Discover
Geruis Uit De Kluis
Geruis Uit De Kluis
Author: Pater Hugo
Subscribed: 5Played: 39Subscribe
Share
© Pater Hugo
Description
Pater Hugo is kluizenaar en priester van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Op https://www.paterhugo.nl schrijft, vlogt en podcast hij over de theologie van de ervaring van het heilige (mystieke theologie).
www.paterhugo.nl
www.paterhugo.nl
43 Episodes
Reverse
Pater Hugo legt de wonderlijke sequentie van Beloken Pasen uit.Vanwege de feestelijkheden biedt pater Hugo deze preek gratis aan aan al zijn volgers. Vind je dit nou mooi, overweeg dan eens (als je dat nog niet gedaan hebt) hem hier te steunen met een bescheiden abonnementje van slechts zeven euro per maand. Met dat luttele bedragje doe je een wereld van goed en je hebt er nog plezier van ook:* Je maakt gehakt van de eenheidsworst in de Kerk door dit soort originele types te steunen. En dat is heel katholiek. Of je het nou altijd met hem eens bent of niet, de wereld heeft nood aan zoiets geks als progressieve tridentijnse priester-kluizenaars. Hem faciliteren betekent ook automatisch het mee overeind houden van een veilige plek in de Kerk. Hij trekt immers drommen jongeren aan aan wie hij een geborgen midden biedt tussen alle extremen die tegenwoordig zo in de mode zijn. * Elke maand de kans om (online) unieke live-sessies met hem mee te maken, waarin hij rare middeleeuwse teksten over de onmiddellijke ervaring van God ineens heel begrijpelijk maakt. Hij kiest daarbij niet alleen de brave, maar ook de ketterse. Zo blijft het altijd spannend. Hij heeft voor dat werk een degelijke opleiding aan de Katholieke Universiteit van Leuven gehad, maar toch wordt het zelden schools.* En je krijgt dit soort preken die je anders mist, met een inslag die nergens anders te krijgen is. Hij vertrekt altijd vanuit de directe innerlijke ervaring en zelfs als hij een zweverige bui heeft is hij vaak nog steeds tegelijk ook onderhoudend. En begrijpelijk, vreemd genoeg. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Ik wil Jezus’ wonden niet alleen aanraken. Ik wil er doorheen kruipen. Me er instorten, erin rondspartelen, eruit drinken, me erin verstoppen en uiteindelijk erin verdwijnen. Ben ik nog goed bezig, of rijp voor een inrichting?Dat ga ik in deze video samen met jullie uitvogelen met mijn verstand. Aan het einde gaan we ook nog even proberen om met een geestelijke oefening een beetje over dat verstand heen te koekeloeren.(intro)Het is net Pasen geweest, en we worden overspoeld met video’s van jongeren die zich laten dopen. Hun ouders snappen daar meestal niks van. Het waren immers weer hún ouders die het christendom hebben laten vallen. Ze zijn dus opgevoed met het idee dat religie bekrompen en dom is. En vreselijk saai ook vooral. En de katholíeke religie is wel het meest bekrompen en het domste en het saaiste van allemaal. Zij is tegen de wetenschap, tegen vooruitgang, tegen genieten, tegen het avontuur, tegen creativiteit, tegen seks en tegen het lichaam in het algemeen. Toch?Maar als je zo’n doopvideo ziet zit je niet te kijken naar iemand die zich onderwerpt aan een burgerlijke formaliteit die je lid maakt van een conventionele club van simpele zielen. Wat je ziet en wat zich tegelijk aan je oog onttrekt is iemand die zich met Christus laat verzuipen in de oervloed van chaos en dood om daar nieuw en herboren weer uit te kruipen. En zo is het hele katholieke geloof zoals het bedoeld is. Lichamelijk. Plastisch. Blubberend en bloedend, zwetend en zwoegend, bottend en spruitend. Gevaarlijk. Totaal sereen, maar allesbehalve steriel. God wordt mens. In eerste instantie in Jezus Christus, maar in tweede instantie - door Hem - in jou. God maakt zich vies om jou schoon te wassen. En dat gebeurt niet door aan Hem te denken, een liedje over Hem te zingen, een boekje over Hem te lezen en een gebedje te plegen, maar door jouw wonden tegen de zijne aan te leggen, je met Hem te vermengen, zijn Vlees en Bloed te drinken en zijn Geest door je neusgaten je longen in te zuigen.Dat heeft Hij tijdens zijn korte leven hier op aarde ook heel duidelijk gemaakt. Geboren in een ranzige stal was Hij ook verder nooit bang ergens mee besmet of besmeerd te raken. Hij raakte mensen gretig aan, of ze nou frisgewassen waren of onder de zwerende bulten zaten. Hij genas mensen door ze zijn spuug in de oren, in de ogen of in de mond te smeren. Uiteindelijk liet Hij zich slachten en door de mensen opeten, en dat doet Hij tot op de dag van vandaag.Als je dit soort taal en de werkelijkheid die zich daarin verbergt schokkend en onsmakelijk vindt ben je niet de enige. Maar de waarheid is dat ik tot nu toe in dit filmpje nog voorzichtig ben geweest. Het oude, authentieke christendom van voor de reformatie en de jaren zestig is nou eenmaal niet voor iedereen. Enfin, vanaf hier gaat de rem er helemáál af. Dus als je katterig wordt van katholiek kun je beter naar een kattenfilmpje gaan kijken, of zo.We beginnen met Thomas. Niet de dertiende-eeuwse wijsneus, maar de apóstel Thomas. Dus een van de twaalf voornaamste leerlingen van Jezus. Als Jezus na zijn dood en verrijzenis voor het eerst aan die apostelen verschijnt, is Thomas er niet bij. En hij gelooft er geen snars van. Hij vertikt het. Hij is, na alles wat er is gebeurd, wel genoeg kapot. Hij heeft alles wat hij had eraan gegeven en zijn familie en vrienden achtergelaten om Jezus te volgen. Hij was er tot nu toe diep van overtuigd geweest dat die de Romeinen Israël uit zou timmeren en in Jeruzalem een nieuw koninkrijk zou vestigen. Hoe heeft Hij zo achterlijk kunnen zijn? Hij schaamt zich kapot. Hij kan zichzelf niet aankijken in de spiegel. En tegelijk mist hij die man ook nog eens verschrikkelijk, ook al was het duidelijk een bedrieger en een dwaallicht. Zoals iedere idioot had kunnen zien aankomen, trouwens. Maar wel een betoverend dwaallicht. Thomas vervloekt Hem, maar zou er tegelijk alles voor over hebben om Hem terug te krijgen. Om alles weer terug te krijgen zoals hij het drie weken geleden nog had. Zo dichtbij, maar verder weg dan de maan. Een tantaluskwelling. Iets waar je met heel je wezen naar snakt, maar waar je nét niet bij kunt en ook nooit zúlt kunnen.Hij zit er dan ook niet op te wachten om zijn rauwe emoties als toetje nog eens bloot te stellen aan de waanbeelden die nu duidelijk begonnen op te komen bij de andere leerlingen. Zijn hoop was al genoeg teleurgesteld. Of tot pulp vermalen, zou je beter kunnen zeggen. Letterlijk. Op het kruis.Aan de manier waarop hij die gevoelens formuleert zie je precies zijn scherpe mensenkennis. Hij wéét hoe overtuigend fantasiebeelden kunnen zijn, hoe écht ze kunnen overkomen. Hij heeft dat immers net zelf meegemaakt, jaren achter elkaar. En nu worden die illusies bij de andere apostelen ook nog eens gevoed door het hartstochtelijke verlangen dat diepe rouw met zich meebrengt. De rouw die hij zelf ook voelt. Daarom trekt hij de enige grens die geen drogbeeld kan passeren: ‘als ik niet in zijn handen het litteken van de spijkers zie en niet mijn vinger kan leggen op de plek van de spijkers en mijn hand mag leggen op zijn zijde, zal ik echt niet geloven!’En dan is daar inderdaad plotseling weer die Jezus. Hij verschijnt niet alleen, Hij ontplóft als het ware in het gezicht van Thomas. Hij zegt: kom hier met je vingers en raak mijn wonden aan. Kom hier met je hand en leg die in mijn doorstoken zijde. Ongelooflijk en onvoorstelbaar! Niet te bevatten. Maar wél te vátten, letterlijk. Thomas doet wat Jezus hem zegt. Hij raakt Hem aan en dringt dieper in Hem door dan ooit tevoren.Want is het eigenlijk niet gek dat Jezus die wonden überhaupt nog heeft? Zou het niet logischer zijn geweest als die met de dood uit Jezus’ lichaam waren weggetrokken en verdwenen? Als Jezus zelfs de dood kan doden, hadden dan ook niet zijn wonden moeten sterven?Lijden gaat voorbij, maar geleden hebben blijft, lijkt hier gezegd te worden. En in Jezus’ geval is dat lijden duidelijk een bron van genezing en overwinning geworden. Die wonden zijn daar niet alleen de eretekens van geworden, maar ook de bronnen waaruit Thomas zijn geloof en zijn zelfrespect terugkrijgt. ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, brengt zij geen vrucht voort,’ heeft diezelfde Jezus gezegd. En Hij heeft de daad bij het woord gevoegd. Hij heeft zichzelf opengebroken en op de aarde laten vallen om zich als voedsel te geven en bloei en leven te brengen.Hem niet aan te raken, Hem niet binnen te dringen en te eten en te drinken en te spreken en te leven zou Hem pas echt tekortdoen. Zijn lijden en sterven verspillen en zijn offer afwijzen.Daar hebben wij postmoderne mensen echt weer iets te leren. Iets wat wij wel ooit geweten hebben, maar waarvan wij vervreemd zijn. Ons vervreemd hébben. Namelijk: lichámelijk te zijn. De middeleeuwers hadden daar geen moeite mee. Die wilden ook wel graag naar de hemel, maar hadden geen moment de illusie daar al te zijn of die hier op aarde met menselijke handigheid te kunnen bouwen. Ze waren wel veel schoner en mooier en ontwikkelder dan ze vaak worden afgeschilderd, maar ze moesten die schoonheid en properheid voortdurend aan de materie ontworstelen.Daarom vertrouwden ze ook alleen heiligen die niet alleen geestelijk waren, maar net als zijzelf hun heiligheid hier op áarde hadden moeten bevechten op bloed en zweet en stront en tranen. Die die lichamelijkheid uiteindelijk wel vol vertrouwen hadden losgelaten in de handen van God, maar pas nadat ze die tot de laatste druppel snot en de laatste rimpel en de laatste reutelende zucht hadden uitgeknepen. Met achterlating van hun beenderen als bewijs daarvan. Die de middeleeuwers dan ook niet voor niks vol respect bewaarden in gouden schrijnen, gezalfd en met de geur van heiligheid omkranst. ‘Zalig zij die niet zien en toch geloven,’ zei Jezus, nadat Thomas Hem had aangeraakt en omhelsd. Dat klinkt als een verwijt en een ontkenning van de hele zin van dit verhaal. Ook klinkt het als onverstandige flauwekul. Flauwekul waar de meeste christenen met open ogen instinken, ook nog. Als een oproep om onkritisch te vertrouwen op mooie praatjes. Want dat is wat de Bijbel is, en zelfs het verhaal van Jezus: een pak mooie praatjes. Als ze niet in de aarde vallen en sterven brengen ze geen vrucht voort.Daarop te vertrouwen als ze verder in je eigen leven, je eigen lichamelijke leven afwezig blijven is niet alleen naïef, maar ook gewoon tragisch. Dan eindig je precies in de situatie van Thomas: als belachelijke leerling van een vermoorde sekteleider. En dan zonder het verlossende einde.In de hemelse zaligheid zullen wij ons koesteren in ons vertrouwen op God zonder dat wij ook maar iets verlangen te zien of te horen. Want die dingen doen er daar niet meer toe. Niet voor niets lees je niks als paradoxen als een van de grote mystici zijn directe ontmoeting met God beschrijft. Die gaat alle zintuigen te boven. Die hoeft je ook niet meer te overtuigen of je vertrouwen te winnen. Daarom smeren verhalen daarover alle zintuigen door elkaar.In de hemelse zaligheid ben jij niet alleen van God, maar is God ook van jou. Daar ben je zalig zonder voorbehoud en vol vertrouwen zonder te zien.Hier op aarde kan God niet anders dan ons tegemoet komen in ons dierlijke verlangen te zien, te horen, aan te raken, in te drinken, op te vreten, te voelen en te ruiken. Dat is waarom de Kerk er is, waarom de sacramenten er zijn, waarin God ons zichzelf te proeven en te voelen en te horen en te ruiken geeft. Dat is waarom Hij mens geworden is, Beeld van God. En af té beelden, uit te hakken, uit te pakken en voor te stellen. Eerst, om te oefenen, in hout en steen. Dan, bezielder al, in brood en zalf en water. Daarna uitgekneed en ingehakt in méns. In jóu.Daarom zegt Hij tegen Thomas: kom hier met die nieuwsgierige vingers van je. Steek ze in mijn handen, leg ze in mijn zij. Doe je ogen open, en je oren. Ik wil er mijn spuug in smeren. Mijn leven en mijn Woord, mijn vorm.Tegelijk is al dat verbeelden, dat smeren en verteren, niet het einddoel. Het is een middel,
