geloofstoerusting
Geloofstoerusting
Author: Geloofstoerusting
Subscribed: 28Played: 473Subscribe
Share
© Geloofstoerusting
Description
Luister naar Geloofstoerusting via deze podcast. 'Om God te verheerlijken, Jezus te volgen en je naaste te dienen.'
181 Episodes
Reverse
In veel christelijke gezinnen klinkt de waarschuwing: ‘als je je geloof wilt kwijt raken, dan moet je theologie gaan studeren.’ Laurens Pruis neemt die angst serieus, maar weigert te zeggen dat het onvermijdelijk is. Hij spreekt over een ‘levensgevaarlijke huurmoordenaar’ die in sommige opleidingen is binnengelaten: moderne theologie die het geloof niet alleen kan verwonden, maar ook kan verlammen.Hij beschrijft twee gevaren. Eerst de modern-historisch-kritische aanpak, waarin de Bijbel vooral ‘een menselijk historisch document’ wordt en wonderen ‘methodologisch onaanvaardbaar’ zijn. Dat brengt volgens hem een reeks aannames met zich mee die de tekst al bij voorbaat in stukken knipt, zoals het idee van ‘unilineaire evolutionaire ontwikkeling’ en latere redacteurs die teksten zouden ‘updaten’. Daarna volgt het postmoderne alternatief dat hij heden ten dage overal herkent: ‘het gaat minder om lezen en meer om gelezen worden.’ Maar als de letter niet meer bindt, worden ‘wij zelf het kader’ en schuift de uitkomst opvallend vaak mee met de cultuur.Hoe dan wel? Zijn antwoord is eenvoudig en ferm: ‘lees de Bijbel als een gelovige’ en ‘lees bijbels theologisch’, als ‘geloof dat zoekt naar begrip.’ God ‘spreekt in de regels van de tekst,’ en Jezus koppelt Gods stem aan de bedoeling van de menselijke auteur. Dat laat hij concreet zien via de Immanuel-belofte. Het lijkt misschien alsof Mattheüs de tekst van Jesaja op een verkeerde manier gebruikt. Maar Mattheüs ‘heeft precies hetzelfde interpretatieperspectief’ als Jesaja, in een patroon dat via Mozes en David naar Christus wijst: de ultieme ‘God met ons.’
Op veel onderwijsplekken leeft het gevoel dat ‘er een soort conflict is tussen wetenschap en het christelijk geloof.’ Chris Verhagen draait dat om. Volgens hem staat wetenschap pas echt stevig als je uitgaat van God: ‘het christendom [is] de noodzakelijke vooronderstelling… om wetenschap te kunnen bedrijven’ op een ‘begrijpelijke, onderbouwde, gerechtvaardigde manier.’Hij wijst naar de geschiedenis, zoals Galileo, Kepler en Newton, en laat hen aan het woord. Zelfs nu zijn er gelovige topwetenschappers, zoals Nobelprijswinnaar Bill Phillips: ‘Het is niet onwetenschappelijk om te geloven dat er een God moet zijn…’Daarna loopt hij langs wat wetenschap nodig heeft: wetmatigheid, logica, betrouwbare zintuigen, een betrouwbaar brein en zelfs morele spelregels. Dat alles vraagt om een fundament. Zijn kern: de Drie-enige God is ‘ultieme eenheid in ultieme veelvuldigheid.’ En het is Gods trouw die de natuur voorspelbaar maakt: ‘Zolang de aarde bestaat… [zullen] dag en nacht niet ophouden.’Tot slot prikt hij door het idee heen dat wetenschap ‘neutraal’ zou zijn. Er zitten altijd vooronderstellingen in het spel, soms zelfs ‘ingesmokkeld’. Wie bij voorbaat alleen naturalistische verklaringen toelaat, sluit ‘a priori’ bepaalde conclusies uit en noemt alternatieven al snel ‘pseudowetenschap.’
