Discover
Geruis Uit De Kluis
Geruis Uit De Kluis
Author: Pater Hugo
Subscribed: 2Played: 19Subscribe
Share
© Pater Hugo
Description
Pater Hugo is kluizenaar en priester van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Op https://www.paterhugo.nl schrijft, vlogt en podcast hij over de theologie van de ervaring van het heilige (mystieke theologie).
www.paterhugo.nl
www.paterhugo.nl
34 Episodes
Reverse
Porno is tegenwoordig overal en nergens aanwezig en bereikbaar, en taboes zijn er niet veel meer over. Laatst was iemand zo vriendelijk mij te confronteren met een afbeelding in Japanse tekenfilmstijl van iemand die zich aan alle *** Ik wist in eerste instantie letterlijk niet wat ik zag op dat plaatje. ‘Hou ik het wel rechtop?’ vroeg ik mij zelfs even af.Zoals mijn kat er automatisch kwijlend aan komt rennen als ik een blikje opentrek, ook al zitten er in feite geen sardientjes maar halve perziken in - zo schopt alleen al de simpele suggestie van gesop in een warm vochtig holletje bij mensen onmiddellijk de hormoonhuishouding in de knoop.Natuurlijk is dat effect niet oneindig. Stel dat ik de godganselijke dag blikken met perziken open zou staan te trekken. Stel dat ik alleen nog maar perzik uit blik zou vreten. Dan zou het snel voorbij zijn met de warme interesse van mijn kat. Als je maar vaak genoeg loopt te kwijlen zonder dat je daarna ook werkelijk een sardientje krijgt, is de lol eraf. Er zijn dan steeds sterkere suggesties nodig om de sappen te laten stromen.Over hoe dit bij mensen werkt is al zat geschreven en gezegd, het komt erop neer dat, als je maar genoeg op een rare manier loopt te zieken met je prikkel- en beloningssysteem, je je uiteindelijk zelfs niet meer bevredigd voelt als je écht dat sardientje krijgt. En dan wanhopig op zoek gaat naar steeds vreemdere, en vaak ook agressievere vormen van prikkeling.Zoals die octopus. Mensen die alleen nog opgewonden raken van volwassenen in luiers of transmannen met geblondeerd haar en een staart of oma’s met een onderbroek op de kop. Of zelfs alleen nog van boze en liefdeloze dingen. Super-specifieke prikkels. Oorverdovende stimulering van nou net dat ene specifieke puntje dat in jouw dierlijke zelf nou toevallig het meest gevoelig is.Stimulering die zelfs niet meer verwijst naar iets dat in de werkelijkheid bestaat en waarnaar je zou kunnen verlangen. Op dat moment is je seksualiteit letterlijk wezenloos geworden. Om de leegte te ontvluchten vlucht je juist de leegte in.Normaliter zou je als mens erop moeten kunnen vertrouwen dat de spirituele traditie die je van je voorouders hebt meegekregen de weg kan wijzen bij dit soort dilemma’s. Maar het christendom heeft de laatste vierhonderd jaar of zo op dit terrein een beetje mal gedaan.Om antwoorden te kunnen geven moet je immers vragen kunnen stellen. Moet het onderwerp bespreekbaar zijn. En dat was het een hele tijd niet, en op dit moment dreigt het wéér de verkeerde kant op te gaan.Aan de middeleeuwen ligt het niet, even voor de duidelijkheid. Ik zeg het maar even omdat de middeleeuwen vaak de schuld krijgen. ‘Middeleeuwse toestanden,’ zeggen we dan. Maar de middeleeuwen waren op dit punt eigenlijk best ontspannen. Toen werden er op het marktplein zonder enige vorm van gêne toneelstukjes opgevoerd die ‘boerden’ werden genoemd. In feite waren dat vieze moppen in theatervorm. Er waren wel eens pastoors die zich erover opwonden, maar meestal stonden ze er met de rest van het volk om te lachen. En dat terwijl er niet zelden priesters en nonnen in werden opgevoerd.Juist dat die stukjes grappig werden gevonden bewijst al wel dat er ook toen best spanning rond het onderwerp hing. Zonder enig taboe zijn vieze moppen namelijk gewoon niet lollig. Maar dat er wel gewoon - en in het openbaar - ruimte voor was bewijst wel dat die spanning ook kon worden gerelativeerd.Natuurlijk werd er ook toen grote waarde gehecht aan zuiverheid, maar er werd ook met een nuchtere blik naar gekeken. Als in de middeleeuwse traktaten die ik dagelijks onder ogen krijg over wordt gesproken is het helder wat het theoretische ideaal is. Seksualiteit hoort bij het huwelijk, bij het trouw zijn aan elkaar en definitief voor elkaar kiezen. Dat ideaal is heel hoogverheven en men doet geen water bij de wijn.Maar nergens krijg je de indruk dat men door een soort zuiverheidsdrift geobsedeerd is. Dat heel de morele waarde van een mens alleen daaraan wordt afgemeten. De mens moet in het algemeen zijn best doen zijn lagere vermogens, zijn drift en zijn verlangens, in toom te houden. En het seksuele verlangen is daarvan zeker een van de sterkste en ook vaak nogal onberekenbaar.Maar in de middeleeuwen kon men redelijk open en creatief over seksualiteit praten en schrijven, ook over de meer ongrijpbare en wilde kant ervan. Denk aan de cultuur van de hoofse liefde, een complete gefantaseerde werkelijkheid die draaide om buitenechtelijke verhoudingen tussen adellijke dromers en andermans vrouwen. Onze eigen Hadewijch zag er zelfs geen probleem in de taal daarvan te lenen om er haar verlangen naar God mee te beschrijven. Sowieso was erotische taal heel gebruikelijk om mystieke godsontmoetingen mee te beschrijven. En dan niet terughoudend of vaag - luister bijvoorbeeld eens naar sinte Mechtild van Maagdenburg:‘Hoe luider zij roept, hoe groter de wonderen die zij werkt door haar macht. Hoe meer zijn lust toeneemt, hoe mooier haar bruiloft wordt. Hoe smaller het bed, hoe inniger de omhelzing.’ Ze heeft het over God en de ziel, even voor de helderheid.Als je dat zo leest snap je niet hoe er ooit een cultuur heeft kunnen ontstaan van het obsessief verkrampen bij alles wat met seks te maken heeft. Toch vlamt die neiging al sinds de late oudheid af en toe in de Kerk op.De Bijbel is er niet echt schuldig aan. Die roept wel af en toe dat je geen ontucht moet bedrijven, maar niet op een manier die de indruk wekt dat er verder niks bestaat op de wereld. Het probleem begon bij hoe een paar belangrijke kerkvaders het gedachtengoed van de heidense stoïcijnen in de christelijke theologie verwerkten.De stoïcijnse filosofie leerde dat er in heel de natuur een logica, de Logos, zit die bij hen een normatieve, eigenlijk goddelijke status heeft. Die Logos zaait zich uit in de werkelijkheid zodat alles op aarde een welbepaalde telos, een bedoeling heeft. Ook de mens heeft zo’n logos spermatikos, een zaadje van de rede. Dat is voor de stoïcijnen zelfs zijn meest wezenlijke zelf. Maar ook elk orgaan en elke handeling heeft een welbepaald doel. Dat doel kun je door logisch nadenken en zorgvuldige observatie ontdekken, en vanaf dan heb je ook de heilige plicht dat doel na te streven. Een goed moreel leven is, volgens de stoïcijnen, een leven kata logon, volgens de logos.Wie van bijvoorbeeld zijn geslachtsorganen de bedoelingen heeft beredeneerd - namelijk voorplanting - en die dan toch gebruikt met een ander doel dan waarvoor ze zijn - bijvoorbeeld om er plezier mee te beleven - handelt tegen de logos.Deze voorchristelijke filosofie werd in de christelijke theologie met nog een paar andere gecombineerd en daarna gecanoniseerd, heilig. Een combinatie van deze stoïcijnse logos en de iets andere invulling van datzelfde begrip door de neoplatonisten werd in de Kerk zelfs uiteindelijk gebruikt om de tweede Persoon van de Drievuldigheid beter mee te kunnen begrijpen. Jezus zelf, dus. Denk maar aan de beroemde proloog van het Evangelie van Johannes waar elke Mis mee wordt afgesloten: καὶ ὁ λόγος σὰρξ ἐγένετο, en het woord is vlees geworden. Jezus zelf was de goddelijke Logica die alles in de schepping zijn vorm en doel had gegeven.Dat klinkt heel veelbelovend - en in de mystieke traditie werkt het ook prachtig uit, zoals Mechtild en Hadewijch laten zien. Maar er schuilt ook een gevaar in: de stoïcijnse doelmatigheidslogica kon seksualiteit reduceren tot louter voorplanting, en elke andere betekenis ervan wegsnijden. En precies dat is wat er in de loop van de eeuwen is gebeurd - met bovendien de paradoxale bijwerking dat het onderwerp tegelijk onbespreekbaar werd. Maar laat ik die draad even vasthouden en eerst de historische lijn afmaken.Iemand die in dit proces een hoofdrol speelde was de heilige Augustinus. Die had een uiterst moeizame persoonlijke verhouding met seks en dat is af en toe goed te merken aan zijn werk. Dat werk is in het westerse christendom absurd invloedrijk geweest op werkelijk alle theologische terreinen. Til een in de kerk een tegel op en er wriggelen geen pissebedden onder maar ideeën van Augustinus. Soms ten goede, hoor, maar niet altijd.Hij zag de menselijke begeerte als kern van de erfzonde, dus van de slechtheid van de mens. Nou was begeerte wel breder dan alleen seksuele lust, maar daar lag toch wel het accent op, ook al omdat Augustinus daar zelf enorm mee worstelde.Veel extremer nog was de heilige Hiëronymus, die trouwens sowieso het moeilijkste karakter van de hele oudheid had. Zijn traktaat tegen de monnik Jovianus is berucht. Jovianus beweerde dat het huwelijk en de maagdelijke staat gelijkwaardig waren. Dat paste Hiëronymus niet, en hij reageerde, zoals vaak, weer eens hysterisch. Hij pompte in zijn pamflet de maagdelijkheid enorm op ten koste van het huwelijk. Trouwen was alleen voor sukkels die hun lusten niet konden beheersen. Maar zelfs binnen het huwelijk vond Hiëronymus seks in feite nog zondig, in ieder geval goede seks. Zelfs als je je eigen man of vrouw hartstochtelijk beminde pleegde je volgens hem al overspel. Dat was zelfs Augustinus veel te gortig. Hij nam er uitdrukkelijk afstand van.De oorzaak van dit alles zal ook in Hiëronymus’ geval wel persoonlijke frustratie geweest zijn: hij schreef in een van zijn brieven dat hij voortdurend werd overvallen door beelden van aantrekkelijke jonge meisjes.Nou roepen veel mensen dat dit soort onvolwassen gezeur altijd al de boventoon heeft gevoerd in het denken van de Kerk over seks. Ik hoop dat ik al voldoende duidelijk heb gemaakt met wat ik over de middeleeuwen heb gezegd dat dat flauwekul is. Het was meer zoiets als een van die virussen waar je niet meer afkomt, maar die alleen van tijd tot tijd opvlammen en symptomen veroorzaken. Herpes of zo, om maar even in de sfeer te blijven.Nou komen we op dit moment wel net uit één van die uitbraakperioden, en die heeft lang geduurd en dus ook, toen ze eenmaal voorbij was, een hele heftige reactie uitgelokt. Geen wonder dat de mensen het christendom op dit pu
Deze aflevering krijgen jullie allemaal van mij cadeau. Mocht je de rest ook willen zien, steun dan mijn werk en neem een betaald abonnementje. Dan krijg je er de komende maanden nog vier bij en kan je ook de oudere terugvinden. Verder maandelijks een mystieke tekst met online bespreking en de wekelijkse homilie. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
