Discover
360 Magazine
103 Episodes
Reverse
De legalisering van psilocybine bij psychotherapie wordt in Tsjechië – als eerste EU-land – met open armen én enige voorzichtigheid ontvangen.
‘Opeens weet je dat je problemen kunnen worden opgelost. Wat de oplossing is weet je niet, maar wel weet je dat er een oplossing bestaat en dat je de tijd hebt om die te zoeken. Dat stelt je gerust.’ Zo beschrijft de zeventiger Vladimir de ervaring die vijf jaar geleden op een novembermiddag zijn leven voorgoed veranderde. De depressies waaraan hij leed vanaf het moment dat hij alleen voor de opvoeding van zijn twee zoons was komen te staan, en die in de loop der jaren erger waren geworden, verdwenen en zouden nooit meer met dezelfde hevigheid terugkomen. De verschillende psychiatrische behandelingen die hij als eenzame alleenstaande ouder had uitgeprobeerd hadden weliswaar voor verademing gezorgd, maar dat was telkens slechts van korte duur geweest, waarna het alleen maar weer erger werd. ‘Depressies verlammen je, slopen je en beroven je van je levenslust,’ zegt hij om deze vicieuze cirkel te beschrijven. ‘Je ziet geen uitweg meer.’
Toen zijn behandelend arts hem zo’n vijf jaar geleden het advies gaf deel te nemen aan een onderzoek van het Nationaal instituut voor geestelijke gezondheid (NUDZ) naar de effecten van de stof psilocybine, reageerde Vladimir aanvankelijk terughoudend. De chemische stof, die van nature voorkomt in paddo’s, brengt een verandering teweeg in je staat van bewustzijn. Volgens de Tsjechische wet valt de stof onder de verboden middelen. ‘Van drugs heb ik altijd een afkeer gehad,’ zegt Vladimir, die niet rookt en sinds een operatie aan zijn alvleesklier ook geen alcohol meer drinkt.
Maar uiteindelijk liet hij zich overtuigen door de veelbelovende uitkomsten die het onderzoek tot dan toe had laten zien. Ook wakkerde het nummer ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ van zijn favoriete band The Beatles – dat over lsd zou gaan, de hallucinogene stof die verwant is aan psilocybine – zijn interesse enigszins aan. Het psilocybinetablet dat hij op doktersadvies innam voordat hij geblinddoekt op een comfortabele bank ging liggen om met een koptelefoon naar elektronische muziek te luisteren, leek iets te kunnen waar geen enkel medicijn daarvoor toe in staat was geweest: het verbeterde zijn mentale gezondheid.
Pioniers
Vanaf januari is deze optie beschikbaar voor iedereen die haar nodig heeft. Als eerste EU-land heeft Tsjechië in de zomer van 2025 het gebruik van psilocybine bij psychotherapie gelegaliseerd. Daarmee is het met Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland wereldwijd een van de pioniers geworden op het gebied van deze therapie, die volgens velen een van de meest veelbelovende psychiatrische ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw is.
Het onderzoek naar psychedelische substanties beleefde zijn hoogtijdagen na de Tweede Wereldoorlog. Dankzij psychiaters als Stanislav Grof en Miloš Vojtěchovský behoorde Tsjechoslowakije wereldwijd tot de koplopers op dit gebied. De populairste stof, lsd, werd destijds door het staatsbedrijf Spofa met dozen tegelijk aan psychiatrische klinieken geleverd, terwijl de artistieke en wetenschappelijke elite deelnam aan officiële experimenten. Doordat drugs echter op steeds meer plekken verboden werden, kwam er een wereldwijd verbod op psychedelica. Het onderzoek naar de stoffen, die als een revolutie in de geestelijke gezondheidszorg werden gezien, werd voor enkele decennia in de ijskast gezet.
‘Ik geloofde dat een gedeelde mystieke ervaring, het besef dat we hier niet slechts van onze geboorte tot onze dood zijn, maar deel uitmaken van iets groters, een tegengif zou zijn tegen de oorlog in Vietnam,’ zei de Amerikaanse activist Rick Doblin, een van de drijvende krachten achter de zogeheten ‘psychedelische renaissance’, dit jaar in een interview met Respekt, waarin hij herinneringen ophaalde aan zijn jeugd. Psychedelica waren in de jaren zestig bepalend voor zijn generatie. Nooit heeft Doblin het geloof in het potentieel van psychedelische middelen opgegeven. Ondanks het strikte verbod op drugs dat halverwege de jaren tachtig werd ingevoerd, richtte hij de non-profitorganisatie MAPS op, die eraan bijdroeg dat vergeten stoffen beetje bij beetje weer in de geneeskunde terugkeerden. En toen er deze eeuw weer opnieuw onderzoek werd gedaan, leverde dat indrukwekkende uitkomsten op.
Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen
Om een voorbeeld te noemen: een onderzoek uit 2016 toonde aan dat 67 procent van de patiënten met een klinische depressie binnen een week na de inname van een psychedelicum verlichting ervoer. Bij de meerderheid van hen hield het effect zelfs langer dan drie maanden aan. Drugs bieden weer hoop voor de behandeling van psychische stoornissen, waarvan de traditionele farmacologische behandeling al enige tijd is gestagneerd. ‘Zonder Stanislav Grof waren we niet geweest waar we nu zijn,’ zei Doblin in juni op een conferentie in Praag, waarmee hij de Tsjechische bijdrage op dit gebied prees.
En het blijft niet bij de herinnering aan de beroemde founding fathers. Tsjechische psychiaters zijn in het nieuwe millennium op de rijdende trein van de psychedelische renaissance gesprongen, en het NUDZ behoort nu zelfs tot de meest gerespecteerde instituten wereldwijd die onderzoek doen naar psychedelica.
Mentale toestand
Deskundigen zijn er tegenwoordig van overtuigd dat de mentale toestand van iemand die een psychedelische sessie ondergaat van fundamentele invloed is op het verloop ervan. Daarom probeerde Vladimir op advies van artsen en psychotherapeuten, die hem op de ervaring hadden voorbereid, met zijn beste humeur naar de sessie te komen. Hij nam zijn vrouw mee ter ondersteuning en had souvenirs van zijn reizen naar Bali en Thailand bij zich. Nadat hij het tablet met een nauwkeurig afgemeten dosis had ingeslikt en op de bank was gaan liggen, gebeurde er aanvankelijk helemaal niets. Tot hij zich ineens realiseerde dat hij de muziek uit de koptelefoon, die hij normaal gesproken alleen met zijn gehoor zou waarnemen, voor zijn ogen zag. ‘Ik zag kleuren die niet in woorden te vatten zijn, omdat ze niet bestaan,’ zo probeert hij de ervaring te beschrijven.
Achter Vladimirs gesloten oogleden begonnen bekende kunstwerken ‘in onwerkelijke kleuren’ op te duiken, zoals de Dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci. En hij zag [de hooggelegen Praagse wijk] Vyšehrad: ‘Ik keek van de heuvel naar beneden en zag daar ineens in de donkere rivier een ingang naar een andere wereld, de grens tussen het bekende en het onbekende,’ zo herinnert hij zich het moment dat de chemische stof ten volle was ingetreden.
Opnieuw voelde hij de brandende twijfel of hij ondanks al zijn inspanningen wel een goede vader voor zijn zoons was geweest. Hij bedacht wat hij fout had gedaan. Maar toen hij door de geheime poort de andere wereld was binnengetreden, verdween de behoefte om al zijn beslissingen in goed en slecht op te delen. ‘Ik realiseerde me dat één mislukte poging niet het einde hoeft te zijn. Dat gaf me een geweldig perspectief. Alles viel ineens op zijn plek,’ aldus de gepensioneerde, die in zijn leven heel wat beroepen heeft gehad, van metrobestuurder tot IT-ondernemer.
‘Alles viel ineens op zijn plek’
Die ene ervaring zou hem van zijn zware depressies hebben verlost, maar soms voelt Vladimir dat het effect van de psilocybinetherapie afneemt. Om te voorkomen dat zijn depressies terugkeren, koopt hij nu ongeveer vier keer per jaar paddo’s, die hij onder toezicht van zijn vrouw gebruikt. ‘Maar ik ben blij dat ik vanaf het nieuwe jaar legaal aan psilocybine kan komen,’ zegt hij.
Psychedelica werken volgens een ander principe dan traditionele psychiatrische geneesmiddelen. Naast het reguleren van de niveaus van neurotransmitters die de stemming beïnvloeden, kan het toedienen van psilocybine onder professionele begeleiding een zeer diepgaande, soms zelfs mystieke ervaring opleveren. De psychologische impact ervan kan het perspectief van de patiënt op zijn of haar levenssituatie veranderen. Het helende effect wordt getriggerd door de beleefde ervaring; daardoor hebben psychedelica niet alleen het potentieel om de symptomen van problemen te verzachten, maar ook om de oorzaken ervan aan te pakken.
De verandering in het denken, zoals Vladimir die beschrijft, is het belangrijkste voordeel van de behandeling, dat verder ontwikkeld kan worden door middel van psychotherapie. ‘Psychedelica bieden zogenoemde inzichten,’ aldus psychiater en NUDZ-directeur Jiří Horáček, die al 25 jaar onderzoek doet naar deze stoffen. Hij test het gebruik ervan onder andere bij kankerpatiënten die oog in oog met hun naderende levenseinde vaak pijnlijke, existentiële stress ervaren. ‘Psilocybine levert bij deze cliënten zeer positieve resultaten op,’ zegt hij.
‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum’
Volgens Horáček leidt het gebruik van de stof soms tot het geruststellende besef dat de zin van het leven niet slechts gelegen is in ons tijdelijke bestaan, maar dat we deel uitmaken van de ontwikkeling van het universum en dat onze genen van generatie op generatie worden doorgegeven. ‘Ik heb een aantal patiënten gehad die dankzij psilocybine tot het besef kwamen dat hun leven zin had, ook al werd dat door ziekte bedreigd,’ zegt de psychiater. ‘Ze kregen hun levensvreugde terug en de kracht om voor hun kleinkinderen te zorgen, in de tuin te werken, te sporten of de natuur in te gaan. Dat effect houdt lang aan.’
Psychiater Tomáš Páleníček, een collega van Horáček bij het NUDZ, zegt dat mensen na het gebruik van psilocybine het gevoel kunnen hebben dat hun ‘ego in elkaar stort’, of bijna-doodervaringen kunnen krijgen. ‘Het gebeurt vaak dat mensen ineens beseffen dat we een volkomen onbelangrijk wezen zijn in het universum, dat we er slechts een ogenblik zijn en dan weer verdwijnen. Dat besef is soms een enorme
Zover komen dat je niet meer bang bent.Dat is het ultieme doel van de mens.– Italo Calvino, Het pad van de spinnennesten
Eind januari 2024. Hind Rajab is vijf jaar oud. Ze zit ineengedoken op de achterbank in de auto van haar oom en tante, samen met hun vier kinderen. Meteen nadat het zoveelste evacuatiebevel werd gegeven in het westelijke gebied van Gaza, is haar moeder met haar andere kinderen te voet gevlucht, maar vanwege de kou en de regen is Hind door haar oom en tante in de auto meegenomen.
Het is vroeg in de middag, het gedreun van de bommen dringt de auto binnen en er lijkt een verkeersopstopping te zijn. Er is iets aan de hand. Haar oom en tante voelen het, ze zijn nerveus, zitten opgewonden te praten. Niet ver van een tankstation in de wijk Tel al-Hawa wordt de auto meermaals beschoten door Israëlische machinegeweren.
Daarna een ijzige stilte. Hind kijkt om zich heen: niemand praat meer, ze zitten allemaal in elkaar gezakt. Met trillende handen pakt ze de telefoon uit de handen van haar vijftienjarige nichtje Layan, die is getroffen terwijl ze in gesprek was met iemand van de Rode Halve Maan. Hind vertelt: ‘De anderen zijn dood, of misschien slapen ze’, en smeekt om hulp. ‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang.’ De medewerkster aan de andere kant van de lijn is hevig bezorgd, want ze weet hoe gevaarlijk de situatie is; ze noemt Hind liefdevol ‘habibti’, ‘schatje’, en blijft aan de lijn om haar gezelschap te houden.
‘De tank staat naast me. Hij rijdt. Komen jullie me halen? Ik ben zo bang’
Na een drie uur durende communicatie – zo veel tijd hadden haar collega’s van de Rode Halve Maan nodig voor overleg met de Israëlische autoriteiten om de locatie van de auto te bepalen en toestemming te krijgen om het meisje in veiligheid te brengen – verzekert de medewerkster Hind dat er twee hulpverleners naar haar toe komen. De registratie van dit hartverscheurende gesprek, waarbij het leven van het kind aan een zijden draadje hangt, is bewaard gebleven voor de geschiedenis, en zal hopelijk ook ooit gebruikt kunnen worden door rechters, om de verantwoordelijken voor het bloedbad waarbij Hind door het Israëlische leger werd vermoord te straffen.
Pas na twaalf dagen zal het levenloze lichaam van Hind worden gevonden, in die auto waarop iemand maar is blijven schieten, doorboord door 335 kogels, niet ver van de ambulance met daarin de lijken van de hulpverleners van de Rode Halve Maan, die haar niet op tijd hebben kunnen bereiken. Het Britse team van Forensic Architecture, onder leiding van professor Eyal Weizman, heeft de afstanden en de richting van de schoten gereconstrueerd. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat het ‘niet plausibel’ is dat de Israëlische soldaten die vanuit de tank schoten geen duidelijk zicht zouden hebben gehad op de burgers die in de auto zaten – onder wie dus kinderen.
Het verhaal van Hind is een symbool geworden voor de wreedheid van de Israëlische aanval op de bevolking van Gaza, sinds 7 oktober 2023. Maar dit meisje is meer dan drie maanden na 7 oktober gedood, toen Israël al meer dan 26.000 mensen had vermoord, onder wie minstens 10.000 kinderen. Hoe heeft men dit allemaal kunnen laten gebeuren? En hoe is het mogelijk dat er ook nu – eind maart 2025, terwijl ik dit boek aan het redigeren ben –, nu het vastgestelde aantal omgekomen kinderen al meer dan 17.000 bedraagt, van wie er duizend nog geen één jaar waren, nog steeds straffeloosheid heerst, en dat de moordmachine die Israël in gang heeft gezet onvermoeibaar doorgaat? Het antwoord schuilt in decennia van manipulatief woordgebruik, dat heeft geleid tot een verwrongen perceptie van de machtsverhoudingen tussen Israëliërs en Palestijnen.
Elk Palestijns leven wordt gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël
De laatste dertig jaar heeft die bewuste manipulatie velen ertoe gebracht om te geloven dat de Palestijnen verantwoordelijk zijn voor hun eigen situatie, en dat ze een existentiële dreiging vormen voor Israël. Ook de kinderen? Ja, die ook, en misschien wel vooral de kinderen, want in de logica van de Israëlische aanval die na 7 oktober begon wordt elk Palestijns leven gezien als een mogelijk toekomstig gevaar voor de overleving van Israël.