‘Postmoderne filosofie… de antiwaarheid filosofie.’ In deze lezing neemt Carel de Lange van Geloof en rede je mee in een cultuur waarin ‘de waarheid zelf in twijfel wordt getrokken’ en waarin de grote dooddoener klinkt: ‘Dat is leuk voor jou, niet voor mij. Dat is jouw waarheid.’ Hij vertelt hoe hij als student dacht: ‘Je kan de waarheid toch niet ontdekken,’ totdat christelijke apologetiek die gedachte ontmantelde en hij ging zien: ‘Misschien kan je wel de waarheid wél ontdekken.’Met een introductie over de denkbeeldige ‘dokter Dirk’ laat Carel merken waarom het niet over een klein meningsverschil gaat. Patiënt Pietje heeft een dodelijke ziekte en krijgt een ‘bewezen effectief medicijn’ aangeboden. De dokter zegt er slechts over: ‘Ik geloof er in… ik ervaar hier wel rust bij. Ik heb er een goed gevoel over.’ Pietje denkt er het zijne van. Een week later is Pietje dood. De moraal? ‘Een zeer onbekwame en liefdeloze dokter.’ Want als iets waar is, moet je durven zeggen: ‘Dit werkt echt, … dit heb je nodig, dit zijn de bewijzen.’Daarna legt hij uit wat waarheid is: ‘Waarheid is datgene dat correspondeert met de realiteit’ – ‘objectief’ en ‘onafhankelijk’ van wat mensen vinden. Vervolgens leert hij je postmoderne uitspraken te ontmantelen door één simpele stap: ‘Pas de bewering op zichzelf toe.’ Iemand zegt: ‘Er is geen waarheid’? Stel de eenvoudige vraag: ‘Is dat waar?’ ‘Je kan niet zeker weten’? ‘Oh, ... hoe weet je dat?’ ‘Het is waar voor jou’? ‘Oké, is dat waar voor iedereen zo?’Hij plaatst het hele postmoderne denken in de context van een geestelijke strijd: twijfel begon namelijk al in een tuin met de vraag: ‘Is het echt zo dat God gezegd heeft…?’ En Paulus’ opdracht aan de Korinthiërs heeft iets van een strategie in zich: ‘Wij breken valse redeneringen af.’Maar staan voor waarheid vraagt meer dan argumenten: naast ‘waarheid’ is ook ‘nederigheid’ en ‘moed’ nodig. Hij waarschuwt tegelijkertijd voor ‘hyperwaarheid’: ‘Ik voel het. Dus het is de waarheid.’ Carel eindigt zijn lezing met Petrus’ stap uit de boot: ‘Heb goede moed… kom.’ Durf jij uit de boot te stappen? Bekijk de lezing en zie waarheid, liefde en moed hand in hand gaan – en waarom dit jou raakt.
In deze tweede lezing laat Leander Janse zien hoe gemakkelijk we, net als de Galaten, onze vrijheid in Christus verliezen door ‘verkeerd onderwijs’ en de neiging om ‘met God te onderhandelen’. Hij roept op om het ‘Jezus plus’-denken radicaal los te laten en – net als de verloren zoon – met lege handen naar de Vader te gaan, want: ‘Je slechtste dag is nooit zo slecht dat hij buiten het bereik van Gods genade valt, en je beste dag is nooit zo goed dat je Gods genade niet meer nodig hebt.’ Beluister ook de eerste lezing: Jezus plus ... niets!
Stel je voor: je staat voor God en Hij vraagt: ‘Waarom zou Ik je binnenlaten?’ Wat zeg je dan? Met deze indringende vraag opent Leander Janse zijn lezing tijdens de toerustingsavond van Geloofstoerusting in Rijssen. Hij neemt ons daarin mee naar de kern van het christelijk geloof: het is alleen door Jezus Christus dat we voor God kunnen staan. ‘Omdat Hij Jezus Christus gezegd heeft: “Het is volbracht.”’ Alle antwoorden die beginnen met ‘ik’ – ‘omdat ik geloofde’, ‘omdat ik mij bekeerde’ – missen de essentie. Ware vrijheid ontstaat wanneer je rust in wat Christus volbracht heeft, niet in wat jij hebt gedaan.Janse waarschuwt voor het subtiele gevaar van een ‘Jezus plus’-evangelie, zoals ook de Galaten dat kenden. ‘Als je aan genade een plusje van verdienen toevoegt, dan is genade geen genade meer.’ Paulus is radicaal: elk ander evangelie, zelfs als het van een engel komt, is vervloekt.We willen graag terugbetalen, bewijzen dat we het waard zijn, maar dat leidt tot kramp. ‘Niet voor Gods goedkeuring, maar vanuit Gods goedkeuring’, dát is het leven in genade. ‘Als je vanavond voor de troon van God komt,’ zegt Janse, ‘zeg dan: “Omdat Hij het volbracht heeft.”’ Dat is echte vrijheid.Beluister ook het tweede deel van deze lezing: Sta in de vrijheid!