In elk fatsoenlijk katholiek huishouden zijn er een paar van die heiligenbeelden die veel meer zijn dan decoratie. Ze omlijsten lief en leed in het huis, en zwijgen wel maar drukken er toch hun stempel op. Sowieso zeggen ze alles over de religieuze mentaliteit van degene die ze heeft uitgekozen. Of bij wie ze aan zijn komen waaien. Ze worden niet, zoals andere soms wel, weggegeven of omgewisseld met andere aan de hand van geestelijke luimen en modes.Ook hier in de kluis zijn er een paar van die. Ik ben weliswaar nogal van het weggeven van heiligen, maar deze mogen pas weg als ik zelf ook word uitgedragen. Ze zijn zoiets als vaste schietgebeden in plaatjesvorm, die elke keer dat ze bewust worden waargenomen hun geuren verspreiden.Eén ervan noemen we hier Christus op de koude steen. Hij zit op een houten piëdestalletje tegen de muur boven de trap naar de keuken. Ik heb hem nog niet eens zo lang, een jaar of acht. Hij was eigenlijk een miskoop bij de laatste verbouwing van het hoogaltaar in de kerk.Het is geen museumstuk. Dat is fijn, want ik doe niet aan museumstukken. Het bewaren en bewaken daarvan is me te veel gedoe. Deze Christus zal wel eens een keer in de tweede helft van de achttiende eeuw of zo ergens in Beieren of Tirol gesneden zijn. Karakter heeft hij zonder meer, maar een klassieke schoonheid is hij zeker niet. Daarbij is hij sinds hij gemaakt werd wel een keer of drie opnieuw opgeverfd in frisse kleuren, waarschijnlijk tijdens de voorjaarsschoonmaken van 1820, 1860 en 1890 of iets in die richting. De laatste keer is dat trouwens met erg veel liefde en vakmanschap gedaan, daar niet van.Wat we zien is Jezus die, vlak vóór zijn lijden, heel even genegeerd wordt. Zijn beulen zijn bezig het kruis te halen of de weg vrij te maken of misschien gewoon een boterham aan het eten. In ieder geval is Jezus alleen, en schijnbaar totaal onbereikbaar voor de buitenwereld. Zijn ogen zijn wel open, maar zien niets.Hij ziet niets, maar wij zien Hém wel. Wij zien Hem zelfs dubbel. Want wij kunnen naar dit beeldje kijken door twee totaal verschillende brillen, die beide een totaal ander tafereel laten zien.De eerste bril is laat-middeleeuws en is van typisch Nederlandse makelij. Die toont ons ‘Christus op de koude steen,’ zoals ik al zei. We zien Jezus van God en mens verlaten. Zelfs de aarde die Hem draagt, de steen waarop Hij zit, is koud en onverschillig. Er is voor Hem geen enkel mededogen, geen enkele emotionele toevlucht meer. Hoewel Hij omgeven is door mensen en vooral door menselijke agressie en lawaai is Hij zo alleen als een mens maar zijn kan. Volledig op zichzelf teruggeworpen is Hij helemaal offer geworden. Een offer is iets dat wordt opgegeven en losgelaten om iets anders - dat duidelijk van grotere waarde is - te redden of te krijgen. Hij is de zondebok, afschuwelijk geworden omdat Hij alles wat slecht en schuldig is aan de mensheid op zijn schouders draagt. Hij is de enige onschuldige in het tafereel, ja zelfs op aarde. Toch stelt Hij hier en nu het kwaad tegenwoordig dat zo meteen de woestijn van de dood zal worden ingejaagd om te verdwijnen en op te lossen en los te laten en vergeten te worden.‘Hij die bestond in goddelijke majesteitheeft zich niet willen vastklampenaan de gelijkheid met God.Hij heeft zichzelf ontledigden het bestaan van een slaaf aangenomen.Hij is aan de mensen gelijk gewordenen als mens verschenen heeft Hij zich vernederd.Hij werd gehoorzaam tot de dood,tot de dood aan het kruis.’Wij noemen die totale zelfgave van Jezus in zijn lijden van oudsher ‘ontlediging,’ een werkwoord dat eigenlijk alleen maar voor Hem, en alleen voor Hem in die specifieke toestand gebruikt wordt. In het Grieks staat er ἐκένωσεν, Hij maakt zichzelf leeg. Zo mogen we dus ook die blik hier interpreteren: leeg. Hij ziet niets omdat Hij letterlijk een lege blik heeft. Hij is hier gekomen om op te lossen en te vervliegen. Geen zelf meer te zijn.Heel indrukwekkend, allemaal, maar eigenlijk totaal ongeschikt om op een piëdestalletje boven een keukentrap te staan. Misschien goed voor een lijdensmeditatie in de Kerk tijdens de vasten, maar niet voor tien keer per dag letterlijk tussen de soep en de aardappelen.Toch staat ie prima waar ie staat. Er is namelijk ook een andere blik door een heel andere bril mogelijk, en in feite is dat hier de enige juiste. Want mijn ‘Christus op de Koude Steen’ is stiekem helemaal geen Christus op de koude steen, maar een ‘Christus in der Rast.’ Hij is niet middeleeuws, maar barok, en niet Nederlands, maar Beiers.Ogenschijnlijk zien we precies dezelfde scène. De beulen zitten nog steeds achter hun boterhammen en Jezus gaat nog steeds hetzelfde, afschuwelijk lot tegemoet. Maar in plaats van de totale verlatenheid kijken we hier naar een verborgen hemel. Jezus’ blik is niet leeg, maar alleen naar binnen gekeerd. Naar binnen waar Hij in vrede is, in rust. ‘In der Rast,’ zegt de Duitse titel niet voor niets. Terwijl zijn kwellers heel even met andere dingen bezig zijn laaft Jezus zich aan dezelfde warme liefde die Hij nou eenmaal is, en die Hem ook in staat stelt dat groteske offer te brengen.Wat daar boven de keukentrap door dat onnozele boerenbeeldje tegenwoordig wordt gesteld is niet de berusting op de rand van de wanhoop, maar de rust van de liefde zelf, die diep van binnen gloeit en verwarmt. Elke keer als ik er langs loop word ik eraan herinnerd dat - ook al staat de wereld in brand en is het bestaan elke minuut van je leven onzeker en onveilig - Gods koesterende aanwezigheid beschikbaar is. Ook in mijn eigen diepste wezenskern.Ik ben immers mens, en dus naar Christus’ beeld geschapen. Zo vluchtig, breekbaar, zwak en veranderlijk als ik ben draait heel mijn wezen om een innerlijke scharnier die onbeweeglijk en onveranderlijk en onbreekbaar is. Die ik voortdurend uit Gods eigen scheppende plezier ontvang als een levensvonk die niet te doven is, wat er verder ook mag gebeuren. Niet voor niets hebben de kartuizers - die hun hele leven aan het innerlijk leven wijden - als motto: ‘Stat Crux dum volvitur mundi,’ vrij vertaald: het kruis staat terwijl de wereld draait. Juist zij die de blik, net als mijn beeldje, naar binnen richten worden zich duidelijk bij uitstek bewust van dit wonderlijke geheim. Dat verbergt zich in iedere mensenziel en iedere mensenziel kan daar toevlucht vinden als het lichaam dat zij bezielt op een koude steen wordt gezet.Maar het is wel het kruis dat staat terwijl de wereld draait. Want aan de barokke Beierse warme rust gaat de Hollandse koude steen vooraf. De reden dat Christus’ tederheid voor mij aanwezig is, is omdat Hij zich aan mij aanbiedt. Offert. Opgeeft. En Hij moedigt ons aan Hem daarin ook na te volgen.“Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mij, die zal het vinden.”Dat klinkt als een streng woord, maar betekent niks anders dan de oproep trouw te blijven. Stand te houden boven de keukentrap, tussen de soep en de aardappelen, en daar warmte uit te stralen. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Wat heeft vasten nou voor nut? Ik heb het even over geestelijk nut, niet over afvallen of cholesterolverlaging of zo. Wat moet je met dat vasten? Juist in geestelijk opzicht? Want bijna alle religieuze tradities komen ermee, maar als je er echt over nadenkt slaat het eigenlijk nergens op.Veel mensen zien vasten als een vorm van boete doen. Dat is ook heel klassiek Bijbels. Het meest beroemd is het voorbeeld van de profeet Jona (inderdaad, die van die walvis). Die moet van God naar de enorme stad Ninevé om luidkeels te verkondigen dat alles en iedereen daar zal worden vernietigd als straf voor de zonde en de ongerechtigheid. De koning van Ninevé luistert zowaar naar Jona en bekeert zich met heel zijn volk. En hij toont dat door te vasten. Hij scheurt zijn kleren en verordonneert dat niemand nog wat mag eten of drinken, tot en met de dieren. En God is daar duidelijk van onder de indruk, want Hij trekt zijn straffen in en laat de Ninevieten in leven.Wij kennen deze historie te goed om er nog erg diep over na te denken, laat staan ons erover te verbazen, maar is het in feite geen krankzinnig primitief verhaaltje? Want wat heeft God aan de rammelende magen van de bewoners van Ninevé? Voedt Hij zich soms met wat zíj zich uit de mond sparen? Ik dacht het niet. Warmt Hij zich aan de liefde en de eerbied die zij Hem betonen? Nee, want ze houden niet van Hem, ze zijn alleen maar bang voor Hem. Geniet zijn sadistische kant dan van hun vernedering? Kietelt het Hem, dat zij uit angst voor zijn straffen door de knieën gaan? Ik hoop het niet! Wordt het onrecht dat zij hadden begaan dan soms goed gemaakt door hun vasten? Misschien als zij uitdelen wat zij door hun vasten hebben bespaard, maar daarvan wordt nergens in het boek met ook maar een woord gerept. Eigenlijk komen noch de Ninevieten, noch God zelf erg sympathiek uit de verf in het boek Jona. God is een autoritaire verschrikking en Ninevé een stad vol huichelaars zonder ruggengraat.Elders in het Oude Testament wordt dat beeld wel wat gecorrigeerd. Daar klaagt God het onoprechte vasten aan. ‘Jullie vasten terwijl je nog steeds anderen uitzuigt en bedreigt,’ laat Hij de profeet Jesaja verkondigen. Dat is niet het vasten dat Hij wil zien. Wat Hij in plaats daarvan wil is: ‘boeien van onrecht losmaken, verdrukten vrijlaten, hongerigen brood geven.’ Inderdaad nobele dingen, maar niet wat wij van oudsher met vasten associëren.“Keert tot mij terug met heel uw hart, met vasten, geween en rouwklacht,” lezen we dan weer bij de profeet Joël. Daar draait het erom je om te draaien, met andere woorden. Je stond met je rug naar God, van Hem af. Nu keer je je weer om, naar Hem toe, en stel je je weer open voor Hem. Dat is zinnig en prachtig, natuurlijk. Maar waarom wil Hij daarbij toch ook weer dat vasten? Ik kan me toch ook naar Hem toewenden, mij door Hem laten beschijnen en verwarmen en mij ondertussen gewoon lekker volstoppen met pudding en worstenbroodjes?Of is het soms zo dat alles wat het leven aangenaam maakt of zelfs maar verzacht ons van God verwijdert? Hem beledigt? In verbazend veel religieuze tradities lijkt er zoiets aan de hand te zijn. Misschien wel omdat in de schepping ingebakken zit dat hoe lekkerder iets is, hoe gevaarlijker voor je levensgeluk. Boter, zout en suiker, alcohol en tabak, en zo kan ik nog wel even verder gaan. Allemaal dingen waar we geen genoeg van kunnen krijgen, maar die ons lichaam slopen als we ons er ongeremd aan overgeven. De vluchtigheid van losgebroken seksualiteit die zoveel van ons parten speelt in het leven. Eer, roem en prestige, die je alles van waarde in je leven ondersteboven kunnen laten lopen als je er al te verbeten naar op zoek bent. En mocht je ze te pakken krijgen, dan verliezen ze op datzelfde moment hun fascinerende aantrekkingskracht. Het enige esthetische geluk dat gratis is, is de schoonheid zelf. Dat ene moment dat de zon de rozengeur uit de appelbloesems kietelt. Of dat de hemel aan het kantklossen is geslagen met windveren en vliegtuigsporen. Tot je beseft dat dat alles je met je hoofd in de wolken laat lopen. Laat verdwalen in vage wensdromen die nooit ook maar iets van vervulling zullen krijgen. Zelfs het terugvinden van de heerlijke momenten die je al hebt beleefd is onmogelijker dan een fietstochtje naar Uranus. Zo veranderen ook die vanzelf weer van zegeningen in straffen.Is alle schoonheid en troost op deze wereld vals? Waarom heeft de goede God er dan zo zijn best op gedaan? Of was dat ook alweer gewoon om ons te verleiden en te vernederen? Ons een worst voor te houden en ons dan een mep te verkopen zodra we zouden toehappen? Wat moeten wij met vasten? Lijden zelfs de gelukkigsten onder ons niet al genoeg aan het leven om er dan ook nog weer lijden aan toe te moeten voegen?Pluk de dag, zeg ik! Vreet de tijd die je gegeven is. Pers elk uurtje uit en zuig elke seconde helemaal leeg totdat je elk sprankje warmte en vreugde door je wezen voelt klotsen.Alleen is dat in de praktijk nou juist een feilloos recept voor een wel héél onbevredigend leven. Als je je bestaan echt gróndig wil verknallen is dát de methode. Eigenlijk werkt het alleen als je het per ongeluk doet. Als je van jezelf al zo ruimhartig en onbekrompen in elkaar steekt dat je het geluk niet alleen aantrekt maar ook zonder er bij na te denken om je heen strooit. We hebben een paar heiligen op de kalender staan die zo in elkaar zaten. Ze nadoen gaat niet. Dingen expres per ongeluk doen is nou eenmaal buitengewoon ingewikkeld.In de praktijk zul je met deze tactiek waarschijnlijk veranderen in het diametrale tegendeel van zo iemand. Een lopend vacuüm dat alle vreugde om zich heen wegzuigt zonder er zelf ook maar een sprankje van te voelen.Toch denk ik niet dat de goede God ons de schoonheid en het genot als valkuilen heeft geschapen. Er is maar één bevredigend antwoord op dit rare mysterie: de schepping is kapot en doet niet meer wat ze hoort te doen, in ieder geval niet meer helemaal. En dat is ook precies wat onze traditie ons