Hoeveel Palestijnse kinderen zijn er zo omgekomen? Met de straffeloosheid van de schuldigen, met het gruwelijke verdriet van hele families en gemeenschappen? Dat zijn er tienduizenden. Het verhaal van Hind, hoe afschuwelijk ook, is niet ongewoon in Palestina. Mohammed Tamimi was twee jaar oud toen hij, een paar maanden voor 7 oktober 2023, door het Israëlische bezettingsleger – dat formeel bekendstaat onder de naam Israëlisch defensieleger (Israël Defence Forces: IDF) – door zijn hoofd werd geschoten terwijl hij bij zijn vader in de auto zat op de bezette Westelijke Jordaanoever. Niemand werd er verantwoordelijk voor gehouden, zoals gewoonlijk.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen Max en ik in Jeruzalem woonden, grensde onze tuin aan een heuveltje waarop een reusachtige, ongelooflijke moerbeiboom stond, die maandenlang vruchten droeg. Onder die boom lag altijd een paars tapijt van gevallen moerbeien, en de kinderen kwamen ze vaak rapen.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Vlak naast ons huis was een stenen muurtje waar zo’n metalen hekwerk op stond, dat er ooit, jaren eerder, provisorisch moest zijn geplaatst. De kinderen kropen er altijd onderdoor om moerbeien te gaan rapen, waardoor er een opening was ontstaan. Op een dag zag ik ze en zei: ‘Hé kinderen, als jullie moerbeien willen mogen jullie ook bij mij aanbellen en dan doe ik de poort voor jullie open, dan hoeven jullie niet daar onderdoor te kruipen.’ De meesten van hen verstonden me niet, want bijna niemand van hen sprak Engels, behalve een jongetje met donkere wallen dat ik al vaker in de buurt had zien spelen met zijn tweelingzusje en hun vriendjes.
‘Hallo,’ herhaalde ik dus, nu rechtstreeks tegen hem. ‘Ik weet dat jullie hier in de wijk wonen, ik heb jullie al heel vaak zien spelen. Als jullie moerbeien willen is het geen probleem, vraag het dan gewoon aan ons, zodat je je niet bezeert aan dat hekwerk.’ Zijn beleefde maar vastberaden antwoord deed me versteld staan.
‘Nee, dank u,’ zei hij. ‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan.’ Die kleine Mohammed was al heel assertief op zijn elfde.
Zijn familie was een van de eerste in de wijk Sheikh Jarrah geweest die door Israëlische kolonisten – gewapende burgers die de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bevolken, met steun van het leger – uit hun huis was gezet.
‘U hoeft de poort niet voor ons open te doen. Wij blijven onder het hekwerk door kruipen, zoals we altijd hebben gedaan’
In dit huis had Rifqa, de oma van Mohammed en van zijn zusje Muna, in 1948 haar toevlucht gezocht nadat ze was verdreven uit Haifa (sindsdien deel van Israël). Na een lange juridische strijd werd in 2009 het hoofdgebouw van hun bezit ingenomen door Israëlische kolonisten, terwijl de familie El-Kurd in de moestuin een huisje moest bouwen waar ze noodgedwongen met z’n allen in gingen wonen.
De reactie van Mohammed verbaasde me, want het is niet vanzelfsprekend dat een kind van elf jaar – of zeven, twaalf, veertien jaar – zo’n duidelijk besef heeft van rechten, ruimte en identiteit. Maar dat is wel de realiteit voor de Palestijnen die zijn opgegroeid onder de bezetting, en voor de miljoenen Palestijnen die zijn geboren in de vluchtelingenkampen rondom Palestina. Generaties mensen zijn opgegroeid terwijl ze zagen dat hun land dag na dag onder hun voeten vandaan werd gerukt, wat de voedingsbodem vormt voor een eindeloze strijd om hun huis, hun waardigheid, en om alles wat op die leeftijd vanzelfsprekend zou moeten zijn.
De kindertijd wordt afgepakt van de Palestijnen, ze worden volwassen in een kinderlichaam en gaan gebukt onder zorgen, spanningen, angsten en verantwoordelijkheden die ze op hun leeftijd niet zouden moeten hebben.
Vandaar dat ik, als Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden, in 2023 besloot om mijn derde rapport aan de kindertijd te wijden, waarbij ik gebruikmaakte van een Engels woord dat de Palestijnse realiteit levendig beschrijft: unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’. De keuze voor dat onderwerp ontstond uit de hoop dat ik het grote publiek meer inzicht zou kunnen geven in de ernst van de situatie als ik zou laten zien hoe het leven van een kind in Palestina daadwerkelijk is, naast de opgenomen statistieken en regelgeving.
unchilding, oftewel ‘de kindertijd ontnemen’
Toen ik mijn onderzoek deed, was alles heel anders dan nu: mijn rapport werd twee weken na 7 oktober 2023 gepresenteerd, maar ik had het twee weken voor die datum afgerond. En ook toen al was de situatie verschrikkelijk.
Op dat moment in het najaar waren de gegevens over de Palestijnse kinderen die in vijftien jaar tijd (van 2008 tot september 2023) waren gedood al schrikbarend: het waren er meer dan 1400. Ieder van hen een klein universum dat voorgoed was uitgewist. Van 7 oktober 2023 tot maart 2025 was dat toch al huiveringwekkende aantal meer dan tien keer zo groot geworden: in zeventien maanden zijn er ruim 17.000 kinderen gedood, onder wie meer dan duizend baby’s, van wie het leven al abrupt werd afgebroken nog voordat ze hadden kunnen leren kruipen, praten en spelen.
In augustus 2024 was Mohammed Abu al-Qumsan in Gaza bezig de geboortecertificaten op te halen van zijn tweeling, die drie dagen daarvoor was geboren, toen hij werd gebeld: je appartement is gebombardeerd, je vrouw en kinderen zijn in het ziekenhuis. We konden niets meer voor ze doen. Dood voordat ze hun ogen openden naar het leven.
Dat is de kindertijd, in Palestina.
Toen ik in 2023 niet het benodigde visum van de Israëlische regering kreeg om in de regio mijn onderzoe
Arwad is het enige bewoonde Syrische eiland en staat bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat. Ook tijdens de burgeroorlog heeft het eiland de traditie in stand weten te houden.
In de zinderende zon, tegen een achtergrond van de Middellandse Zee, slaan mannen spijkers in de achtersteven van een houten boot. Duizenden jaren lang hebben vele handen gezwoegd om deze vaartuigen tot stand te brengen. Halfafgebouwde geraamtes staan verspreid over het strand terwijl hun reeds voltooide witgeschilderde evenbeelden aan de horizon prijken.
Een meter of twee verderop kijkt Mohamed Bahlawan toe. In zijn gerimpelde handen houdt hij een wandelstok, zijn ogen zijn vochtig van de ouderdom. Hij knijpt ze een beetje dicht terwijl hij zijn woorden lang- zaam maar duidelijk articuleert. ‘Wat wij hier doen is zeldzaam,’ zegt hij met een sprankje trots in zijn stem. ‘Dit werk is nergens anders ter wereld te vinden.’
Bahlawan is een bewoner van Arwad, een eiland op 4 kilometer afstand van de Syrische kuststad Tartus. Arwad is het enige van een handjevol Syrische eilanden dat bewoond is en staat deels bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat.
Arwat staat deels bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat.
Vrijwel alle bewoners van het idyllische eiland zijn soenitisch. Hoewel de burgeroorlog het grootste deel van het land verwoestte, is Arwad er zonder fysieke schade van afgekomen. Wel vertrokken veel inwoners naar het buitenland om het regime van Bashar al-Assad of de militaire dienstplicht voor jonge mannen te ontvluchten. Veel anderen verhuisden naar het vasteland om werk te zoeken.
Voor de eilanders is de manier om de kost te verdienen onlosmakelijk verbonden met de omliggende zee; de meesten zijn matroos of visser en een kleiner gedeelte omarmt de traditie van scheepsbouw. Bahlawan erfde het beroep van zijn vader, die het weer van zijn vader leerde. Hij haalt herinneringen op over hoe het vak door de jaren heen veranderde.
Handwerk
‘In het begin deden we alles met de hand. We hadden geen elektrisch gereedschap, enkel een zaag, een dissel, een boor. Later innoveerden we; we kregen een houtzagerij en begonnen met elektriciteit te werken,’ vertelt hij. Zijn woorden worden overstemd door werkgeluiden verderop.
Iets verderop regelt zijn zoon, Farouk Mohamed Bahlawan, de productie van een boot naast zijn werkplaats aan zee. De vijfenvijftigjarige Farouk zit al vijfenveertig jaar in het vak. Tijdens de burgeroorlog kampte hij met de hoge materiaalprijzen, die zijn export beïnvloedden. De problemen werden verergerd door de helse bureaucratische procedures van de Algemene Syrische Autoriteit voor Land- en Zeehavens. ‘Ooit kon je alleen een [scheeps]bouwvergunning krijgen door iemand om te kopen,’ vertelt hij. ‘Nu is de rust teruggekeerd, worden er dingen gefaciliteerd en worden we aangemoedigd om in het vak te blijven.’
Nazem Taleb, huidig hoofd van de haven van Arwad, legt uit hoe de oorlog en de aanwezigheid van controleposten – waar reizigers tussen de verschillende gouvernementen vaak werden gearresteerd – mensen ontmoedigden om Arwad te bezoeken. ‘Er kwam zelfs bijna niemand meer,’ vertelt hij, en voegt eraan toe dat het eiland nu ook vaak bezoekers uit andere delen van Syrië ontvangt, evenals uit andere landen, zoals Libanon en Turkije.
Kinderen spelen aan de waterkant op het eiland Arwad, Syrië. – © Anagha Nair
De veertigjarige Hibra Qanatre uit Idlib is een van die bezoekers. Voor de val van het regime was het vanwege de aanhoudende burgeroorlog nagenoeg onmogelijk om het eiland aan te doen. Idlib werd geregeerd door de rebellengroep Hayat Tahrir al-Sham. Andere delen van het land vielen nog steeds onder het gezag van Assad.
‘Voor de revolutie kwam ik vaak naar Arwad – dit is mijn eerste keer na de val van het regime,’ vertelt ze op een van de veerponten die tussen Tartus en het eiland varen. Taleb zegt dat er dertig à veertig boten per dag aankomen op het eiland, elk met ongeveer veertig mensen aan boord. ‘Als begin is dat een mooi aantal bezoekers,’ zegt ze. Qanatres negenjarige nichtje Sara kijkt toe terwijl haar tante over haar bezoek vertelt. Ze is hier samen met haar moeder en haar nicht Naya. Terwijl de boot Arwad benadert, glimlachen de meiden breed en maken ze met hun vingers hartjes voor de foto, met de rug naar het eiland gekeerd. Lachende moeders houden telefoons in de lucht om ze te fotograferen.
‘Dit is de eerste keer dat ik naar het eiland kom. Het is heel anders [dan Idlib],’ zegt Sara terwijl ze plukjes haar uit haar gezicht veegt. ‘Wij hebben geen zee, en het weer is hier ook beter.’
Er klinken geen toeterende auto’s en er hangt geen uitlaatrook.
Tijdens Assads regime was de lucht altijd vervuld van de geur van wantrouwen en de gevreesde inlichtingendienst van de staat. Zoals in veel andere delen van het land voelden ook de inwoners van Arwad de ijzeren greep van het regime. Nu slenteren mensen rond in de hitte, hun handen plakkerig van het ijs dat ze aan zee hebben gegeten. Er klinken geen toeterende auto’s en er hangt geen uitlaatrook. Er heerst een geanimeerde sfeer tussen bewoners die elkaar passeren. Verder landinwaarts kijkt Mustafa Ali Bahar, een bewoner van Arwad, trots naar een bord dat hij voor de snoep- en drankjeszaak van zijn zoon heeft geplaatst. Naast een karikatuur van de ten val gebrachte president Assad staan de woorden ‘Waarom zouden we elkaar ontmoeten? Om bijvoorbeeld een drankje te drinken, haha’. De woorden zijn een referentie naar Assads antwoord op een journalist die hem in augustus 2025 in een interview vroeg waarom hij weigerde in gesprek te gaan met de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan. ‘Voorheen zou ik hiervoor naar Sednaya moeten,’ zegt hij terwijl hij naar het bord wijst. Hij doelt op de beruchte gevangenis waar tegenstanders van het regime en gewone Syriërs werden gemarteld.
Maar, geeft hij ook toe, niet alle wonden zijn geheeld. Veel mensen die door de regering gevangen werden genomen, zijn nog niet teruggekeerd. Over hen is nog niets bekend.
180 graden gedraaid
In Arwad zijn we allemaal een soort familie – sommige van mijn buren werden gezocht en sommige van mijn familieleden ook,’ zegt hij. Hij vertelt dat het eiland destijds zwaar was doordrongen van informanten en functionarissen uit verschillende overheidsdiensten, zowel administratief als gerelateerd aan de inlichtingendiensten. ‘Na de bevrijding keerden veel [vluchtelingen] terug.’
Farouk Bahlawan vertelt dat de situatie van Arwad ‘180 graden is gedraaid’ sinds het regime ten val kwam, maar dat hij hoopt dat de faciliteiten nog verder zullen verbeteren. ‘Vandaag de dag worstelen we met [het gebrek aan] elektriciteit. Ook moeten belastingen van de gemeente of het ministerie van Binnenlandse Zaken worden verlaagd zodat we in ons vakgebied kunnen blijven.’
Farouk werd geboren in een familie die veel kennis heeft van de scheepsbouwtraditie. Zijn zonen wilden hem graag opvolgen, maar Farouk was het daar niet mee eens. Nu zijn zijn zonen opgeleid in werktuigbouwkunde. ‘Ze wilden het vak leren, maar ik liet het niet toe,’ zegt hij op ietwat defensieve toon. ‘De reden is dat we hevig werden onderdrukt en beïnvloed door de havenautoriteiten.’De meeste eilanders moesten in die tijd knokken om hun vak te beoefenen. Visser Mustafa Alaa Othman vertelt dat hoewel zijn kinderen niet voor het vak hebben gekozen, een van hen wel besloot maritieme studies te doen, wat ook een manier is om maritiem officier te worden.
Plofvissen
Othman legt uit dat de prijzen torenhoog waren en dat het regime op veel plekken aan plofvissen deed, een verwoestende techniek die vissen in het water doodt, zodat ze de vishandel konden monopoliseren. ‘Uiteindelijk hadden deze praktijken effect op ons en we konden er niets tegen doen,’ zegt hij. Hij hoopt dat de tijd waarin de zee nog barstte van de vissen, op een dag zijn wederkeer maakt.
Ook Farouk is optimistisch over de toekomst van zijn werk op het eiland. Hij vertelt dat hij er bij de regering op aandringt een instituut te stichten waar mensen scheepsbouw kunnen leren, zodat meer jonge mensen zich in het vak kunnen specialiseren. ‘Ik zou docent willen worden bij zo’n soort school, zodat dit beroep kan blijven bestaan.’
Farouk Bahlawan wijst naar de arbeiders terwijl zij een boot bouwen. – © Anagha Nair
Voor hem is scheepsbouw niet slechts een manier om geld te verdienen, maar een levenswijze. Hij beweert dat hij zich elke boot kan herinneren die hij in de afgelopen dertig jaar heeft gebouwd. ‘Als ik zie dat een van mijn boten wordt verwaarloosd, of aan reparatie toe is, doet me dat veel pijn,’ vertelt hij. ‘Ik ga met de boten om alsof het mensen zijn.’ Othman onderschrijft dit gevoel; hij gelooft dat het eiland Arwad moet worden gekoesterd en financieel gesteund. Zijn band met het ruime sop en zijn liefde voor deze levenswijze zijn in de loop der jaren alleen maar gegroeid. ‘Mensen die van de zee houden zijn daar vaak aan overgeleverd,’ zegt hij. ‘De zee overheerst en heeft een geheel eigen karakter.’
Hij heeft een zus in Baniyas, een kuststad op het Syrische vasteland, maar dat leven trekt hem niet aan. ‘In twintig jaar ben ik slechts één keer bij haar gaan logeren,’ zegt hij.
