Discover
ORpret
ORpret
Author: ORpret
Subscribed: 2Played: 81Subscribe
Share
© ORpret
Description
Een podcast over de ondernemingsraad en wat daar zoal bij komt kijken, met Rob Kusters en Lukas van Steveninck. Beiden zijn sinds vele jaren werkzaam als OR-adviseur en -trainer. In de podcast wisselen ze hun kennis en ervaringen uit en behandelen ze vragen als: wat maakt iemand geschikt als OR-lid? hoe vind je als OR de adviseur die bij je past? Welke rol spelen vakbonden? en nog veel meer….
38 Episodes
Reverse
Terugblikken op het afgelopen half jaar en vooruitkijken naar het komend halfjaar. Dat is de gedachte achter Artikel 24 van de Wet op de ondernemingsraden. Maar hoe doe je dat op een effectieve manier? Volgens Rob en Lukas willen veel OR’en pas van gedachten wisselen met de bestuurder wanneer plannen al grotendeels vorm hebben gekregen. Terwijl de invloed die je dan als OR nog hebt, juist gering is. Hun advies: probeer van het Artikel 24-overleg een open gesprek te maken over plannen die nog niet in beton zijn gegoten. Overleg over de uitvoering komt later.
Lukas wil graag stilstaan bij het begrip ‘goed leiderschap’: je mag van een bestuurder verwachten dat hij of zij de organisatie ‘meeneemt’ bij noodzakelijke veranderingen die pijnlijk zijn voor de werknemers. Dat betekent: op de spreekwoordelijke zeepkist gaan staan en het eerlijke, soms moeilijke verhaal vertellen. Bestuurders die daarin slagen oogsten waardering en respect, ook van degenen die worden getroffen. Rob heeft in dit verband nog een tip voor bestuurders: oefen je verhaal bij de OR.
Reorganisaties worden meestal gepresenteerd als verbetering van de huidige situatie. Vaak worden de plannen verpakt in wollige terminologie, waardoor de OR lastig kan beoordelen of ze ook iets opleveren. In bedrijven met een buitenlandse eigenaar speelt vaak nog een extra probleem, omdat er in de angelsaskische wereld weinig begrip is voor onze poldertraditie.
Iedereen is het erover eens dat het overleg tussen OR en bestuurder beter verloopt als de deelnemers gewone-mensentaal gebruiken. Maar wat doe je als je niet om vaktermen of jargon heen kunt? Of wanneer de bestuurder bewust of onbewust vage taal hanteert? Dan komt het aan op de OR-leden die het lef hebben om de vraag te zeggen: ‘Ik snap het niet. Kun je het nog eens in gewone taal uitleggen?’
De ene dag gaan de handelstarieven met de VS omhoog, de andere dag worden de dreigementen weer afgezwakt. Wat betekent de turbulentie in de wereld voor het werk van de OR? Wanneer is dit een onderwerp om met de bestuurder te bespreken? Doe je dat alleen als er onrust is onder de medewerkers of zijn er ook andere redenen om het gesprek met de bestuurder aan te gaan over dit soort geopolitieke thema’s?
Een organisatie staat aan de vooravond van een fusie. De OR van een van de fuserende partijen wil graag in contact komen met de collega's van de andere onderneming. Hoe pak je dat aan? Deze casus brengt Atim-trainer René Limbeek in. Lukas en Rob adviseren om breder te kijken en lijntjes te leggen met meerdere stakeholders die betrokken zijn bij de andere partij. Dat kan de OR zijn, maar ook de vakbondsvertegenwoordiger of de bestuurder. Wat die laatste betreft kan een beetje wantrouwen geen kwaad, want volgens Lukas zitten bestuurders bij een fusie maar al te vaak in de sprookjesmodus: 'Het wordt allemaal fantastisch!'
OR-adviseur Yolanda Hofman legt een casus voor aan Lukas en Rob: Wat te doen als de voorzitter van een OR wil terugtreden en de verkiezing van een nieuwe niets oplevert? Rob zoekt het vooral in verleiden en lekker maken. Lukas ziet niets in spiegeltjes en kraaltjes en pleit voor meer onderzoek. Is er misschien meer aan de hand binnen de organisatie dat mensen weerhoudt om zich verkiesbaar te stellen?
Daarover praten Rob en Lukas met Rita Betjes, senior beleidsmedewerker Medezeggenschap bij de Sociaal-Economische Raad (SER), waar ze zich onder andere bezighoudt met de vraag hoe jongeren meer bij de medezeggenschap betrokken kunnen worden. OR-werk moet meer sexy worden, is een van de conclusies. Lukas is wat sceptisch: jongeren willen liever rechtstreekse invloed op hun werk dan een vertegenwoordigend orgaan. Rob ziet in sectoren als de zorg hoopvolle ontwikkelingen.
Het oude vooroordeel: als je in de OR gaat zitten, krijg je een ‘stempel’ en nemen je kansen op promotie af. Niets is (tegenwoordig) minder waar, blijkt uit het gesprek met Antoni Hovius en Evelien Soepenberg, ambtelijk secretaris respectievelijk voorzitter van de OR van de gemeente Arnhem. OR-leden krijgen door hun OR-werk een bredere blik op de organisatie en ontwikkelen nieuwe vaardigheden. Niet zelden maken OR-leden na verloop van tijd de overstap naar een leidinggevende functie. OR-ervaring draagt daar zeker aan bij.