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Zo kennen wij dat wel. Die God is nogal eens nergens te bekennen, juist als je het benauwd hebt. ‘Waar is die God van jou?’ denk je dan. ‘En wat voor een Vader is dat?’Het is de avond van Witte donderdag. Jezus ligt, in de steek gelaten, in het donker in een verlaten tuin te bidden. Hij is doodsbang. Morgen zal Hij afschuwelijk worden gemarteld en vermoord, en Hij wéét dat. “Laat het aan mij voorbijgaan!” schreeuwt Hij uit, tot God die Hij zijn Vader noemt. Maar die zogenaamde Vader zwijgt, in alle talen.Dat lawaaierige zwijgen is de stem van de wanhoop waartegen Jezus hier aan het vechten is. En Hij dreigt dat gevecht te verliezen. Hij is maar een mens.Maar dan, juist als Hij breekt, welt er een ander gebed uit Hem op. ‘Niet mijn wil, maar jouw Wil,’ fluistert Hij. En dan komt er een engel om Hem te troosten.Ik wil ook een engel om mij te troosten, als ik bang ben, of ziek, of als ik het echt niet meer weet. Hoe heeft Jezus die naar zich toe gelokt? En is dat alleen weggelegd voor mensen die stiekem tegelijk ook God zijn, of ook voor ons?In deze video leg ik je uit wat hier gebeurt, en aan het einde geef ik je weer, net als vorige week, een oefening. Die gaat je niet in een vingerknip in een lichtgevend spook of een vliegende non veranderen, maar je wel helpen ruimte te maken voor wat het Heilige in jou zou kunnen doen. En dat zou je een enorme hoop benauwdheid kunnen schelen, als puntje bij paaltje komt. Enfin, aan het werk.(Intro)Welke vader laat zijn Kind nou zó alleen? Om niet te zeggen: welke vader loopt zijn eigen Kind nou zó te martelen? Want God laat Jezus niet alleen in de steek - en ook nog eens precies dán wanneer het er het meest op aankomt. Hij onttrekt Hem actief zijn troost.Want dat zijn Zoon door al zijn vrienden in de steek wordt gelaten, wordt bespuugd, wordt vernederd, wordt kapotgeslagen, wordt gekroond met doornen, wordt spiernaakt en krijsend aan een kruis getimmerd is duidelijk de wil van zijn Vader. Zelfs dat zijn moeder daarbij staat te kijken en niks kán - en dat Hij dat dan weer ziet, hoe haar hart met Hem sterft - dat is duidelijk de wil van zijn Vader. Dat zij zijn bloederige vel zonder ziel in haar schoot geworpen krijgt - dat is de wil van de Vader. Over dat alles is de traditie heel duidelijk.Het hele verhaal is niet te snappen. Want was die Jezus Christus niet zélf van goddelijke natuur? Hoe kan God zichzelf smeken om Hem te komen redden en dan ook nog eens niet verhoord worden? Niet mijn wil, maar uw wil geschiede? Wat?En dan uiteindelijk aan dat kruis: ‘God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Hoe?Laten we, om niet alleen Jezus Christus, maar ook onszelf iets beter te begrijpen, maar even een stapje terugzetten.Wij mensen zijn het meeste mens als wij liefhebben. We hebben het vaak niet eens in de gaten, maar meer nog dan zelf gelukkig zijn maakt het gelukkig maken van anderen ons gelukkig. De mensen van wie wij houden. De wereld waarin wij leven.Maar die wereld werkt daar niet automatisch in mee. Soms lijkt het wel alsof ze er zelfs op uit is om zoveel mogelijk van ons zo snel mogelijk de dood in te jagen, liefst op een gruwelijke manier. Ziekten, aardbevingen, hongersnoden, het houdt nooit op.Wijzelf werken trouwens ook niet zomaar mee. Zelfs als we van goede wil zijn gedragen we ons nogal eens heel egoïstisch, ten koste van iedereen om ons heen. Of het nou om geld, aandacht, eten, macht of seks gaat: het lijkt wel alsof we nooit verzadigd raken en nooit tevreden zijn.Er zijn wetenschappers die zich opwerpen als een soort moderne priesters. Die zeggen dat dat allemaal komt omdat de wereld geschapen is door een nogal koude godin en haar hulpje, die Toeval en Evolutie heten. Die hebben de zaken zo geregeld dat alles wat leeft van nature maar op twee dingen gericht is: zichzelf in stand houden en zichzelf kopiëren. Ten koste, desnoods, van alles wat daarbij in de weg loopt. Zij zeggen dat dat nou eenmaal zo hoort.Wij katholieken zeggen dat het helemaal niet zo hoort. Wij kijken zo graag naar alles wat er wél mooi en teder is aan de natuur en de mensheid. En menen daarin toch eerlijk, door alle ellende heen, iets van een oorspronkelijk idee van de schepping te kunnen zien.Sterker nog: we hebben er heimwee naar. Het is alsof we er al ooit waren, maar op drift zijn geraakt. We hebben trouwens ook heimwee naar onszelf, maar dan onszelf zoals we bedoeld zijn. Want we zijn niet zomaar vanzelf onszelf. Daar is een vorm van groeien voor nodig. Een vorm van groeien die lang niet altijd goed afloopt en die trouwens soms überhaupt meer op een oorlog lijkt.Want als we ons maar een beetje laten gaan beginnen we al snel wezenloos te graaien naar de behoeften die door het meest dierlijke in ons worden aangejaagd. Vreten, zuipen, neuken lijken het meest plat. Maar de voortdurende behoefte aan aandacht, eer, glorie en bevestiging is minstens net zo erg. En er zijn maar weinig van ons die dat zo wel prima vinden.Het lijkt wel alsof we, telkens als we niet willen doen waar we zin in hebben, maar wat we eigenlijk ten diepste willen, we onszelf geweld aan moeten doen. Dat merken we bijvoorbeeld wanneer we écht enthousiast worden over iets dat ons dieper raakt dan onze onderbuik. Wanneer we ons bijvoorbeeld verliezen in gitaar spelen of wielrennen, en ons helemaal te pletter trainen en repeteren.En vooral merken we het als we van iemand houden, en die willen verzorgen of voor ons winnen, redden of gewoon gelukkig zien worden.Dan zijn we ineens in staat om alles wat we lekker of gemakkelijk vinden compleet te vergeten. Dan zijn we ineens wél in staat om, dwars door pijn en ellende, over alle grenzen van ons welbehagen, onze eigenliefde en ons zelfrespect heen te denderen.Dat is precies wat hier gebeurt met die Jezus die in doodsangst in die tuin bloed ligt te zweten. Zijn vrienden, die Hij had meegenomen om Hem te troosten, waren in plaats daarvan keer op keer in slaap gevallen. Dat had zijn eenzaamheid eerder nog pijnlijker gemaakt. Maar Hij verwijt het hun niet. ‘De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak,’ zegt Hij, vergoeilijkend. Hij weet het, want Hij vecht in zichzelf tegen precies hetzelfde vlees.In Christus zijn twee willen met elkaar aan het vechten: de goddelijke en de menselijke. De wil tot zelfbehoud en de wil tot zelfgave.Zijn menselijke wil is bang voor het lijden en de dood, want zo is ze gemaakt en hoort ze te reageren. Zelfbehoud is de mens ingeschapen. Zelfs de meest volmaakte en heilige menselijke wil is afkerig van het lijden en de dood. Terecht. Want die horen helemaal niet te bestaan. Ze zijn niet geboren uit de wil van God maar uit de eigenwijsheid en het egoïsme van de mens en de scheefgroei van de schepping. Ze zijn uiteindelijk niet natuurlijk. Ze wortelen niet in Gods aanwezigheid - dus in het echte, het goede en het schone. Ze komen voort uit het ontbreken daarvan.In gewone mensentaal: ‘de mens hangt aan het leven,’ en dat is maar goed ook. Toch zegt Christus ook dat alleen die mens het meest volmaakt bemint die zijn leven geeft voor zijn vrienden. Er is, met andere woorden, een zelfloze wil die de menselijke wil tot zelfbehoud te boven gaat.Als Christus dus in de Hof van Olijven uiteindelijk breekt en zegt: ‘Niet mijn wil, maar jouw wil,’ is dat stiekem geen falen, maar winnen. Zijn wil wordt Hem niet uit handen geslagen. Hij geeft die, heel bewust en uiteindelijk vrijwillig, aan de Vader. Hij brengt zijn menselijke wil actief in harmonie met zijn goddelijke wil.Dat is de wil om ons uit het diepst van onze ellende te komen wegtrekken, ook als Hij daarvoor alles wat Hij is, van zijn waardigheid tot zijn bloed, tot de laatste druppel moet uitgieten.Hij is geen mens geworden om te oordelen, maar om te redden. En wel door niet alleen vlees te worden, maar helemaal solidair met ons tot in het putje van onze ellende te kruipen. Christus wordt niet zomaar een mens, Hij wordt de Mens.Hij kan dat omdat Hij van ons houdt. En beminnen doe je niet met je gevoelens, maar met je wil.Pilatus toont ons dat kort en goed. Hij laat Jezus door zijn soldaten helemaal aan gort slaan, met doornen kronen en een spotmantel omhangen. In die toestand zet hij Hem op het balkon voor een woedende menigte en zegt, simpelweg: ‘zie de mens.’ Daarmee laat hij ze in de beste spiegel kijken die er maar mogelijk is. In Jezus’ toegetakelde gezicht zien ze het gezicht van hun eigen sadistische wreedheid, maar zonder dat ze het in de gaten hebben staan ze tegelijk te kijken naar het gelaat van zijn door en door liefdevolle wil. Die dit alles wil omdat Hij hen bemint.Heeft Hij zich immers niet juist tot op dat vervloekte balkon gewaagd om hen uit deze hel op te komen halen? ‘Vergeef hen, Vader,’ zegt Hij dan ook, ‘want ze weten niet wat ze doen.Even terug naar de donkere tuin op de Olijfberg. Wat gebeurt daar nou eigenlijk echt? De sleutel tot het hele verhaal is, dat de naam ‘Jezus’ ‘God is Redding’ betekent. In de hof van Olijven biedt Hij, biddend in doodsangst, zichzelf aan als Offer, als Gave. Dat wordt nogal eens verkeerd begrepen. Hij offert zich niet aan een wrokkige semitische onweersgod die toevallig ook nog zijn Vader is, en die Hem sadistisch mishandelt en vermoordt omdat Hij daar een soort satanisch genoegen aan beleeft. Hij offert zichzelf als medicijn voor de wrok zelf. Zijn uitgegoten Wezen geneest de wezenloosheid zelf.Hij geeft zich, letterlijk met vereende krachten. Hij doet zichzelf het uiterste geweld aan. Hij dwingt ten eerste om alle aspecten van zijn ziel, van de laagste tot de hoogste, één te worden.De laagste, de emoties, verlangens en driften, ballen zich samen tot wat wij het ‘hart’ noemen. Dat is het dierlijke deel, het deel dat de natuur heeft gemaakt om zichzelf ten koste van alles in stand te houden. Het hangt aan het leven. Het verzet zich uit alle macht. Jezus smeekt het, dwingt het, temt het uiteindelijk.Zodra Hij het overmeesterd heeft, verenigt Hij het met de drie machten die zijn werkelijke zelf zijn. Als mens bestaat je eigenlijke wezen uit je grond, je bewustz
