Discover
Het leven in de volksbuurt
Het leven in de volksbuurt
Author: Volksbuurtmuseum
Subscribed: 8Played: 80Subscribe
Share
© Nederlands Volksbuurtmuseum
Description
Het leven in de volksbuurt is een podcastserie van het Nederlands Volksbuurtmuseum. In deze serie staat de geschiedenis van de Utrechtse volkswijken en hun bewoners centraal. Meer dan honderd volksbuurtbewoners zijn geïnterviewd over hun leven en hoe het vroeger was. In deze serie hoor je fragmenten uit de interviews. Volksbuurtbewoners delen hun herinneringen, leren ons lessen en vertellen verhalen over het leven in de volksbuurt.
24 Episodes
Reverse
En ’s winters stond alles op de kachel. De was werd uitgekookt op de kachel, hachee werd er gemaakt of erwtensoep of nou ja, wat er maar was. Er stond altijd een pan melk op en een ketel met koffie van die prut koffie zou ik maar zeggen, er was altijd drinken dus.
And in winter everything was on the stove inside. Laundry was dried on the stove, stew was made or pea soup or whatever there was. There was always a pan of milk on the stove and a pot of coffee of that sort, so there was always something to drink.
Vis moest je meenemen, bloemen, alles wat voor de hand kwam om een paar centen te verdienen. Dan zei mijn moeder: "Jochie, de winterdag is niks met handel, ga nou maar even een baantje zoeken.”
You had to take fish, flowers, everything that came to hand to earn a few cents. Then my mother said: "Boy, the winter day has nothing to do with business, just go and look for a job."
Het was het ene gat met het andere gat vullen. Zelfs toentertijd had je kleding op afbetaling. Zoveel zegeltjes kreeg je dan, totdat de kaart vol was, dan had je het afbetaald.
It was filling one hole with another. Even back then you had clothes on credit. You would get so many stamps until the card was full, then you had paid it off.
Hij kwam wel in de kroeg en kaarten deed ie graag, maar niet om geld, want z’n laatste cent was voor de handel.
He went to the pub and liked to play cards, but not for money, because his last cent was for trading.
Ik ben eigenlijk door mijn oma opgevoed. Op mijn achttiende kwam ik er achter dat mijn oma niet m’n moeder was, maar m’n oma.
I was actually brought up by my grandmother. At 18, I found out that my grandmother was not my mother, but my grandmother.
Nou, ik weet wel dat de eerste vliegtuigen over kwamen, vrij vroeg was het nog in de morgen en het was een enorm gezoem van die vliegtuigen. Daar werd ik wakker van. Dus ik kleedde me gauw aan en mijn ouders die waren al beneden. Ik zei: “Goh, wat is dat voor een gezoem?". “Ja jongen, het is oorlog!”
Well, I do know when the first planes came over. It was quite early in the morning and there was a huge buzzing of those planes. That woke me up. So I quickly got dressed and my parents were already downstairs. I said, “Gosh, what is that buzzing?” “Yes boy, it's war!”
Want bijvoorbeeld zo´n schoolkeuze, ja, vanuit school was het in die tijd vrij automatisch van als je uit een arbeidersgezin kwam, dat je een vak ging leren.
Because for example, in terms of school, yes, school in those days was quite automatic: if you came from a working-class family, you were going to learn a trade.
Dan liet je het de hele nacht trekken. En dan moest je eens kijken wat voor bruin water je dan had, je witte was ja. Dat deed je de dag van tevoren dan, en de volgende dag gooide je het in de teil, nou zwaar!
Then you let it steep all night. And then you had to see what kind of brown water you had, yes, your white laundry. You did that the day before, and the next day you threw it in the tub, well, tough!
Elke maandag moesten we met de hele klas naar de Lange Nieuwstraat lopen, naar de kerk, om daar te biechten. Maar we hadden niets te biechten, wat maakten wij nou mee?
Every Monday we had to walk with the whole class to Lange Nieuwstraat, to church, to go to confession. But we had nothing to confess, what were we going through?