Coach van het OR-team, onafhankelijk adviseur en verbinder tussen OR en bestuurder: een greep uit de functies die de ambtelijk secretaris (AS) vervult. De AS is de enige professional in het OR-team (en formeel geen lid van de OR). Twee ervaren AS’en vertellen waarom ze voor dit vak kozen en wat er nodig is om deze functie goed te vervullen.
Lid worden van de OR: typisch iets voor grijze mannen van boven de 50? Nee dus! Er zijn ook jongeren die bewust actief worden in de OR. Omdat ze nieuwe collega’s willen leren kennen, beter willen snappen hoe de directie functioneert en gewoon omdat het leuk is. ORpret sprak met twee van hen: Arvid en Tymen.
In situaties waarin het overleg tussen OR en bestuurder als ongelijkwaardig wordt ervaren, heeft de OR vaak ook huiswerk te doen: Rienk Goodijk, bijzonder hoogleraar governance aan de VU in Amsterdam, oppert dat de OR zich vaak niet duidelijk genoeg positioneert in het overleg met de bestuurder en de Raad van Toezicht of de Raad van Commissarissen. Hij toont zich een pleitbezorger van de professionalisering van de OR: ga de OR-verkiezingen in met een duidelijke profielschets en zorg er via scholing voor dat OR-leden zo snel mogelijk volwaardig kunnen meedoen aan het overleg.
Volgens de letter van de wet is het overleg tussen OR en bestuurder gelijkwaardig. Maar is dat in de praktijk ook zo? Of staat de bestuurder per definitie met 1 – 0 voor? Hij of zij beschikt immers over veel meer kennis en informatie. De paradox: als beide partijen onderkennen dat de relatie per definitie niet gelijkwaardig is, heb je de beste papieren om de relatie zo gelijkwaardig mogelijk te maken. In deze aflevering praat Lukas van Steveninck met collega OR-adviseurs Suzan Dassen en Ton Smits.
OR’en zijn vaak geneigd om heel veel vragen aan de bestuurder te stellen. En vaak roepen de antwoorden op die vragen weer nieuwe vragen op. Niet zelden leidt dat tot irritatie en boosheid bij bestuurders. En het is ook maar de vraag of een OR met al die antwoorden iets opschiet. Radboud Hafkenscheid en Ton Smits sparren met Lukas van Steveninck over de vraag hoe het anders kan.
De samenstelling van veel OR’en is heel divers. Academici moeten er soepel kunnen communiceren met leden die praktisch geschoold zijn. Misverstanden liggen op de loer. Dat geldt uiteraard ook in het overleg tussen OR en bestuurder, vooral als de laatste zijn taal doorspekt met managementjargon, of soms zelfs bewust een mist aan woorden optrekt. Gelukkig hebben de podcastmakers (tolk-vertalers in OR-land) wel wat goede tips. Te gast is wederom Ton Smits.
Een spontane vraag van Rob aan Lukas na afloop van de opname van de voorgaande aflevering leidde tot een geanimeerd gesprek waarin Rob op eigen verzoek dezelfde vraag kreeg voorgelegd en ook Ton Smits en Ton Maas hun kinderdroombaan onthulden. Een luchtige gedachtenwisseling waarbij – het zal niemand verbazen – het OR-werk toch geregeld ter sprake kwam.
‘Ben je er soms ingeluisd?’, wil Lukas weten van beginnend OR-trainer Ton Smits. Een beetje wel, is diens conclusie. Waarom wordt iemand OR-trainer? Hoe zet je de eerste stappen in dit vak? En wat is ervoor nodig om een goede trainer te worden? Het lef om te twijfelen, scherp voor ogen houden wat je wilt en in het moment durven handelen zijn kwaliteiten die zowel Lukas als Rob hoog aanslaan. Is er een school waar je dat leert? Lukas: ‘ja, die heet de straat!’
Naast het instemmingsrecht is het adviesrecht het belangrijkste recht van de OR. Rob vindt dat woord een gruwel. Liever spreekt hij van ‘adviesvraagplicht’: bij besluiten over grote veranderingen in de organisatie heeft de bestuurder immers de plicht de OR om advies te vragen. En dat advies kan de bestuurder niet zomaar naast zich neer leggen. Aan de ene kant relativeren Lukas en Rob het adviesrecht: een OR heeft immers altijd het recht om te adviseren, over welk onderwerp dan ook. Aan de andere kant benadrukken ze het belang: het stempeltje ‘goedgekeurd door de OR’ is menig bestuurder veel waard. Een handige OR maakt daar (passend) gebruik van.
Een bestuurder kijkt vanuit een heel ander perspectief naar de resultaten die een OR weet te bereiken. Dat illustreert Rob aan de hand van een casus. Bij de evaluatie van een ontslagtraject, antwoordt de bestuurder ‘niks’ op de vraag wat het verschil is geweest dat de OR heeft gemaakt. Maar wat voor de bestuurder niks is, blijkt bij nadere ontleding wel degelijk belangrijk. Voor beide partijen.
De ‘harde' kant van arbo (machineveiligheid, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen) is tegenwoordig bij bedrijven vaak goed geregeld. De aandacht verschuift naar de meer psychologische kant, zoals werkdruk en sociale veiligheid, zaken die lastig te meten en te regelen zijn. Technocratie ligt op de loer, ervaren zowel Lukas als Rob. Hun advies: voorkom dat bijna alle tijd opgaat aan het alleen maar praten over dit soort thema’s en het opstellen van uitvoerige codes en protocollen. Ontkom je daar niet helemaal aan? Spreek dan in elk geval duidelijke criteria en een termijn af voor de evaluatie .