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Dit is de preek van een Hoogfeest door de week. Die krijgen alle volgers sowieso. Zou je ook graag alle zondagspreken van Pater Hugo willen krijgen? Neem dan een betaald abonnementje op zijn Substack! Daar zitten trouwens nog veel meer extraatjes bij, en bovendien steun je zo deze unieke stem in katholiek Nederland!Of als je graag op zijn Nederlands wilt betalen:* Maandabonnement met iDeal of Bancontact* Jaarabonnement met iDeal of Bancontact This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Wat is dit in godsnaam? Vanaf de vijfde zondag van de vasten verandert de kerk van een sacrale santenkraam in een godgewijd spookhuis. Een paarse grauwsluier breidt zich als een schimmel uit over alle kruizen en heiligen. God verliest zijn gezicht.Waarom bedekken wij de laatste twee weken de beelden in de kerk met paarse doeken? Ik leg het je uit in deze video. Aan het einde zal ik ook nog een concrete oefening meegeven die ermee te maken heeft, en die je kunt opnemen in je gebedsmoment of meditatie.(intro)Waarom sluieren wij de beelden? Wij hebben dit gebruik al sinds de vroege middeleeuwen, maar niet veel mensen begrijpen het echt goed. Dat het bedoeld is om de feestelijkheid te dempen en zo ruimte te scheppen voor rouw en boete is wel duidelijk.Maar waarom bedekken we dan zelfs de kruizen? Juist in de weken dat wij ons intensief met Jezus’ lijden proberen te verenigen verbergen wij de afbeeldingen die ons daar het meest aan doen denken.Niet alleen alles wat blij en feestelijk maakt verdwijnt, maar ook alles wat je op het eerste gezicht juist zou kunnen helpen het lijden van Jezus te beleven. Waarom?Het antwoord zal sommigen van jullie wel verbazen. Omdat sommige dingen nou eenmaal pas echt zichtbaar worden als je ze verbergt. Juist het meest wezenlijke valt nogal eens pas op als je het wegneemt. Er een doekje over gooit. Zo leer je jezelf om op een andere manier te gaan kijken en luisteren.Het is niet zo vreemd als het lijkt: denk bijvoorbeeld maar eens aan hele constante, bescheiden geluiden. Het lage brommen van een koelkast of het zachte blazen van een ventilator. Die hoor je eigenlijk pas als ze plotseling wegvallen. Ze vallen pas op als je ze uitzet. Wat stil is het dan ineens!Net zoiets is er aan de hand met de voortdurende, dragende aanwezigheid van God in zijn heiligdommen. Om die eventjes écht op te merken schakelen we de meest zichtbare tekens ervan even uit.Als je echt wil snappen waar de Kerk in deze tijd mee bezig is zul je moeten luisteren naar de stem van de grote mystieken. Meer dan wie ook hebben juist zij zich geoefend in het laten zien van het onzienlijke en het onthullen van het verborgene.Het beste beginnen we dan in dit geval bij een geheimzinnige figuur uit ongeveer de vijfde eeuw. Eigenlijk was hij een bedrieger, want hij gaf zich uit voor een figurant uit de Bijbel, Dionysius de Areopagiet, waarschijnlijk om zijn geschriften meer gezag te verlenen.De vraag is of dat nou nodig was, want de inhoud van de geschriften die we nog van hem hebben is ontzagwekkend en volledig serieus te nemen. Dat weten we omdat ze in ons eigen leven direct ervaarbaar zijn. We kunnen het helemaal zelf controleren. We kunnen er in feite zelfs helemaal niet omheen.Iedereen met een serieus innerlijk leven loopt te worstelen met het verwoorden en zelfs maar onthouden van wat hij beleeft als hij God benadert. Het is alsof een soort statische ruis die tegelijk bliksemend en pikdonker is zowel je geheugen als je taalgevoel in de war stuurt. Dionysius beschrijft het als volgt:“Drievoudigheid, leid ons langs de rechte weg naar de hoogste top van de mystieke woorden. Boven het onkenbare en boven het licht waar de enkelvoudige, van niets afhankelijke en onveranderlijke mysteriën van het goddelijke Woord in gehuld gaan. In de verblindende duisternis van het zwijgen dat in mysteriën verborgen is. Waar zij in het diepste duister het meest meer dan stralend en meer lichtend zijn. En waar zij in het volstrekt ontastbare en onzichtbare de ogenloze denkkrachten doen overvloeien van overschone lichtglans.”Dat zijn een hoop paradoxen op een hoop. Verblindende duisternis, stralend en lichtend diepste duister enzovoort. Toch brengen die evengoed een glasheldere boodschap over: om God te kunnen ontmoeten, om daar überhaupt ruimte voor te scheppen, zul je je normale manier van waarnemen en vooral ook inschatten en oordelen en streven moeten opschorten.De wilde - maar ook heel knappe - Duitse mysticus Eckhart verwoordt het zo: wie ruimte wil maken voor God moet niks willen, niks weten en niks hebben.Misschien ken je het wel: plotseling is er zo’n geheiligd moment dat het bidden niet alleen werkelijk lukt, maar dat je ook erváárt dat het lukt. Moeiteloos ben je je bewust van de tegenwoordigheid van God, en daarin ben je met Hem samen. Je koestert je in de troost van zijn aanwezigheid.Maar dan begint je wil zich te bewegen. Een beetje zoals een kat die niet op schoot wil blijven liggen omdat hij plotseling iets heeft gehoord of heeft geroken. “Ik wil...” komt er in je op. “ik wil...” en onmiddellijk valt je bewustzijn uit de ervaring van de tegenwoordigheid van God.Het gaat er niet om of je wil goed of verkeerd was. Het maakt niet uit of je wil goed was of niet. Of je nou net zat te willen te willen wat God wil, of zat te willen meer op Jezus te lijken of zat te willen meer vervuld te worden van de Heilige Geest. Het bewegen van je wil alleen was genoeg om je plotseling weer alleen te voelen. Je wil, hoe goed ook, is een middel geworden tussen jou en God, iets wat tussen jullie in zit.Nog sterker geldt dat voor weten. Stel je voor: je ligt te badderen in Gods licht en denkt onwillekeurig: ‘wat heerlijk!’ Boem! Ineens lijkt het wel alsof het licht van God zelf zijn glans heeft verloren. Het heeft, zonder dat je het in de gaten had, ergens onderweg de gedaante van een grijze regendag aangenomen.Dat komt omdat je het hebt zitten weten. Je hebt je een oordeel gevormd en in plaats van het licht van God zelf word je nu door het licht van je oordeel beschenen. En dat is een héél ander verhaal. Het maakt niet uit dat je oordeel helemaal positief was. Het is een middel, een beeld geworden tussen jou en God, iets wat bemiddelt. Het maakt de relatie tussen jullie twee onrechtstreeks.Hebben is een nog radicalere werkelijkheid. Alles wat je hebt is niet God en neemt ruimte in beslag die God niet kan opvullen. Eckhart is heel radicaal in dit opzicht: Zelfs als je juist alleen nog ruimte hebt voor God heb je nog te veel. Het ideaal is zelfs geen ruimte meer te hebben, ook al is het dan voor God. Laat Hem in jou maar in zijn eigen ruimte werken. Laat Hem in jou in Zichzelf werken.Dit klinkt bijna flauw, maar als je even kijkt naar hoe Eckhart zijn betoog opbouwt snap je wel waarom hij zelfs die stap nog nodig vindt. Onwillekeurig zijn er, hoe abstract hij ook te werk is gegaan, toch weer beelden ontstaan. Beelden van jou als poppetje, of als ziel - waar je je dan ook weer een beeld van vormt - waarin dan weer het beeld van een ruimte verschijnt. En die beelden zitten in de weg.Wie God wil vinden moet zich hulpeloos in Hem durven verliezen. Het is uiteindelijk een kwestie van vertrouwen.Laatst zat ik in een praatprogramma en op een gegeven moment ging het over het verschil tussen de authentieke, klassieke manier om de Mis op te dragen en de liturgie die tegenwoordig meestal wordt gebruikt. Die is opgesteld door een commissie in de jaren zestig.Dat onderwerp ligt nogal gevoelig, en ik ging misschien een beetje over de schreef. De presentator vroeg mij waarmee ik dat nieuwe ritueel zou willen vergelijken, en spontaan zei ik: ‘Duplo.’ Daarmee wekte ik natuurlijk onbedoeld de indruk dat ik de moderne Mis maar een kleuterspelletje vond, wat echt wel horkerig zou zijn geweest. Veel mensen houden er immers oprecht van, vooral ouderen.Ik bedoelde natuurlijk dat de moderne Mis uit blokken bestaat waaruit je kunt kiezen en die op allerlei manieren op elkaar passen. ‘En waar zou je de oude Mis dan mee vergelijken?’ zei de presentator op licht kritische toon. ‘Een bos,’ zei ik onmiddellijk. ‘Ah,’ zei hij. ‘Maar in een bos kan je ook verdwalen.’Ik had daar achteraf anders op hebben willen reageren. Wat ik zei was weliswaar niet verkeerd of onoprecht, maar er lag een heel verhelderende waarheid voor het oprapen die ik op dat moment gewoon even miste.Ik had moeten zeggen: ‘inderdaad, kun je in een bos verdwalen, en zo hoort het ook.’ God is niet ongevaarlijk. God is niet zonder risico. Als je je aan God toevertrouwt neem je op de koop toe dat je je ook aan Hem zou kunnen verwonden. Je zou zelfs aan Hem kunnen sterven. Je vertrouwt erop dat dat niet zal gebeuren omdat je Hem vertrouwt, maar garanties zijn er niet.In ieder geval zal je in Hem moeten verdwalen. Wie wil groeien in God kan dat niet door zelf de touwtjes in handen te houden. Zelf zijn koers te bepalen en zijn eigen oriëntatie te volgen. Volwassen worden in dit opzicht betekent vreemd genoeg steeds onzelfstandiger worden.Denk maar aan wat Jezus tegen de heilige Petrus zegt in het Johannesevangelie: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: toen je jong was, deed je zelf je gordel om en ging waarheen je wilde, maar als je oud bent, zul je je handen uitstrekken, een ander zal je omgorden en je brengen waarheen je niet wilt.’Toegepast op ons betekent dat inderdaad, met Eckhart, niks willen, niks weten, niks hebben.Het Evangelie voegt er nog aan toe dat Jezus met deze woorden doelde op de dood waarmee Petrus God zou verheerlijken. Niet zomaar de dood die hij zou sterven, nee: de dood waarmee hij God zou verheerlijken.Zelfs dat kunnen we toepassen op wat er van onze ziel wordt gevraagd als wij God willen ontmoeten. Weliswaar geloven wij christenen niet dat wij in God oplossen of vernietigd worden. In die zin moet je ‘dood’ hier figuurlijk lezen, niet letterlijk. Maar dan kun je verder toch wel zeggen dat, als wij zo met God in harmonie beginnen te klinken dat er tussen Hem en ons geen onderscheid meer te ervaren valt, je dat toch wel een vorm van sterven kunt noemen.‘Om Hem te verheerlijken,’ schrijft Johannes. Dat is een ander woord voor beminnen, in dit geval. God beminnen met heel je hart, je verstand en al je krachten. Maar in Hem durven te verdwalen is wel het minste wat wij kunnen doen.Jan van Ruusbroec, de grootste mystieke schrijver aller tijden, verwoordt het als volgt:“Hij moet zichzelf verloren hebben in een onmiddellijkheid en in een duisternis waarin alle schouwende mensen genietend verdwaald zijn. Zo dat