In deze lezing over Hooglied, neemt ds. Van der Toorn je mee in een zoektocht naar “de diepste liefde” die bezongen wordt in “het hoogste lied”. Hij opent met Efeze 5 om het kader te schetsen: het huwelijk is een geheimenis met het oog op Christus en de gemeente. “Het gaat dus niet óf over menselijke liefde, óf over hemelse liefde,” benadrukt hij, “maar over beide. Ze horen onlosmakelijk samen.”De bruid in Hooglied spreekt vol verlangen: “Laat hij mij kussen met de kussen van zijn mond, want uw uitnemende liefde is beter dan wijn.” Ze mist haar geliefde. Ze verlangt naar zijn nabijheid, zijn geur, zijn stem. Dat diepe verlangen weerspiegelt het verlangen van een gelovige ziel naar Christus. Zijn Woord zijn “de kussen van zijn mond”, zegt Van der Toorn, en het avondmaal zelfs “de kussen die je kunt proeven”.Tegelijk is de bruid onzeker: “Donker van huid ben ik.” Maar de bruidegom bevestigt haar schoonheid. Zo bevestigt Christus zijn liefde aan zijn kerk — niet ondanks onze gebrokenheid, maar in genade. Zijn liefde is eeuwig, veilig en zeker. En daarin mogen wij rusten, verlangen, groeien en liefhebben.
In deze indringende lezing staat ds. M.M. (Ruud) van Campen stil bij een persoonlijke vraag: ‘Heb jij de Heilige Geest ontvangen?’ – het is het thema van de jongerenavond in Barendrecht. Hij roept op om niet vrijblijvend naar Pinksteren toe te leven, maar je af te vragen wat de Heilige Geest concreet in je leven doet en heeft gedaan: ‘Want wie de Geest van Christus niet heeft, die hoort Hem niet toe.’Aan de hand van negen kenmerken – de ‘negen G’s’ – beschrijft dominee Van Campen het werk van de Geest. Het begint bij geloofszekerheid (‘Als je bij het kruis komt en je kijkt, dan valt er een pak van je hart’), en wordt vervolgd door gehoorzaamheid, grootmaken van God, gebed, gelijkvormigheid aan Jezus, geraakt worden (‘ze werden diep in het hart geraakt’), getuigen, geestesgaven en geestelijke strijd.Hij laat zien hoe de Geest zacht maakt, richting geeft, vreugde schenkt en kracht biedt in moeilijke tijden. De kern van zijn boodschap is glashelder: ‘Heere, maak mij een beeld van U.’ De Heilige Geest wil in ons wonen, werken én ons gebruiken.
Tijdens een toerustingsavond van Geloofstoerusting in Rijssen sprak ds. P. (Pieter) den Ouden over het thema: Jezus komt terug. Hij zou aanvankelijk in mei spreken, maar dat moest worden uitgesteld door het overlijden van zijn moeder. Ze werd 95 en stierf in vrede. Haar laatste woorden raakten hem diep: ‘We zullen Hem zien gelijk Hij is… en dan die doorboorde handen zien.’Die verwachting – het zien van Jezus – vormt de kern van zijn boodschap. Hij roept op tot waakzaamheid: ‘Want als de Bruidegom komt, dan moet de bruid klaar zijn.’ Vanuit Lukas 12 laat Den Ouden zien hoe Jezus waarschuwt voor geestelijke achteloosheid en gerichtheid op aardse dingen. ‘Zijn we rijk in God?’Met citaten, liederen en treffende beelden – zoals dat van een oude dominee die ’s avonds zijn hoed klaarzette voor Jezus’ komst – schetst ds. Den Ouden een leven in verwachting. Hij contrasteert de verdeeldheid van westerse christenen met het vurige geloof van vervolgden, en besluit hoopvol: ‘Het hangt gelukkig niet van mijn inzet af. Hij wil het geven. Kom, Heere Jezus – kom haastig.’ Een lezing waarin verlangen naar God centraal staat.