leert.De mensen in het heerlijke paradijs die ondankbaar waren zijn natuurlijk niet onze voorouders uit de tijd voor alle tijden. Wij zijn dat gewoon zelf. In die zin is er niks geërfds aan de erfzonde. Wij zijn niet het bokje omdat onze meest achterende en vooral ook achterlijke achter-opa niet met zijn poten van het fruit van de baas af kon blijven. Nee. Wij boeten voor ons eigen plukken in plaats van ons laten voeren. Voor het zelf willen doen en zelf willen weten.Maar wij zien niet wat wij denken te zien, weten niet wat wij denken te weten en verlangen niet wat wij denken te verlangen. En zo trekt in alles wat wij willen grijpen en begrijpen onmiddellijk een barst.Vasten is een stap terug doen. Om weer te leren wat ik wil in plaats van waar ik zin in heb. Om te leren respecteren, het oordeel op te schorten, te laten bloeien in plaats van te consumeren. Belangeloos te bewonderen en dankbaar te zijn.En natuurlijk begint dat ermee dat je je lichaam, dat verwend is, weer onder controle probeert te krijgen. En natuurlijk wordt dat een komedie zonder einde, want je laat je er al je hele leven door koeioneren. Dat verander je niet met een wils-act op één vroom momentje.En dan je verslaving aan overal een mening over te hebben en die ook te spuien. Je verslaving aan je opgeblazen zelfbeeld of juist aan je masochistische zelfvertrapping. Je behoefte aan bevestiging en de manier waarop je geniet als je iemand lik op stuk geeft. Je zwelgen in de drama’s van je tragische bestaan en je surfen op de schuimkoppen van je succesjes. Heel dat gezeur brengt uiteindelijk niks maar is ook verdomd moeilijk gewoon even dóód te slaan.Maar het tóch proberen, ook al is het maar zes schamele weekjes per jaar, toont je je hulpeloosheid. Je kleinheid. De toevalligheid van je bestaan. Het simpele feit dat je niet beter bent dan wie dan ook maar. De wonderlijke niksigheid van wat je vermag tegen wat je haat. En erger: de niksigheid van wat je vermag vóór wie je liefhebt.Alle verdoving even het zwijgen opleggen, dat is waar vasten over gaat. Ook omploegen en overhoophalen wat je liever ongezien laat rusten is waar vasten over gaat.En zo je rouwe bewustzijn even laten zijn wie ze is, en haar ook echt even herkennen en erkennen. Onbedekt, onbedwelmd.Haar hart is een tuin omgrensd met vier stromen: Pison, Gichon, Eufraat en Tigris. Midden in haar groeit een boom waaraan een vrucht hangt die precies laat zien wat er mis is met de schepping. Hij hangt niet aan een steeltje, maar is door een onvoorstelbare sadist met ijzeren nagels aan de boom gespijkerd. Hij is tot pulp geslagen en uitgeperst, doorstoken en met doornen gekroond. Over niet al te lange tijd is Hij rijp en valt Hij op de grond.Als die grond hard en droog is gebeurt er verder niks. Maar als Hij in nederige, goed geploegde aarde valt schiet Hij op en breekt in bloemen uit en wordt een boom waarin de vogels nestelen en maakt alles nieuw.Welnu: dat ploegen van die aarde noemen wij vasten. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Ben ik, met al mijn geleuter over de ziel en God, eigenlijk geen ordinaire flessentrekker? Hoe kan je eigenlijk weten dat ook maar iets van wat ik zeg ook maar enige basis in de werkelijkheid heeft? Is er eigenlijk wel enig verschil tussen een baardige kluizenaar op een stapel middeleeuwse geschriften en een madam op de kermis met een kristallen bol?Ik ben hier het laatste half jaar of zo een lekker potje aan het orakelen. Meestal ging het over mystieke theologie, over de directe ervaring van het Heilige door jouw eigen ziel. Maar hoe kom ik eigenlijk aan al die wijsheid? Want nogal eens zit ik met een air van zekerheid dingen te verkondigen die geen mens kan meten of bewijzen.Ik krijg dan ook best vaak opmerkingen in de trant van: ‘waar haal je het vandaan? Waar baseer je je op? Is dat geen mysterie waar je maar beter je mond over dicht kan houden?’ En, het verbaast je misschien, maar dat vind ik heel terechte vragen.Hoeveel bodem, hoeveel fundament zit er nou onder dit hele vakgebied? Waar drijven al die metafysische speculaties op, de boude beweringen over wie en wat de Grond onder de werkelijkheid is, hoe de ziel in elkaar steekt, en waar zij voor bedoeld is en waarvoor niet?Het klinkt allemaal rationeel en doordacht genoeg, maar presenteer ik hier niet stiekem een zwerm van rekensommetjes die geen serieus beginpunt hebben? Waarvan de premissen maar zo’n beetje uit een sprookjesboek zijn getrokken?Als jij een van die mensen bent die alleen het fysiek meetbare serieus kunt nemen, dan houdt het inderdaad al gelijk daar op. ‘Het beste, hè, daag!’Maar al kan ik geen harde zekerheid geven, een redelijk stevige waarschijnlijkheid is wel mogelijk. Al moet je ook daarvoor wel even dóórzetten. In eerste instantie lijkt de hele zaak hopeloos. Als de mist uiteindelijk optrekt komt dat, tegen die tijd, eigenlijk héél onverwacht.Alles wat ik hier zit te verkondigen is gebaseerd op ervaringen van mensen met wie of wat zij als God meenden te herkennen. Daar wordt de zaak al gelijk niet eenvoudiger op. Het zijn per definitie subjectieve ervaringen, gevangen in herinneringen. En de menselijke herinnering is een heel bedrieglijk vermogen. Het laat dingen weg en voegt dingen toe. Het schuift met accenten alsof het schaakstukken zijn, het verschiet en verkleurt. Dat is een probleem. En niet het enige, ook.Want ik kan die ervaringen ook nog eens niet rechtstreeks bestuderen. Ik beschik niet over een bibliotheek van glazen flessen vol herinneringen die ik zou kunnen opsnuiven of in een schaaltje gieten om eens goed te bekijken, zoals in een Harry-Potterboek. In plaats daarvan ben ik afhankelijk van wat mensen hebben verteld en opgeschreven. Van wat voor woorden ze bij elkaar hebben kunnen puzzelen om hun verschoten en verbleekte belevenissen enigszins aan mij te kunnen overdragen.Vaak gaat het dan ook nog eens om woorden die al lang niet meer worden gebruikt uit een belevingswereld die al lang niet meer bestaat. Zo houd ik mij zelf voornamelijk bezig met teksten uit het Brabant van de middeleeuwen. In het Brabants van de middeleeuwen. Dus van mensen uit een streek die de mijne niet is in een wereld die de mijne niet is die praten over dingen die sowieso al geen mens goed kan bevatten, laat staan reproduceren en verwoorden.En zegt het feit dat we ons maar steeds op die oude teksten blijven storten niet al duidelijk genoeg dat er iets geks aan de hand is? Zijn er geen modernere belevenissen om je bij deze studie op te baseren? Bij ander onderzoek over psychologische verschijnselen baseren we ons toch ook niet op een dataset uit de veertiende eeuw?Goed, dat zijn voor deze insteek wel even voldoende vragen. Ik zal ze in omgekeerde volgorde proberen te beantwoorden.We gebruiken oude getuigenissen van mystieke ervaringen omdat er zich in de late middeleeuwen een hoogtepunt van geletterdheid op dit terrein voordeed. Godservaringen zijn er overal en altijd, tot en met bij mensen die niet eens in God geloven. Maar het vermogen om zó over het onuitsprekelijke te kunnen spreken dat een ander er ook iets van kan verstaan is veel zeldzamer. Om zoiets te ontwikkelen is niet alleen een intens geestelijk leven nodig, maar ook een verfijnd technisch begrippenapparaat en zoiets als een traditie van poëtische fijngevoeligheid. Het virtuoos kunnen dansen met symbolen en metaforen. Dat bereikt geen mens op eigen kracht, zoals het domme moderne romantische idee van ‘het genie’ het altijd wil hebben. Wij hebben helaas geleerd om hoogst individuele schittering het meest te bewonderen. In de middeleeuwen hadden ze daar een broertje dood aan. Daar bouwden ze aan kathedralen in plaats van aan persoonlijke reputaties.Zo’n kathedraal kan alleen tot rijping komen als individuele mensen zich generaties lang dienstbaar kunnen maken aan een project dat groter is dan henzelf, en dat ze zelfs bij leven niet eens áf zullen zien. Uit idealisme in plaats van uit persoonlijke ambitie.Zo is het ook precies met de taal van de Godservaring. Mensen konden er in die tijd tevreden mee zijn om generatie op generatie steeds maar door te blijven schaven aan een traditie, aan een school, aan iets dat groter was dan zij zelf. Daardoor ontstonden er ‘kathedralen van taal’ die tegenwoordig nooit meer rijp zouden zijn geworden.Een van de meest gelukte van die taalkathedralen is de Zuid-Nederlandse mystiek van tussen de twaalfde en de zestiende eeuw. Die kon groeien omdat er duidelijk ruimte voor was, we begrijpen niet helemaal goed waarom nou net daar. In het beginstadium ontkiemde deze vorm van mystiek vooral bij devote vrouwen, zowel bij zusters als bij een soort vrijgevochten godgewijde maagden, de begijnen. In de veertiende eeuw werd zij briljant gesystematiseerd door Jan van Ruusbroec. Als hij niet in het Nederlands, maar in het Latijn zou hebben geschreven zou hij nu bekend hebben gestaan als de Thomas van Aquino van de mystiek, waarschijnlijk. Als degene met alle antwoorden op alle dingen. Misschien toch maar goed dat hij in het Nederlands heeft geschreven, en niet in het Latijn.Hoe dan ook hebben we zijn taal en zijn begrippenapparaat ook nu nog hard nodig. Want wat er na hem kwam was in eerste instantie voor een groot deel op hem gebaseerd, zoals wat er in Frankrijk en Spanje in de barok ontstond. Maar wel duidelijk van mindere kwaliteit. Veel pretentieuzer, warriger en ingewikkelder, en ook vaker afgeleid door sensationele bijverschijnselen.Daarna kwam de achttiende eeuw, waarin mensen sowieso meer bezig waren met meten dan met verstaan. In de negentiende eeuw kwam daar weer een reactie op, maar die verloor zich in wat ik daarnet als even heb aangestipt: de aanbidding van het individuele, hoogstpersoonlijke, uiterst bijzondere.Dat heeft kostbare schatten opgeleverd, maar weinig wat je kunt toepassen op wat normale, alledaagse christenen in hun innerlijk van Gods aanwezigheid ervaren. Daarom blijft van alle brillen die mij gegeven zijn de veertiende-eeuwse nog steeds het scherpste beeld geven.Maar klopt er ook maar iets van dat beeld? Want daar ging het nou net over. Zoals ik al zei: een hard bewijs in de moderne zin ga je niet krijgen, maar er is wel iets dat mij persoonlijk er alle vertrouwen in geeft. En dat is de enorme berg overeenkomsten tussen dit soort ervaringen en de teksten daarover uit de meest uiteenlopende momenten en culturen. Soms tot op de meest verfijnde details.Het ligt niet voor de hand dat de Indiase mysticus Adi Shankara uit de achtste eeuw veel Augustinus had gelezen. Toch komt hij met begrippen die naadloos passen op hoe Augustinus de structuur van de ziel voor zich zag. Ik beweer niet dat hun ideeën hetzelfde waren - dat zou kinderachtig zijn. Ze opereerden zelfs met totaal verschillende wereldbeelden in het achterhoofd. Shankara met het idee dat alles één is en alle verschillen maar illusies zijn. Dat het leven een cyclus is die zich eindeloos herhaalt. Augustinus met het idee dat afzonderlijke dingen - en vooral personen - er maar al te zeer toe doen en ook een bestemming hebben. Maar op micro-niveau passen de onderdelen die ze onderscheiden in de werkelijkheid en vooral in de menselijke ziel, vrijwel naadloos in elkaars systeem. Als er een schroefje of een lagertje in Shankara’s brommer kapot gaat kan hij er zonder problemen een reserve-exemplaar van Augustinus inschroeven.Dat komt omdat ze beiden niet zomaar speculatief zaten te fantaseren, maar zich baseerden op het heel intens beleven en observeren van hun eigen innerlijk. En wat God daar allemaal in uitspookte.En zo gaat het steeds. De meeste geestelijke tradities van de mensheid hebben twee gezichten. Een aspect dat we ‘mythologisch’ of ‘dogmatisch’ of ‘systematisch’ noemen. Dat is een in symbolen gevatte vertelling over hoe de wereld en God of de goden zijn, hoe ze zo geworden zijn en hoe ze ooit eens zullen zijn. En hoe de mensen daar in passen. Dat geheel noemen we ook wel ‘exoterisch,’ vrij vertaald ‘buitenkanterig.’ Voor iedereen onmiddellijk zichtbaar.Niet alle, maar wel veel religieuze culturen hebben daarnaast ook een gezicht dat we van oudsher ‘esoterisch’ noemen, zeg maar ‘binnenkanterig,’ ‘innerlijk.’ Daarmee bedoelen we dat een deel van de aanhangers van die traditie zich bezig houden met het observeren en verwoorden en delen van hun meest directe godsontmoetingen. Het woord ‘esoterisch’ heeft bij ons een heel rare bijklank gekregen omdat het sinds de jaren zestig vooral wordt geassocieerd met de meer fantastische randjes van de traditie. De ‘stoute,’ ‘verboden’ randjes vooral. Heksen en waarzeggerij en wichelroedelopen en zo. Daarom gebruik ik zelf liever ‘mystiek’ of ‘contemplatief.’ Dat zijn beide min of meer synoniemen.Hoe dan ook is dat het deel van de religieuze kennis dat rechtstreeks op ervaring, ontmoeting, beleving steunt. En dus ook alle grenzen tussen religieuze systemen met voeten treedt.De eenvoudigste verklaring daarvoor is dat mystici met vergelijkbare bevindingen komen omdat ze met dezelfde werkelijkheid in contact treden. Wereldbeelden verschillen, smaken en