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» De wereld in 2026
» Ziektebestrijding in Senegal
» Verzameldrift
Vrijheid
De slogan waarmee de onvolprezen Jaap Torenaar veertien jaar geleden 360 introduceerde, is eigenlijk op alles van toepassing. Wie door één bril kijkt wordt vroeg of laat bijziend. Was je al bijziend, dan wordt het uitzicht nog beperkter. Maar in deze dikke nieuwjaarseditie tracteren we op verschillende monturen en een veelheid aan sterktes, zodat iedere lezer, met of zonder myopie, steeds een ander perspectief op bijvoorbeeld een universeel begrip als vrijheid kan krijgen.
Terwijl George Packer de zwaar bevochten vrijheden langzaam ziet verdwijnen in het steeds tiranniekere en patriotischer Amerika, valt een oorspronkelijke inwoner van het autocratische Noord-Korea van de ene verbazing in de andere over de voor hem ondenkbare vrijheden die Packer langzaam ziet afbrokkelen in eigen land.
Schrijven over liefde en erotiek van vluchtelingen, dat was een aantal vrijheden te ver
Zelf een president kiezen? Ga weg. Bij Noord-Koreaanse verkiezingen is er maar één kandidaat, op wie je verplicht bent te stemmen. Volkomen normaal voor een Noord-Koreaan. ‘Het was een wonder, een droom die uitkwam: leven in een land waar de president rechtstreeks wordt gekozen,’ zegt David die op zijn negentiende naar de Republiek in het zuiden vertrok. Maar Packer ziet dat anders en wijst ons juist op wat er gebeurt als het sociaaldemocratisch gedachtegoed wordt gereduceerd tot een verkiezingsuitslag – al helemaal als daarmee de machtigste man ter wereld wordt gekozen.
De Eritrees-Britse Sulaiman Addonia woonde van zijn tweede tot zijn tiende in een vluchtelingenkamp in Saoedi-Arabië. Hij zag het toonbeeld van vrijheid voor het eerst belichaamd toen hij Londense Hyde Park in liep en stilhield voor de Speakers Corner. Zijn euforie moest hij later bijstellen. Schrijven over liefde en erotiek in een vluchtelingenkamp, dat was een aantal vrijheden te ver. ‘Wil je mij dan nooit meer zien?’ vroeg zijn moeder, wiens ingesproken verhalen op cassettebandjes hem juist tot schrijven hadden aangezet. Vrijheid, begreep hij uit de reacties op zijn werk, ook in zijn nieuwe thuisland, was niet alleen een individuele ruimte, maar een gedeelde, soms begrensd door de ander. Zijn personages dienden zich zelfs in zijn verbeelding van lichamelijke intimiteiten te onthouden. Gelukkig bleef hij volharden in zijn strijd voor een nieuwe Afrikaans-Europese avant-garde. En die zou zich – gezien de voorspellingen voor 2026 – het komende jaar best eens verder kunnen ontwikkelen.
Katrien Gottlieb
gottlieb@360international.nl
Hedendaagse oorlogen zijn voorbeelden van de totale verwoesting die door mensen kan worden aangericht. Toch bestaat er zoiets als de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’. Is deze nog te verdedigen?
Oorlog kennen we allemaal. Het is al duizenden jaren onderdeel van de menselijke ervaring. Het grootste deel van die tijd waren er bepaalde regels voor hoe een oorlog moest worden gevoerd. Ze vonden plaats op een slagveld, de burgerbevolking werd beschermd en er werd gebruikgemaakt van eenvoudige wapens. Maar de oorlogsvoering is veranderd. Ze is verwoestender geworden door het gebruik van geavanceerde drones en bommen, waarbij vaak ook burgerdoden vallen.
Het aantal conflicten in de wereld heeft een toppunt bereikt sinds de Tweede Wereldoorlog en het aantal landen met kernwapens groeit gestaag. De oorlogen in Oekraïne en Gaza zijn hedendaagse voorbeelden van de totale verwoesting die oorlog kan aanrichten. Bertrand Russell schreef: ‘Oorlog bepaalt niet wie gelijk heeft, maar alleen wie er overblijft.’ In hedendaagse oorlogen blijft er niet veel over. We kennen de verhalen van deze twee oorlogen omdat we ze indirect meemaken en zien hoe ze zich voltrekken. We weten dat de aanvallende partijen kolossale offensieven zijn gestart. We weten dat de binnengevallen landen wreed zijn aangevallen en hevig lijden, terwijl er maar geen eind lijkt te komen aan het conflict.
Vanaf het moment dat oorlog voor het eerst werd uitgezonden op televisie zijn we meegenomen naar slagvelden over de hele wereld. De beelden van deze oorlogen zijn in ons geheugen, ons hart en onze ziel gegrift. We zien de holle ogen van uitgehongerde kinderen die door een broer of zus worden vastgehouden. We zien kinderen die met uitgestrekte armen lege pannen omhooghouden bij een voedselpunt om maar iets te krijgen om mee naar huis te kunnen nemen. We zien ziekenhuizen met een gebrek aan medisch materiaal, bedden en hygiëne. We zien dokters en verpleegkundigen die worden overspoeld door het aantal binnengebrachte gewonden. We zien mannen die lijkzakken dragen en vrouwen die huilen om een geliefde. We zien demonstranten die eisen dat hun familielid, levend of dood, na twee jaar gijzeling weer haar huis wordt gebracht. We zien hoe Oekraïners zich door de strenge winters vechten. We zien mensen van vlees en bloed die de littekens van oorlog voor de rest van hun leven met zich mee zullen dragen.
We zien hoe Netanyahu zijn plannen verdedigt om de overgebleven Palestijnen over te brengen naar een land als Soedan, waar mensen hun eigen hel van honger, dood, dakloosheid en burgeroorlog doormaken. We zien hoe Oekraïners hun land met man en macht beschermen en elke nacht vernietigende droneaanvallen ondergaan. Dit is oorlog anno 2025.
Theorie
Oorlog kun je beschrijven als gruwelijk, verschrikkelijk, verwoestend, zinloos, wreed, enzovoort, maar we moeten de term eerst beter begrijpen voordat we er iets mee kunnen. Er bestaat zoiets als de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’, en het loont om uit te zoeken wat dit precies betekent, omdat zoiets niet vaak is voorgekomen en omdat de theorie ons misschien kan helpen om vragen te stellen – en die te beantwoorden. Een rechtvaardige oorlog is ‘een ethisch kader dat de omstandigheden beschrijft waarin oorlog moreel gerechtvaardigd is, gericht op de redenen om oorlog te voeren en het gedrag binnen de oorlogvoering’. Er zijn bij een rechtvaardige oorlog drie zaken om rekening mee te houden: het recht om oorlog te voeren, het juiste gedrag tijdens de oorlog, en rechtvaardigheid na afloop van de oorlog. Deze principes moeten grondig worden overwogen alvorens de oorlog te verklaren.
Rusland wist allang wat het wilde: herovering van grondgebied waarop het recht beweerde te hebben, plus macht en aanwezigheid in de rest van Europa. Netanyahu gebruikte de slachting en de gijzelingen van 7 oktober als rechtvaardiging voor zijn acties tegen Palestina. Zijn doel is de volledige vernietiging van Hamas, de initiator van de aanslag op Israël, en de herovering van Palestijns grondgebied. In beide gevallen draait het om land en macht.
Er zijn bij een rechtvaardige oorlog drie zaken om rekening mee te houden
Wat ons betreft zijn deze twee conflicten geen weerspiegeling van de theorie van de rechtvaardige oorlog. Een rechtvaardige oorlog omvat de verplichting om de burgerbevolking, en in het bijzonder kinderen, te beschermen. Israël en Rusland hebben dit principe verworpen. Daarnaast is het geweld dat in deze oorlogen wordt gepleegd niet proportioneel als het gaat om de aantallen doden en de mate van verwoesting. De internationale gemeenschap noemt wat er gaande is genocide, etnische zuivering en oorlogsmisdaden.
Sinds het begin der tijden lijken wij mensen vijanden nodig te hebben om op te zoeken en te vernietigen. Onze eindeloze zoektocht om oorlog – en in het bijzonder het concept van de rechtvaardige oorlog – te begrijpen gaat door. Maar vandaag de dag moeten we ons afvragen: is een rechtvaardige oorlog überhaupt mogelijk, of zijn we met deze nieuwe dimensies van onmenselijkheid en kwaad dat station al ruimschoots gepasseerd?
‘Het allerwreedste wat je het ego van een man kan aandoen, is zeggen dat zijn haar niet helemaal “je van het“ is’, schrijft voormalig toptennisster Andrea Petković. Zo’n opmerking kan zelfs grote gevolgen hebben.
Als ik bepaalde mannen in mijn persoonlijke kring een onveilig gevoel wil geven, hoef ik daartoe enkel een snedige opmerking over hun kapsel te maken. En met bepaalde mannen bedoel ik alle mannen die ik ken.
‘Naar de kapper geweest?’ – terwijl er in geen velden of wegen een nieuw kapsel te bekennen is.‘Wat heb je met je haar gedaan?’ als je gewoon wat wil stoken. Soms volstaat een lange, bedachtzame blik richting iemands haargrens voor het gewenste resultaat: een onzekere man.
Ik ben er nog steeds van overtuigd dat mijn coach Petar een zeer beroemde, zeer getalenteerde top 3-tennisser vier maanden van zijn carrière heeft afgenomen, enkel door langs hem te lopen in de sportschool, over zijn eigen (dus Petars) bol te aaien en tegen de speler te zeggen: ‘Binnenkort zie je er net zo uit als ik.’ Petar is sinds zijn twintiger jaren kaal. De speler in kwestie, een knappe en doorgaans zelfverzekerde jongeman, begon te stamelen en zich te verontschuldigen in zijn poging een weerwoord te bedenken en verloor de daaropvolgende vijf toernooien in de eerste ronde. Het duurde even voor hij van die zware klap was bijgekomen en zijn techniek weer onder de knie had.
Ik moet trouwens wel zeggen dat Petar zelf een uitzondering is. Geen enkele haaropmerking, hoe gemeen ook, zou deze man kunnen breken.
De Spaanse Carlos Alcaraz scheerde zijn ravenzwarte lokken af. – © ANP
Ik blik terug op het U.S. Open van dit jaar. Het feit dat Carlos Alcaraz per ongeluk zijn magnifieke ravenzwarte lokken afscheerde en dat hij de tenniswereld toe- (en uit)lachte toen ze reageerden alsof hij zojuist op straat een baby had verslonden, was het eerste teken dat hij dit prestigieuze toernooi zonder kleerscheuren zou overleven. En wel hierom.
Ik was een professioneel tennisster toen sociale media triomfantelijk oprukten en onze hersencellen begonnen af te stompen. Dag in, dag uit kreeg ik op mijn profielen opmerkingen over mijn uiterlijk. Dit is niet verrassend; ik ben een vrouw (hoewel veel gebruikers meenden dat ik een man was omdat ik over spieren en een perfecte kaaklijn beschikte) en dat soort dingen hebben wij nou eenmaal altijd moeten doorstaan. Soms lachte ik, soms huilde ik en soms belde ik Adidas om te vragen of ze mij T-shirts konden sturen in plaats van mouwloze hemden, zodat ik mijn spieren kon verbergen (aan de kaaklijn kon ik weinig doen).
Jack Draper reageert op het matchpoint tegen Federico Agustin Gomez tijdens de 2025 US Open. – © Getty Images
Je kan wel doen alsof het je koud laat, maar hier en daar kan een reactie akelig blijven hangen en zich een plek verwerven tussen al die afgestompte hersencellen. Daarom zien alle vrouwen op tv er nagenoeg perfect uit. Zelfs tennissters en sporters hebben hun haar tegenwoordig tot in de puntjes gevlochten, dragen op maat gemaakte outfits, hebben een egale huid en onberispelijke make-up. Na alle reacties en al het gepraat achter hun rug om was de enige oplossing ervoor zorgen dat er NIETS op hun uiterlijk aan te merken viel – al is dat uiteindelijk een utopie.
Wat voor vrouwen in de publieke schijnwerpers hun algemene uiterlijk is, is voor mannen in diezelfde schijnwerpers – vooral topsporters – hun haar. Daarmee kunnen ze persoonlijkheid tonen, een kalend plekje verbergen of ‘niet kaal, maar cool’ zijn. Denk aan Jack Draper met zijn frosted tips [geblondeerde puntjes], die de gedachte aan boybands uit de vroege jaren 2000 oproepen, David Beckham en de opkomst van de metroseksuele man die gewoon moisturiser mag gebruiken en zijn nagels knipt. Denk aan Taylor Fritz met zijn vorig jaar geblondeerde haar, een trotse knipoog naar zijn roots als Southern Californian jongen die net iets te veel van surfen en van [de band] Fall Out Boy houdt. Denk aan Alexander Zverev en zijn man bun, die al zo’n tien jaar uit de mode is – maar tennissers malen niet om trends. Hij loopt rond met een kapsel dat alleen maar omschreven kan worden als: dringend aan een knipbeurt toe.
De Duitse Alexander Zverev en zijn vaste knot, ‘die al tien jaar uit de mode is’. – © Getty Images
Dit is wat ik eigenlijk wil zeggen: het allerwreedste wat je het ego van een man kan aandoen, is zeggen dat zijn haar niet helemaal ‘je van het’ is. Toch is dat precies wat de volledige tenniswereld deed met Carlos – en Carlos glimlachte erom. Hij verloor maar één set in de finale tegen Jannik Sinner, won de U.S. Open en heroverde de wereldwijde nummer 1-plek. Carlos Alcaraz heeft écht zelfvertrouwen. Het soort zelfvertrouwen dat niet ten val kan worden gebracht door externe krachten, het soort zelfvertrouwen waarmee je toernooien wint.
En dat, dames en heren, is mijn haartheorie. Hij is boud en nogal subjectief, maar hij is van mij. De haartheorie is tevens waarom ik vermoed dat er zo veel goede roodharige tennisspelers zijn. Boris Becker, Jim Courier, Jannik Sinner. Als je een jeugd met oranje haar en sproeten kan doorstaan, kun je alles.
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» Bestaat er zoiets als ‘rechtvaardige oorlog’?
» Dit is hoe de media over Soedan schrijven
» De psychologie van mannelijke kapsels
Passend en proportioneel
Oorlogen bestaan voornamelijk uit verschrikkelijk leed, dood en constante vernietiging. Elke weduwe die alleen kinderen opvoedt, of het nu in Afghanistan, Gaza of Oekraïne is, weet dat maar al te goed. Toch schuilde in elk oorlogsgebied waar ik als verslaggever verbleef achter het verdriet soms ook het verlangen naar voortzetting van de oorlog.
Naar een oorlog, werd dan gezegd, die anders zou zijn. Waarin de moordenaars van vaders en zonen achter de tralies zouden belanden. Of eveneens zouden worden gedood.
Deze angstaanjagende dorst naar meer geweld zag ik vaak genoeg in de ogen van mensen wier pad ik kruiste – ongeacht cultuur of afkomst. Wij in het democratische Westen houden ons graag voor dat we anders zijn. Maar dat zijn we niet. Na de terreuraanslagen van 9/11 heerste een onlesbare dorst naar gerechtigheid; ‘Make no mistake, we will hunt them down’. Een lange, brute oorlog in Afghanistan was het gevolg. Twee jaar later vielen de VS, met dezelfde argumenten, Irak binnen. Na de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 was het een lid van de regering van premier Bibi Netanyahu die de Palestijnen in Gaza ‘ongedierte’ noemde – een onverbloemde uiting van die onstilbare honger naar oorlog, en des te schokkender in een regio waar al duizenden jaren geleden in het Oude Testament het principe van passend, proportioneel geweld werd vastgelegd: ‘oog om oog, tand om tand’ – niet minder, maar dus zeker ook niet meer.