Porno is tegenwoordig overal en nergens aanwezig en bereikbaar, en taboes zijn er niet veel meer over. Laatst was iemand zo vriendelijk mij te confronteren met een afbeelding in Japanse tekenfilmstijl van iemand die zich aan alle *** Ik wist in eerste instantie letterlijk niet wat ik zag op dat plaatje. ‘Hou ik het wel rechtop?’ vroeg ik mij zelfs even af.Zoals mijn kat er automatisch kwijlend aan komt rennen als ik een blikje opentrek, ook al zitten er in feite geen sardientjes maar halve perziken in - zo schopt alleen al de simpele suggestie van gesop in een warm vochtig holletje bij mensen onmiddellijk de hormoonhuishouding in de knoop.Natuurlijk is dat effect niet oneindig. Stel dat ik de godganselijke dag blikken met perziken open zou staan te trekken. Stel dat ik alleen nog maar perzik uit blik zou vreten. Dan zou het snel voorbij zijn met de warme interesse van mijn kat. Als je maar vaak genoeg loopt te kwijlen zonder dat je daarna ook werkelijk een sardientje krijgt, is de lol eraf. Er zijn dan steeds sterkere suggesties nodig om de sappen te laten stromen.Over hoe dit bij mensen werkt is al zat geschreven en gezegd, het komt erop neer dat, als je maar genoeg op een rare manier loopt te zieken met je prikkel- en beloningssysteem, je je uiteindelijk zelfs niet meer bevredigd voelt als je écht dat sardientje krijgt. En dan wanhopig op zoek gaat naar steeds vreemdere, en vaak ook agressievere vormen van prikkeling.Zoals die octopus. Mensen die alleen nog opgewonden raken van volwassenen in luiers of transmannen met geblondeerd haar en een staart of oma’s met een onderbroek op de kop. Of zelfs alleen nog van boze en liefdeloze dingen. Super-specifieke prikkels. Oorverdovende stimulering van nou net dat ene specifieke puntje dat in jouw dierlijke zelf nou toevallig het meest gevoelig is.Stimulering die zelfs niet meer verwijst naar iets dat in de werkelijkheid bestaat en waarnaar je zou kunnen verlangen. Op dat moment is je seksualiteit letterlijk wezenloos geworden. Om de leegte te ontvluchten vlucht je juist de leegte in.Normaliter zou je als mens erop moeten kunnen vertrouwen dat de spirituele traditie die je van je voorouders hebt meegekregen de weg kan wijzen bij dit soort dilemma’s. Maar het christendom heeft de laatste vierhonderd jaar of zo op dit terrein een beetje mal gedaan.Om antwoorden te kunnen geven moet je immers vragen kunnen stellen. Moet het onderwerp bespreekbaar zijn. En dat was het een hele tijd niet, en op dit moment dreigt het wéér de verkeerde kant op te gaan.Aan de middeleeuwen ligt het niet, even voor de duidelijkheid. Ik zeg het maar even omdat de middeleeuwen vaak de schuld krijgen. ‘Middeleeuwse toestanden,’ zeggen we dan. Maar de middeleeuwen waren op dit punt eigenlijk best ontspannen. Toen werden er op het marktplein zonder enige vorm van gêne toneelstukjes opgevoerd die ‘boerden’ werden genoemd. In feite waren dat vieze moppen in theatervorm. Er waren wel eens pastoors die zich erover opwonden, maar meestal stonden ze er met de rest van het volk om te lachen. En dat terwijl er niet zelden priesters en nonnen in werden opgevoerd.Juist dat die stukjes grappig werden gevonden bewijst al wel dat er ook toen best spanning rond het onderwerp hing. Zonder enig taboe zijn vieze moppen namelijk gewoon niet lollig. Maar dat er wel gewoon - en in het openbaar - ruimte voor was bewijst wel dat die spanning ook kon worden gerelativeerd.Natuurlijk werd er ook toen grote waarde gehecht aan zuiverheid, maar er werd ook met een nuchtere blik naar gekeken. Als in de middeleeuwse traktaten die ik dagelijks onder ogen krijg over wordt gesproken is het helder wat het theoretische ideaal is. Seksualiteit hoort bij het huwelijk, bij het trouw zijn aan elkaar en definitief voor elkaar kiezen. Dat ideaal is heel hoogverheven en men doet geen water bij de wijn.Maar nergens krijg je de indruk dat men door een soort zuiverheidsdrift geobsedeerd is. Dat heel de morele waarde van een mens alleen daaraan wordt afgemeten. De mens moet in het algemeen zijn best doen zijn lagere vermogens, zijn drift en zijn verlangens, in toom te houden. En het seksuele verlangen is daarvan zeker een van de sterkste en ook vaak nogal onberekenbaar.Maar in de middeleeuwen kon men redelijk open en creatief over seksualiteit praten en schrijven, ook over de meer ongrijpbare en wilde kant ervan. Denk aan de cultuur van de hoofse liefde, een complete gefantaseerde werkelijkheid die draaide om buitenechtelijke verhoudingen tussen adellijke dromers en andermans vrouwen. Onze eigen Hadewijch zag er zelfs geen probleem in de taal daarvan te lenen om er haar verlangen naar God mee te beschrijven. Sowieso was erotische taal heel gebruikelijk om mystieke godsontmoetingen mee te beschrijven. En dan niet terughoudend of vaag - luister bijvoorbeeld eens naar sinte Mechtild van Maagdenburg:‘Hoe luider zij roept, hoe groter de wonderen die zij werkt door haar macht. Hoe meer zijn lust toeneemt, hoe mooier haar bruiloft wordt. Hoe smaller het bed, hoe inniger de omhelzing.’ Ze heeft het over God en de ziel, even voor de helderheid.Als je dat zo leest snap je niet hoe er ooit een cultuur heeft kunnen ontstaan van het obsessief verkrampen bij alles wat met seks te maken heeft. Toch vlamt die neiging al sinds de late oudheid af en toe in de Kerk op.De Bijbel is er niet echt schuldig aan. Die roept wel af en toe dat je geen ontucht moet bedrijven, maar niet op een manier die de indruk wekt dat er verder niks bestaat op de wereld. Het probleem begon bij hoe een paar belangrijke kerkvaders het gedachtengoed van de heidense stoïcijnen in de christelijke theologie verwerkten.De stoïcijnse filosofie leerde dat er in heel de natuur een logica, de Logos, zit die bij hen een normatieve, eigenlijk goddelijke status heeft. Die Logos zaait zich uit in de werkelijkheid zodat alles op aarde een welbepaalde telos, een bedoeling heeft. Ook de mens heeft zo’n logos spermatikos, een zaadje van de rede. Dat is voor de stoïcijnen zelfs zijn meest wezenlijke zelf. Maar ook elk orgaan en elke handeling heeft een welbepaald doel. Dat doel kun je door logisch nadenken en zorgvuldige observatie ontdekken, en vanaf dan heb je ook de heilige plicht dat doel na te streven. Een goed moreel leven is, volgens de stoïcijnen, een leven kata logon, volgens de logos.Wie van bijvoorbeeld zijn geslachtsorganen de bedoelingen heeft beredeneerd - namelijk voorplanting - en die dan toch gebruikt met een ander doel dan waarvoor ze zijn - bijvoorbeeld om er plezier mee te beleven - handelt tegen de logos.Deze voorchristelijke filosofie werd in de christelijke theologie met nog een paar andere gecombineerd en daarna gecanoniseerd, heilig. Een combinatie van deze stoïcijnse logos en de iets andere invulling van datzelfde begrip door de neoplatonisten werd in de Kerk zelfs uiteindelijk gebruikt om de tweede Persoon van de Drievuldigheid beter mee te kunnen begrijpen. Jezus zelf, dus. Denk maar aan de beroemde proloog van het Evangelie van Johannes waar elke Mis mee wordt afgesloten: καὶ ὁ λόγος σὰρξ ἐγένετο, en het woord is vlees geworden. Jezus zelf was de goddelijke Logica die alles in de schepping zijn vorm en doel had gegeven.Dat klinkt heel veelbelovend - en in de mystieke traditie werkt het ook prachtig uit, zoals Mechtild en Hadewijch laten zien. Maar er schuilt ook een gevaar in: de stoïcijnse doelmatigheidslogica kon seksualiteit reduceren tot louter voorplanting, en elke andere betekenis ervan wegsnijden. En precies dat is wat er in de loop van de eeuwen is gebeurd - met bovendien de paradoxale bijwerking dat het onderwerp tegelijk onbespreekbaar werd. Maar laat ik die draad even vasthouden en eerst de historische lijn afmaken.Iemand die in dit proces een hoofdrol speelde was de heilige Augustinus. Die had een uiterst moeizame persoonlijke verhouding met seks en dat is af en toe goed te merken aan zijn werk. Dat werk is in het westerse christendom absurd invloedrijk geweest op werkelijk alle theologische terreinen. Til een in de kerk een tegel op en er wriggelen geen pissebedden onder maar ideeën van Augustinus. Soms ten goede, hoor, maar niet altijd.Hij zag de menselijke begeerte als kern van de erfzonde, dus van de slechtheid van de mens. Nou was begeerte wel breder dan alleen seksuele lust, maar daar lag toch wel het accent op, ook al omdat Augustinus daar zelf enorm mee worstelde.Veel extremer nog was de heilige Hiëronymus, die trouwens sowieso het moeilijkste karakter van de hele oudheid had. Zijn traktaat tegen de monnik Jovianus is berucht. Jovianus beweerde dat het huwelijk en de maagdelijke staat gelijkwaardig waren. Dat paste Hiëronymus niet, en hij reageerde, zoals vaak, weer eens hysterisch. Hij pompte in zijn pamflet de maagdelijkheid enorm op ten koste van het huwelijk. Trouwen was alleen voor sukkels die hun lusten niet konden beheersen. Maar zelfs binnen het huwelijk vond Hiëronymus seks in feite nog zondig, in ieder geval goede seks. Zelfs als je je eigen man of vrouw hartstochtelijk beminde pleegde je volgens hem al overspel. Dat was zelfs Augustinus veel te gortig. Hij nam er uitdrukkelijk afstand van.De oorzaak van dit alles zal ook in Hiëronymus’ geval wel persoonlijke frustratie geweest zijn: hij schreef in een van zijn brieven dat hij voortdurend werd overvallen door beelden van aantrekkelijke jonge meisjes.Nou roepen veel mensen dat dit soort onvolwassen gezeur altijd al de boventoon heeft gevoerd in het denken van de Kerk over seks. Ik hoop dat ik al voldoende duidelijk heb gemaakt met wat ik over de middeleeuwen heb gezegd dat dat flauwekul is. Het was meer zoiets als een van die virussen waar je niet meer afkomt, maar die alleen van tijd tot tijd opvlammen en symptomen veroorzaken. Herpes of zo, om maar even in de sfeer te blijven.Nou komen we op dit moment wel net uit één van die uitbraakperioden, en die heeft lang geduurd en dus ook, toen ze eenmaal voorbij was, een hele heftige reactie uitgelokt. Geen wonder dat de mensen het christendom op dit pu
Deze aflevering krijgen jullie allemaal van mij cadeau. Mocht je de rest ook willen zien, steun dan mijn werk en neem een betaald abonnementje. Dan krijg je er de komende maanden nog vier bij en kan je ook de oudere terugvinden. Verder maandelijks een mystieke tekst met online bespreking en de wekelijkse homilie. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