Stel je voor: je bent een jonge gelovige, net gevlucht uit Jeruzalem na zware vervolging. Je zit ondergedoken in een klein dorp, met een paar anderen die Jezus als Messias belijden. En dan, op een geheime samenkomst, wordt daar ineens een brief van Jakobus voorgelezen. Dát is de setting waarin deze lezing ons meeneemt in de achtergrond en kern van de brief van Jacobus.‘Het eerste wat Jakobus zegt: “Wees verheugd.”’ Een verbijsterende oproep voor mensen die lijden. Maar dat is precies waar het om draait: Jakobus roept op om te leren denken en leven als Christus – juist te midden van beproevingen. Niet omdat pijn op zichzelf iets goeds is, maar omdat beproeving iets uitwerkt: volharding, geloofsgroei, karakter. ‘Die beproeving zorgt dat je geloofspier sterker wordt.’Dominee Willem Jan van der Toorn benadrukt liefdevol maar krachtig dat echte wijsheid en geloof onmisbaar zijn om stand te houden. Niet een perfect geloof zonder twijfel, maar geloof dat volhardt. En hij maakt duidelijk: ‘God is goed. Altijd.’ Zelfs in verzoeking is Hij niet de oorzaak van het kwaad, maar de bron van hulp, genade en vergeving. Een troostende en bemoedigende boodschap voor wie worstelt.
In deze ontdekkende en tegelijk hartverwarmende lezing staat ds. Corjan Rijsdijk stil bij een vraag die velen diep raakt: ‘Mag ik aan Uw tafel?’ Misschien stel je die vraag hardop, of draag je haar al langer stil met je mee. Want rondom het avondmaal kunnen allerlei drempels opdoemen. Twijfels over jezelf, over je geloof, over wat anderen zullen denken. ‘De vraag van: ben ik goed genoeg? Of misschien ook wel, moet je niet eerst een standvastige gelovige zijn voordat je aan mag?’Rijsdijk neemt je mee in die worstelingen: de verlegenheid, de angst voor het oordeel, de druk van mensen om je heen, of het idee dat je eerst een bijzondere roeping moet ontvangen. Maar te midden van al die stemmen klinkt het heldere evangelie: ‘Het avondmaal is ingesteld voor de geheiligden in Christus. Voor wie weten: ik heb Jezus nodig.’ En: ‘De Heere Jezus bediende het avondmaal aan Zijn discipelen, de gelovigen.’ Voor wie het avondmaal bedoeld is, hoeft geen vraag te zijn: voor ieder die op Hem vertrouwt.Een kernpunt uit 1 Korinthe 11 waar dominee Rijsdijk tijdens de toerustingsavond dieper op ingaat, is het liefdesbevel van Jezus: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis.’ Hij benadrukt met liefde en klem: ‘Als Hij zegt: doe dat, dan doe je dat. Daar is geen discussie over mogelijk.’ Het is geen vrijblijvende keuze. ‘In plaats van dat je een briefje uit de hemel nodig hebt om te komen, heb je er één nodig om níét te komen, als je Zijn volgeling bent.’Voor wie worstelt met de vraag of je wel waardig bent om aan te gaan, klinkt de bemoediging: ‘Al was je de meest onwaardige christen van Nederland, als Jezus zegt: ‘Doe dat’, dan verklaart Hij je waardig.’ Niet jij bent genoeg, maar Híj is genoeg. En wie twijfelt aan zichzelf wordt opgewekt om op het kruis van Christus te zien: ‘Dat was goed genoeg. Helemaal volbracht.’In het tweede deel van de lezing gaat Rijsdijk dieper in op hoe Paulus de misstanden in Korinthe aankaart. Wat ging daar mis, en wat is nu juist wél de bedoeling van het avondmaal? Daar vinden we ook het antwoord op wat het betekent om ‘waardig’ deel te nemen. Het gaat niet om wie je bent, maar om hoe je deelneemt. Met geloof, liefde en berouw. En om je houding tegenover je broeder of zuster: ‘Hoe doe je tegen iemand waar Jezus van houdt?’ Paulus leert dat zelfbeproeving niet draait om in jezelf te graven, maar om je blik te richten op Christus en op de mensen om je heen. Hoe ligt het tussen God en jou? Tussen jou en anderen? Heerst Gods genade in die relaties? Dan staat niets je in de weg om aan te gaan.Zou je dan echt mogen aangaan als je nog nooit bent geweest, als de angst voor wat anderen denken tot nu toe sterker was dan de roepstem van de Heiland? Ja, je mag gaan. Sterker nog, je móét, als je gelooft in Christus. Want: ‘Wie Jezus lief heeft, die hoort daar. Hij voor mij. Wat een feest is dan het avondmaal!’