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Hoe koester je God?Stel je voor: een archeoloog zoekt al jaren in de Pyreneeën naar een geheimzinnig heiligdom waar de Heilige Graal verstopt zou moeten zijn: de kelk die Jezus gebruikte bij het laatste Avondmaal. Al die tijd heeft hij niks gevonden, maar nu is er hoop in zijn hart.In de crypte van een vervallen kapel op een bergtop heeft hij een zware deksteen van rode zandsteen laten lichten. Die bleek een schacht met een wenteltrap te verbergen. De archeoloog daalt langs die trap af naar de geheimzinnige diepten. Hij komt uit in een doolhof van flamboyante gotische galerijen, bont beschilderd met taferelen uit de graallegenden over koning Arthur en de koene ridders Galahad en Parcival.Die worden flakkerend verlicht door brandende toortsen aan de muren. Woont hier iemand die die toortsen aan heeft gestoken? Hij ziet geen mens. Hij huivert. Behoedzaam dringt hij steeds verder en verder binnen in dit wonderlijke oord. Uiteindelijk vindt hij een enorme poort van zilver, vol nissen met heiligen met gouden stralenkransen. Hij duwt er tegenaan. Ze moeten wel loodzwaar zijn, maar toch draaien ze geruisloos open, met een zucht, als van een kluisdeur.Voor hem strekt zich het heilige der heiligen uit, met gewelven zo hoog dat ze boven zijn hoofd in een lazuurblauwe schemering lijken te verdwijnen. In de verte ziet hij een altaar met een schrijn in de vorm van een toren, waar een zacht licht uit straalt. Met knikkende knieën loopt hij verder. En ziet dan dit...(intro)Religie is er om een ruimte aan te bieden waarin mensen tot de ontmoeting met God kunnen komen, en ín God met elkaar. Dat doet religie door op heilige plaatsen op heilige momenten heilige handelingen te stellen. Voor zover we kunnen overzien is dit alles een merkwaardig, maar noodzakelijk element van een gezonde samenleving. Niet alleen is het verschijnsel religie zo goed als universeel maar ook worden er vrijwel consequent veel geld, middelen, gebouwen en mensen in geïnvesteerd. Onze postmoderne, westerse samenleving is de enige echte uitzondering, maar daarover later meer.Het resultaat van al die moeite manifesteert zich in de vorm van momenten in het mensenleven dat alles wat seculier is, al het tijdelijke, met andere woorden, heel de strijd om het bestaan, de dagelijkse dingen, de zorgen en problemen, de begeerten en ambities, conflicten en verwijten, even tot zwijgen komen. Nou vinden mensen het heel moeilijk die dingen los te laten, al is het maar voor een ogenblik. Om dat mogelijk te maken is alleen de meest oprechte ernst afdoende.We zoeken daar immers de Absolute, de grond onder de werkelijkheid zelf. Nou wil de ironie dat juist het meest ontzagwekkende ook het meest kwetsbare is. Het fluistert in plaats van te schreeuwen, het uit zich als het suizen van een zachte bries. Het is, met andere woorden, alleen waarneembaar en verstaanbaar als meer lawaaierige elementen worden geweerd.Ik bedoel dat niet alleen letterlijk, in de vorm van geluid, maar ook visueel, sociaal, psychologisch en dan vergeet ik vast ook nog wel een paar aspecten meer. Al die dingen kunnen, als ze op het verkeerde moment of in de verkeerde combinatie het heiligdom binnengebracht worden, de sacrale spanning breken die het religieuze ritueel zijn geloofwaardigheid geeft. Daar is maar heel weinig voor nodig en de gevolgen zijn onmiddellijk dodelijk. Als het verkeerd gaat kan iedereen eigenlijk wel gewoon naar huis.Sterker nog: het is maar beter dat iedereen dat dan ook doet, want bedorven religie is een bijzonder giftige substantie voor de ziel. Het bederf van het beste geeft het allerslechtste, zei de heilige Augustinus al in de vierde eeuw of zo. Vergelijk het maar met een restaurantkeuken vol ratten, schimmel en kotsende koks.Sacrale hygiëne is wat ons tegenwoordig nogal eens ontbreekt. Het onvermogen om het profane te scheiden van het heilige.En dat terwijl het niet zo heel moeilijk is zodra je weet waar het probleem zit. Het enige wat nodig is, is onbeschaamde eerbied. Je niet schamen het heilige te eerbiedigen. Durven te knielen, durven ontzag te hebben. Zonder ironie. Naakt voor God te staan en dat uit te houden. De meest uiterste Realiteit te herkennen en te erkennen. En die - in het heiligdom - op geen enkele manier te relativeren. Als iets in strijd voelt met de wijding van die plaats is het waarschijnlijk ook in strijd met de wijding van die plaats.Vaak is het verschil tussen de twee categorieën sterk cultureel bepaald. Bij ons in het westen wordt het heilige bij uitstek geassocieerd met het oude, het verstilde, het trage en het natuurlijke. Dat is voor sommige postmoderne dramkousen een reden om er juist de hele tijd met platvoeten doorheen te willen banjeren. Maar dit soort associaties veranderen maar heel traag, en hebben met inclusiviteit of uitsluiting niks te maken. Als je ze niet respecteert heeft de Kerk geen enkele zin meer. De heilige zal er zich objectief nog wel manifesteren, maar op een manier die niet subjectief te ervaren is door de mensen voor wie het bedoeld is.Nou verwachten jullie natuurlijk van mij een vurig pleidooi voor een zo snel mogelijke terugkeer naar de traditionele Latijnse Mis. En het klopt wel dat ik iets in die richting uiteindelijk verstandig zou vinden. Maar wat ik vind doet er niet zoveel toe. De meesten van ons mogen dat helemaal niet, kunnen dat ook niet en er zijn er ook nog best veel die het ook niet zouden willen, vooral de oudjes niet. En oudjes hebben ook een ziel.Prima. Maar werk er dan omheen. Want zoals het de afgelopen zestig jaar is gegaan kan het echt niet langer. Dat is mensen hun broodnodige religieuze behoeften onthouden.Als jij verantwoordelijk bent voor de liturgie is je enige taak de mensen met God te laten communiceren, in alle betekenissen van dat woord. Zorg dan dat je leidingen niet verstopt zitten met braggel die nergens voor nodig is en je bestaan tot dat van een loodgieter zonder waterpomptang degradeert.En wat is die braggel dan zoal?Lach me maar uit, maar ik gebruik daarvoor de Indiana Jonestest. Het is om je rot te schamen dat Steven Spielberg duidelijk beter weet hoe je het heilige kan laten beklijven dan veel priesters, maar daar kan ik ook niks aan doen.Dus: stel je voor: Indiana Jones heeft in een grottenstelsel achter een waterval een exotisch heiligdom ontdekt. Daar ergens zou het astrale amulet van troeliepoelie moeten rusten op een met geheimzinnigheid omringd altaar.Welnu: alles wat in die film bij de bioscoopgangers het opschorten van het ongeloof zou kunnen verstoren heeft ook geen plaats in de kerk. De naam Troeliepoelie is dus alvast niet goed. Net als go-zondag, startzondag, Night-Fever en ga zo maar verder.Ook is de muziek van doorslaggevend belang. Als er naast de omineuze talisman twee afgodische priesters met kettingen van schedels zitten die uit volle borst oubollige liedjes met onoprechte teksten zitten te kwelen met een gitaar wordt de film geen kaskraker.Als het grootste deel van de ceremonie uit praten en voorlezen en dan nog meer praten bestaat komt het niet goed. Zo ook als de orakels van Oetsiepoetsie voor het altaar van Troeliepoelie worden voorgelezen door een vrijwilligster in een roze legging die niet weet waar de klemtonen horen te liggen en bovendien alle onheilsdreigingen van een lieflijke kleuterjuffrouwencadans voorziet.Als er een vlag naast het altaar staat die oproept tot donaties en die ook nog eens een zo zakelijk mogelijk ontwerp heeft flopt het hele spul ongenadig. Natuurlijk is het hartstikke belangrijk dat de mensen solidair zijn met hun heiligdommen. Natuurlijk moeten die afgodische priesters eten en af en toe een nieuwe schedelketting. Ook is het fijn als de grot wordt schoongemaakt en, als het moet, wordt gestut zodat hij niet boven het hoofd van de afgodische priesters in elkaar stort.Maar dan nog: die vlag hoort niet in het heiligdom, maar in het bezoekerscentrum aan het begin van het pad dat naar de grot leidt. Hetzelfde geldt voor kindertekeningen en tentoonstellingen over de sokkenbrei-acties voor de bevroren tenen in Fins-Lapland.Als er te zien is dat een schoonmaker fluitend vlak voor het altaar van Troeliepoelie langsloopt en onder het stofzuigen even zijn bril erop legt is het magische moment voorbij. Überhaupt is het respecteren van taboes belangrijk als het gaat om het heilige. ‘Doe je schoenen uit, want deze plaats is heilig,’ zij God tegen Mozes. Daarom helpt het als echt niemand op het priesterkoor is die daar niet persé moet zijn. En dan nog het liefst in liturgische kleding.En even voor de helderheid: dat alles oplossen hoeft niet duur of extreem ingewikkeld te zijn. Het is vaak eerder een kwestie van weglaten dan van toevoegen. Van opruimen dan van opdirken. Ik ben zelf toevallig van de barok en de overdaad, maar dat kost heel veel tijd en gedoe om precies goed te krijgen. Precies de andere kant op werkt ook. Tenzij je een plaats van volksdevotie beheert, zoals een plaatselijk bedevaartsoord of zo, maar dat is een vak apart dat we hier nu maar even zullen laten voor wat het is.Het toverwoord is hygiëne. Het heilige is een eigen categorie die geen vermenging met andere verdraagt, anders gaat het onmiddellijk bescheiden aan de kant en wordt onzichtbaar.Dus: roept iets de sfeer op van zakelijkheid, politiek, huiselijke gezelligheid of therapeutische afstandelijkheid? Dan moet het uit de buurt van het altaar gehouden worden. Is iets ontworpen alsof het met commercie te maken heeft, dus roep het associaties op met het bedrijfsleven? Nee!Berucht was op een gegeven moment het nieuwe schepje waarmee je in Houthem zand uit het graf van de heilige Gerlachus kunt scheppen. Dat was, waarschijnlijk door een reclamebureau, zo gelikt herontworpen dat het de gewijde sfeer in de war stuurde. Soms kun je het ook juist uit liefde te goed je best doen. Roept iets de basisschool of de tennisclub in herinnering? Nee! Allemaal prima dingen, maar niet hier en nu. Heeft het de sfeer van entertainment over zich? Nee!Een mens kan niet schakelen van atmosfeer zonder dat da