In elk fatsoenlijk katholiek huishouden zijn er een paar van die heiligenbeelden die veel meer zijn dan decoratie. Ze omlijsten lief en leed in het huis, en zwijgen wel maar drukken er toch hun stempel op. Sowieso zeggen ze alles over de religieuze mentaliteit van degene die ze heeft uitgekozen. Of bij wie ze aan zijn komen waaien. Ze worden niet, zoals andere soms wel, weggegeven of omgewisseld met andere aan de hand van geestelijke luimen en modes.Ook hier in de kluis zijn er een paar van die. Ik ben weliswaar nogal van het weggeven van heiligen, maar deze mogen pas weg als ik zelf ook word uitgedragen. Ze zijn zoiets als vaste schietgebeden in plaatjesvorm, die elke keer dat ze bewust worden waargenomen hun geuren verspreiden.Eén ervan noemen we hier Christus op de koude steen. Hij zit op een houten piëdestalletje tegen de muur boven de trap naar de keuken. Ik heb hem nog niet eens zo lang, een jaar of acht. Hij was eigenlijk een miskoop bij de laatste verbouwing van het hoogaltaar in de kerk.Het is geen museumstuk. Dat is fijn, want ik doe niet aan museumstukken. Het bewaren en bewaken daarvan is me te veel gedoe. Deze Christus zal wel eens een keer in de tweede helft van de achttiende eeuw of zo ergens in Beieren of Tirol gesneden zijn. Karakter heeft hij zonder meer, maar een klassieke schoonheid is hij zeker niet. Daarbij is hij sinds hij gemaakt werd wel een keer of drie opnieuw opgeverfd in frisse kleuren, waarschijnlijk tijdens de voorjaarsschoonmaken van 1820, 1860 en 1890 of iets in die richting. De laatste keer is dat trouwens met erg veel liefde en vakmanschap gedaan, daar niet van.Wat we zien is Jezus die, vlak vóór zijn lijden, heel even genegeerd wordt. Zijn beulen zijn bezig het kruis te halen of de weg vrij te maken of misschien gewoon een boterham aan het eten. In ieder geval is Jezus alleen, en schijnbaar totaal onbereikbaar voor de buitenwereld. Zijn ogen zijn wel open, maar zien niets.Hij ziet niets, maar wij zien Hém wel. Wij zien Hem zelfs dubbel. Want wij kunnen naar dit beeldje kijken door twee totaal verschillende brillen, die beide een totaal ander tafereel laten zien.De eerste bril is laat-middeleeuws en is van typisch Nederlandse makelij. Die toont ons ‘Christus op de koude steen,’ zoals ik al zei. We zien Jezus van God en mens verlaten. Zelfs de aarde die Hem draagt, de steen waarop Hij zit, is koud en onverschillig. Er is voor Hem geen enkel mededogen, geen enkele emotionele toevlucht meer. Hoewel Hij omgeven is door mensen en vooral door menselijke agressie en lawaai is Hij zo alleen als een mens maar zijn kan. Volledig op zichzelf teruggeworpen is Hij helemaal offer geworden. Een offer is iets dat wordt opgegeven en losgelaten om iets anders - dat duidelijk van grotere waarde is - te redden of te krijgen. Hij is de zondebok, afschuwelijk geworden omdat Hij alles wat slecht en schuldig is aan de mensheid op zijn schouders draagt. Hij is de enige onschuldige in het tafereel, ja zelfs op aarde. Toch stelt Hij hier en nu het kwaad tegenwoordig dat zo meteen de woestijn van de dood zal worden ingejaagd om te verdwijnen en op te lossen en los te laten en vergeten te worden.‘Hij die bestond in goddelijke majesteitheeft zich niet willen vastklampenaan de gelijkheid met God.Hij heeft zichzelf ontledigden het bestaan van een slaaf aangenomen.Hij is aan de mensen gelijk gewordenen als mens verschenen heeft Hij zich vernederd.Hij werd gehoorzaam tot de dood,tot de dood aan het kruis.’Wij noemen die totale zelfgave van Jezus in zijn lijden van oudsher ‘ontlediging,’ een werkwoord dat eigenlijk alleen maar voor Hem, en alleen voor Hem in die specifieke toestand gebruikt wordt. In het Grieks staat er ἐκένωσεν, Hij maakt zichzelf leeg. Zo mogen we dus ook die blik hier interpreteren: leeg. Hij ziet niets omdat Hij letterlijk een lege blik heeft. Hij is hier gekomen om op te lossen en te vervliegen. Geen zelf meer te zijn.Heel indrukwekkend, allemaal, maar eigenlijk totaal ongeschikt om op een piëdestalletje boven een keukentrap te staan. Misschien goed voor een lijdensmeditatie in de Kerk tijdens de vasten, maar niet voor tien keer per dag letterlijk tussen de soep en de aardappelen.Toch staat ie prima waar ie staat. Er is namelijk ook een andere blik door een heel andere bril mogelijk, en in feite is dat hier de enige juiste. Want mijn ‘Christus op de Koude Steen’ is stiekem helemaal geen Christus op de koude steen, maar een ‘Christus in der Rast.’ Hij is niet middeleeuws, maar barok, en niet Nederlands, maar Beiers.Ogenschijnlijk zien we precies dezelfde scène. De beulen zitten nog steeds achter hun boterhammen en Jezus gaat nog steeds hetzelfde, afschuwelijk lot tegemoet. Maar in plaats van de totale verlatenheid kijken we hier naar een verborgen hemel. Jezus’ blik is niet leeg, maar alleen naar binnen gekeerd. Naar binnen waar Hij in vrede is, in rust. ‘In der Rast,’ zegt de Duitse titel niet voor niets. Terwijl zijn kwellers heel even met andere dingen bezig zijn laaft Jezus zich aan dezelfde warme liefde die Hij nou eenmaal is, en die Hem ook in staat stelt dat groteske offer te brengen.Wat daar boven de keukentrap door dat onnozele boerenbeeldje tegenwoordig wordt gesteld is niet de berusting op de rand van de wanhoop, maar de rust van de liefde zelf, die diep van binnen gloeit en verwarmt. Elke keer als ik er langs loop word ik eraan herinnerd dat - ook al staat de wereld in brand en is het bestaan elke minuut van je leven onzeker en onveilig - Gods koesterende aanwezigheid beschikbaar is. Ook in mijn eigen diepste wezenskern.Ik ben immers mens, en dus naar Christus’ beeld geschapen. Zo vluchtig, breekbaar, zwak en veranderlijk als ik ben draait heel mijn wezen om een innerlijke scharnier die onbeweeglijk en onveranderlijk en onbreekbaar is. Die ik voortdurend uit Gods eigen scheppende plezier ontvang als een levensvonk die niet te doven is, wat er verder ook mag gebeuren. Niet voor niets hebben de kartuizers - die hun hele leven aan het innerlijk leven wijden - als motto: ‘Stat Crux dum volvitur mundi,’ vrij vertaald: het kruis staat terwijl de wereld draait. Juist zij die de blik, net als mijn beeldje, naar binnen richten worden zich duidelijk bij uitstek bewust van dit wonderlijke geheim. Dat verbergt zich in iedere mensenziel en iedere mensenziel kan daar toevlucht vinden als het lichaam dat zij bezielt op een koude steen wordt gezet.Maar het is wel het kruis dat staat terwijl de wereld draait. Want aan de barokke Beierse warme rust gaat de Hollandse koude steen vooraf. De reden dat Christus’ tederheid voor mij aanwezig is, is omdat Hij zich aan mij aanbiedt. Offert. Opgeeft. En Hij moedigt ons aan Hem daarin ook na te volgen.“Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mij, die zal het vinden.”Dat klinkt als een streng woord, maar betekent niks anders dan de oproep trouw te blijven. Stand te houden boven de keukentrap, tussen de soep en de aardappelen, en daar warmte uit te stralen. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Wat heeft vasten nou voor nut? Ik heb het even over geestelijk nut, niet over afvallen of cholesterolverlaging of zo. Wat moet je met dat vasten? Juist in geestelijk opzicht? Want bijna alle religieuze tradities komen ermee, maar als je er echt over nadenkt slaat het eigenlijk nergens op.Veel mensen zien vasten als een vorm van boete doen. Dat is ook heel klassiek Bijbels. Het meest beroemd is het voorbeeld van de profeet Jona (inderdaad, die van die walvis). Die moet van God naar de enorme stad Ninevé om luidkeels te verkondigen dat alles en iedereen daar zal worden vernietigd als straf voor de zonde en de ongerechtigheid. De koning van Ninevé luistert zowaar naar Jona en bekeert zich met heel zijn volk. En hij toont dat door te vasten. Hij scheurt zijn kleren en verordonneert dat niemand nog wat mag eten of drinken, tot en met de dieren. En God is daar duidelijk van onder de indruk, want Hij trekt zijn straffen in en laat de Ninevieten in leven.Wij kennen deze historie te goed om er nog erg diep over na te denken, laat staan ons erover te verbazen, maar is het in feite geen krankzinnig primitief verhaaltje? Want wat heeft God aan de rammelende magen van de bewoners van Ninevé? Voedt Hij zich soms met wat zíj zich uit de mond sparen? Ik dacht het niet. Warmt Hij zich aan de liefde en de eerbied die zij Hem betonen? Nee, want ze houden niet van Hem, ze zijn alleen maar bang voor Hem. Geniet zijn sadistische kant dan van hun vernedering? Kietelt het Hem, dat zij uit angst voor zijn straffen door de knieën gaan? Ik hoop het niet! Wordt het onrecht dat zij hadden begaan dan soms goed gemaakt door hun vasten? Misschien als zij uitdelen wat zij door hun vasten hebben bespaard, maar daarvan wordt nergens in het boek met ook maar een woord gerept. Eigenlijk komen noch de Ninevieten, noch God zelf erg sympathiek uit de verf in het boek Jona. God is een autoritaire verschrikking en Ninevé een stad vol huichelaars zonder ruggengraat.Elders in het Oude Testament wordt dat beeld wel wat gecorrigeerd. Daar klaagt God het onoprechte vasten aan. ‘Jullie vasten terwijl je nog steeds anderen uitzuigt en bedreigt,’ laat Hij de profeet Jesaja verkondigen. Dat is niet het vasten dat Hij wil zien. Wat Hij in plaats daarvan wil is: ‘boeien van onrecht losmaken, verdrukten vrijlaten, hongerigen brood geven.’ Inderdaad nobele dingen, maar niet wat wij van oudsher met vasten associëren.“Keert tot mij terug met heel uw hart, met vasten, geween en rouwklacht,” lezen we dan weer bij de profeet Joël. Daar draait het erom je om te draaien, met andere woorden. Je stond met je rug naar God, van Hem af. Nu keer je je weer om, naar Hem toe, en stel je je weer open voor Hem. Dat is zinnig en prachtig, natuurlijk. Maar waarom wil Hij daarbij toch ook weer dat vasten? Ik kan me toch ook naar Hem toewenden, mij door Hem laten beschijnen en verwarmen en mij ondertussen gewoon lekker volstoppen met pudding en worstenbroodjes?Of is het soms zo dat alles wat het leven aangenaam maakt of zelfs maar verzacht ons van God verwijdert? Hem beledigt? In verbazend veel religieuze tradities lijkt er zoiets aan de hand te zijn. Misschien wel omdat in de schepping ingebakken zit dat hoe lekkerder iets is, hoe gevaarlijker voor je levensgeluk. Boter, zout en suiker, alcohol en tabak, en zo kan ik nog wel even verder gaan. Allemaal dingen waar we geen genoeg van kunnen krijgen, maar die ons lichaam slopen als we ons er ongeremd aan overgeven. De vluchtigheid van losgebroken seksualiteit die zoveel van ons parten speelt in het leven. Eer, roem en prestige, die je alles van waarde in je leven ondersteboven kunnen laten lopen als je er al te verbeten naar op zoek bent. En mocht je ze te pakken krijgen, dan verliezen ze op datzelfde moment hun fascinerende aantrekkingskracht. Het enige esthetische geluk dat gratis is, is de schoonheid zelf. Dat ene moment dat de zon de rozengeur uit de appelbloesems kietelt. Of dat de hemel aan het kantklossen is geslagen met windveren en vliegtuigsporen. Tot je beseft dat dat alles je met je hoofd in de wolken laat lopen. Laat verdwalen in vage wensdromen die nooit ook maar iets van vervulling zullen krijgen. Zelfs het terugvinden van de heerlijke momenten die je al hebt beleefd is onmogelijker dan een fietstochtje naar Uranus. Zo veranderen ook die vanzelf weer van zegeningen in straffen.Is alle schoonheid en troost op deze wereld vals? Waarom heeft de goede God er dan zo zijn best op gedaan? Of was dat ook alweer gewoon om ons te verleiden en te vernederen? Ons een worst voor te houden en ons dan een mep te verkopen zodra we zouden toehappen? Wat moeten wij met vasten? Lijden zelfs de gelukkigsten onder ons niet al genoeg aan het leven om er dan ook nog weer lijden aan toe te moeten voegen?Pluk de dag, zeg ik! Vreet de tijd die je gegeven is. Pers elk uurtje uit en zuig elke seconde helemaal leeg totdat je elk sprankje warmte en vreugde door je wezen voelt klotsen.Alleen is dat in de praktijk nou juist een feilloos recept voor een wel héél onbevredigend leven. Als je je bestaan echt gróndig wil verknallen is dát de methode. Eigenlijk werkt het alleen als je het per ongeluk doet. Als je van jezelf al zo ruimhartig en onbekrompen in elkaar steekt dat je het geluk niet alleen aantrekt maar ook zonder er bij na te denken om je heen strooit. We hebben een paar heiligen op de kalender staan die zo in elkaar zaten. Ze nadoen gaat niet. Dingen expres per ongeluk doen is nou eenmaal buitengewoon ingewikkeld.In de praktijk zul je met deze tactiek waarschijnlijk veranderen in het diametrale tegendeel van zo iemand. Een lopend vacuüm dat alle vreugde om zich heen wegzuigt