Tijdens deze diepgaande en bemoedigende lezing neemt ds. Pieter den Ouden ons mee in het wonder van het leven ‘in Christus’. Hij laat zien hoe fundamenteel dat kleine woordje ‘in’ is: ‘Het staat er niet voor niets. Er zit een wereld achter,’ zegt hij met nadruk. Die wereld is de geestelijke verbondenheid tussen de gelovige en Christus – een band zo innig, dat de Bijbel het vergelijkt met een hoofd en lichaam, een tempel waarin God woont, een rank aan de wijnstok, en zelfs een huwelijk.Ds. Den Ouden benadrukt dat álles wat we nodig hebben, te vinden is in die verbondenheid met Christus: vergeving, kracht, liefde, vruchtbaarheid. ‘In Hem zijn alle geestelijke zegeningen,’ klinkt het. Tegelijk laat hij zien dat dit leven in Christus niet betekent dat we geen strijd meer kennen. We blijven zondaren, maar we zijn ook rechtvaardig – een spanningsveld dat vraagt om volharding en dagelijkse overgave.Zijn oproep is helder: leef dicht bij Christus, lees de Bijbel met aandacht – zelfs op kleine woordjes – en vertrouw op Zijn genade. Want wie in Hem blijft, die draagt vrucht. Niet uit eigen kracht, maar door Hem die leeft in ons.
Wil je zo graag groeien in je geloof, maar mislukt dat regelmatig? Slaag je er maar niet in om een super-christen te worden? Ds. P.W.J. (Willem Jan) van der Toorn hield er in Rijssen een lezing over. Hij wil je met deze lezing helpen om ondanks al je zwakheden toch in geloof te leven.
In deze lezing wordt het thema “Uw woord is de waarheid” uit Johannes 17:17 verkend, waarbij Jezus om heiliging door waarheid vraagt. Dominee Evert Meijer legt uit dat Jezus zich niet alleen op het Oude Testament richt, maar ook op Zijn eigen woorden als de bron van waarheid. De rol van de Heilige Geest wordt benadrukt, die ervoor zorgt dat Jezus’ boodschap betrouwbaar in de Bijbel wordt doorgegeven. De apostelen beschouwden hun geschriften als God’s woorden, en belangrijke historische figuren zoals Clemens van Rome en Augustinus bevestigen de Bijbel als geïnspireerde waarheid.Ds. Meijer roept geestelijke leiders op om de Bijbel met zorg te onderwijzen en het evangelie in een wereld vol leugens te verkondigen. Er wordt gewaarschuwd tegen valse profeten en de geestelijke strijd die hiermee gepaard gaat. Gelovigen worden aangemoedigd om geduldig en liefdevol te blijven in hun getuigenis van de waarheid, terwijl ze zich wapenen tegen dwaling, zowel binnen als buiten de kerk. Het belang van het goed kennen van de Bijbel wordt onderstreept, zodat de waarheid in de levens van gelovigen kan doorwerken, met de Heilige Geest als de gids in deze reis van heiliging.