Bestaat een ‘rechtvaardige oorlog’?
In Europa rechtvaardigden sommigen de brute moordpartijen door Hamas op voornamelijk Israëlische burgers als een antwoord op het langdurige lijden van de Palestijnen. Opnieuw; een soort ‘rechtvaardige’ aanval. Die wereldwijd geaccepteerde behoefte aan wraak maakt het voor staten wel heel eenvoudig om de grieven en de roep om gerechtigheid van oorlogsslachtoffers te manipuleren.
Bestaat een ‘rechtvaardige oorlog’? Is het meer dan een mooie term voor wraak? Per slot van rekening is een oorlog vooral een vorm van collectief geweld. U hoeft het dan ook niet eens te zijn met dat idee van de rechtvaardige oorlog, waar filosofen en historici over debatteren. Maar het is de moeite waard ons erin te verdiepen. Door al die mensen die ik in oorlogsgebieden ben tegengekomen die hun geweld aan anderen willen opleggen, zal de verschrikking van oorlog nooit helemaal van onze aarde verdwijnen. Maar op zijn minst kunnen we grenzen proberen te stellen aan die momenten van hunkering naar gerechtigheid – of, als u wilt, naar wraak.
Antonia Rados
redactie@360international.nl
Schrijver Yassmin Abdel-Magied geeft een satirische handleiding voor hoe je als westerse media-outlet de oorlog in Soedan rapporteert.
Gebruik altijd het woord ‘vergeten’ in je titel. In onderschriften mogen woorden zoals ‘hopeloos,’ ‘agressief,’ ‘crisis’ en ‘conflict’ worden verwerkt. Andere nuttige woorden zijn ‘genegeerd,’ ‘onzichtbaar’ of ‘verwaarloosd.’ Vergeet niet gebruik te maken van passieve zinnen. Vestig niet te veel aandacht op wie er precies negeert en vergeet, maar impliceer alleen dat dit een permanente en onveranderlijke vloek van de staat is.
Verwerk nooit een afbeelding van de natuurlijke schoonheid van Soedan of Soedanese mensen in je werk. Zorg dat de wanhoop van de pagina’s druipt, langs uitstekende botten, opgeblazen buiken en zwartgeblakerde en gebombardeerde gebouwskeletten. Denk in sepiafoto’s. Als je echt wil choqueren, gebruik dan een close-up van de ogen van een vrouw die recht in de camera kijkt, met haar hele gezicht gewikkeld in kleurrijke stof en een air van opstandigheid en beschuldiging in haar blik. Een vlieg die als een moedervlek op de huid zit is goed. Het doel van elke afbeelding is om medelijden of schuldgevoel op te wekken.
Behandel Soedan in je artikel, in je opiniestuk, in je verhaal bekroond met een Pullitzerprijs, alsof het een homogene plek is. Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit. Spreek van ‘het land’, fluister ontzagvol over de afmetingen van de woestijn en beklaag je over de ruwe omstandigheden. Refereer meer naar geografie dan steden; noem ‘De Sahel’, ‘De Sahara’, ‘De Hoorn,’ en ‘De Rode zee’ in plaats van ‘Atbarah,’ ‘El Obeid,’ ‘Nyala’ of ‘Sennar’. Omschrijf Soedan door gebruik te maken van andere landen die mensen kennen, maar niet begrijpen. Noem het ‘het nieuwe Somalië,’ ‘het nieuwe Syrië,’ ‘het nieuwe Libië,’ ‘het nieuwe Jemen.’ Maak je niet te druk om het feit dat deze beschrijvingen nergens op slaan. Concentreer je op de ongrijpbaarheid, het massale leed, het gevoel. Leed is een taal die mensen in jouw wereld kunnen begrijpen, maar vergeet niet duidelijk te maken dat dit het soort catastrofe is dat alleen in ‘deze regio’ voorkomt, oftewel een situatie die zo ‘deplorabel’ en ‘onmenselijk’ is, dat het met geen mogelijkheid ‘hier’ kan gebeuren, waar je westerse publiek zich ook mag bevinden.
Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit
Beschrijf wat er aan de hand is als een ‘burgeroorlog.’ De lezers zullen zich het meest op hun gemak voelen als ze de indruk hebben dat de Soedanezen elkaar als onbedachtzame woestelingen afmaken, in plaats van om gebruikelijke redenen zoals het vergaren van territorium en middelen, of om politieke en economische macht. Als je ‘genocide’ ter sprake brengt, laat dan doorschemeren dat de achterliggende reden ‘stamconflict’, ‘rivaliteit,’ of nog beter, ‘haat’ is. Benadruk het gebrek aan denken (aan hun kant, niet de jouwe). Je kunt ervoor kiezen om het te beschrijven als een ‘proxy’-oorlog, waarmee je kennis van de geopolitieke gevolgen van de situatie suggereert. Weersta de drang om dieper in te gaan op specifieke details, die vindt de lezer irrelevant en saai. Vermijd gebruik van de meest accurate verwoording ‘contrarevolutionaire’ oorlog. Het bevat te veel lettergrepen en doet denken aan de Soedanese burgers die bijna dertig jaar geleden met een machtige en geweldloze verzetsbeweging een dictator van de troon stootten. Benoem de revolutie nooit. Je lezers kunnen het zich niet voorstellen om te leren over gemeenschapsvorming, wederzijdse hulp en rechtvaardigheid door mensen als de Soedanezen. De enige kennis van Afrikanen die ze accepteren moet bedekt zijn met stof, verhuld door hekserij en vervuld van aardklopperij of het eten van ingewanden.
Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan, laptops en elke vorm van technologie die nieuw voelt (zoals een Apple watch), delen van het land waar geen sprake is van direct conflict en waar het leven onverstoord is doorgegaan, humor. Verfijnde kunst en cultuur.
Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan… humor
Vertel over Soedan als een plek zonder geschiedenis en zonder toekomst. Negeer de oude Nubische piramides in Nuri, Djebel Barkal, el-Kurru en Meroë, maar als je ze wel noemt, vergeet ze niet als ‘vergeten’ te beschrijven. Zorg, om je publiek niet te verwarren, dat je alle ‘beschaving’ die Soedan onverwacht kan bevatten, aan de Egyptenaren toeschrijft. Onthoud dat Soedan de poort is naar het ‘echte’ Afrika, en met ‘echt,’ bedoel je ‘Zwart’. Vergeet niet om Noord-Amerikaanse begrippen van rassenhiërarchie hierheen te transponeren. Jij beschikt over superieure kennis.
Herinner lezers er aan het begin aan dat dit de ergste humanitaire crisis ter wereld is en benoem dit als een natuurlijk gegeven in plaats van het resultaat van een serie keuzes gemaakt door leiders en instellingen die je lezers een warm hart toedragen. Benadruk de ernst van de crisis maar vermijd getuigenissen van de Soedanezen zelf. Gebruik data die verzameld is door organisaties die je lezers geloven en respecteren, zelfs in een ‘post truth’-tijdperk. Instellingen met twee of drie letters zijn het best: de VN, de WFP, AI, IMF, RC, AZG. Besteed de meeste tijd aan het behandelen van basisfeiten maar voeg geen context toe; Zo lijkt het alsof het conflict zonder enige gelegenheid uitbarstte en dat dit gewoon een terugkeer is naar de natuurlijke staat van het Soedanese volk. Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken. Maak Soedan tot Afrika, en Afrika tot Soedan.
Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse. Zorg dat je brede, algemene uitspraken doet over het kwaad dat alomtegenwoordig is binnen de militaire elite en de strijders die je persoonlijk, virtueel of op sociale media tegenkomt. Benoem de buitenlandse belangen, maar benoem niet specifiek de Amerikaanse dollars, Britse ponden, euro’s, Riyals en Dirhams die medeplichtig zijn. Steun enkel een boycott, maar doe het indirect. Leg de strategie niet uit. Soedan heeft geen strategie nodig, maar aandacht.
Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken
Als je het over de Soedanese bevolking hebt, vraag dan waarom ‘iedereen’ de oorlog in Soedan vergeet. Negeer het feit dat zij zelf aan het pleiten, doneren en van de daken aan het schreeuwen zijn sinds de eerste kogels werden afgevuurd (noem vooral kogels die worden afgevuurd, het liefst tijdens je interview, zelfs als het virtueel wordt afgenomen en je je op duizenden kiliometers afstand bevindt). Ga ervan uit dat deze Soedanees niet genoeg heeft geprobeerd om de wereld over de oorlog te vertellen, een oorlog waarvan jij weet dat hij zo verschrikkelijk erg is en waarover je je trots mag voelen dat jij ‘de wereld’ erover vertelt. Bied tips aan over hoe ze ‘het bekend kunnen maken’, zoals jij hebt gedaan. Jij houdt van Soedan, jij houdt van Afrika; jouw woorden en jouw platform bewijzen hoeveel je erom geeft. Je liberale identiteit is nog steeds vlekkeloos.
Wanneer je je steentje hebt bijgedragen, je artikel of je post hebt gepubliceerd, stuur het dan op naar elke Afrikaan die je kent, als blijk van je band met de goede zaak. Wees trots op het feit dat jij niet als andere westerlingen bent; jij geeft hierom. Jij bent niet racistisch. Jij bent anders. Zie je reposts over Soedan als bewijs dat jij niets tegen zwarte mensen hebt. Je hoeft je er niet voor te schamen als je de Soedanese en Palestijnse vlag door elkaar haalt. Besluit ze maar allebei te dragen, zo ben je beschermd tegen kritiek.
Als je een prijs wint omdat je werk ‘mensen bewust heeft gemaakt,’ zorg dan dat je je Soedanese ‘partners’ benoemt in je dankwoord. Zij zijn dan wel de journalisten in het gebied zelf, die hun leven op het spel hebben gezet om de informatie te verzamelen, maar dat is niet belangrijk. Jouw platform is belangrijk. Jij bent het kanaal waar het Soedanese nieuws doorheen stroomt. Dit is essentieel werk, en je doet het omdat je erom geeft. Als je de prijs in ontvangst neemt, benoem dan niet dat je Soedanese partners geen visum konden krijgen naar het land waar de ceremonie plaatsvindt.
© Yassmin Abdel-Magied
Dit stuk is geschreven door Yassmin Abdel-Magied en werd eerder gepubliceerd in Communication, Culture & Critique. De auteur voegde de volgende boodschap aan haar artikel toe:
‘We weten niet hoeveel mensen er in Al-Fashir zijn vermoord. Als u wilt doneren om de mensen te helpen die de situatie daar zijn ontvlucht, overweeg dan het Sudan Solidarity Collective.‘
Een diner op de Noordpool, kite-skiën op Antarctica of racen op een vulkaan; vermogenden kiezen steeds vaker de meest extreme ‘luxepedities’.
Henry Reid had de Matterhorn ‘gebeast’ door binnen zes uur naar boven en weer naar beneden te klimmen, en zocht nu naar een nieuwe uitdaging. Zo belandde de eenenveertigjarige op een speedboat die met tachtig kilometer per uur over de Noorse Trollfjord suisde, voorzien van survivalpak, skiboots en ski’s om de verse sneeuw uit te proberen.
De projectontwikkelaar uit Berkshire had samen met een groep vrienden wekenlang getraind voor de drie uur lange klim – en afdaling – van een 650 meter hoge berg te beklimmen, door kakelverse sneeuw. ‘Ik wist dat dit een van de fysiek uitdagendste dingen was die ik ooit zou doen,’ zegt hij.
De wandeling door de sneeuw vol kick-turns en zigzags, met ‘skins’ op hun ski’s om de helling op te kunnen lopen, was uitputtend. Maar volgens Reid was het het waard toen ze bij de ijzige afgrond aankwamen en zich ‘konden voorstellen hoe de Scandinaviërs op de mythen van de Walkuren waren gekomen’.
Toen ze na de terugreis door sneeuw tot aan hun middel weer bij de boot aankwamen was het tijd voor een bezoek aan een plaatselijke herberg genaamd Metro, naar zijn oorsprong als meteorologiestation. Na een diner bereid door een Italiaanse chef kwam de eigenaar van Metro, Matthias, ‘naar ons toe en zei: “Als jullie nog nooit het noorderlicht hebben gezien, moet je nu even naar buiten gaan,”’ vertelt Reid. ‘De hemel werd groen, met witte en blauwe strepen; het was de perfecte afsluiting van een perfecte dag.”
Het is de norm van een nieuw soort reiziger om met extreme vakanties de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen op te zoeken, op zowel fysiek als mentaal vlak. Dit zijn niet het soort avonturiers die in juni 2023 in de zwarte, ijzige diepte van de Atlantische Oceaan omkwamen in de Titan-onderzeeër van Ocean Gate. Denk eerder aan de techbro’s uit de film Mountainhead van Jesse Armstrong, die in identieke oranje skipakken de top van een berg in Utah beklimmen en daar neerstrijken om uit te rusten en hun netto vermogens met elkaar te vergelijken. Niet alleen de sneeuw was diep, maar ook hun portefeuille.
Gewoontjes
Nu recente rapporten aantonen dat de Mount Everest te vol en vervuild raakt – en dergelijke klimsessies inmiddels zo populair zijn dat ze te gewoontjes zijn geworden voor vermogende wereldmigranten – krijgen onaangeraakte bergtoppen, de krochten van de zee en zelfs de ruimte steeds meer aantrekkingskracht.
Neem Henry Cookson. Hij begon een nieuwe carrière waarbij hij anderen meeneemt naar het einde van de wereld en – als het meezit – weer terug. ‘Ik was een bankier met overgewicht die veel te veel tijd doorbracht in de Londense cafés. Mijn leven veranderde toen ik een uitnodiging ontving voor de Scott Dunn Polar Challenge,’ vertelt hij vanaf de top van een alp, waar hij eindelijk tijd heeft mij telefonisch te woord te staan.
Hij won de race van 580 kilometer naar de magnetische noordpool en brak met zijn tijd van elf dagen het parcoursrecord. Vervolgens wandelde en kiteski’de hij naar het zuidelijke punt van onbereikbaarheid – het punt in Antarctica dat in alle richtingen het verst van de zee ligt. Op 19 januari 2007, 48 dagen na het vertrek van het Novolazarevskaya-station, vestigde hij met zijn drie teamgenoten een wereldrecord; ze waren de eersten die de plek bereikten zonder gebruik te maken van motorvoertuigen.
‘Als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken’
‘Ik wist helemaal niet hoe je een poolexpeditie ondernam. Ik kon niet langlaufen en was zeker niet fit. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken,’ vertelt hij.
Met zijn bedrijf Cookson Adventures, dat hij na die reis oprichtte, kunnen klanten overal heen. Zo biedt hij een diner op de Noordpool aan, waarbij klanten vanuit Canada, waar het ijs dik genoeg is, naar het poolgebied reizen, en in een zogeheten jump plane naar de Noordpool vliegen, waar ze vervolgens naar een gedekte tafel op het ijs skydiven.
‘Sommige cliënten kunnen al skydiven, anderen worden aan een expert vastgemaakt,’ vertelt Cookson.Het ijs rondom de noordpool drijft rond en het is best een opgave om in te schatten welke richting het op gaat. Het is de bedoeling dat ze zich tegen de tijd dat het kamp staat en de gasten per parachute arriveren precies op de pool bevinden. ‘Iedereen wil een foto waarop de GPS bevestigt dat ze op de pool staan,’ legt Cookson uit.