Het gebeurt op een dag, dat Jezus in Bethanië is, in het huis van Simon de melaatse. Er verschijnt een vrouw met een albasten flesje pure nardusbalsem dat driehonderd denarieën waard is - zeg maar dertigduizend euro naar de huidige maatstaven. Ze breekt dat flesje open en giet het uit over Jezus’ hoofd. De leerlingen worden woedend. Hoeveel armen hadden met dat geld wel niet geholpen kunnen worden? Maar Jezus reageert onverwacht. Hij zegt: zij heeft een goed werk aan mij gedaan. De armen hebben jullie immers altijd bij jullie, maar mij hebben jullie niet altijd bij jullie.Een idioot verhaal en een vervelende man, die Jezus, zijn wij geneigd te denken. Hij doet hier haast wat denken aan een van die sekteleiders die zich wentelen in luxe en de idolate verering van hun slachtoffers. Maar als wij zo denken zou dat wel eens kunnen komen omdat wij zelf vervreemd zijn van een essentieel onderdeel van ons menszijn. In de vorige twee afleveringen hebben wij nagedacht over wat godsdienst eigenlijk is, en de conclusie getrokken dat een religie waarschijnlijk in essentie samenvalt met haar rituele doen en laten.Maar wat is nou eigenlijk het concrete effect van die rare handelingen? Is het pure verspilling van middelen en zelfs mensen, of doet het wel degelijk iets? Wat krijgen wij terug voor de kostbare nardusbalsem die wij uitgieten over het hoofd van God? Daarover gaat het vandaag.(intro)Het is mijn persoonlijke overtuiging dat menselijke samenlevingen altijd gefundeerd zijn op een dragende godsdienst, en de essentie van die godsdienst is het ritueel. Als het ritueel niet meer gerespecteerd wordt of zelfs helemaal stilvalt vervliegen ook de leerstellingen en de normen en waarden van de religie en daarmee van de hele maatschappij die op die religie was gebaseerd. Die begint vanaf dat moment dan ook uit elkaar te vallen.Ik denk er al heel lang zo over, en word ook mijn hele leven al steeds weer in die overtuiging bevestigd door wat ik om mij heen zie gebeuren. Wij kennen de symptomen ervan allemaal, want wij leven er elke dag mee. Ik heb het over al deze dingen trouwens ook al uitgebreid gehad in de vorige twee afleveringen van deze serie. Mocht je die nog willen bekijken, dan staan er links in de beschrijving hieronder.Maar toch, wat doen religieuze rituelen nou eigenlijk concreet? Het doopsel mag dan een wassing zijn: als anti-bacteriële maatregel stelt het niet veel voor. Het heilig Misoffer mag dan wel een maaltijd zijn, maar je dagelijkse portie calorieën zal je er niet uit kunnen halen. Met andere woorden: alles wat je materieel van een religie kunt zien en vastpakken is schijnbaar ondoelmatige verspilling. Verloren moeite en tijd. Van de dure gebouwen, de offers en de geïnvesteerde tijd is er weinig tot geen tastbaar rendement te verwachten. Toch speelt het hele gedoe op de een of andere manier een cruciale rol bij het instandhouden van samenlevingen, maar hoe? Wat is nou eigenlijk puur technisch het gevolg van een ritueel? Wat doet het?We hebben al gezien dat culturele antropologen en godsdienstsociologen of hoe dat volkje zich op een zeker moment ook maar mag noemen de grootste moeite heeft met definiëren van wat religie eigenlijk is. Met het interpreteren van religieuze rituelen loopt het nog veel verder uit de hand. Dat komt omdat de academische godsdienstwetenschappen allesbehalve waardenvrij zijn ontstaan en opgebouwd. Het voert een beetje te ver om de hele geschiedenis hier uit de doeken te doen. Mocht je willen weten hoe die wereld tikt, dan kan ik je van harte aanbevelen het werkje ‘Denken over religie’ van Valeer Neckebrouck eens door te nemen. Dat is heel toegankelijk geschreven en leest eigenlijk als een thriller.In grote lijnen zou je kunnen zeggen dat er een touwtrekwedstrijd is geweest tussen twee soorten godsdienstonderzoekers.Aan de ene kant stonden geleerden die stiekem romantici waren. Zij droomden over oerreligies en archetypen en moedergodinnen en zo. Zij waren ook geneigd aan religie een grote zelfstandige waarde toe te kennen.Aan de andere kant stonden geleerden die stiekem politici waren en meer droomden over het betrappen en uiteindelijk slopen van machtsstructuren. Zij zagen religie bovendien meestal louter functioneel, als een sociaal instrument.Bijna niemand in dit hele proces had trouwens veel achting voor het moderne Europese christendom, en dat werd er niet beter op toen marxistisch-achtige ideeën een steeds grotere rol in álle menswetenschappen gingen spelen. Als je dus in het nieuws of zo hoort over zogenaamd ‘wetenschappelijk onderzoeken’ naar religie, bijvoorbeeld naar het secularisatieproces, dan weet je dat je niet zit te kijken naar de droge observaties van feiten. Er is in de wereld van de sociologie eigenlijk geen serieuze academische distantie, al het gescherm met statistiek en kwantitatief onderzoek ten spijt. Ook die kleuren zich immers makkelijk aan de hand van de smaak van de onderzoeker door de precieze vragen die hij stelt of juist angstvallig vermijdt.Goed, laten we evengoed de conclusies van de beroemdste van die figuren maar even snel de revue laten passeren, zodat we een idee krijgen van de sfeer. Ze lijken in eerste instantie interessanter dan ze in feite zijn, dus we doen dit even zak zak allez-hoppe.We beginnen natuurlijk in de negentiende eeuw. Toen zagen figuren als Tylor, Frazer en Malinowski, allemaal vroege antropologen, religieuze rituelen nog voornamelijk als futiele pogingen van het magische denken om de natuurkrachten te beïnvloeden. Beheersing te krijgen over de onbeheersbare bedreigingen van het leven. Een beetje zoals moderne huiskameratheïstische verjaardagsfeestjesorakels er tegenaan kijken.Iets later, in de eerste helft van de twintigste eeuw, verschijnen er antropologen als Arnold van Gennep en Victor Turner. Zij zien godsdienstige rituelen vooral als rites de passage, overgangsrituelen: door ceremoniële transformaties door te maken krijg jij als individu een andere positie in de gemeenschap. Daardoor ga jij je meer met het collectief identificeren en dat wint dan weer aan betekenis, hechtheid en stabiliteit.Verder ontsnappen we ook deze aflevering natuurlijk weer niet aan Émile Durkheim met zijn idee dat de religie - en dus ook het ritueel - een projectie van de samenleving zelf is. God is, volgens hem, de maatschappij die zichzelf viert en zich daardoor bevestigt en versterkt. Denk maar aan hooligans die ‘we are the champions’ zingen. Zoiets.Iemand die bekend staat als gematigd, maar stiekem waarschijnlijk de meest cynische grapjas van het hele stel is, is Clifford Geertz. Hij ziet de rituelen van een religie als niks anders dan de trukendoos die het wereldbeeld van die godsdienst zo écht laat lijken. Rituelen zijn volgens hem georkestreerde belevingen die een religieus systeem de illusie van tastbaarheid, zichtbaarheid en geloofwaardigheid moeten geven. Het lijkt er trouwens niet op dat Clifford Geertz ooit echt tot de beleving van een religieus ritueel is doorgedrongen, maar dat terzijde.Dan gaan we nog even naar Peter Berger. Dat is misschien dan weer de meest zinnige denker uit deze richting. Hij ziet religieus ritueel als een ordenend systeem dat de bestaande werkelijkheid - die van zichzelf chaotisch en betekenisloos is - zin en structuur moet geven. Bij Berger zet je je door rituelen te voltrekken in feite een bril op de neus die een soort duidend raster over de wereld legt. Die verandert daardoor wel niet objectief, maar wordt voor de mens wel veel beter te navigeren zonder in paniek te raken.Je merkt wel dat ik tot nu toe alleen denkers heb behandeld die religieuze rituelen reductionistisch functionalistisch interpreteren. Ze reduceren religie tot een instrument van de maatschappelijke orde, tot een onderdeel van de machtsstructuur in samenlevingen.Niemand van al deze figuren ziet religie als een zelfstandig aspect van het menselijke leven, laat staan als de geestelijke wortel ervan. Natuurlijk zijn er ook geleerden geweest die daar heel anders tegenaan keken.De eerste daarvan was, in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, Rudolf Otto. Hij definieerde ‘het heilige’ als een onuitsprekelijk fenomeen dat eigenlijk door elke mens weleens wordt ervaren. Het is tegelijk heel aantrekkelijk maar ook héél angstwekkend. Hij noemt het dan ook het ‘mysterium tremendum et fascinans,’ het vreeswekkende en fascinerende mysterie. De mens zoekt ernaar en verlangt ernaar, maar schrikt er tegelijk voor terug. Het wordt door de mens gekoesterd maar ook met taboes omgeven.Hij beschreef religieuze rituelen als het instrumentarium dat de mens ontwikkelt om met dat heilige om te gaan. Misschien nog wel zijn meest blijvende bijdrage aan het denken over religie is de uitvinding van het woord ‘numineus’ en ‘het numineuze.’ Dat betekent bijna hetzelfde als ‘het heilige,’ maar dan in de ruwere, oudere, minder opgepoetste variant, ontdaan van zijn ethische component.Verwant daaraan is het denken van de Nederlandse godsdiensthistoricus Gerardus van der Leeuw. Hij nam het idee van ‘het heilige’ in feite van Otto over, maar noemde het ‘de macht.’ Daarmee bedoelde hij niet een projectie van sociale of politieke macht, maar een reëel ervaren, overweldigende werkelijkheid die de mens treft, aanspreekt en voor zich opeist. Het uitvoeren van rituelen is bij hem een écht deelnemen aan die macht. Het offer is een échte overgave, het gebed een écht aanroepen en het stellen van sacrale handelingen stelt de Macht écht tegenwoordig.De twee schoolmakende academische denkers die het meeste respect hadden voor religieuze tradities waren waarschijnlijk wel Carl Gustav Jung en Mircea Eliade. Dat ging zo ver dat ze beiden, waarschijnlijk juist daardoor, wat in de berm van het wetenschappelijke onderzoek zijn beland. Het zijn bijna zelf meer religieuze dan wetenschappelijke denkers.Allereerst is daar de psycholoog Jung. Voor hem drukken rituelen innerlijke processen uit. Ze werken alleen door ze uit te voeren, niet door ze te begrijpen. Ze leggen een verbinding tussen je
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Wat is religie? Daarover heb ik hier al het een en ander gezegd. Heb je dat nou nog niet gezien, dan vind je dat hierboven of hiernaast en ook nog eens in de beschrijving. Vandaag borduur ik daarop voort. Ik benader het fenomeen even niet theologisch, maar eerder antropologisch. Een klein beetje afstand doet soms wonderen voor de helderheid.Religie valt volgens mij ten diepste samen met haar ritueel. Zij heeft natuurlijk nog een hele hoop andere aspecten, maar die bloeien volgens mij op uit het ritueel en blijven afhankelijk van het ritueel. Vergelijk het maar met een zangstem uit de radio. Als je de stekker eruit trekt stopt het liedje midden in een zin. Zo is ook de religie dood zodra zij niet meer ritueel wordt uitgevoerd of wanneer haar rituelen niet meer serieus wordt genomen.In 394 dwong de fanatiek christelijke keizer Theodosius de Vestaalse maagden om hun heilige haardvuur te doven. Op hetzelfde moment veranderde de godin Vesta van een godin in een herinnering. Net zo werd op een dag de orakelpriesteres van Delphi van de driepoot getrokken waarop zij altijd boven de vulkanische dampen had gehangen. Op die dag stierf niet alleen de stem van haar voorspellingen, maar loste ook de god Apollo met dampen en al in de lucht op. Hij veranderde van een levende werkelijkheid in een cultureel symbool.Priesters en aanverwante religieuze bedienaars worden in de antropologie niet voor niets ‘rituele specialisten’ genoemd. Hun identiteit en vooral ook hun autoriteit ontlenen ze niet aan de verhalen die ze vertellen of de regels die ze stellen, laat staan aan hun eigen wijsheid, maar alleen en louter uit het ritueel dat ze voltrekken.Dat ritueel heeft veel meer om het lijf dan er op het eerste gezicht aan af te zien is. Het lijkt meer op een organisme dan op een menselijke constructie. De priesters bedenken het niet en maken het niet maar ontvangen het uit de traditie: ze zijn er niet zomaar meester over. Zodra ze er zodanig aan gaan sleutelen dat het als mensenwerk ervaren kan worden valt de vervoering dood en wordt het ritueel een plichtpleging.Als zo’n kunstmatig ingrijpen in het ritueel universeel worden opgelegd of ingevoerd, en als de priesters daarin verharden, dan begint hun godsdienst af te sterven en daarmee tegelijk ook hun autoriteit. Dus ook de autoriteit die ze nodig hebben om hun fout eventueel nog te herstellen. Mochten ze dat nog willen dan moeten ze snel zijn, anders hebben ze hun religie per ongeluk per decreet opgeheven.Of ze wijs zijn of niet en of ze een goed verhaal vertellen of niet