zonder er zelf ook maar een sprankje van te voelen.Toch denk ik niet dat de goede God ons de schoonheid en het genot als valkuilen heeft geschapen. Er is maar één bevredigend antwoord op dit rare mysterie: de schepping is kapot en doet niet meer wat ze hoort te doen, in ieder geval niet meer helemaal. En dat is ook precies wat onze traditie ons leert.De mensen in het heerlijke paradijs die ondankbaar waren zijn natuurlijk niet onze voorouders uit de tijd voor alle tijden. Wij zijn dat gewoon zelf. In die zin is er niks geërfds aan de erfzonde. Wij zijn niet het bokje omdat onze meest achterende en vooral ook achterlijke achter-opa niet met zijn poten van het fruit van de baas af kon blijven. Nee. Wij boeten voor ons eigen plukken in plaats van ons laten voeren. Voor het zelf willen doen en zelf willen weten.Maar wij zien niet wat wij denken te zien, weten niet wat wij denken te weten en verlangen niet wat wij denken te verlangen. En zo trekt in alles wat wij willen grijpen en begrijpen onmiddellijk een barst.Vasten is een stap terug doen. Om weer te leren wat ik wil in plaats van waar ik zin in heb. Om te leren respecteren, het oordeel op te schorten, te laten bloeien in plaats van te consumeren. Belangeloos te bewonderen en dankbaar te zijn.En natuurlijk begint dat ermee dat je je lichaam, dat verwend is, weer onder controle probeert te krijgen. En natuurlijk wordt dat een komedie zonder einde, want je laat je er al je hele leven door koeioneren. Dat verander je niet met een wils-act op één vroom momentje.En dan je verslaving aan overal een mening over te hebben en die ook te spuien. Je verslaving aan je opgeblazen zelfbeeld of juist aan je masochistische zelfvertrapping. Je behoefte aan bevestiging en de manier waarop je geniet als je iemand lik op stuk geeft. Je zwelgen in de drama’s van je tragische bestaan en je surfen op de schuimkoppen van je succesjes. Heel dat gezeur brengt uiteindelijk niks maar is ook verdomd moeilijk gewoon even dóód te slaan.Maar het tóch proberen, ook al is het maar zes schamele weekjes per jaar, toont je je hulpeloosheid. Je kleinheid. De toevalligheid van je bestaan. Het simpele feit dat je niet beter bent dan wie dan ook maar. De wonderlijke niksigheid van wat je vermag tegen wat je haat. En erger: de niksigheid van wat je vermag vóór wie je liefhebt.Alle verdoving even het zwijgen opleggen, dat is waar vasten over gaat. Ook omploegen en overhoophalen wat je liever ongezien laat rusten is waar vasten over gaat.En zo je rouwe bewustzijn even laten zijn wie ze is, en haar ook echt even herkennen en erkennen. Onbedekt, onbedwelmd.Haar hart is een tuin omgrensd met vier stromen: Pison, Gichon, Eufraat en Tigris. Midden in haar groeit een boom waaraan een vrucht hangt die precies laat zien wat er mis is met de schepping. Hij hangt niet aan een steeltje, maar is door een onvoorstelbare sadist met ijzeren nagels aan de boom gespijkerd. Hij is tot pulp geslagen en uitgeperst, doorstoken en met doornen gekroond. Over niet al te lange tijd is Hij rijp en valt Hij op de grond.Als die grond hard en droog is gebeurt er verder niks. Maar als Hij in nederige, goed geploegde aarde valt schiet Hij op en breekt in bloemen uit en wordt een boom waarin de vogels nestelen en maakt alles nieuw.Welnu: dat ploegen van die aarde noemen wij vasten. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Ben ik, met al mijn geleuter over de ziel en God, eigenlijk geen ordinaire flessentrekker? Hoe kan je eigenlijk weten dat ook maar iets van wat ik zeg ook maar enige basis in de werkelijkheid heeft? Is er eigenlijk wel enig verschil tussen een baardige kluizenaar op een stapel middeleeuwse geschriften en een madam op de kermis met een kristallen bol?Ik ben hier het laatste half jaar of zo een lekker potje aan het orakelen. Meestal ging het over mystieke theologie, over de directe ervaring van het Heilige door jouw eigen ziel. Maar hoe kom ik eigenlijk aan al die wijsheid? Want nogal eens zit ik met een air van zekerheid dingen te verkondigen die geen mens kan meten of bewijzen.Ik krijg dan ook best vaak opmerkingen in de trant van: ‘waar haal je het vandaan? Waar baseer je je op? Is dat geen mysterie waar je maar beter je mond over dicht kan houden?’ En, het verbaast je misschien, maar dat vind ik heel terechte vragen.Hoeveel bodem, hoeveel fundament zit er nou onder dit hele vakgebied? Waar drijven al die metafysische speculaties op, de boude beweringen over wie en wat de Grond onder de werkelijkheid is, hoe de ziel in elkaar steekt, en waar zij voor bedoeld is en waarvoor niet?Het klinkt allemaal rationeel en doordacht genoeg, maar presenteer ik hier niet stiekem een zwerm van rekensommetjes die geen serieus beginpunt hebben? Waarvan de premissen maar zo’n beetje uit een sprookjesboek zijn getrokken?Als jij een van die mensen bent die alleen het fysiek meetbare serieus kunt nemen, dan houdt het inderdaad al gelijk daar op. ‘Het beste, hè, daag!’Maar al kan ik geen harde zekerheid geven, een redelijk stevige waarschijnlijkheid is wel mogelijk. Al moet je ook daarvoor wel even dóórzetten. In eerste instantie lijkt de hele zaak hopeloos. Als de mist uiteindelijk optrekt komt dat, tegen die tijd, eigenlijk héél onverwacht.Alles wat ik hier zit te verkondigen is gebaseerd op ervaringen van mensen met wie of wat zij als God meenden te herkennen. Daar wordt de zaak al gelijk niet eenvoudiger op. Het zijn per definitie subjectieve ervaringen, gevangen in herinneringen. En de menselijke herinnering is een heel bedrieglijk vermogen. Het laat dingen weg en voegt dingen toe. Het schuift met accenten alsof het schaakstukken zijn, het verschiet en verkleurt. Dat is een probleem. En niet het enige, ook.Want ik kan die ervaringen ook nog eens niet rechtstreeks bestuderen. Ik beschik niet over een bibliotheek van glazen flessen vol herinneringen die ik zou kunnen opsnuiven of in een schaaltje gieten om eens goed te bekijken, zoals in een Harry-Potterboek. In plaats daarvan ben ik afhankelijk van wat mensen hebben verteld en opgeschreven. Van wat voor woorden ze bij elkaar hebben kunnen puzzelen om hun verschoten en verbleekte belevenissen enigszins aan mij te kunnen overdragen.Vaak gaat het dan ook nog eens om woorden die al lang niet meer worden gebruikt uit een belevingswereld die al lang niet meer bestaat. Zo houd ik mij zelf voornamelijk bezig met teksten uit het Brabant van de middeleeuwen. In het Brabants van de middeleeuwen. Dus van mensen uit een streek die de mijne niet is in een wereld die de mijne niet is die praten over dingen die sowieso al geen mens goed kan bevatten, laat staan reproduceren en verwoorden.En zegt het feit dat we ons maar steeds op die oude teksten blijven storten niet al duidelijk genoeg dat er iets geks aan de hand is? Zijn er geen modernere belevenissen om je bij deze studie op te baseren? Bij ander onderzoek over psychologische verschijnselen baseren we ons toch ook niet op een dataset uit de veertiende eeuw?Goed, dat zijn voor deze insteek wel even voldoende vragen. Ik zal ze in omgekeerde volgorde proberen te beantwoorden.We gebruiken oude getuigenissen van mystieke ervaringen omdat er zich in de late middeleeuwen een hoogtepunt van geletterdheid op dit terrein voordeed. Godservaringen zijn er overal en altijd, tot en met bij mensen die niet eens in God geloven. Maar het vermogen om zó over het onuitsprekelijke te kunnen spreken dat een ander er ook iets van kan verstaan is veel zeldzamer. Om zoiets te ontwikkelen is niet alleen een intens geestelijk leven nodig, maar ook een verfijnd technisch begrippenapparaat en zoiets als een traditie van poëtische fijngevoeligheid. Het virtuoos kunnen dansen met symbolen en metaforen. Dat bereikt geen mens op eigen kracht, zoals het domme moderne romantische idee van ‘het genie’ het altijd wil hebben. Wij hebben helaas geleerd om hoogst individuele schittering het meest te bewonderen. In de middeleeuwen hadden ze daar een broertje dood aan. Daar bouwden ze aan kathedralen in plaats van aan persoonlijke reputaties.Zo’n kathedraal kan alleen tot rijping komen als individuele mensen zich generaties lang dienstbaar kunnen maken aan een project dat groter is dan henzelf, en dat ze zelfs bij leven niet eens áf zullen zien. Uit idealisme in plaats van uit persoonlijke ambitie.Zo is het ook precies met de taal van de Godservaring. Mensen konden er in die tijd tevreden mee zijn om generatie op generatie steeds maar door te blijven schaven aan een traditie, aan een school, aan iets dat groter was dan zij zelf. Daardoor ontstonden er ‘kathedralen van taal’ die tegenwoordig nooit meer rijp zouden zijn geworden.Een van de meest gelukte van die taalkathedralen is de Zuid-Nederlandse mystiek van tussen de twaalfde en de zestiende eeuw. Die kon groeien omdat er duidelijk ruimte voor was, we begrijpen niet helemaal goed waarom nou net daar. In het beginstadium ontkiemde deze vorm van mystiek vooral bij devote vrouwen, zowel bij zusters als bij een soort vrijgevochten godgewijde maagden, de begijnen. In de veertiende eeuw werd zij briljant gesystematiseerd door Jan van Ruusbroec. Als hij niet in het Nederlands, maar in het Latijn zou hebben geschreven zou hij nu bekend hebben gestaan als de Thomas van Aquino van de mystiek, waarschijnlijk. Als degene met alle antwoorden op alle dingen. Misschien toch maar goed dat hij in het Nederlands heeft geschreven, en niet in het Latijn.Hoe dan ook hebben we zijn taal en zijn begrippenapparaat ook nu nog hard nodig. Want wat er na hem kwam was in eerste instantie voor een groot deel op hem gebaseerd, zoals wat er in Frankrijk en Spanje in de barok ontstond. Maar wel duidelijk van mindere kwaliteit. Veel pretentieuzer, warriger en ingewikkelder, en ook vaker afgeleid door sensationele bijverschijnselen.Daarna kwam de achttiende eeuw, waarin mensen sowieso meer bezig waren met meten dan met verstaan. In de negentiende eeuw kwam daar weer een reactie op, maar die verloor zich in wat ik daarnet als even heb aangestipt: de aanbidding van het individuele, hoogstpersoonlijke, uiterst bijzondere.Dat heeft kostbare schatten opgeleverd, maar weinig wat je kunt toepassen op wat normale, alledaagse christenen in hun innerlijk van Gods aanwezigheid ervaren. Daarom blijft van alle brillen die mij gegeven zijn de veertiende-eeuwse nog steeds het scherpste beeld geven.Maar klopt er ook maar iets van dat beeld? Want daar ging het nou net over. Zoals ik al zei: een hard bewijs in de moderne zin ga je niet krijgen, maar er is wel iets dat mij persoonlijk er alle vertrouwen in geeft. En dat is de enorme berg overeenkomsten tussen dit soort ervaringen en de teksten daarover uit de meest uiteenlopende momenten en culturen. Soms tot op de meest verfijnde details.Het ligt niet voor de hand dat de Indiase mysticus Adi Shankara uit de achtste eeuw veel Augustinus had gelezen. Toch komt hij met begrippen die naadloos passen op hoe Augustinus de structuur van de ziel voor zich zag. Ik beweer niet dat hun ideeën hetzelfde waren - dat zou kinderachtig zijn. Ze opereerden zelfs met totaal verschillende wereldbeelden in het achterhoofd. Shankara met het idee dat alles één is en alle verschillen maar illusies zijn. Dat het leven een cyclus is die zich eindeloos herhaalt. Augustinus met het idee dat afzonderlijke dingen - en vooral personen - er maar al te zeer toe doen en ook een bestemming hebben. Maar op micro-niveau passen de onderdelen die ze onderscheiden in de werkelijkheid en vooral in de menselijke ziel, vrijwel naadloos in elkaars systeem. Als er een schroefje of een lagertje in Shankara’s brommer kapot gaat kan hij er zonder problemen een reserve-exemplaar van Augustinus inschroeven.Dat komt omdat ze beiden niet zomaar speculatief zaten te fantaseren, maar zich baseerden op het heel intens beleven en observeren van hun eigen innerlijk. En wat God daar allemaal in uitspookte.En zo gaat het steeds. De meeste geestelijke tradities van de mensheid hebben twee gezichten. Een aspect dat we ‘mythologisch’ of ‘dogmatisch’ of ‘systematisch’ noemen. Dat is een in symbolen gevatte vertelling over hoe de wereld en God of de goden zijn, hoe ze zo geworden zijn en hoe ze ooit eens zullen zijn. En hoe de mensen daar in passen. Dat geheel noemen we ook wel ‘exoterisch,’ vrij vertaald ‘buitenkanterig.’ Voor iedereen onmiddellijk zichtbaar.Niet alle, maar wel veel religieuze culturen hebben daarnaast ook een gezicht dat we van oudsher ‘esoterisch’ noemen, zeg maar ‘binnenkanterig,’ ‘innerlijk.’ Daarmee bedoelen we dat een deel van de aanhangers van die traditie zich bezig houden met het observeren en verwoorden en delen van hun meest directe godsontmoetingen. Het woord ‘esoterisch’ heeft bij ons een heel rare bijklank gekregen omdat het sinds de jaren zestig vooral wordt geassocieerd met de meer fantastische randjes van de traditie. De ‘stoute,’ ‘verboden’ randjes vooral. Heksen en waarzeggerij en wichelroedelopen en zo. Daarom gebruik ik zelf liever ‘mystiek’ of ‘contemplatief.’ Dat zijn beide min of meer synoniemen.Hoe dan ook is dat het deel van de religieuze kennis dat rechtstreeks op ervaring, ontmoeting, beleving steunt. En dus ook alle grenzen tussen religieuze systemen met voeten treedt.De eenvoudigste verklaring daarvoor is dat mystici met vergelijkbare bevindingen komen omdat ze met dezelfde werkelijkheid in contact treden. Wereldbeelden verschillen, smaken en
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Hoe koester je God?Stel je voor: een archeoloog zoekt al jaren in de Pyreneeën naar een geheimzinnig heiligdom waar de Heilige Graal verstopt zou moeten zijn: de kelk die Jezus gebruikte bij het laatste Avondmaal. Al die tijd heeft hij niks gevonden, maar nu is er hoop in zijn hart.In de crypte van een vervallen kapel op een bergtop heeft hij een zware deksteen van rode zandsteen laten lichten. Die bleek een schacht met een wenteltrap te verbergen. De archeoloog daalt langs die trap af naar de geheimzinnige diepten. Hij komt uit in een doolhof van flamboyante gotische galerijen, bont beschilderd met taferelen uit de graallegenden over koning Arthur en de koene ridders Galahad en Parcival.Die worden flakkerend verlicht door brandende toortsen aan de muren. Woont hier iemand die die toortsen aan heeft gestoken? Hij ziet geen mens. Hij huivert. Behoedzaam dringt hij steeds verder en verder binnen in dit wonderlijke oord. Uiteindelijk vindt hij een enorme poort van zilver, vol nissen met heiligen met gouden stralenkransen. Hij duwt er tegenaan. Ze moeten wel loodzwaar zijn, maar toch draaien ze geruisloos open, met een zucht, als van een kluisdeur.Voor hem strekt zich het heilige der heiligen uit, met gewelven zo hoog dat ze boven zijn hoofd in een lazuurblauwe schemering lijken te verdwijnen. In de verte ziet hij een altaar met een schrijn in de vorm van een toren, waar een zacht licht uit straalt. Met knikkende knieën loopt hij verder. En ziet dan dit...(intro)Religie is er om een ruimte aan te bieden waarin mensen tot de ontmoeting met God kunnen komen, en ín God met elkaar. Dat doet religie door op heilige plaatsen op heilige momenten heilige handelingen te stellen. Voor zover we kunnen overzien is dit alles een merkwaardig, maar noodzakelijk element van een gezonde samenleving. Niet alleen is het verschijnsel religie zo goed als universeel maar ook worden er vrijwel consequent veel geld, middelen, gebouwen en mensen in geïnvesteerd. Onze postmoderne, westerse samenleving is de enige echte uitzondering, maar daarover later meer.Het resultaat van al die moeite manifesteert zich in de vorm van momenten in het mensenleven dat alles wat seculier is, al het tijdelijke, met andere woorden, heel de strijd om het bestaan, de dagelijkse dingen, de zorgen en problemen, de begeerten en ambities, conflicten en verwijten, even tot zwijgen komen. Nou vinden mensen het heel moeilijk die dingen los te laten, al is het maar voor een ogenblik. Om dat mogelijk te maken is alleen de meest oprechte ernst afdoende.We zoeken daar immers de Absolute, de grond onder de werkelijkheid zelf. Nou wil de ironie dat juist het meest ontzagwekkende ook het meest kwetsbare is. Het fluistert in plaats van te schreeuwen, het uit zich als het suizen van een zachte bries. Het is, met andere woorden, alleen waarneembaar en verstaanbaar als meer lawaaierige elementen worden geweerd.Ik bedoel dat niet alleen letterlijk, in de vorm van geluid, maar ook visueel, sociaal, psychologisch en dan vergeet ik vast ook nog wel een paar aspecten meer. Al die dingen kunnen, als ze op het verkeerde moment of in de verkeerde combinatie het heiligdom binnengebracht worden, de sacrale spanning breken die het religieuze ritueel zijn geloofwaardigheid geeft. Daar is maar heel weinig voor nodig en de gevolgen zijn onmiddellijk dodelijk. Als het verkeerd gaat kan iedereen eigenlijk wel gewoon naar huis.Sterker nog: het is maar beter dat iedereen dat dan ook doet, want bedorven religie is een bijzonder giftige substantie voor de ziel. Het bederf van het beste geeft het allerslechtste, zei de heilige Augustinus al in de vierde eeuw of zo. Vergelijk het maar met een restaurantkeuken vol ratten, schimmel en kotsende koks.Sacrale hygiëne is wat ons tegenwoordig nogal eens ontbreekt. Het onvermogen om het profane te scheiden van het heilige.En dat terwijl het niet zo heel moeilijk is zodra je weet waar het probleem zit. Het enige wat nodig is, is onbeschaamde eerbied. Je niet schamen het heilige te eerbiedigen. Durven te knielen, durven ontzag te hebben. Zonder ironie. Naakt voor God te staan en dat uit te houden. De meest uiterste Realiteit te herkennen en te erkennen. En die - in het heiligdom - op geen enkele manier te relativeren. Als iets in strijd voelt met de wijding van die plaats is het waarschijnlijk ook in strijd met de wijding van die plaats.Vaak is het verschil tussen de twee categorieën sterk cultureel bepaald. Bij ons in het westen wordt het heilige bij uitstek geassocieerd met het oude, het verstilde, het trage en het natuurlijke. Dat is voor sommige postmoderne dramkousen een reden om er juist de hele tijd met platvoeten doorheen te willen banjeren. Maar dit soort associaties veranderen maar heel traag, en hebben met inclusiviteit of uitsluiting niks te maken. Als je ze niet respecteert heeft de Kerk geen enkele zin meer. De heilige zal er zich objectief nog wel manifesteren, maar op een manier die niet subjectief te ervaren is door de mensen voor wie het bedoeld is.Nou verwachten jullie natuurlijk van mij een vurig pleidooi voor een zo snel mogelijke terugkeer naar de traditionele Latijnse Mis. En het klopt wel dat ik iets in die richting uiteindelijk verstandig zou vinden. Maar wat ik vind doet er niet zoveel toe. De meesten van ons mogen dat helemaal niet, kunnen dat ook niet en er zijn er ook nog best veel die het ook niet zouden willen, vooral de oudjes niet. En oudjes hebben ook een ziel.Prima. Maar werk er dan omheen. Want zoals het de afgelopen zestig jaar is gegaan kan het echt niet langer. Dat is mensen hun broodnodige religieuze behoeften onthouden.Als jij verantwoordelijk bent voor de liturgie is je enige taak de mensen met God te laten communiceren, in alle betekenissen van dat woord. Zorg dan dat je leidingen niet verstopt zitten met braggel die nergens voor nodig is en je bestaan tot dat van een loodgieter zonder waterpomptang degradeert.En wat is die braggel dan zoal?Lach me maar uit, maar ik gebruik daarvoor de Indiana Jonestest. Het is om je rot te schamen dat Steven Spielberg duidelijk beter weet hoe je het heilige kan laten beklijven dan veel priesters, maar daar kan ik ook niks aan doen.Dus: stel je voor: Indiana Jones heeft in een grottenstelsel achter een waterval een exotisch heiligdom ontdekt. Daar ergens zou het astrale amulet van troeliepoelie moeten rusten op een met geheimzinnigheid omringd altaar.Welnu: alles wat in die film bij de bioscoopgangers het opschorten van het ongeloof zou kunnen verstoren heeft ook geen plaats in de kerk. De naam Troeliepoelie is dus alvast niet goed. Net als go-zondag, startzondag, Night-Fever en ga zo maar verder.Ook is de muziek van doorslaggevend belang. Als er naast de omineuze talisman twee afgodische priesters met kettingen van schedels zitten die uit volle borst oubollige liedjes met onoprechte teksten zitten te kwelen met een gitaar wordt de film geen kaskraker.Als het grootste deel van de ceremonie uit praten en voorlezen en dan nog meer praten bestaat komt het niet goed. Zo ook als de orakels van Oetsiepoetsie voor het altaar van Troeliepoelie worden voorgelezen door een vrijwilligster in een roze legging die niet weet waar de klemtonen horen te liggen en bovendien alle onheilsdreigingen van een lieflijke kleuterjuffrouwencadans voorziet.Als er een vlag naast het altaar staat die oproept tot donaties en die ook nog eens een zo zakelijk mogelijk ontwerp heeft flopt het hele spul ongenadig. Natuurlijk is het hartstikke belangrijk dat de mensen solidair zijn met hun heiligdommen. Natuurlijk moeten die afgodische priesters eten en af en toe een nieuwe schedelketting. Ook is het fijn als de grot wordt schoongemaakt en, als het moet, wordt gestut zodat hij niet boven het hoofd van de afgodische priesters in elkaar stort.Maar dan nog: die vlag hoort niet in het heiligdom, maar in het bezoekerscentrum aan het begin van het pad dat naar de grot leidt. Hetzelfde geldt voor kindertekeningen en tentoonstellingen over de sokkenbrei-acties voor de bevroren tenen in Fins-Lapland.Als er te zien is dat een schoonmaker fluitend vlak voor het altaar van Troeliepoelie langsloopt en onder het stofzuigen even zijn bril erop legt is het magische moment voorbij. Überhaupt is het respecteren van taboes belangrijk als het gaat om het heilige. ‘Doe je schoenen uit, want deze plaats is heilig,’ zij God tegen Mozes. Daarom helpt het als echt niemand op het priesterkoor is die daar niet persé moet zijn. En dan nog het liefst in liturgische kleding.En even voor de helderheid: dat alles oplossen hoeft niet duur of extreem ingewikkeld te zijn. Het is vaak eerder een kwestie van weglaten dan van toevoegen. Van opruimen dan van opdirken. Ik ben zelf toevallig van de barok en de overdaad, maar dat kost heel veel tijd en gedoe om precies goed te krijgen. Precies de andere kant op werkt ook. Tenzij je een plaats van volksdevotie beheert, zoals een plaatselijk bedevaartsoord of zo, maar dat is een vak apart dat we hier nu maar even zullen laten voor wat het is.Het toverwoord is hygiëne. Het heilige is een eigen categorie die geen vermenging met andere verdraagt, anders gaat het onmiddellijk bescheiden aan de kant en wordt onzichtbaar.Dus: roept iets de sfeer op van zakelijkheid, politiek, huiselijke gezelligheid of therapeutische afstandelijkheid? Dan moet het uit de buurt van het altaar gehouden worden. Is iets ontworpen alsof het met commercie te maken heeft, dus roep het associaties op met het bedrijfsleven? Nee!Berucht was op een gegeven moment het nieuwe schepje waarmee je in Houthem zand uit het graf van de heilige Gerlachus kunt scheppen. Dat was, waarschijnlijk door een reclamebureau, zo gelikt herontworpen dat het de gewijde sfeer in de war stuurde. Soms kun je het ook juist uit liefde te goed je best doen. Roept iets de basisschool of de tennisclub in herinnering? Nee! Allemaal prima dingen, maar niet hier en nu. Heeft het de sfeer van entertainment over zich? Nee!Een mens kan niet schakelen van atmosfeer zonder dat da