Nadat de gasten een nacht op het ijs hebben doorgebracht zet Cooksons team een sauna met koelbad klaar om de gasten goed wakker te krijgen. De prijs: ‘Vanaf 1,2 miljoen dollar [ongeveer 1,04 miljoen euro],’ zegt hij, met nadruk op ‘vanaf’.
Na een overnachting op de Noordpool naar de sauna en tussen de sessies een duik onder het ijs. – © Cookson Adventures
Geen prijslimiet
Deze nieuwe niche voor reizen voor amateuravonturiers draagt de vreselijke naam luxepedities. Volgens onderzoek van reisconsulent Grand View bedraagt deze sector wereldwijd al ruim 1,4 biljoen dollar, met een verwachte jaarlijkse groei van 7,9 procent. Zo veel nullen op de rekening vallen in het niet naast de belofte van een ultieme uitdaging. ‘Als er een prijslimiet is, hebben we die nog niet gevonden,’ aldus directeur Kevin Jackson van EXP Journeys, die met het Dineh-volk in Noord-Amerika samenwerkt om voor het eerst een expeditie naar de top vande Tower Butte te organiseren, een 300 meter lange rotsachtige toren in Arizona met uitzicht op Lake Powell, om daar vervolgens te kamperen.
‘Zo heb je je privébergtop,’ vertelt hij. ‘Het is nooit eerder gedaan. Het uitzicht bij zonsopkomst en zonsondergang is een van de mooiste in de wereld.’
Na op de 23 meter lange woonboot Sumerset op Lake Powell te hebben overnacht, wandelen de gasten door de ravijnen naar de rotspilaar. Die beklimmen ze vervolgens van de zuidoostelijke zijde met reeds bevestigde touwen en de Jumartechniek – een soort touwladder. Eenmaal aan de top slaan ze hun kamp op met chef Shon Foster, die een ‘veredelde Navajo-tacomaaltijd’ voor ze bereidt. De volgende dag gebruiken ze de touwen om weer naar beneden te abseilen.
De laatste dag is minder uitputtend. Die besteden ze bij Amangiri, een post van Aman, de hotelgroep met de filosofie ‘less is more’ (totdat je de rekening ziet). De reis kost 20.000 dollar per persoon, uitgaande van een tienkoppige groep. Wrang detail: de dodelijke Titanic-expeditie kostte 250.000 dollar de man.
‘Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd”’
Waar komt deze toename in luxepedities vandaan? Voor de techbro-scene van Mountainhead spelen het gevaar voor eigen leven en de kans om jezelf te bewijzen spreken een rol. Maar Geordie Mackay-Lewis en Jimmy Carroll, voormalig kapiteins in het Britse Leger en oprichters van Pelorus, de firma achter Reid’s Noorse odyssee, hebben het niet zo op opschepperij en noemen een andere motivatie.
‘Je groeit, ontwikkelt en leert een heleboel over jezelf als je doorzet en jezelf uitdaagt,’ legt Carroll uit. ‘Klanten merken vaak dat ze van dit soort reizen weerbaarder worden, meer waardering krijgen voor teamwork onder druk en dat ze, als het leven wordt gereduceerd tot zijn puurste vorm, beter gaan inzien wat er echt toe doet.’
Reid stemt hiermee in: ‘Voor mij draait het niet om het patsen. Skiën is een van mijn favoriete bezigheden met vrienden. Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd.” Die reis naar Noorwegen wilde ik al jaren maken. Voor mij en mijn vrienden betekent het veel, het gaat niet om de buitenwereld.’ Na de zware klim kozen de vrienden ervoor de laatste twee dagen van hun Arctic Elements ski-ervaring over te gaan op heli-skiën, waarbij ze zich op tussen de 600 en 1500 meter hoogte vanuit de helikopter naar beneden lieten vallen.
Geprikkeld en uitgedaagd
Lauren Ho, reisdirecteur van de wereldwijde lifestylebijbel Wallpaper magazine, beaamt dat veel reizigers verlangen naar ‘vervreemding, ontdekking en de mogelijkheid op tijdens het reizen en geprikkeld en uitgedaagd te worden’.
Op weg van Londen naar Saudi-Arabië legt ze uit: ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom. Ooit reisden we om de wereld te ontdekken, nu boeken we hotels en restaurants vanwege hun beoordeling op Tripadvisor, allemaal geselecteerd door algoritmen en voor ons gemak geoptimaliseerd.
We bewegen ons door de wereld zonder al te veel uitdagingen. De plekken die er echt toe doen – en die ons bijblijven – zijn de plekken die provoceren, die ons confronteren en waar we nog lang na de reis aan terugdenken.’
‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom’
De door The White Lotus geïnspireerde trend om het nieuwste ‘it’-resort te bezoeken en op sociale media ervaringen met vaak gekunstelde luxe te delen, zet sommige welgestelde reizigers ertoe aan nieuwe horizonten op te zoeken. ‘Voordat het iets werd om te documenteren diende reizen om te ervaren. Men ging niet op reis om in contact te komen met de buitenwereld, maar om eraan te ontsnappen. Het was niet performatief maar persoonlijk. Geen publiek, enkel de spanning om op een plek te komen die niet eens doorhad dat je was gearriveerd.’ Luxereizenonsulent en hoofd van Brown en Hudson Philippe Brown is beaamt dat de drukke plekken, bekend van Instagram, er inmiddels ‘goedkoop’ uitzien voor rijke reizigers die ze al eerder bezochten. Hij ontwijkt de trendy ervaringen en kiest in plaats daarvan voor ‘zeldzame, ongebruikelijke paden, die juist resoneren met mensen die alles al hebben.’
Reisagent Jaclyn Charles, oprichter van Sienna Charles, beklaagt ‘de celebrityvorming van het reizen. Neem bijvoorbeeld Jeff Be
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» De negen oorzaken van mondiaal populisme
» De ‘luxepedities’ van superrijken
» De curieuze wezens in de marianentrog
Ongekend
The Economist vermeldt geen namen van haar journalisten, een mooi principe. Maar wie deze column ook heeft geschreven is een auteur naar mijn hart. Waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis, zegt deze, is de wereldwijde alcoholconsumptie aan het dalen. Om vervolgens uit te leggen hoe schadelijk dat is, niet alleen voor de samenleving maar ook voor de economie. Het heeft ook haast iets naïefs; als mensen al zo lang alcohol nuttigen, en zo frequent, is het dan wel een slim idee om er ineens massaal mee te stoppen?
Hoe dan ook geloof ik niet dat we het einde van het alcoholtijdperk mee zullen maken. Ook al omdat ik altijd wat argwanend word van zulke bewoordingen. ‘Voor het eerst in de geschiedenis‘, ‘nu meer dan ooit‘, ‘ongekend‘ zijn begrippen die in de media constant terugkomen, met, vermoed ik, als verklaring dat mensen nou eenmaal vinden dat hun eigen tijd in die 300.000 jaar dat we bestaan de belangrijkste van alle tijden is. In zijn essay over de oorzaak van het opkomende populisme springt Francis Fukuyama indirect op die neiging in. Hiervoor worden doorgaans negen verschillende oorzaken aangehaald, zet hij uiteen, en hoewel de meeste weliswaar geldig zijn, verklaren ze niet per se de ‘waarom nú’-vraag. Mensen zijn niet slechter geworden of armer of conservatiever. Er is maar één ding echt veranderd ten opzichte van vroeger, en daarbij spelen (kleine spoiler) diezelfde media een grote rol.
Mensen zijn niet slechter geworden of armer of conservatiever
Dat de gevolgen van het populisme immens kunnen zijn, laten de parallellen zien die tegenwoordig vaak worden getrokken met de Weimarrepubliek. Stukje bij beetje werd Hitler, de grote populist, de macht geschonken, in de arrogante of naïeve hoop dat die vervolgens wel kon worden beteugeld. Was het vanuit dezelfde arrogantie of naïviteit dat de Nobelprijs voor de Vrede werd uitgereikt aan iemand die door critici tot radicaal-rechts wordt gerekend en de prijs in haar dankwoord dan ook mede opdroeg aan Donald Trump? Behalve in Spanje hielden de media zich opvallend stil.
Waar Fukuyama niet op ingaat is waarom onverdraagzaamheid überhaupt zo makkelijk kan worden aangewakkerd. Maakt die ook al 300.000 jaar deel uit van de mens? Daarover peinst ook Zida Qanawati, die na tien jaar eindelijk weer bij haar moeder in Damascus op bezoek kan voor een kop koffie, een wens die in haar hoofd al was verworden tot fantasie. Ondertussen gaan de allerrijksten al skydivend naar een sterrenmenu op de Noordpool om, voor ‘de perfecte afsluiting van een perfecte dag’, ’s avonds nog een blik op het Noorderlicht te werpen. Ja, sommige dingen zijn toch wel ongekend.
Laura Weeda
Weeda@360international.nl
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» We slaan de plank mis met menselijke robots
» Als ouder moet ik het leven van mijn kinderen moeilijker maken
» ‘Hij geloofde in mij’
Technologie
Adriaan van Dis schonk het jonge 360 Magazine ooit een blurb om mee op de cover te pronken. Onmisbaar, vond hij ons, in verwarrende tijden. Duidelijker is het er sindsdien niet op geworden.
Neem de complexe relatie met technologie. Decennia terug stond innovatie voor een hoopvolle toekomst waarin auto’s kunnen vliegen en iedereen een robot als huishoudhulp heeft, in de eenentwintigste eeuw lijkt dat optimisme grotendeels verdwenen. Terwijl honderd mensachtige robots 24 uur per dag klaarstaan om opgeleid te worden op een ‘trainingsbasis’ van 3000 vierkante meter in Shanghai, en kunstmatige intelligentie in een rap tempo doorontwikkelt, is er nog geen sprake van een spectaculaire welvaartssprong. De AI-revolutie verloopt stroef, schrijft The Economist, en slechts 10 procent van de bedrijven zou op een zinvolle manier gebruikmaken van AI. Ondertussen chatgpt-en we erop los, kunnen de meest vernuftige apparaten meten, weten, controleren, in kaart brengen, diagnosticeren, manipuleren, uitrekenen, registreren, voorstellen, ingrijpen en produceren en wordt de vraag gesteld of die afname van eigen inspanning wel goed is als onze razendsnelle assistent steeds meer cognitieve taken overneemt.
Fantasie voerde hen mee naar een wereld waarin auto’s kunnen vliegen
Alle dystopische taferelen en angstaanjagende beweringen waarin de mensheid het uiteindelijk aflegt tegen machines, zullen in werkelijkheid minder extreem zijn volgens futuroloog Nick Foster, omdat de toekomst een verlengstuk is van het heden, ongemerkt genesteld in kleine alledaagse veranderingen.
Journalist Michelle Cyca wilde haar kroost aanleren om de lokroep van de technologie te weerstaan en probeerde ‘obstacle parenting’ uit; een nieuwe opvoedfilosofie die kinderen aanmoedigt afgevlakte zintuigen weer te gaan gebruiken en hun eigen verstand te bevragen, in plaats van dat uit te besteden aan een smartphone. Als ze er een hebben.
Zelf het goede voorbeeld geven, maar vooral de oefening in ouderlijke terughoudendheid, was voor Cyca moeilijker dan een schermloos scrollalternatief voor haar dochter vinden. Toen alle spelletjes gespeeld waren en de blaadjes volgetekend, liet ze de verveling van haar kind toe en voerde de fantasie hen mee naar een wereld waarin auto’s kunnen vliegen en iedereen een robot als huishoudhulp heeft.
Katrien Gottlieb
Gottlieb@360international.nl
Van stappen en hartslagen tot gelezen boeken en bekeken series: alles wordt gemeten, gevolgd en gedeeld. ‘Hoe groter de chaos in de wereld om ons heen, hoe meer we verslingerd raken aan cijfers.’
Alles tellen we. Calorieën, hartslag, stappen, minuten REM-slaap, boeken die we gelezen hebben, boeken die we nog willen lezen, series die we gezien hebben en series die we nog willen zien, reizen die we hebben gemaakt en reizen die we nog willen maken, goede vrienden en vage kennissen, films… Elke keer als we ergens een getal op kunnen plakken, geeft dat rust in ons hoofd. Hoe groter de chaos in de wereld om ons heen, hoe meer we verslingerd raken aan cijfers. Orde, recht en statistieken, dat zijn de geboden van de techno-ethiek, waarvan één god de normen bepaalt: de technologie.
Die cijfers zijn schijnbaar betrouwbaarder dan onze intuïtie, onze emoties of de werkelijkheid zoals ervaren door onze vijf zintuigen. James Nicholas Gilmore, docent media en technologie aan de Clemson University in South Carolina, meent dat we uit vrije wil in een spiraal zijn gestapt van wat hij en zijn vakgenoten het ‘proces van dataficering’ noemen. Dat houdt in dat ons hele leven in data wordt gevat, legt hij per e-mail uit. ‘Eerst deden alleen techliefhebbers daaraan mee, maar het is breed geaccepteerd geraakt en nu vinden heel veel mensen dataficering aantrekkelijk en spannend en een mogelijke bron van verondersteld nuttige informatie over hoe we eten, leven en bewegen,’ schrijft hij.
Hoe kun je ‘de beste versie van jezelf’ worden als je geen greep hebt op je statistieken?
Rond 2010 was het constant bijhouden van persoonlijke statistieken nog iets wat alleen de nerds van de zelfkwantificeringsbeweging deden. Doel was om via cijfers tot opperste zelfkennis te komen. Maar vijftien jaar later is het niet alleen heel normaal geworden om een ‘self-tracker’ te zijn, maar heeft het gepraat over cijfers een stichtelijke en vermanende toon gekregen. Hoe kun je ‘de beste versie van jezelf’ worden als je geen greep hebt op je statistieken? Hoe kun je ‘je prestaties optimaliseren’ als je je doelen niet kwantificeert?
De wereldwijde markt voor fitnessapparatuur was in 2023 circa 56,7 miljard dollar waard en niets wijst erop dat de groei er al uit is. Smartwatches van Fitbit en Garmin, brillen van Apple en ringen van Oura moeten welzijn en gezondheid in objectieve cijfers kunnen vatten en beloven zelfs zoiets ambitieus als ‘de complete optimalisering van het bestaan’. We hebben in korte tijd zo’n emotionele band met deze apparaten gekregen dat we zelden of nooit stilstaan bij hoe ze werken. We denken dat ze ons beter kennen dan wijzelf omdat ze ons – zo denken we althans – een objectievere kijk op ons bestaan bieden dan onze eigen beperkte en beïnvloedbare blik. Als deze apparaten, die we op aandringen van hun makers braaf ‘wearables’ noemen, het laten afweten en verkeerde data beginnen door te geven, als onze hartslag bijvoorbeeld die van een kadaver begint te naderen, raken we in paniek, zo is uit verschillende onderzoeken gebleken. Het doet er dan niet toe dat ons lichaam geen enkel teken geeft van onze aanstaande dood, want cijfers zijn heilig. Ons geloof in deze apparaten is onwrikbaar.
Controle
De cijfers waar ze mee komen zijn een combinatie van biometrische gegevens en AI die je activiteit in kaart brengt. Kunnen we daarop vertrouwen? Dat verschilt volgens Gilmore per gebruiker. ‘FitBit herkent stappen door een combinatie van sensoren en een algoritme dat de gegevens verwerkt. Als je in een normaal ritme loopt, kan dat horloge je stappen goed tellen, maar als je met een stok loopt, is er kans dat het je bewegingen niet correct registreert. En de zuurstofsensoren van wearables werken niet goed op een donkere huid.’