"En ‘s winters als het vroor en alles en nog wat meer, dan zeiden ze nog wel eens: je kan weer lekker een paar koude kloten oplopen daar. Maar dan zat je te bevriezen hoor, op zo’n schijthuis hoor buiten."
"And then in winter when it was freezing and everything and more. Then they sometimes said, well, you can get some cold balls there, but then you would be freezing in that shit house outside."
En toen viel er een hele lange stilte. Nou ja, en toen wisten ze genoeg, want ik durfde zelfs geen ja te zeggen. En toen was ik uit de kast.
And then there was a very long silence. Well, and then they knew enough, because I didn't even dare to say yes. And then I was out of the closet.
En als hij dan te veel gedronken had, dan ging mijn moeder tekeer dat hij bezopen thuis kwam en dan flikkerde hij dat geld, dan werd hij kwaad, door de huiskamer heen.
And then when he'd had too much to drink, my mother would rant that he'd come home drunk and he'd flick that money, he'd get angry, all over the living room.
In dat huisje in de voorkamer, zo benne ze begonnen. Grammofoonplaten en mondharmonica’s, snaren voor op violen en zo. Nee, dat liep op d’n duur ook niet meer zo, omdat de radio zo in zwang kwam.
In that little house in the front room, that's how they started. Gramophone records and harmonicas, strings for violins and so on. No, it didn't work out that way in the long run, because radio became so popular.
“Een stenen oven zal ik maar zeggen, en daarin zat een ijzeren ketel, en daar ging 4000 liter water in, en die werd aan de onderkant gestookt met hout.”
A stone oven I'll say, and in it was an iron boiler, and 4,000 litres of water went into it, and it was fired at the bottom with wood.
Van mijn collega kregen we een oude televisie, zwart-wit. En toen kregen we nog een aardappelkistje of een sinaasappelkistje, daar hadden we de televisie op staan.
My colleague gave us an old television, black and white. And then we got another potato box or an orange box, we had the television on that.
Een podcastserie over het leven van mensen uit Utrechtse volksbuurten van 1945 tot ongeveer 1990. Zij vertellen over hun kindertijd, hun ouders, school, uitgaan, seksualiteit, werk, de buurt, de stad, hun eigen gezin. Verhalen over armoede en hard werken om verder te komen. Over saamhorigheid in familie en de buurt, maar ook over dronkenschap en huiselijk geweld. Hoe vonden migranten een plek in de samenleving en hoe werden ze ontvangen? Telkens is de vraag hoe mensen op hun leven terugkijken. Op de kansen die zij kregen op school en hun werk. Welke hobbels kwamen ze tegen in hun leven en hoe gingen ze daar overheen? Hoe denken ze over lotsbestemming en eigen verantwoordelijkheid? Wat willen ze jongeren van nu meegeven op basis van hun eigen levenservaring?
Cor Kriekaard vertelt hoe het was om op te groeien in armoede in de jaren 50. Zijn vader en moeder woonden met drie kinderen 'in' in één kamer van een bovenwoning op de Croeselaan, zonder toilet. Hoeveel armoede er ook was, er was altijd een kerstboom. En na de kerst deden de kleine en grote jochies mee met de kerstbomenoorlog.
Gerard Brons vertelt met veel liefde over zijn vrolijke moeder. Toen zij van hem moest bevallen stonden er geen blokken onder het bed. En zo werd hij geboren op de uitschuifbare eettafel.
Willem Knoop kwam er op zijn achttiende achter dat de tante die bij hen thuis woonde zijn moeder was. De vrouw die hem opvoedde bleek zijn oma. Zijn vader en moeder waren veertien jaar toen hij werd geboren.
Alie van Rooijen groeide op in een gezin van zeventien kinderen, met twee halfzusters en een halfbroer. Elke twee jaar werd er een kind geboren en er was ook verlies; twee baby's overleden in het eerste half jaar. Zij was de hekkensluiter en werd in bad gedaan door haar oudste zus die zeventien jaar ouder was.