In deze lezing tijdens een toerustingsavond in Rouveen over vergeving neemt ds. C. (Kees) Budding ons mee naar twee wezenlijke waarheden: onze schuld voor God en Gods onmetelijke geduld.“Wat vinden wij nu makkelijker om te bidden? ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ of ‘Vergeef ons onze schulden’?” vraagt ds. Budding. Hij vergelijkt ons leven met een failliete onderneming: “Door de zondeval is dat hele bedrag in één keer in het ravijn gekieperd, weg. En we bleven met een totale schuldenlast over.” Onze schuld is geen vage zaak maar vraagt om concrete belijdenis. “David wist het precies,” zegt Budding. “Die vrouw van die ander heb ik genomen.” Net als David moeten wij uitroepen: “Wees mij genadig, o God, overeenkomstig uw grote barmhartigheid.”Volgens ds. Budding staan we vaak in de verleiding tot “het groene vinkjes geloof” waarbij we denken: “Ja, maar ik heb mijn stille tijd gehouden, ik heb mijn Bijbel gelezen… het viel vandaag gelukkig allemaal wel mee.” Maar in werkelijkheid: “Ons boek staat vol met zwarte bladzijden. Dat is onze schuld, onze schulden.” De enige oplossing is “één grote gum, een eraser, en wat is dat? Dat is het bloed van de Heere Jezus Christus.”In het tweede deel bespreekt ds. Budding Gods eindeloze geduld. “God onze donkere kamers nou niet in de fik steekt en die puinzooi verbrandt, maar dat hij nou met zoveel geduld te werk gaat om onze donkere kamers schoon te maken.” Het meest indrukwekkende voorbeeld hiervan zien we op Golgotha, waar Jezus bad: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.” Daar zien we hoe “Gods geduld, de liefde van de Heere Jezus” zichtbaar wordt.“Op Golgotha vind je hoop voor hopelozen,” zegt Budding. Zelfs de moordenaar aan het kruis ontving de belofte: “Heden zult u met mij in het paradijs zijn.” “Er bestaan geen hopeloze gevallen. Zelfs al ben je in verschrikkelijke zonde gevallen en je denkt: niemand die het weet… geen zonde is voor Hem te groot.” Budding sluit zijn lezing af met: “Steek je handen uit naar deze Verlosser. Hij hangt daar aan het kruis met die liefdevolle ogen en Hij heeft niks liever dan jullie behoud op het oog.”
Paulus windt er in Romeinen 3 geen doekjes om: allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid (glans) van God. De liefde waarin Hij ons schiep is eruit. Hoe zwaar je er ook aan tilt, je wordt te licht bevonden. Tegelijk ontvouwt God in die werkelijkheid gerechtigheid van de hemel, genade om niet voor allen!In Romeinen 6 laat Paulus zien dat heel ons oude bestaan in Christus’ dood ten onder is gegaan en wij in Zijn opstanding zijn opgewekt tot een nieuw leven, in al ons denken en doen. Genade is all-inclusive, het omvat allen en alles!
Bouw je levenshuis op de rots van Gods Woord, want alleen dat geeft stabiliteit in onzekere tijden. Ware identiteit en waarheid vind je niet in jezelf, maar in de relatie met je Schepper.
Is de mens goed of slecht? Leert de Bijbel ons een positief of negatief mensbeeld? In deze lezing stelt ds. Anne van Olst de vraag wat de Bijbel over ons mensen zegt. Hij bespreekt de mens als schepsel, als zondaar, als gezocht en verlost in Christus, als vernieuwd door de Heilige Geest en als mens in Gods toekomst. De Bijbel houdt ons een eerlijk mensbeeld voor, waarbij de grote waarde van de mens en de noodzaak van redding samengaan.Wat betekent een bijbels mensbeeld voor een gezond zelfbeeld? In deze lezing vraagt ds. Anne van Olst ook aandacht voor het verschil tussen gezond schuldbesef en ongezonde schuld-en faalgevoelens. Een gezond zelfbeeld vraagt om eerlijkheid over eigen tekortkomingen. Dat heeft ook iets bevrijdends: we hoeven ons niet mooier of beter voor te doen dan we zijn. Tegelijk is het belangrijk om door het geloof in Christus Gods genadige oordeel over ons leven te aanvaarden. Niet onze prestaties bepalen onze waarde, maar Gods liefde en genade.






