Wat ze wel goed kunnen, is ons het gevoel geven dat we alles in de hand hebben. ‘Veel mensen hebben het gevoel dat cijfers hun leven objectiviteit verlenen, en dat stelt ze gerust,’ aldus Gilmore. ‘Mensen lijken het leuk te vinden om cijfers te krijgen over allerlei aspecten van hun leven,’ schrijft Deborah Lutton in een e-mail. Zij doet veel onderzoek naar zelfkwantificering. ‘Daarom houden ze ook hun cultuurconsumptie bij. Zo kunnen ze zich als een groot lezer of iemand met een goede muzikale smaak afficheren. Dat soort kwantificering is er altijd al geweest, vroeger met pen en papier of met spreadsheets, nu met apps en platforms die ons in staat stellen onze cijfers met de hele wereld te delen.’
Sociale bevestiging is de nieuwste ontwikkeling in onze cijfermanie. Een jaar of tien geleden volstond het om met je beste cijfers te pronken, maar tegenwoordig willen we ons met anderen meten – en winnen. ‘We tekenen onze vooruitgang niet alleen op voor onszelf, we leggen alles vast zodat anderen, in potentie heel veel anderen, onze prestaties kunnen bewonderen. De sociale component is heel sterk,’ zegt Karen Shackleford, een sociaal psycholoog gespecialiseerd in media en technologie. ‘Na onze overlevingsdrang is het verlangen naar maatschappelijk succes een van onze grootste drijfveren,’ schrijft Matthew Lieberman, de schrijver van Social: Why Our Brains Are Wired to Connect. Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen, als ze mogen kiezen, een compliment nog verkiezen boven een toetje, of zelfs seks. ‘We vinden het heerlijk om zelfbevestiging van anderen te krijgen,’ zegt Lieberman.
‘De moeten leren inzien dat data ook verzonnen kunnen zijn, dat het een constructie is’
Uit de drang naar waardering (en zelfwaardering) gaan we zelfs liegen. Dan zeggen mensen dat ze vijftig boeken in een maand hebben gelezen, of in één weekend zes seizoenen van een serie hebben gekeken. Het maakt niet uit dat ze de bladzijden alleen diagonaal gelezen of de serie op dubbele snelheid afgespeeld hebben en zich er ook niets meer van herinneren. ‘Sociale interactie legt druk op,’ zegt Shackleford. ‘Het is mogelijk dat we er minder van genieten omdat het afmattend is om erover te vertellen en te posten, het kan zelfs dat we een boek lezen dat ons niet interesseert omdat het een sociale beloning oplevert, en we zullen allicht sneller gaan lezen omdat we een van de eersten willen zijn om een nieuw boek op onze lijst te zetten.’
Het bijhouden van alle activiteiten helpt bij het intellectualiseren van je leven. Gary Wolf, een van de grondleggers van de zelfkwantificeringsbeweging, mag in lezingen graag zeggen dat ‘cijfers de emotionele lading uit een probleem halen en het intellectueel behapbaar maken’. Emoties zijn maar lastig en zitten het handelen en de prestaties in de weg van wie ‘op optimalisering gericht’ is. ‘Het is misschien wat overdreven om van de verafgoding van data te spreken,’ zegt Gilmore, auteur van het boek Bringers of Order: Wearable Technologies and the Manufacturing of Everyday Life. ‘Maar ik denk dat veel mensen maar al te graag de data-ideologie onderschrijven, het geloof in data als de weg naar de waarheid, van hoe meer data hoe beter. We moeten leren inzien dat data ook verzonnen kunnen zijn, dat het een constructie is, soms heel nauwkeurig en goed gemaakt, maar altijd een afspiegeling van wat in berekeningen gevat kan worden. Het is niet de absolute waarheid.’
De Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han noemt mensen die door statistieken geobsedeerd worden ‘prestatiesubjecten’. Op alle vlakken is hun leven van productiviteitsdwang doordrongen, van slaap tot voeding, van lezen tot ontspanning. Die constante zelfmeting wakkert twee neigingen aan: introspectie en het verlangen naar zelfinzicht. De vooruitgang die we daarbij zoeken is meetbaar omdat volgens de techno-ethiek dat wat niet gemeten kan worden niet bestaat. Die gedachte kan ons in de problemen brengen.
Als mensen het hebben over de toekomst van AI of klimaatverandering, gaat het bijna altijd over uitersten. Maar ‘als ze eenmaal is aangebroken zal de toekomst heel gewoon aanvoelen. Alleen zal ons idee van gewoon een beetje verschuiven’, schrijft Nick Foster.
Volgens Google Trends is de interesse in ‘hoe de toekomst eruit zal zien’ sinds 2020 wereldwijd bijna verdubbeld. In heel korte tijd is ons leven overspoeld geraakt met talloze verhalen over wat ons te wachten staat.
Waar we ook kijken, steeds wordt ons een nieuwe adembenemende toekomst voorgespiegeld. Sommige mensen zijn optimistisch gestemd, of in elk geval bereid ons hun toekomstvisie te verkopen, waar ze vermoedelijk zelf beter van worden. Bedrijfsstrategen in hun schipperstruien van fleece schotelen hun onvoorstelbare voorspellingen met zoveel bombastisch zelfvertrouwen voor dat je je niet hoeft te schamen als je de stippellijnen op hun grafieken voor echte lijnen aanziet. Onze tv-schermen voeden ons leven met honderden uren toekomstcontent, van heroïsche films uit de Gouden Eeuw en hedendaagse dystopische tv-series tot de talloze nieuwsberichten en documentaires die de toekomst als iets volstrekt angstaanjagends afschilderen. En op de achtergrond blijven onze religieuze verhalenvertellers onverdroten hun eigen betrouwbare versies van verlossing en vergetelheid spuien.
De toekomst wordt helaas altijd voorgesteld als iets extreems
Wij presenteren onze ideeën over de toekomst graag als speculaties, voorspellingen of projecties, maar in werkelijkheid zijn het alleen maar verhalen, of liever nog veronderstellingen, flardjes leven die we elkaar voorschotelen in de hoop op instemmende of goedkeurende knikjes. Maar of voor deze verhalen nu woorden, cijfers of beelden worden gebruikt, de toekomst wordt helaas altijd voorgesteld als iets extreems.
Ieder van ons vindt deze extreme voorstelling van zaken misschien rampzalig of juist wenselijk, maar we hebben allemaal de neiging ons op de wildste scenario’s te concentreren, de scherpste pieken en dunste uiteinden van de klokcurve. Deze neiging doet ons echter geen goed en leidt ons af van de realiteit. Als ze eenmaal is aangebroken zal de toekomst niet extreem aanvoelen, maar gewoon. Alleen zal ons idee van gewoon een beetje verschuiven.
Kijk om je heen. Het heden levert ons al het bewijs dat we nodig hebben.
Toen ik een kind was in de jaren tachtig van de vorige eeuw zag je op een horloge hoe laat het was en, als je geluk had, de datum, maar tegenwoordig houdt mijn horloge mijn hartslag in de gaten terwijl ik slaap en kan het 112 bellen als ik buiten westen raak. De eerste helium-neonlaser werd gebouwd door Bell Labs voor een bedrag van twee miljoen dollar, maar nu kan ik voor een paar dollar een laserpen kopen om mijn kat te pesten. Mijn vriend Andy heeft een robotstofzuiger in huis, de paus zit op Instagram, het homohuwelijk is in bijna veertig landen legaal en in mijn hart zijn kleine stukjes Gore-Tex genaaid.
De normaalste zaak van de wereld
Of je de wereld nu vanuit een technologisch, politiek, wetenschappelijk of maatschappelijk perspectief bekijkt, ons huidige leven is in veel opzichten volstrekt anders dan dat van onze grootouders. Maar zo voelt het niet echt, toch? In onze ogen zijn al die veranderingen de normaalste zaak van de wereld. We hebben ze opgenomen in ons leven en ze voelen als vaste onderdelen van 2025. Kortom, ze voelen doodgewoon.
Wij hebben de gewoonte om alles wat doodgewoon is te negeren, maar hoe graag we het ook anders zouden zien, zo is de overgrote meerderheid van ons leven. Ik ben opgegroeid in een vochtige, postindustriële stad in Midden-Engeland en mijn kijk op de wereld is gevormd door de verhalen die ik om me heen hoorde.
Verhalen over het hele jaar sparen voor een weekje zon. Verhalen over biertjes op vrijdag, katers op zaterdag en een uitgebreid ontbijt op zondag. Verhalen over vechtscheidingen, tweedehands jassen, ondergelopen kelders, schrootzwendel, haarknippen in de keuken, busreisjes, mislukte dates, kruimeldiefstallen en dubieuze pillen.
Jouw eigen leven zag er misschien een beetje anders uit, maar deze verhalen klinken je vast wel bekend in de oren. Maar als we ons de toekomst voorstellen, hoe zien die verhalen er dan uit? Wat gebeurt er met al die personages en met het leven dat ze leiden? Waarom zitten er in onze toekomstverhalen geen taco’s, tissues, potloden en lekke banden en wat zou er gebeuren als dat wel zo was? Ik denk onwillekeurig dat we ons de toekomst dan een beetje anders zouden voorstellen.
Er staan ons grote veranderingen te wachten, maar die zullen niet gepaard gaan met vuurwerk of filmmuziek
Er staan ons in de toekomst ongetwijfeld grote veranderingen te wachten, maar die zullen niet gepaard gaan met vuurwerk of dramatische filmmuziek. Ze zullen eerder ongemerkt ons leven in sluipen en zich voegen bij alles wat dat leven momenteel beheerst. Ze zullen in de kleine lettertjes op onze tandpastaverpakking verschijnen, onder aan ons belastingaangiftebiljet, in onze autoverzekeringspolis en in de schappen van de supermarkt.
Of het nu gaat om kunstmatige intelligentie, klimaatverandering, robotica of schermtijd voor tieners, het is ongelooflijk makkelijk – en ongelooflijk lui – om de toekomst in extremen af te schilderen. Het is veel moeilijker – maar ook veel nuttiger – om je voor te stellen hoe deze dingen van invloed kunnen zijn op zoiets gewoons als de hond uitlaten.
Mensen zijn ongelooflijk flexibel. We hebben bewezen dat we ons gedrag heel goed kunnen aanpassen en alles wat op ons pad komt kunnen verweven met de dagelijkse realiteit. In de loop van mijn carrière heb ik gemerkt dat nadenken over de toekomst als een gewone doorleefde ervaring – en niet als een utopische fantasie of dystopische gruwel – mensen altijd helpt om die toekomst te aanvaarden, te begrijpen en er in gesprekken gedetailleerder op in te gaan.
Abstract
Als we nadenken over de toekomst moeten we altijd ruimte laten voor grootse, ambitieuze plannen en mensen waarschuwen voor mogelijke fiasco’s of rampen, maar daar blijft het niet bij. Hoewel we opgewonden of van afschuw vervuld kunnen raken door verhalen over radicale verandering, kunnen die ook heel erg abstract overkomen. Als we de toekomst niet gaan beschouwen als een verlengstuk van het heden en als we ons niet vastberaden gaan richten op de gevolgen van verandering voor de doodgewone ritmes van alledag, dan blijft de toekomst altijd ver weg, ongrijpbaar en op de een of andere manier ‘anders’ lijken, wat funest kan zijn voor onze generatie.
Of we nu zakenlieden zijn die een fusie voorbereiden of doodgewone mensen die kletsen in een café, de verhalen die we elkaar over de toekomst vertellen zijn echt van belang en het wordt tijd dat we er allemaal een rol in gaan spelen.
Nick Foster is ontwerper en heeft zijn carrière gewijd aan het bestuderen en ontwerpen van de toekomst voor bedrijven als Apple, Google, Nokia en Sony.
» Lees dit nummer online
Met onder andere:
» In delen van Mexico is Coca-Cola goedkoper dan water
» Het gebruik van het woord ‘genocide’
» Dieren- en plantenpopulaties op de Weense begraafplaats
Slak
Bent u deze zomer een goede toerist geweest? Viel u in de categorie massatoerist of in die van de kritisch reiziger, die zich graag aanpast en zich bewust is van zijn impact? Hoe dan ook zal die impact u niet zijn ontgaan, deze zomer werden weer recordtemperaturen behaald en een recordaantal bosbranden gemeld in Zuid-Europa. Liggend op het strand of sjokkend over de fraaie tegels van een oud stadje of een mooie begraafplaats zult u regelmatig maar één behoefte hebben gehad: water. Zolang dat in de buurt is, is het uit te houden.
Toch is die levensbehoefte niet voor iedereen zomaar binnen bereik. In landen waar de overheid tekortschiet, betalen armen zelfs vaak meer voor water dan de rijken. En die grijpen dan naar andere middelen om goedkoop hun dorst te lessen, waarbij Coca-Cola favoriet is.
In landen waar de overheid tekortschiet, betalen armen zelfs vaak meer voor water dan de rijken
Voor een sterke reportage van het prachtige gelijknamige tijdschrift Reportagen reisde Andrew Müller een week lang met een tolk door de hooglanden van Chiapas in Mexico, waar het gebruik van cola inderdaad massale vormen heeft aangenomen; sommigen drinken wel tien flessen per dag en er zijn speciale clubjes opgericht om af te kicken. Hoewel cola er tegenwoordig ook in rituelen wordt gebruikt, was dat niet, zoals Müller op Wikipedia had gelezen, om daarna door te boeren demonen te kunnen verdrijven. Onzin, zei een zapatista die hij er ontmoette; ‘We weten natuurlijk dat Coca-Cola slecht is.’ Maar verandering vindt ‘poco a poco’ plaats; stukje bij beetje. De zapatistas, vrijheidsstrijders voor wie de slak een belangrijk symbool is, geloven in langzame, maar radicale verandering.
Een mooi voorbeeld van hoe culturen zich vervormen en vermengen, en ook van hoe daar fabels omheen ontstaan. Net als bij toerisme zijn er bij die vermenging twee opties: iets wordt uit praktische overwegingen uit een andere cultuur overgenomen, of het wordt er bewust aan ontleend. Het resultaat is hetzelfde, en die goede en slechte toerist bestaan volgens Enrique Rey uit El País dan ook helemaal niet. Zelfs de meest kritische reiziger ontkomt niet aan het systeem waar hij zich tegen afzet. Het beste is om dat maar onder ogen te zien.
Toch zijn er altijd dingen die geleidelijk maar radicaal veranderen, vanuit noodzaak of keuze. Zoals in Taiwan, waar de twee rivaliserende partijen elkaar onverwacht vinden als het aankomt op geothermie. Of in de Mississippi Delta, een ‘voedselwoestijn’ waar steeds meer mensen als gemeenschap gaan verbouwen. Op de Weense begraafplaats Zentralfriedhof zijn de veranderingen zeer bewust: hier worden kleine diertjes door hoveniers beschermd en door bezoekers gevoed. Zo wordt deze niet alleen voor mensen een toevluchtsoord, maar ook voor dieren en de natuur.
Laura Weeda
Weeda@360international.nl
Kunstmatige intelligentie biedt enorme kansen voor bedrijven. Toch blijft grootschalige invoering uit. Slechts tien procent van de ondernemingen in de VS past AI daadwerkelijk zinvol toe, blijkt uit een onderzoek van United States Census Bureau. Hoe komt dat?