Het gebeurt op een dag, dat Jezus in Bethanië is, in het huis van Simon de melaatse. Er verschijnt een vrouw met een albasten flesje pure nardusbalsem dat driehonderd denarieën waard is - zeg maar dertigduizend euro naar de huidige maatstaven. Ze breekt dat flesje open en giet het uit over Jezus’ hoofd. De leerlingen worden woedend. Hoeveel armen hadden met dat geld wel niet geholpen kunnen worden? Maar Jezus reageert onverwacht. Hij zegt: zij heeft een goed werk aan mij gedaan. De armen hebben jullie immers altijd bij jullie, maar mij hebben jullie niet altijd bij jullie.Een idioot verhaal en een vervelende man, die Jezus, zijn wij geneigd te denken. Hij doet hier haast wat denken aan een van die sekteleiders die zich wentelen in luxe en de idolate verering van hun slachtoffers. Maar als wij zo denken zou dat wel eens kunnen komen omdat wij zelf vervreemd zijn van een essentieel onderdeel van ons menszijn. In de vorige twee afleveringen hebben wij nagedacht over wat godsdienst eigenlijk is, en de conclusie getrokken dat een religie waarschijnlijk in essentie samenvalt met haar rituele doen en laten.Maar wat is nou eigenlijk het concrete effect van die rare handelingen? Is het pure verspilling van middelen en zelfs mensen, of doet het wel degelijk iets? Wat krijgen wij terug voor de kostbare nardusbalsem die wij uitgieten over het hoofd van God? Daarover gaat het vandaag.(intro)Het is mijn persoonlijke overtuiging dat menselijke samenlevingen altijd gefundeerd zijn op een dragende godsdienst, en de essentie van die godsdienst is het ritueel. Als het ritueel niet meer gerespecteerd wordt of zelfs helemaal stilvalt vervliegen ook de leerstellingen en de normen en waarden van de religie en daarmee van de hele maatschappij die op die religie was gebaseerd. Die begint vanaf dat moment dan ook uit elkaar te vallen.Ik denk er al heel lang zo over, en word ook mijn hele leven al steeds weer in die overtuiging bevestigd door wat ik om mij heen zie gebeuren. Wij kennen de symptomen ervan allemaal, want wij leven er elke dag mee. Ik heb het over al deze dingen trouwens ook al uitgebreid gehad in de vorige twee afleveringen van deze serie. Mocht je die nog willen bekijken, dan staan er links in de beschrijving hieronder.Maar toch, wat doen religieuze rituelen nou eigenlijk concreet? Het doopsel mag dan een wassing zijn: als anti-bacteriële maatregel stelt het niet veel voor. Het heilig Misoffer mag dan wel een maaltijd zijn, maar je dagelijkse portie calorieën zal je er niet uit kunnen halen. Met andere woorden: alles wat je materieel van een religie kunt zien en vastpakken is schijnbaar ondoelmatige verspilling. Verloren moeite en tijd. Van de dure gebouwen, de offers en de geïnvesteerde tijd is er weinig tot geen tastbaar rendement te verwachten. Toch speelt het hele gedoe op de een of andere manier een cruciale rol bij het instandhouden van samenlevingen, maar hoe? Wat is nou eigenlijk puur technisch het gevolg van een ritueel? Wat doet het?We hebben al gezien dat culturele antropologen en godsdienstsociologen of hoe dat volkje zich op een zeker moment ook maar mag noemen de grootste moeite heeft met definiëren van wat religie eigenlijk is. Met het interpreteren van religieuze rituelen loopt het nog veel verder uit de hand. Dat komt omdat de academische godsdienstwetenschappen allesbehalve waardenvrij zijn ontstaan en opgebouwd. Het voert een beetje te ver om de hele geschiedenis hier uit de doeken te doen. Mocht je willen weten hoe die wereld tikt, dan kan ik je van harte aanbevelen het werkje ‘Denken over religie’ van Valeer Neckebrouck eens door te nemen. Dat is heel toegankelijk geschreven en leest eigenlijk als een thriller.In grote lijnen zou je kunnen zeggen dat er een touwtrekwedstrijd is geweest tussen twee soorten godsdienstonderzoekers.Aan de ene kant stonden geleerden die stiekem romantici waren. Zij droomden over oerreligies en archetypen en moedergodinnen en zo. Zij waren ook geneigd aan religie een grote zelfstandige waarde toe te kennen.Aan de andere kant stonden geleerden die stiekem politici waren en meer droomden over het betrappen en uiteindelijk slopen van machtsstructuren. Zij zagen religie bovendien meestal louter functioneel, als een sociaal instrument.Bijna niemand in dit hele proces had trouwens veel achting voor het moderne Europese christendom, en dat werd er niet beter op toen marxistisch-achtige ideeën een steeds grotere rol in álle menswetenschappen gingen spelen. Als je dus in het nieuws of zo hoort over zogenaamd ‘wetenschappelijk onderzoeken’ naar religie, bijvoorbeeld naar het secularisatieproces, dan weet je dat je niet zit te kijken naar de droge observaties van feiten. Er is in de wereld van de sociologie eigenlijk geen serieuze academische distantie, al het gescherm met statistiek en kwantitatief onderzoek ten spijt. Ook die kleuren zich immers makkelijk aan de hand van de smaak van de onderzoeker door de precieze vragen die hij stelt of juist angstvallig vermijdt.Goed, laten we evengoed de conclusies van de beroemdste van die figuren maar even snel de revue laten passeren, zodat we een idee krijgen van de sfeer. Ze lijken in eerste instantie interessanter dan ze in feite zijn, dus we doen dit even zak zak allez-hoppe.We beginnen natuurlijk in de negentiende eeuw. Toen zagen figuren als Tylor, Frazer en Malinowski, allemaal vroege antropologen, religieuze rituelen nog voornamelijk als futiele pogingen van het magische denken om de natuurkrachten te beïnvloeden. Beheersing te krijgen over de onbeheersbare bedreigingen van het leven. Een beetje zoals moderne huiskameratheïstische verjaardagsfeestjesorakels er tegenaan kijken.Iets later, in de eerste helft van de twintigste eeuw, verschijnen er antropologen als Arnold van Gennep en Victor Turner. Zij zien godsdienstige rituelen vooral als rites de passage, overgangsrituelen: door ceremoniële transformaties door te maken krijg jij als individu een andere positie in de gemeenschap. Daardoor ga jij je meer met het collectief identificeren en dat wint dan weer aan betekenis, hechtheid en stabiliteit.Verder ontsnappen we ook deze aflevering natuurlijk weer niet aan Émile Durkheim met zijn idee dat de religie - en dus ook het ritueel - een projectie van de samenleving zelf is. God is, volgens hem, de maatschappij die zichzelf viert en zich daardoor bevestigt en versterkt. Denk maar aan hooligans die ‘we are the champions’ zingen. Zoiets.Iemand die bekend staat als gematigd, maar stiekem waarschijnlijk de meest cynische grapjas van het hele stel is, is Clifford Geertz. Hij ziet de rituelen van een religie als niks anders dan de trukendoos die het wereldbeeld van die godsdienst zo écht laat lijken. Rituelen zijn volgens hem georkestreerde belevingen die een religieus systeem de illusie van tastbaarheid, zichtbaarheid en geloofwaardigheid moeten geven. Het lijkt er trouwens niet op dat Clifford Geertz ooit echt tot de beleving van een religieus ritueel is doorgedrongen, maar dat terzijde.Dan gaan we nog even naar Peter Berger. Dat is misschien dan weer de meest zinnige denker uit deze richting. Hij ziet religieus ritueel als een ordenend systeem dat de bestaande werkelijkheid - die van zichzelf chaotisch en betekenisloos is - zin en structuur moet geven. Bij Berger zet je je door rituelen te voltrekken in feite een bril op de neus die een soort duidend raster over de wereld legt. Die verandert daardoor wel niet objectief, maar wordt voor de mens wel veel beter te navigeren zonder in paniek te raken.Je merkt wel dat ik tot nu toe alleen denkers heb behandeld die religieuze rituelen reductionistisch functionalistisch interpreteren. Ze reduceren religie tot een instrument van de maatschappelijke orde, tot een onderdeel van de machtsstructuur in samenlevingen.Niemand van al deze figuren ziet religie als een zelfstandig aspect van het menselijke leven, laat staan als de geestelijke wortel ervan. Natuurlijk zijn er ook geleerden geweest die daar heel anders tegenaan keken.De eerste daarvan was, in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, Rudolf Otto. Hij definieerde ‘het heilige’ als een onuitsprekelijk fenomeen dat eigenlijk door elke mens weleens wordt ervaren. Het is tegelijk heel aantrekkelijk maar ook héél angstwekkend. Hij noemt het dan ook het ‘mysterium tremendum et fascinans,’ het vreeswekkende en fascinerende mysterie. De mens zoekt ernaar en verlangt ernaar, maar schrikt er tegelijk voor terug. Het wordt door de mens gekoesterd maar ook met taboes omgeven.Hij beschreef religieuze rituelen als het instrumentarium dat de mens ontwikkelt om met dat heilige om te gaan. Misschien nog wel zijn meest blijvende bijdrage aan het denken over religie is de uitvinding van het woord ‘numineus’ en ‘het numineuze.’ Dat betekent bijna hetzelfde als ‘het heilige,’ maar dan in de ruwere, oudere, minder opgepoetste variant, ontdaan van zijn ethische component.Verwant daaraan is het denken van de Nederlandse godsdiensthistoricus Gerardus van der Leeuw. Hij nam het idee van ‘het heilige’ in feite van Otto over, maar noemde het ‘de macht.’ Daarmee bedoelde hij niet een projectie van sociale of politieke macht, maar een reëel ervaren, overweldigende werkelijkheid die de mens treft, aanspreekt en voor zich opeist. Het uitvoeren van rituelen is bij hem een écht deelnemen aan die macht. Het offer is een échte overgave, het gebed een écht aanroepen en het stellen van sacrale handelingen stelt de Macht écht tegenwoordig.De twee schoolmakende academische denkers die het meeste respect hadden voor religieuze tradities waren waarschijnlijk wel Carl Gustav Jung en Mircea Eliade. Dat ging zo ver dat ze beiden, waarschijnlijk juist daardoor, wat in de berm van het wetenschappelijke onderzoek zijn beland. Het zijn bijna zelf meer religieuze dan wetenschappelijke denkers.Allereerst is daar de psycholoog Jung. Voor hem drukken rituelen innerlijke processen uit. Ze werken alleen door ze uit te voeren, niet door ze te begrijpen. Ze leggen een verbinding tussen je