Laat de term ‘AI’ vallen bij grote ondernemers, en ze steken gloedvol van wal over het baanbrekende gebruik van kunstmatige intelligentie binnen hun organisatie. Recent zei Jamie Dimon van de Amerikaanse JP Morgan Chase dat zijn superbank over liefst 450 gebruiksscenario’s (use cases) beschikte. Yum! Brands, de fastfoodreus die onder meer Kentucky Fried Chicken en Taco Bell onder zijn vleugels heeft, stelt dat AI het nieuwe bedrijfssysteem van restaurants wordt. Booking.com dicht AI een belangrijke rol toe in het verbeteren van reizigerservaringen. En bijna de helft van de vijfhonderd grootste Amerikaanse beursgenoteerde ondernemingen (S&P 500) maakten melding van AI tijdens de toelichting van hun bedrijfsresultaten in het eerste kwartaal van dit jaar.
Wat de CEO’s ook mogen beweren, de AI-revolutie verloopt opvallend stroef. Volgens een hoogwaardig onderzoek van het United States Census Bureau (een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken) gebruikt slechts tien procent van bedrijven AI op een zinvolle manier. ‘De toepassing door het bedrijfsleven valt tegen’, zo staat in een recent artikel van de bank UBS te lezen. Goldman Sachs houdt ondernemingen in de gaten die ‘de grootste groei in basisomzet door AI-toepassing zouden kunnen realiseren’, en die hebben het de afgelopen maanden niet best gedaan op de aandelenmarkt.
Vreemd. AI biedt zulke grote mogelijkheden dat het geld op straat ligt. Waarom rapen bedrijven dat dan niet op? De verklaring ligt in persoonlijke economische belangen.
Pril
Natuurlijk is AI nog pril. Je moet wat hobbels overwinnen om de technologie goed te gebruiken. De integratie van data in de cloud, bijvoorbeeld, vergt tijd. Dat viel te verwachten. Maar dan nog gaat het erg langzaam. Voorspelden analisten van de bank Morgan Stanley dat bedrijven AI al in 2024 breed zouden toepassen, daar is niet veel van terechtgekomen. Dit jaar zouden autonome systemen taken uitvoeren op basis van data en vooraf gedefinieerde regels. Niet dus. Volgens UBS hebben bedrijven tot op heden vooral veel koudwatervrees getoond. Misschien moeten we dieper graven om de oorzaak te vinden van die discrepantie tussen het enthousiasme van leidinggevenden en de traagheid op de werkvloer.
Economen die de ‘beleidskeuzetheorie’ propageren, stellen dat overheidsfunctionarissen hun eigen belangen boven die van de burger laten prevaleren. Bureaucraten kunnen bijvoorbeeld weigeren banen te schrappen als dit betekent dat hun vrienden zonder werk komen te zitten. Vooral grote bedrijven kampen soms met dergelijke problemen. Er is een verschil tussen ‘formeel’ en ‘werkelijk’ gezag, stelden Philippe Aghion van de London School of Economics en Jean Tirole van de Universiteit van Toulouse in de jaren negentig. Op papier is een CEO bevoegd om grootschalige organisatorische veranderingen op te leggen. In de praktijk hebben vooral middenmanagers het voor het zeggen. Zij kennen alle valkuilen van de dagelijkse bedrijfsvoering en kunnen veranderingen die van bovenaf worden opgelegd naar eigen inzicht interpreteren, vertragen of zelfs tegenhouden.
Bij de invoering van nieuwe technologieën speelt die beleidskeuzedynamiek vaak een rol. Joel Mokyr van Northwestern University stelt dat ‘technologische vooruitgang altijd al op krachtige weerstand heeft gestuit. Het gaat om een doelbewust, uit eigenbelang voortkomend verzet tegen nieuwe technologie.’ Frederick Taylor, een ingenieur die aan het einde van de negentiende eeuw deugdelijke managementtechnieken in de VS introduceerde, stelde dat machtsstrijd binnen bedrijven de invoering van nieuwe technologie dikwijls heeft belemmerd.
AI en de belofte van groei
Wat gebeurt er met onze levensstandaard als kunstmatige intelligentie écht doorbreekt? De voorspellingen lopen sterk uiteen. ARK Invest noemt 7 procent jaarlijkse groei plausibel, Epoch AI denkt zelfs aan meer dan 20 procent. Ook wordt voorspeld dat de economie elke tien jaar zal verdubbelen; kinderen zouden honderden keren rijker worden dan hun ouders.
Nobelprijswinnaar Daron Acemoglu blijft sceptisch en schat dat AI de groei voorlopig met hooguit 0,1 procentpunt zal verhogen. Ook The Financial Times wijst op obstakels. Worden AI-systemen echt goed genoeg om zichzelf te verbeteren? En is er voldoende energie om hun rekenkracht te voeden? Voorspellingen over stroomverbruik en energiebehoefte die torenhoog zouden zijn remmen de opwaartse impact mogelijk af.
The Guardian waarschuwt dat de ‘hype’ rond Artificial General Intelligence (AGI) de wetenschap nu al overvleugelt, dat de autonomie in systemen nog ontbreekt.
Ook historisch perspectief wordt ingebracht: zoals dat in de jaren zestig verwachtingen ook hooggespannen waren – met onderwijs en technologie in opkomst –, maar de beloofde sprong in levensstandaard deels uitbleef. Economen benadrukken het belang van sectoren zoals zorg en onderwijs, waar productiviteit moeilijk te verhogen is, en wijzen erop dat juist deze sectoren in vergrijzende samenlevingen steeds meer gewicht krijgen.
De echte impact van AI ligt dus waarschijnlijk eerder in subtiele maatschappelijke verschuivingen dan in spectaculaire welvaartssprongen, in lijn met het pleidooi van Nick Foster.
Uit recent onderzoek blijkt dat deze machtsstrijd nog steeds gaande is. In 2015 publiceerden David Atkin van het Massachusetts Institute of Technology en zijn collega’s een artikel over fabrieken in Pakistan die voetballen maakten. Wat hen vooral interesseerde was hoe het ervoor stond met een nieuwe technologie die voor minder verspilling zorgde. Na ruim een jaar constateerden ze dat de toepassing ervan ‘eigenaardig beperkt’ was. De nieuwe technologie maakte dat sommige werknemers langzamer gingen werken, die daardoor de vooruitgang in de weg stonden — onder meer doordat ze eigenaren onjuiste informatie gaven over de waarde van de technologie. Een andere studie, van Yuqian Xu van de University of North Carolina in Chapel Hill en Lingjiong Zhu van Florida State University, beschreef vergelijkbare conflicten tussen werknemers en managers bij een Aziatische bank die haar activiteiten probeert te automatiseren.
Conflicten over AI binnen bedrijven zijn nog nauwelijks onderzocht, maar lijken behoorlijk fel te zijn. Moderne ondernemingen in welvarende landen zijn opvallend bureaucratisch. In de Verenigde Staten hebben bedrijven inmiddels zo’n 430.000 interne juristen in dienst, tegenover 340.000 tien jaar geleden – een stijging die veel groter is dan die van de totale werkgelegenheid. Hun voornaamste taak is vaak om medewerkers te weerhouden van bepaalde handelingen. Mogelijk maken zij zich zorgen over de juridische risico’s van nieuwe AI-toepassingen: hoe bepaal je aansprakelijkheid als er iets misgaat en er nauwelijks jurisprudentie bestaat? Bijna de helft van de respondenten in enquêtes van UBS noemt regelgeving en naleving als grootste obstakels bij het implementeren van AI. Andere juristen buigen zich over de impact op gevoelige kwesties als gegevensbescherming en discriminatie.
De tirannie van de inefficiëntie
Mensen in andere functies hebben ook zo hun zorgen. HR-medewerkers (van wie het aantal in de VS de afgelopen tien jaar met veertig procent is gestegen) zullen inzitten over het effect van AI op banen en om die reden obstakels opwerpen. Steve Hsu, een fysicus aan de Michigan State University en oprichter van een AI-startup, stelt dat veel mensen zich gedragen als de Pakistaanse voetbalfabrikanten. Managers uit het middenkader zijn beducht voor de langetermijngevolgen van AI. ‘Als het wordt ingezet om banen één echelon lager weg te automatiseren, zijn ze bang dat zij zelf op een dag aan de beurt zijn,’ zegt Hsu.
Op den duur zullen marktmechanismen er wel voor zorgen dat meer bedrijven serieus gebruik gaan maken van AI. Net als bij eerdere nieuwe technologieën, zoals de tractor en de personal computer, valt te verwachten dat innovatieve bedrijven de achterlopers uit de markt drukken. Maar dat kan nog even duren – misschien te lang voor de grote AI-bedrijven, die flinke rendementen nodig hebben op hun investeringen in datacenters. De ironie van arbeidsbesparende automatisering is dat mensen daarbij vaak een sta-in-de-weg zijn.
Over de hele wereld probeert de katholieke kerk de harten van jongeren terug te winnen. In Brazilië worden daar influencers, dj’s en twee dansende en zingende nonnen voor ingezet.
Het is feest in het klooster. Een breakdancer die zich voorstelt als de Wizard doet backflips. Een andere tolt rond op zijn rug. Een rapper, spotlights, twee cameramensen en een blitse Chevy met een geluidsinstallatie in de kofferbak en de bas op vol volume. En in het middelpunt: twee nonnen die in Brazilië plotseling sterren zijn geworden, zuster Marizele Rego en zuster Marisa Neves, omringd door danseressen compleet met kruis, habijt en nonnenkap.
Ze maken een videoclip voor hun nieuwe nummer ‘Vocação’: ‘Roeping’. Dat is een internethit sinds zuster Marisa enkele weken geleden in een katholiek tv-programma een dansje deed terwijl zuster Marizele het aanstekelijke refrein aanhief en begon te beatboxen. Dat tv-fragment ging meteen de wereld rond en werd tien miljoen keer bekeken. Gevolgd door memes, imitaties en optredens in talkshows. Whoopi Goldberg sprak in het tv-programma The View van een ‘real life Sister Act’.
© Victor Moriyama
Dus staan ze nu op de binnenplaats van hun klooster te playbacken, in een poging hun kortstondige roem te verlengen met een videoclip. God liet ze viraal gaan om meer jongeren naar de kerk te trekken, zeggen ze, en ze willen zijn missie volvoeren. ‘Hoe kon iets zo eenvoudigs en spontaans ineens zo groot worden?’ zegt zuster Marizele, die als zingende non al honderdduizend Instagram-volgers had voordat ze een wereldwijde sensatie werd. ‘Omdat de Heilige Geest de harten van de mensen wil raken.’
‘En naast de Heilige Geest,’ zegt ze erbij, ‘is er ook nog het algoritme.’ Zuster Marizele (46) en zuster Marisa (41) vertegenwoordigen een bredere beweging die binnen de katholieke kerk de teugels wat wil vieren, spontaner wil zijn en jongeren wil aanspreken waar ze zitten: online. Ook in Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld, raakt de kerk al jaren gelovigen kwijt. Volgens cijfers die de overheid deze maand vrijgaf, noemt nog geen 57 procent van de tweehonderd miljoen Brazilianen zichzelf nu katholiek, tegenover 83 procent dertig jaar geleden. Katholieke influencers, zangers en popgroepen doen hun best om dat tij te keren. Sommige Braziliaanse priesters, gespierde, knappe en muzikale mannen, hebben al tientallen miljoenen volgers op Instagram. Zoals pater Marcelo Rossi, een van de bestverkopende Braziliaanse artiesten aller tijden. En katholieke dj’s spelen tegenwoordig elektronische muziek op zogenaamde katholieke raves, zoals in januari bij het enorme Christusbeeld in Rio de Janeiro.
De katholieke Grammy’s
Dit streven ligt in het verlengde van de charismatische vernieuwingsbeweging en andere groeperingen die al tientallen jaren proberen de katholieke kerk toegankelijker en aantrekkelijker te maken, en dat nu ook in het digitale domein doen. Volgende maand vinden in Rome met steun van het Vaticaan nieuwe evenementen plaats om katholieke influencers bij elkaar te brengen en prijzen uit te reiken aan katholieke artiesten die al zijn omschreven als ‘de katholieke Grammy’s’. Maar behalve de nieuwe paus kreeg in juni enkele dagen lang waarschijnlijk niemand meer aandacht dan zuster Marizele en Marisa.
De twee nonnen zijn lid van Copiosa Redenção (Overvloedige Verlossing), een vijfendertig jaar oude congregatie van zo’n tachtig nonnen en vijfentwintig broeders die jonge drugsverslaafden helpen af te kicken, waarbij ze kunst en muziek vaak als middel inzetten. Deze maand werd er in een klooster van de congregatie in Zuid-Brazilië veel gelachen. Vooral door zuster Marizele en Marisa. ‘Heb je wel een levensverzekering?’ vroeg zuster Marizele terwijl ze plaatsnam achter het stuur. Toen de auto over een helling snelde – ze waren bijna te laat voor de mis – gilde zuster Marisa het uit alsof ze in een achtbaan zat.
© Victor Moriyama
Het zijn allebei dochters van maïs- en sojaboeren in de landbouwstaat Paraná, en ze zijn allebei opgegroeid in een huis vol muziek. Een van haar broers hoefde maar muziek op te zetten, zegt zuster Marisa, en zij en veel van haar tien broers en zussen stopten met het werk op de akker en begonnen te dansen. ‘Alles waar maar op gedanst kon worden,’ zegt ze. Nadat ze op haar drieëntwintigste in het klooster was gegaan, is ze blijven dansen en heeft ze hiphop- en breakdancelessen gevolgd. Later kreeg ze een positie bij een katholieke tv-zender waarvoor ze soms verslag deed van evenementen, en soms in beeld een dansje deed met een priester.
Zuster Marizele komt uit een familie van muzikanten. Haar grootvader bouwde gitaren en haar tantes zongen op de radio. Ze werd non op haar vijfentwintigste, nadat haar moeder door een wonder van kanker was genezen. Daarna zong ze geregeld op religieuze retraites en heeft ze met een aantal andere zusters een gospelalbum opgenomen.
De twee leerden elkaar kennen in 2007 en het was al snel duidelijk dat het klikte. ‘Je hoeft maar een beat te beginnen en zij begint te dansen,’ zegt zuster Marizele over zuster Marisa. Beatboxen heeft ze zichzelf geleerd, zodat ze de andere nonnen tijdens het zingen van ritme kon voorzien. ‘Ik begon gewoon ritmes te maken met mijn mond,’ zegt ze. ‘Ik wist niet eens dat zoiets beatboxen heet.’ Gaandeweg beseften ze dat beatboxen en hiphop iets is wat de jonge vrouwen in de afkickcentra aanspreekt. Die komen vaak van de straat en hebben weinig gemeen met de nonnen. ‘Het is een middel om contact te maken en muren te slechten,’ zegt zuster Marizele.
Goud
Vanwege die aantrekkingskracht werden zuster Marizele en Marisa door de congregatie aangewezen voor de werving van nieuwe nonnen, in een tijd waarin steeds minder vrouwen voor een leven in het klooster kiezen. Volgens het Center for Applied Research in the Apostolate, een non-profitorganisatie die onderzoek doet naar de katholieke kerk, is het aantal nonnen in de VS de afgelopen twintig jaar bijvoorbeeld met de helft gedaald tot circa 36.000. Het aantal priesters is in diezelfde periode met 18 procent gedaald tot 34.000.
Op 20 mei kwamen zuster Marizele en Marisa in een katholieke talkshow praten over een retraite waarmee ze nieuwe nonnen willen werven. Zuster Marizele begon daar ‘Vocação’ te zingen, een jaren geleden door haar congregatie geschreven lied over de roeping van de non. Maar ze had er een nieuwe hook aan toegevoegd: ‘Voc-a-çao, oh, ohh’. En zuster Marisa moest toen wel een dansje maken, zegt ze. Ze stonden op en zuster Marizele begon te beatboxen. Buiten beeld werd de diaken die hen interviewde door de regisseur aangespoord om mee te doen, zegt zuster Marisa, die de regieaanwijzingen in haar oortje kon horen. De diaken had het ritme al snel te pakken en volgde de passen van zuster Marisa op de voet. Dat moment, samengebald in een clipje van dertig seconden, bleek op internet goud waard. Volgens de data-analisten van Tubular is het alleen al op TikTok meer dan 34 miljoen keer bekeken. Al snel stroomden van heinde en ver de interviewverzoeken binnen.
© Victor Oriyama
De oudere nonnen in het klooster roken hun kans. Zuster Daniely Duarte Santos, hoofd communicatie van de congregatie, riep een collega terug van vakantie, en om de ontstane aandacht optimaal te benutten begonnen ze het filmpje herhaaldelijk op sociale netwerken te plaatsen. Binnen enkele dagen hadden al ruim vijftig vrouwen geïnformeerd naar de mogelijkheid om non te worden. Normaliter werven ze maar een handjevol nieuwe leden per jaar.
Ze schakelden een lokale dj in om een muziektrack te maken, en tussen de interviews door nam zuster Marizele de zangpartij op. Het resultaat, met bas en synthesizers en al, is volgens zuster Marizele ‘technopop’. Het nummer bestormde de Braziliaanse ranglijst van katholieke muziek op Spotify. Zuster Marizele en Marisa waren overal op tv te zien met hun beatbox en hun dansje. Ze maakten de clip, geregisseerd door zuster Daniely, met een headset onder haar nonnenkap. Op straat worden ze staande gehouden door fans die om een selfie vragen. ‘Wij vragen één weesgegroetje per foto,’ zegt zuster Marizele.
AI kan grote hoeveelheden gegevens analyseren en antwoorden afstemmen op een specifiek doel. Hierdoor kan het desinformatie verspreiden, maar chatbots kunnen nu ook patronen in nepnieuws herkennen en effectieve strategieën ontwikkelen om het tegen te gaan.
Het internet maakt het makkelijker dan ooit om complottheorieën op te doen en te verspreiden. En al zijn sommige onschuldig, andere kunnen zeer schadelijk zijn, doordat ze onenigheid zaaien en zelfs leiden tot onnodige sterfgevallen. Nu denken onderzoekers een nieuw hulpmiddel te hebben ontwikkeld om valse complottheorieën te bestrijden: AI-chatbots. Onderzoekers van MIT Sloan en Cornell University ontdekten dat chatten over een complottheorie met een groot taalmodel (LLM) het geloof van mensen erin met ongeveer 20 procent deed afnemen, zelfs bij deelnemers die wat zij geloofden belangrijk zeiden te vinden voor hun identiteit. Het onderzoek werd recentelijk gepubliceerd in het tijdschrift Science.
De bevindingen kunnen een belangrijke stap voorwaarts betekenen om mensen die zulke ongefundeerde theorieën aanhangen te bereiken en tot zinnen te brengen, zegt Yunhao (Jerry) Zhang, een postdoc die is verbonden aan het Psychology of Technology Institute en daar de invloed van AI op de samenleving bestudeert.
Grondleggers AI
De Nobelprijs voor Natuurkunde is dit jaar door de Amerikaan John Hopfield en de Canadees Geoffrey Hinton gewonnen. Hun ontdekkingen hebben zelflerende machines mogelijk gemaakt en zijn essentieel geweest voor de ontwikkeling van AI-systemen zoals ChatGPT.
Het Nobelcomité benoemt dat de doorbraken op het gebied van machinaal leren van Hopfield en Hinton een volledig nieuwe manier laten zien waarop we computers kunnen gebruiken om ons te helpen en te begeleiden bij het aanpakken van veel van de uitdagingen waar onze maatschappij voor staat, schrijft The New York Times.
Er zijn maar weinig methoden die aantoonbaar invloed hebben op de denkwijze van complottaanhangers, zegt Thomas Costello, onderzoeker aan MIT Sloan en hoofdauteur van de studie. Wat het onder andere zo moeilijk maakt, is dat verschillende mensen vasthouden aan verschillende gedeelten van een theorie. Dat betekent dat het aanvoeren van bepaalde stukjes feitelijk bewijs weliswaar effect op de een heeft, maar bij een ander niet altijd werkt.
Hier komen AI-modellen in het spel, zegt hij. ‘Ze hebben toegang tot een enorme hoeveelheid informatie over diverse onderwerpen en zijn getraind op het internet. Daarom zijn ze in staat feitelijke tegenargumenten te genereren tegen specifieke complottheorieën.’
AI-modellen zijn in staat feitelijke tegenargumenten te genereren tegen specifieke complottheorieën
Aan deelnemers werd gevraagd informatie te delen over een complottheorie die zij geloofwaardig vonden. Waarom werden ze erdoor aangetrokken? Door welke bewijzen werd de theorie volgens hen gestaafd? De antwoorden werden gebruikt om steeds de meest toepasselijke reactie van de chatbot uit te lokken, die door de onderzoekers werd ingesteld om zo overtuigend mogelijk te zijn.
De deelnemers werd ook gevraagd hoezeer ze overtuigd waren van de juistheid van hun complottheorie op een schaal van 0 (beslist onjuist) tot 100 (beslist juist), en vervolgens aan te geven hoe belangrijk de theorie was voor hun begrip van de wereld. Daarna traden ze in drie rondes in gesprek met de AI-bot. Er werd door de onderzoekers voor drie rondes gekozen om er zeker van te zijn dat ze genoeg zinnig materiaal verzamelden.
Na ieder gesprek werd aan de deelnemers opnieuw gevraagd hun vertrouwen in de theorie aan te geven. Vervolgens benaderden de onderzoekers alle deelnemers tien dagen na het experiment, en twee maanden later nog eens, om te beoordelen of hun inzichten na het gesprek met de AI-bot waren veranderd. De deelnemers gaven aan gemiddeld 20 procent minder geloof te hechten aan de door hen gekozen complottheorie, waaruit geconcludeerd kan worden dat sommigen na hun gesprekken met de bot fundamenteel van mening waren veranderd.
Yuval Noah Harari waarschuwt voor gevaren
In zijn nieuwste boek Nexus: A Brief History of Information Networks from the Stone Age to AI waarschuwt Harrari voor de negatieve kant van kunstmatige intelligentie. De auteur van de bestseller Sapiens waarschuwt voor de verraderlijke gevaren van machinaal leren en het vermogen om de waarheid te manipuleren. ‘Het enge aan de AI-revolutie is dat er voor het eerst gereedschap is ontwikkeld dat in staat is om zelf beslissingen te nemen en ideeën te genereren’, aldus Harari in The Guardian.
‘Zelfs in een laboratoriumsetting is 20 procent een enorme score als het gaat om het veranderen van menselijke overtuigingen,’ zegt Zhang. ‘Misschien was het in de echte wereld minder geweest, maar ook 10 procent of 5 procent zou nog aanzienlijk zijn.’
De auteurs probeerden de neiging van AI-modellen om informatie te verzinnen – het zogenaamde ‘hallucineren’ – te ondervangen door een professionele factchecker in te zetten om de nauwkeurigheid van 128 AI-claims te evalueren. 99,2 procent ervan bleek juist te zijn, terwijl 0,8 procent als misleidend werd beoordeeld. Geen enkele bleek volkomen onjuist te zijn.
Een verklaring voor dit hoge nauwkeurigheidsgehalte is dat er een heleboel over complottheorieën op het internet is geschreven, waardoor ze heel ruim in de trainingsdata van het model figureerden, zegt David G. Rand, hoogleraar aan MIT Sloan en ook betrokken bij het project.
‘Mensen waren opmerkelijk ontvankelijk voor bewijs. En dat is echt belangrijk,’ zegt hij. ‘Bewijs doet ertoe.’
Als woordvoerder van een brede culturele beweging riep onder andere de Ierse auteur Sally Rooney in oktober op tot een boycot van Israëlische culturele instellingen, bedoeld als solidariteitsactie met de Palestijnen. Maar is het niet juist van het grootste belang om elkaars boeken te lezen? vragen twee literair agenten zich af.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in The New York Times op 31 oktober 2024.
Joden staan bekend als het volk van het boek. Wat niet veel mensen weten, is dat deze benaming haar oorsprong heeft in de islam en verwijst naar degenen die het goddelijke woord van Allah in schriftvorm hebben ontvangen. Onder Joden is dit een geuzennaam geworden, die de herinnering oproept aan een volk dat met zijn neus in de boeken zit terwijl de wereld aan hen voorbijtrekt, dan wel hen vervolgt. Het is des te verontrustender dat een groep auteurs, onder wie Sally Rooney, Jhumpa Lahiri en Jonathan Lethem, een open brief heeft ondertekend die oproept tot een boycot van Israëlische culturele uitingen en instellingen zoals uitgeverijen, festivals, literaire agentschappen en publicaties, die ‘medeplichtig [zouden] zijn aan het schenden van de Palestijnse rechten’. Wij zien dit als een contraproductieve en misleidende afwijzing door mensen die wij beschouwden als onze medestanders in een heilige missie: boeken voortbrengen.
Deze aanval op de cultuur verdeelt juist die mensen die een directe dialoog zouden moeten voeren en elkaars boeken zouden moeten lezen. De oplossing voor het conflict kan onmogelijk liggen in minder lezen in plaats van meer. Wat hopen deze auteurs, die normaal gesproken fel tegen boekverboden en ‘zuiveringsacties’ op bibliotheken zijn, met deze boycot te bereiken?
We leven in angst over wat deze oorlog heeft veroorzaakt, hier, in Gaza en in Libanon
Als literair agenten in Jeruzalem hebben wij de afgelopen vijfendertig jaar een klein, onafhankelijk bureau opgebouwd, met partnerschappen in meer dan vijftig landen. Onze missie is om de Israëlische literatuur internationale bekendheid te geven. Onder onze klanten bevond zich David Grossman, winnaar van de Man Booker International Prize 2017. Yuval Noah Harari’s Sapiens werd in meer dan zestig talen vertaald. Onze schrijvers verdiepen zich in de complexe structuur van het Israëlische leven en hebben daar een internationale reputatie mee opgebouwd en vele lezers mee geïnspireerd. Meir Shalev, Yehuda Amichai, Tom Segev, Zeruya Shalev, Matti Friedman en Hila Blum staan bekend om hun scherpe blik waarmee ze de gevestigde orde uitdagen.
Sommige lezers beschouwen deze column misschien als een klacht van de bevoorrechte Israëlische creatieve klasse. Maar als ze denken dat wij de oorlog in Gaza goedkeuren, dat wij hier comfortabel en stilzwijgend zitten toe te kijken, dan zien ze blijkbaar niet in hoe wanhopig veel Israëliërs verlangen naar een einde aan deze oorlog. We zijn getraumatiseerd, begraven onze doden en leven in angst over wat deze oorlog heeft veroorzaakt, hier, in Gaza en in Libanon. Als zij deze dingen niet weten, lezen de schrijvers die deze brief hebben ondertekend dan überhaupt?
Kou neergedaald
Hoe urgent deze open brief ook is, het is nu al meer dan tien jaar geleden dat er een kou neerdaalde over de wereld van de Israëlische literatuur. Wij hebben het geweten. Onze boeken werden op beurzen en bij onderhandelingen afgewezen. Onze inboxen vulden zich met e-mails van redacteurs die openlijk minachting toonden voor al wat Israëlisch was. De poorten werden al lang voor deze laatste oorlog gesloten.
Deze afwijzing zal enkel voordeel opleveren aan nationalistische partijen, die zulke boycots misbruiken voor hun eigen politieke gewin. Wanneer Israël geïsoleerd raakt, worden de extremisten in het land alleen maar sterker.
In boekwinkels over de hele wereld staat bij de ingang vaak een ‘Israëlisch-Palestijnse tafel’. De oorlog houdt iedereen bezig, dus waarom zouden winkeliers daar geen slaatje uit slaan? Maar de selectie op deze tafel onthult vaak de gevaarlijke kortzichtigheid van boekverkopers die in naam van de Palestijnen denken te handelen.
Op de meeste van die tafels is met name het Palestijnse verhaal vertegenwoordigd. Deze boeken moeten gepubliceerd worden; sterker nog, wij hebben enkele van deze auteurs zelf vertegenwoordigd. Maar de weinige Israëlische boeken die de tafels halen, beslaan slechts een klein hoekje: geschiedenis, politiek, actualiteit, romans en verhalen – een schamel aanbod dat een volk en zijn cultuur vertegenwoordigt, hun verhalen, hun geheimen en getuigenissen. En dat aanbod krimpt. Joodse en Israëlische schrijvers hebben moeite om nog een uitgever te vinden.
Je kunt de vreselijke tragedie van dit land niet begrijpen als je alleen de literatuur van één kant leest
De meest recente bestseller van Sally Rooney heet Intermezzo, een woord dat een onderbreking beschrijft tussen twee delen van een muziekstuk. Het gaat over de wisselwerking tussen twee broers en de verbondenheid die er ondanks de afstand tussen hen bestaat.
Je kunt een probleem niet oplossen door slechts één kant van de vergelijking te bekijken. Je kunt de vreselijke tragedie van dit land niet begrijpen als je alleen de literatuur van één kant leest. Je kunt de Palestijnse rechten niet bepleiten door degenen die voor hen willen vechten uit te sluiten van het enige slagveld waar die rechten kunnen worden verworven.
Deze aanval op de Israëlische uitgeverswereld is een uiting van dwaze wrok die haaks staat op de essentie van literatuur – alsof wij de mogelijkheid hebben om over een staakt-het-vuren te onderhandelen of premier Benjamin Netanyahu af te zetten. Als je echt gelooft dat boeken de kracht hebben om hart en ziel te beroeren, waarom zou je, in plaats van een boycot te steunen, dan niet proberen die kracht op een constructieve manier in te zetten en die culturele instellingen te gebruiken om namens de Palestijnen je zaak te bepleiten?
Bestaansrecht
Aan de auteurs die niet willen dat hun boeken in het Hebreeuws worden vertaald, die niet willen dat Israëli’s lezen wat zij te zeggen hebben, en aan de auteurs die niet willen dat de internationale gemeenschap de Israëli’s leest die, in de kern, hun bondgenoten zijn: je handelt niet alleen in strijd met je eigen belangen, maar ook in strijd met je idealen.
Je kunt alleen een culturele boycot van Israëlische literaire instellingen voeren als je gelooft dat wij sowieso geen bestaansrecht hebben. En als dat je standpunt is, is het niet je intentie om dit conflict op te lossen, het lijden te verlichten en een onafhankelijk Palestina in te luiden. In dat geval pleit je ervoor de andere inheemse bevolking van deze plek te verdrijven, de mensen over wie je blijkbaar heel weinig leest.
Deborah Harris is oprichter en directeur van de in Jeruzalem gevestigde Deborah Harris Agency.
Jessica Kasmer-Jacobs is in Jeruzalem werkzaam als literair agent.
In een gebied waar de meeste gewassen voor de export zijn bedoeld, kiezen steeds meer boeren er nu voor om gewassen te verbouwen voor de lokale bevolking.
Brussel geeft elk jaar meer dan 10 miljard euro uit om innovaties te stimuleren. Maar slechts een fractie ervan zou effectief worden besteed.