doet er dan plotseling nauwelijks nog toe: er blijft van hun traditie niets over dan een schim waar mensen uit gewoonte en nostalgie misschien nog een tijdje aan meedoen, maar waar ze zich niet meer aan gebonden voelen en waaraan ze ook geen fundamenteel houvast meer vinden. Dat kan nooit langer dan één generatie vol te houden zijn.Ritueel is in een religie nucleair - in de beide betekenissen van dat woord. Ten eerste omdat het de nucleus, het dragende middelpunt ervan uitmaakt. Je kunt verhalen vertellen en regels stellen, maar die zijn op zichzelf nooit langdurig genoeg overtuigend om een samenleving te dragen. Mensen hebben weliswaar verstand, maar dat maakt ze nog geen rationele wezens. Mensen zijn in eerste instantie affectief, in tweede instantie gevoelswezens en pas daarna denken ze misschien af en toe ook nog wel eens na.Dus als jij een verhaal te vertellen hebt, een openbaring of een wet, dan zal die pas overtuigen als hij bezield is en als ook anderen dan jijzelf werkelijk contact kunnen maken met die ziel. Daarvoor zal alleen taal nooit genoeg zijn. Ten eerste omdat zelfs de beste gedichten en verhalen onverdraaglijk worden als je ze maar vaak genoeg hoort. Ten tweede omdat taal een veel grover instrument is dan veel mensen denken. Het meest wezenlijke van het leven kun je er niet in uitdrukken. Waarom je van iemand houdt, bijvoorbeeld. Ten derde omdat taal leeft en dus voortdurend verandert. Wat vandaag indrukwekkend klinkt werkt over een jaar of dertig in het beste geval nog aandoenlijk, maar meestal alleen nog potsierlijk.Ook kan taal liegen. De enige manier waarop je zeker kan weten dat je niet voor de gek wordt gehouden is wanneer je zelf rechtstreeks in gemeenschap kan treden met wie of wat die taal bezielt. Als je het bewustzijn van degene die tegen je spreekt kunt proeven of meebeleven. Zoiets is onmogelijk met alleen woorden of beelden tot stand te brengen. Dat kan alleen op de extatische manier die we sacramenteel noemen, en die wordt door riten bewerkt. Daarom draagt het ritueel de leer en de ethiek, en niet andersom.Als ik luister naar een verhaal uit het Evangelie weet ik niet of het waar is. Het is wel oud en eerbiedwaardig, maar dat zijn de verhalen over Apollo en Vesta ook. Het is wel ontroerend, maar dat is het verhaal over het meisje met de zwavelstokjes ook. Er worden wel heel verstandige dingen in gezegd, maar dat doen de dialogen van Plato ook. Pas op het moment dat ik het altaar nader en zie dat daar God zich laat slachten en zich te eten geeft aan mij, omdat Hij met heel zijn wezen wil dat ik leef, wordt dit verhaal ineens een heel ander verhaal. Het ritueel kan mij niet meer bedriegen omdat het mij laat deelnemen aan zijn ziel.Maar dat maakt het ritueel ook nucleair in de andere betekenis van het woord: gevaarlijk en alverwoestend als het wordt misbruikt. Je kunt er een cultuur of samenleving - een leefwereld - mee verlichten en voeden en verwarmen, maar je kunt diezelfde wereld er ook volkomen mee vernietigen. De goddelijke vonk ervan kan weliswaar zelf niet bedriegen, want die is wat zij is. Maar ze kan wel worden vervalst.Ten eerste kan zij worden gesuggereerd waar zij in werkelijkheid niet brandt.Bijvoorbeeld als politici of grote bedrijven echo’s van het ritueel gebruiken om zichzelf of hun producten met een afgodische afglans op te tuigen. De hoogmis van het Apple-event en de epische muziek die klinkt als op een partijcongres de lijsttrekker verschijnt. Natuurlijk duurt een dergelijke illusie nooit lang, en wordt bovendien bijna altijd afgestraft, uiteindelijk. De vervalsers kunnen namelijk nooit voldoen aan de verwachtingen die door dergelijk gedrag worden gewekt.Erger is het wanneer niet de suggestie van het heilige wordt vervalst, maar het heilige zelf. Dat gebeurt wanneer de bedienaars ervan overmoedig worden en denken dat ze het heilige naar hun eigen smaak kunnen herscheppen, minder primitief maken, logischer, meer bij de tijd.Zij lijken op tuinlieden die alle takken van een kromme appelboom zagen en ze er daarna recht weer aanschroeven. En er dan verbaasd over zijn als hij in het voorjaar geen bloesem meer zet.Zij lijken op een onnozel meisje dat trouwt met een jongen die ze niet bemint zoals hij is, maar die ze denkt nog wel te kunnen veranderen. Dat draait op scheiding uit. Of op het verdwijnen van God uit het ritueel, in dit geval.Dat is een absolute ramp voor iedereen die zich daarin heeft geïnvesteerd. Want het ritueel is niet alleen nucleair voor de religie, maar de religie is weer nucleair voor de individuele gelovigen en uiteindelijk voor de samenleving die erop is gebaseerd. Want elke samenleving is uiteindelijk religieus gefundeerd, steunt ergens diep in de fundamenten op het Absolute. Zonder dat is nu eenmaal geen mens in staat zijn individuele en tijdelijke belangen en zorgen en vooral zijn eigen wil lang genoeg op te schorten om zich te voegen naar een gezamenlijk bestaan. Niet voor niks zeggen de vadertjes van het Tweede Vaticaanse Concilie in hun document over de Kerk: “Door deel te nemen aan het Eucharistisch Offer, bron en hoogtepunt van heel het christelijk leven, dragen zij het goddelijk Slachtoffer en met dit offer ook zichzelf, aan God op.” Dat gezamenlijke zijn moet een gezicht hebben dat het louter menselijke te boven gaat. Moet groter zijn dan een charismatische leider die er eventjes is en dan weer verdwijnt. Moet ook groter zijn dan een logische afspraak of een rationele filosofie. Want die zijn nu eenmaal zonder overstijgend fundament voor mensen niet uit te houden. En dan mankeert het ze aan identiteit en zelfvertrouwen en dat is een toestand die verwoestende uitbarstingen van onzekerheid voortbrengt.Onze voorouders wisten dit alles veel beter dan wij en waren allesbehalve gek toen ze hun bloed, zweet, tranen en centen investeerden in hun kerken en kathedralen. De toeristen die erin samendrommen hebben geen flauw benul dat heel die stenen symfonie draait om het opdragen van de Mis. Dat komt waarschijnlijk ook omdat die Mis niet veel indruk meer maakt. Ze werkt nogal eens als die rechtgezaagde appelboom waar ik het daarnet al even over had. Het paradoxale is, dat juist alle pogingen om haar toegankelijker te maken haar onverstaanbaar hebben gemaakt. Zó zakelijk en rationeel, zo verbaal en vol met lappen tekst dat alleen theologische experts er het wonder nog in kunnen onderscheiden. Anderen zien meestal een wat verveelde meneer in een gifgroene poncho die achter een keukentafel eindeloos staat te praten en op een gegeven moment even met een koekje zwaait. Dat alles terwijl de vijf mensen die voor de keukentafel zitten halfhartig oubollige teksten zingen op Poolse volksmelodietjes.Menselijkerwijs is de zaak hiermee verloren, en dus onze cultuur en onze leefwereld ook. Zonder Mis is zal er al snel geen westen meer zijn. De scheuren en spleten openbaren zich al overal. Het is de vraag of we daar wanhopig van moeten worden. Misschien is onze God gewoon moe en wil Hij naar bed. Om morgen, nieuw, weer op te staan.Of is dat helemaal nergens voor nodig en zetten we gewoon door? Beginnen we weer met onze cultus serieus te nemen, en daarmee ook onze kunst, onze muziek, onze literatuur en onze manieren? Niet om ze af te schermen en er anderen mee te slaan, even voor de helderheid, maar om gedeeld en gevierd te worden. Volgens mij kan dat nog steeds. Maar als we dat willen moeten we wel een gedegen en principieel antwoord hebben op de volgende vragen: M
Er zijn van die vormen van zogenaamd christendom die je het liefst gisteren nog zou zien verdwijnen. Dat dacht burgemeester Hoes van Tilburg deze week nou ook. Hij hoorde dat de Frontrunners een dienst in zijn stad wilden houden. De Frontrunners zijn een club van van die typische fastfoodprotestanten Amerikaanse stijl die beweren met gebed mensen te kunnen genezen van allerlei ziekten. En ook van autisme en homoseksualiteit, klaarblijkelijk. Echt lekkere types. Gods onkruid, zullen we maar zeggen.Burgemeester Hoes had daar dan ook allemaal niet zo’n zin in, en meende een trucje te kunnen uithalen om die rare groep te weren. Het gebouw dat zij zouden gebruiken voor hun zogenaamde kerkdienst was geen officiële kerk maar een buurtcentrum met zalen. In het bestemmingsplan van een gemeente heeft zo’n gebouw een andere status dan een kerk. Ook waren voor de dienst kaarten verstrekt, zij het gratis, maar toch deed dit alles de burgemeester besluiten dat het niet om een kerkdienst ging, maar om een evenement. En evenementen vallen niet zomaar onder vrijheid van godsdienst. En kunnen dus om allerlei redenen verboden worden.De situatie draaide uit op chaos, de dienst werd door de politie onderbroken en hun voorganger Tom de Wal gearresteerd. Die genoot zichtbaar van de situatie en begon onmiddellijk de catacombenmartelaar uit te hangen. En met succes. Weliswaar waren er niet veel mensen die nou zo’n medelijden hadden met deze specifieke meneer en zijn volgelingen, maar wel vond men dat de godsdienstvrijheid geweld aan was gedaan. En dat doen we in dit land principieel niet.De burgemeester voelde zelf duidelijk ook nattigheid. Hij begon tenminste al vrijwel direct na het hele circus een terugtrekkende en verzoenende toon aan te slaan. Het riekt er met andere woorden naar dat iemand hem ondertussen heeft uitgelegd dat hij een bestuurlijke blunder heeft begaan. De uitkomst is op dit moment nog niet duidelijk, dus we zullen het zien.Het lijkt zo simpel. Wanneer is een bijeenkomst een religieuze plechtigheid en wanneer niet? Stel je voor: ik geef in een zaaltje in Groningen een lezing over mystieke theologie. Die gaat vanzelfsprekend over God. Want mystiek is het ontmoeten van God. Toch is die lezing daarom nog geen godsdienstige plechtigheid. Maar wat dan als ik afsluit met gebed?Wat als bijvoorbeeld een topvoetballer een kruisje slaat voor een wedstrijd en heel de tribune hem toejuicht? Gooit Femke Halsema dan de Amsterdam Arena op slot?En kan de gemeente trouwens eigenlijk wel besluiten wat een kerkgebouw is en wat niet? Want dat is toch eigenlijk een theologische kwestie. En wij hebben in Nederland een strenge scheiding van godsdienst en staat. Dus aan wie had burgemeester Hoes nou eens moeten vragen wanneer een bijeenkomst een kerkdienst is en wanneer niet?Aan de godsdienstwetenschappers van de universiteit! Dat is misschien een idee! Tilburg heeft niet voor niks de meest vooraanstaande katholieke theologische faculteit van het land, toch?Maar als hij dat werkelijk zou doen zou hij raar op de koffie komen. Dan zou hij namelijk van de heren professoren het volgende antwoord krijgen.‘Wij kunnen daar geen antwoord op geven omdat niemand weet wat religie is. Niemand kan je een werkbare definitie van het woord religie geven.Dat is toch wel raar. Religie is toch een begrip waar iedereen beeld bij heeft. Daar kunnen we het toch niet bij laten zitten. Er moet voor die arme burgemeester van Tilburg toch een antwoord mogelijk zijn?Kom op, ik vogel samen met jullie even uit wat religie ook alweer was. Want dat weten we toch stiekem allemaal? Of niet dan?Laten we voorzichtig beginnen en nog niet gelijk te veel invullen. Religie is iets dat zich spontaan manifesteert in groepen mensen. Dat is alvast iets. Ook kunnen we wel veilig naar het verleden kijken, want dat verandert niet meer en staat vast. Toch? Religie is iets dat altijd zo goed als alomtegenwoordig is geweest, kunnen we dan zeggen. Als archeologen opgravingen doen vinden ze vrijwel altijd sporen van gebouwen en voorwerpen en gewoonten die erop wijzen dat mensen veel energie en bezit investeerden in... nou, eigenlijk het weggooien en in brand steken en verspillen van energie en bezit. Ze bouwden een soort paleizen voor standbeelden die ze ook nog eten en drinken gaven. Of ze begroeven hun doden met een hele uitzet. Of ze gooiden hun kostbaarste spullen in moerassen. Sommigen van hen werden priesters en priesteressen en wijdden hun hele leven aan het uitvoeren van handelingen die geen praktisch nut hadden. Het lijkt erop dat ze probeerden iets ongrijpbaars of iemand met wie je niet op de normale manier een praatje aan kunt knopen een plaats te geven in hun dagelijks leven. Een belangrijke plaats zelfs.Enfin, als je goed hebt opgelet heb je al wel opgemerkt dat ik voortdurend woordjes als ‘vrijwel altijd,’ ‘bijna overal,’ en ‘zo goed als dit of dat’ gebruik. Ik ben de hele tijd aan het nuanceren en bijstellen. Hou dat even in gedachten.Goed: laten we eens een beginnetje van een definitie van religie proberen te bakken: ‘Religie is een systeem van schijnbaar ondoelmatige handelingen dat deel uitmaakt van de cultuur van groepen mensen.’ Dat durf ik nog wel te zeggen.Maar zo laat ik ook wel veel weg. Ik laat zelfs, voor mijn gevoel, het belangrijkste weg. Stel je voor dat je zou moeten raden naar wat er bedoeld wordt met de omschrijving: ‘...een systeem van schijnbaar ondoelmatige handelingen dat deel uitmaakt van de cultuur van groepen mensen.’ ‘Voetbal,’ zou je misschien zeggen. Of ‘ambtenarij!’Mijn definitie is dus zo incompleet dat ie volkomen waardeloos is. En we weten onmiddellijk wat eraan mankeert: goden en priesters en tempels en rituelen en zo kunnen we nog wel even doorgaan.Zo dachten de beroemde onderzoekers op dit terrein in de negentiende en twintigste eeuw er ook over. Zij waren de eersten die probeerden academische definities van religie op te stellen, en kwamen allemaal precies met die elementen. De eerste die wordt genoemd is meestal de antropoloog Edward Burnett Tylor die in 1871 religie definieerde als ‘het geloof in geestelijke wezens.’Dat klinkt de meesten van jullie waarschijnlijk logisch in de oren. Duh. Alleen zijn volgens Tylors definitie een heel stel religies geen religies. Waaronder een paar toch best belangrijke. Zoals de meest klassieke vorm van theravada boeddhisme. Zeg maar Laos en Thailand en zo. Confucianisme, daoisme en zen. China en Japan zijn dus ook niet religieus, schijnbaar.Dat werkte dus niet en er kwamen nieuwe, verbeterde definities. De psycholoog William James schreef in 1902 over religie als ‘...de gevoelens, daden en ervaringen van individuele mensen in hun eenzaamheid als zij menen zich te verhouden tot wat zij dan ook maar als het heilige beschouwen.’Je ziet dat het al snel ingewikkelder wordt. Toen hij probeerde uit te leggen wat ‘dat heilige’ dan zou moeten zijn kwam hij uit op alles wat de mensen als een godheid behandelen, waarmee hij eigenlijk gewoon herhaalde wat hij al gezegd had.De meest invloedrijke figuur ooit op dit terrein was waarschijnlijk Émile Durkheim, een van de grondleggers van de academische sociologie, moge God het hem vergeven. Hij definieerde een religie als: ‘...een geïntegreerd systeem van geloofspunten en praktijken met betrekking tot heilige dingen, dat wil zeggen dingen die zijn afgezonderd en verboden. Allen die die geloofspunten en praktijken aanhangen vormen zich tot een enkele morele gemeenschap, een kerk.’Geen mirakel van literaire schoonheid, deze beschrijving, maar bovendien bleef er ook niet veel van overeind.De ellende is namelijk dat sinds al die definities zijn opgesteld, er massa’s antropologen en dergelijke over de wereld zijn uitgezwermd om zoveel mogelijk culturen in kaart te brengen. Die kwamen vervolgens met uitzonderingen op ongeveer elk element in elke definitie. ‘In de Siberische Taiga,’ zo beginnen ze dan, ‘leeft een stam die...’ Die stam blijkt dan wel gewoonten te hebben die wij als religieus zouden bestempelen, maar geen goden te hebben en ook geen geesten en geen priesters en zo verder en zo meer. Jij gaat dan vervolgens je definitie weer aanpassen, waarop zij met een zeevolk uit Polynesië komen dat zeker dingen doet die jij naar godsdienst vindt rieken, maar die niet passen in jouw beschrijving.Je zou, met veel hangen en wurgen, misschien tot zoiets kunnen komen als: ‘Het verschijnsel religie wekt de indruk een vorm van uitwisseling te willen zijn tussen mensen en een werkelijkheid die via de normale menselijke communicatiemethoden niet bereikbaar is.’Goed, ik begin alweer in drijfzand te lopen. Want wat is een normale menselijke communicatiemethode? Zijn godsdienstige rituelen geen normale menselijke communicatiemethoden? Mensen zijn rare, ingewikkelde beesten en dingen die mensen samendoen kun je niet zomaar meten met een apparaat of een gps-bepaling of zo. Je kan niet iemand een thermometer in zijn achterste steken en daar de intensiteit van zijn godsvrucht aan aflezen, als is zoiets wel geprobeerd. Daarom zijn er legio nogal ingewikkelde methoden uitgedokterd om er toch iets over te zeggen. Ik zou je die uit de doeken kunnen doen, maar ik begin nu al te gapen.De ster die op dit moment nog eventjes het helderst schijnt aan het firmament van dit soort onderzoek is een Amerikaanse antropoloog met de welluidende naam Clifford Geertz. Ik lees je zijn definitie nog even voor, juist om je te laten zien hoe dit alles uit de hand loopt, en daarna gaan we naar een meer praktische benadering voor onszelf op zoek. Daar gaat ie, Clifford Geertz:‘Religie is een systeem van symbolen dat ertoe werkt krachtige, alomtegenwoordige en langdurige stemmingen en drijfveren in mensen te vestigen, door opvattingen te formuleren over een algemene orde van het bestaan en deze opvattingen te bekleden met een zodanige schijn van feitelijkheid dat die stemmingen en drijfveren zich als bij uitstek werkelijk voordoen.’[1]Je merkt al wel dat de goede man niet onbevooroordeeld is ten opzichte van zijn ond
Door alle Bijbelverafgoding waar we mee te kampen hebben - daar heb ik het eerder al eens over gehad - is het lastig om nog onbevangen bezig te zijn met de Heilige Schrift. Dat is jammer, want die zit toch wel degelijk vol heerlijke geheimen en kan zelfs letterlijk betoverend zijn. Daar kun je alleen nauwelijks nog je mond over opentrekken zonder dat mensen al gelijk weer een lichtgroene teint krijgen en om een spuugbakje vragen. Voor de schoonheid en de heiligheid van de Bijbel zijn er bijna geen woorden meer te vinden die nog niet besmet zijn met de sfeer van het akelige, en meestal onoprechte gedweep ermee waar je overal tegenaan loopt. Daarom neem ik, om er tóch iets over te kunnen zeggen, mijn toevlucht tot dat ándere beroemde heilige boek. Ik bedoel natuurlijk ‘Het oneindige verhaal,’ van Michael Ende.Het ‘Oneindige verhaal’ verscheen in 1979 en is een fantasy-boek. Het werd voor kinderen geschreven, maar de schrijver ervan was dermate briljant dat het ook voor volwassenen boeiende kost is.Het speelt zich af in twee werelden. De onze, waarin wij leven en die wij maar al te goed kennen, en een andere, die Fantasia heet en die in feite opbloeit uit onze verbeelding. Traditioneel wordt het boek daarom uitgegeven in twee kleuren letters, donkerblauw en roestbruin.Het verhaal begint in die roestbruine letters, en die vertellen wat er gebeurt in ónze wereld. Die waarin je elke dag je sokken aantrekt. Ze vertellen over Bastiaan, een dromerig jongetje dat veel te dik is, tenminste dat vinden de kinderen op zijn school. Niemand wil met hem bevriend zijn, en hij wordt gepest en geslagen. Op een regenachtige dag is hij weer eens op de vlucht voor een stel agressieve pestkoppen en duikt hij een winkel in om zich voor hen te verstoppen. Die winkel blijkt een antiquariaat te zijn, een winkel voor tweedehands boeken. Daar krijgt hij een plotselinge opwelling en steelt een geheimzinnig boek. Hij weet er ongezien mee weg te komen, maar daarna weet hij niet waar hij naartoe moet. Hij sluipt de school binnen waar hij in de les had moeten zitten en verstopt zich op de zolder. Hij installeert zich op een berg oude turnmatten begint te lezen. Vanaf daar gaat het verhaal verder in de donkerblauwe letters.Die vertegenwoordigen de tekst ín het geheimzinnige boek. Dat is enorm, gebonden in rood fluweel en versierd met een ovalen medaillon op de voorkant. Dat draagt de titel ‘Het oneindige verhaal’ en wordt omkranst door twee slangen die elkaar in de staart bijten. Het boek gaat over het rijk Fantasia, dat oneindig is en zonder grenzen, maar toch een middelpunt heeft.In dat middelpunt staat een ivoren toren waar ‘de kleine keizerin’ woont, een geheimzinnige oerkracht in de gestalte van een jong meisje. Fantasia, dat bevolkt wordt door alle fantasiewezens die je je maar voor kunt stellen - feeën en vampieren, trollen en dwaallichten, dwergen en reuzen ezovoort - is in gevaar. Overal wordt het land aangevreten door plekken waar niets meer is. Geen donker, geen grijs, geen verrotting, maar gewoon helemaal niets. Naar later blijkt komen alle fantasieën die in Fantasia door dat niets zijn opgeslokt, plaatsen en gebouwen, maar vooral wézens, in de roestbruine mensenwereld terecht. Maar niet als zichzelf, maar als leugens. Geperverteerde fantasieën dus.Dat alles blijkt te komen omdat de kleine keizerin ziek is. Dat overkomt haar eens in de zoveel tijd, en ze kan alleen worden genezen als ze een nieuwe naam krijgt. Maar die kan dan weer alleen een kind uit ónze wereld haar geven. Een kind omdat alleen een kind nog fantasieën heeft waar geen spoortje onwaarachtigheid kleeft. Een kind uit ónze wereld omdat alle wezens van Fantasia zelf fantasieën zijn en fantasieën kunnen niet fantaseren. Dat snapt een kind.De bewuste redder blijkt deze keer natuurlijk onze antiheld uit het roestbruine gedeelte van het boek te zijn, Bastiaan, de verlegen, dikkige jongen op de zolder van zijn school. En hij stelt niet teleur. Halverwege het boek geeft hij de kleine keizerin inderdaad een nieuwe naam. En dan gebeurt het ongelooflijke.Ten eerste wordt natuurlijk het rijk Fantasia genezen en vernieuwd. Maar ook wordt Bastiaan zelf het boek in gezogen. Aan het einde van het liedje is niet alleen het land van de fabels gered en de kleine keizerin genezen, maar ook Bastiaan zelf een heel stuk volwassener en zelfverzekerder geworden.Ik denk eigenlijk niet dat Michael Ende de Bijbel in zijn achterhoofd had bij het schrijven van het Oneindige Verhaal. Dan zou het waarschijnlijk ook nooit zo’n mooi boek zijn geworden, want opzettelijke allegorie en alles wat daarop lijkt wordt meestal vreselijk saai. Toch pakt de gelijkenis mij elke keer weer bij de strot.Het boek dat Bastiaan uit het antiquariaat stal bleek uiteindelijk te zijn bedoeld om letterlijk binnen te gaan, in te kruipen. Daardoor veranderde niet alleen Bastiaan, maar ook het boek zelf. De ziel ervan kreeg een nieuwe naam en heel de wereld die erin besloten lag bloeide opnieuw op.Dat is precies wat er ook met de Bijbel aan de hand is. Die is niet gemaakt om de mensenwereld in amber te gieten en op te sluiten in een staat van onveranderlijkheid. Ook niet om zelf in amber te worden gegoten. Om als een kostbaar afgodsbeeld in een vitrine te worden geconserveerd en daar verder tiranniek te liggen zijn.Mits de Bijbel wordt aangenomen op de manier zoals hij bedoeld is, kan hij dienen als een soort poort naar Gods eigen ivoren toren en Gods eigen kleine keizerin. Want Gods eigen Fantasia hoeven we niet meer te zoeken: daar wonen wij al. Wij zijn er geboren en gaan er dood. Wij trekken er elke dag onze sokken aan. Maar de schoonheid ervan en het schaterende plezier waarmee God het in al zijn kinderlijke onbevangenheid heeft geschapen kunnen we er maar heel af en toe in terugvinden. Want net als het Fantasia in het boek van Michael Ende is ook het rijk waar wij wonen ziek. Een grijze wezenloosheid grijpt overal om zich heen. Die noemen we in onze traditie ‘zonde’ maar als je daar teveel mee bent doodgegooid is gewoon ‘wezenloosheid’ ook een prima woord.Wezenloosheid vreet daar om zich heen waar je de schoonheid en de waarheid en de goedheid van de wereld en de mensen om je heen niet meer ziet. Als je geen dankbaarheid meer voelt, maar in plaats daarvan ontevreden honger.Toen de wereld net geschapen was, en de mensen ook, kregen zij van God de taak alles een naam te geven. Met andere woorden: om zich over alles te verwonderen en daar stem aan te geven. De gave van de schepping werkelijk aan te nemen.Het lijkt erop dat onze wereld nu weer een nieuwe naam nodig heeftEerder is de Bijbel bedoeld als brandstof voor onze reis naar de sterren, naar het rijk Gods. Niet voor niets wordt Gods woord overal in de Bijbel gegeten. In het Oude Testament door Ezechiël en Jeremia, en in het Nieuwe Testament door Johannes.Nou is het zo dat wat je eet deel gaat uitmaken van je eigen wezen, van je eigen wereld, van je bestaan hier en nu. Maar daarvoor moet het wel ook worden verteerd. Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, brengt het geen vrucht voort. Daarom moet ook de Bijbel worden geconsumeerd om geen afgod te worden.Als we de Bijbel niet langer een Onding willen laten zijn zullen we er anders mee om moeten springen. De tegenstrijdigheden erin niet verdoezelen, maar vieren als een uitnodiging om er vrij mee om te springen. Teksten die in het jaar driehonderd voor Christus geschreven zijn niet behandelen alsof hun geldingskracht hier en nu onveranderd zou kunnen zijn. De geestkracht die erin besloten ligt moet eerst door ons eigen bewustzijn worden getransformeerd om in onze wereld de creativiteit te kunnen dienen. Moet worden gegeten en gedronken om te kunnen spreken op zo’n manier dat er licht uit bloeit in plaats van verstarring.Ten eerste kun je dat doen door niet alleen de Bijbel zelf te lezen, maar ook de verhalen en ideeën die de traditie daar later op heeft laten groeien. Het hoogtepunt van het christelijke voorstellingsvermogen tot nu toe ligt helemaal niet in de Bijbel. Dat is maar goed ook! Stel je voor dat je deel uit moet maken van een beschaving die tweeduizend jaar geleden al gepiekt zou hebben. Wat moet je hier dan nog? Lees dus de werken van de grote mystici, geniet van de kunst van Rafaël en Fra Angelico en ja, ook van die van de neogoten en zoeteplaatjesbakkers. Alles heeft zijn tijd en plaats. Laat je meevoeren door de muziek van Palestrina en de Gregoriaanse gezangen en de wonderlijke Hildegard.Maar vooral: zoek een plaats waar de liturgie, dus het rituele vieren van de Kerk, nog echt wijding en mysterie mag zijn. Het meest kostbare wat we op dat terrein hebben is de zogenaamde ‘Oude Mis,’ maar die is vaak ontoegankelijk, zelfs waar ze gevierd wordt. Dat komt omdat ze vaak wordt opgedragen in extreem conservatieve en door politieke bijzaken gedomineerde gemeenschappen. In een monastieke setting heb je nog de beste kans daarvan verschoond te blijven, maar zo’n situatie doet zich in Nederland eigenlijk alleen ergens in het uiterste noordpuntje van Groningen voor. Daarom is het soms beter om een kerk te zoeken waar de moderne liturgie op een klassieke manier wordt gevierd. De abdij van Vaals is daarin de absolute kampioen, maar veel grote steden hebben ook wel een kerk waar dat gebeurt. Het is soms even zoeken, maar van levensbelang als je echt iets van Gods Woord wilt begrijpen. Want dat is geen boek, maar een Persoon. En Hij wacht niet op jou als een vlinder geplet tussen vellen papier, maar in de gestalte van de Sacramenten in de Kerk. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Vier weken hebben we zitten uitkijken naar de geboorte van de Verlosser. Advent, noemen we dat. We hebben, in het donkerst van het jaar, langzaamaan toegeleefd naar het moment dat het licht de nacht zou breken. Of nou ja: langzaam. In November was er al niet meer aan de lichtjes en de ballen te ontsnappen. De goede Sinterklaas is gekomen en gegaan met zijn zak en zijn pakjes, net als de heilige Lucia met haar kaarsenkroon. Zoals meestal is het ook dit jaar niet gaan sneeuwen, maar vriezen doet het wel. Dat helpt bij het krijgen van een kerstgevoel, hoe onnozel dat ook is. En, toch nog weer sneller dan verwacht is het dan kerstmis.Een stelletje sjofele herders krijgt Hem het eerst in de gaten, omdat een legermacht van engelen ze nuchter dronken heeft gevoerd met hemelse muziek. ‘Heden is U de Redder geboren!’ Betoverd hebben ze hun schapen bij elkaar geroepen en zijn ze naar Bethlehem gegaan. En daar is Hij dan, die Verlosser, die Redder, die Heiland. In een stal, in een voederbak voor de beesten.Een Kindje zoals alle andere kindertjes, eigenlijk, hebben die herders misschien wel gedacht. Een beetje kreukelig nog, ook. Vreselijk breekbaar tevoorschijn gekomen in een levensgevaarlijke wereld die je eigenlijk beter kunt vermijden, meestal.Maar dat heeft Hij dus niet gedaan. En zal Hij ook later niet doen. Heden is U de Redder geboren.Hij had niet hoeven komen. Hij had ook in het licht kunnen blijven, boven de wolken en achter de maan, waar er niet gehuild en niet geleden wordt. Per slot van rekening was het niet zíjn fout dat de wereld zo donker en lelijk was geworden. Wat kon Hij eraan doen?Hij kon er geboren worden, duidelijk, en dat was precies wat Hij deed. Hij kon er aanwezig zijn, niet wegblijven, niet wegkijken, niet wegkruipen in zijn eigen behaaglijke veiligheid.En dat is vriendelijk van Hem, maar wat moeten wij ermee. Hebben we dáár nou zo lang naar uitgekeken, hebben we dáár onze hoop op gesteld? Is dát onze Redder? Een frommelig baby’tje dat net zo hard poept en blèrt als alle andere. Natuurlijk is het wel lief en schattig, maar dat zijn ze allemaal, in het begin.Je stelt je bij een goddelijke reddingsbrigade toch wat anders voor. Gered worden is sowieso een beetje een onduidelijke toestand in dit geval. Want In sommige situaties is gered worden een uitgemaakte zaak. Als je aan je vingernagels aan een dakgoot hangt en er komt iemand met een ladder aanrennen ben je maar wat blij. Of als je je net heerlijk hebt laten gaan op een wc waar dan vervolgens geen wc-papier meer blijkt te hangen. Een hele opluchting als er dan iemand, waarschijnlijk grinnikend, een nieuwe rol aanreikt door het kiertje van de deur. Net zo voor situaties met liften die vastzitten, brandblussers en reddingsboten. Acute situaties met acute oplossingen, sommige ernstig, andere niet, maar het is duidelijk wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren.Maar het is niet zo’n soort redding die de pasgeboren Redder komt brengen. Voor wie heel de werkelijkheid is scheefgelopen is er een totaal ander soort redding nodig. Waar er door verbittering, verslaving, trauma, chronische teleurstelling of verzuring een hele andere wereld is ontstaan dan die, die je je had voorgesteld. Waar het moeilijk is om je kinderlijke blik te bewaren, niet te verharden en te verdrogen en cynisch te worden.Dit kleine Reddertje moet je niet zien als een ambulance met zwaailichten of een ladder met een brandweerman. Dit kleine Reddertje is meer zoiets als een zaadje dat in een donkere winternacht in een kale doodse wereld in de aarde valt. Dit is een Redder die redt door er gewoon te zijn. En dat is tegelijk ook het enige dat Hij echt van óns vraagt. Er gewoon te zijn. Om te redden, maar ook om ons te láten redden en om ons daarover te verwonderen.Want zo moeilijk hoeft het allemaal niet te zijn. Het kan al in het piepklein gebeuren. Zoiets als een onverwacht vriendelijke opmerking die iemand maakt, en die in eerste instantie niet zoveel lijkt voor te stellen. Maar die dan langzaam maar zeker je hele stemming laat opklaren. Als je het wil zien.Zoiets als een oplossing die nog vlak onder je gedachten rijp ligt te worden, maar die je toch al aan voelt komen. Lijkt niks voor te stellen, is ook nog niks, maar wordt vrijwel zeker wat. Als je het wil zien.Zoiets als het breken van de koorts als je flink ziek bent. Lijkt niks voor te stellen, je kan het moment niet eens precies aanwijzen. Je bent ook nog lang niet beter, maar al het onbehagen dat er nog is wijst naar beter worden in plaats van beroerder. Als je je eraan overgeeft.Het kleine Reddertje in de stal van Bethlehem is het teken van dat soort redding, de redding die groeit uit aandacht. Hij is zoiets als het zaadje van de hoop. De hoop op een nieuwe wereld die er nog niet is, maar stiekem ook al wel, als je het wil zien. Er ligt nog een pak sneeuw overheen, en het is ook nog lang geen april, maar in het verborgene ligt de warmte van het nieuwe voorjaar al te flonkeren. Als een sterretje dat uit de hemel is gevallen om ons een Reddertje te worden. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Lezing uit de eerste brief van de heilige Paulus aan de christenen van Korinthe (4, 1-5)1 Zó moet een mens ons beschouwen: als helpers van Christus en uitdelers van geheimenissen van God.2 Welnu, onder uitdelers wordt slechts vereist dat men betrouwbaar blijkt.3 Mij maakt het bijna niets uit dat ik door u word geoordeeld of door enige menselijke instantie; ik beoordeel ook mijzelf niet;4 want ik ben mij van niets bewust, ik ben daardoor echter niet gerechtvaardigd; maar die over mij oordeelt is de Heer.5 Oordeelt dan niet vóór de tijd, totdat de Heer komt, hij zal ook aan het licht brengen wat verborgen is in het duister en de overleggingen der harten openbaar maken; en dán zal aan een ieder de lof toekomen van Godswege.Uit het heilig Evangelie van Onze Heer Jezus Christus volgens Lucas (3, 1-6)1 In het vijftiende jaar van de heerschappij van Tiberius Caesar -als Pontius Pilatus heerst over Judea, Herodes viervorst over Galilea is, zijn broer Filippus viervorst is van Iturea en de streek van Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene is,2 onder heiligdomsoverste Annas, en Kajafas- geschiedt het woord van God aan Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn.3 Hij komt tot heel de streek van de Jordaan, predikend een doop van bekering tot loslating van zonden,-4 zoals geschreven is in de boekrol van de uitspraken van Jesaja de profeet: ‘de stem van een die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt recht zijn paden!-5 elke kloof moet worden gevuld en elke berg, elke heuvel geslecht; de kronkelingen rechtgetrokken en de barre wegen vlak gemaakt:6 alle vlees zal zien de redding door God!’ (Jes. 40,3-5)PreekWaar wachten wij eigenlijk op? Niet alleen in de Advent, maar als christenen in het algemeen? Want is de portée van het hele christen zijn niet dat je wacht op Christus? Dat je Hem verwacht? Wat is een christen? Iemand die Jezus verwacht.In iedere menselijke ziel schuilt een heiligdom. Bij een christen is dat heiligdom vol van maar één gebed: kom, Heer Jezus, kom, mijn ziel heeft dorst naar jou.Betekent dat dan dat wij bestaan uit een stelletje idioten dat uit een antiek pak papier de aankomstdatum van een soort buitenaards wezen probeert te berekenen? Nee. De waarheid is dat wij over de details van Jezus’ komst geen flauw idee hebben. ‘Gij zult de Mensenzoon zien komen op de wolken des hemels met zijn engelen,’ horen we Hem zeggen. Sommige mensen menen dat heel letterlijk te kunnen nemen. Die vergeten dan weer dat Hij elders zegt dat je op die jongste dag overal ter wereld, waar je ook bent, die komst van Hem zal kunnen meemaken.“Als men u dan zegt: Zie, Hij is in de woestijn — gaat er niet heen;zie, Hij is in de binnenkamers — gelooft het niet.Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en zichtbaar is tot het westen, zo zal de komst van de Mensenzoon zijn.”Tenzij Hij alle dimensies door elkaar zal roeren of zichzelf door de kopieermachine zal trekken tot het zwart ziet van de Jezussen zal de werkelijkheid toch wel subtieler in elkaar zitten dan de fantasieën van Amerikaanse evangelicalen. En sommige valse Mariaverschijningen, zou ik daar nog aan toe moeten voegen.Hoe dan ook zal Jezus je niet voor niks laten wachten. Ook niet als het einde der tijden pas komt lang nadat jij bent gestorven. Hij komt je precies tegemoet in dat kleine heiligdom in je ziel, waar de Geest van God smeekt met onuitsprekelijke verzuchtingen: kom, Heer Jezus, kom!Het is ook precies daarom dat Johannes ons oproept de bergen te slopen en de sloten te dempen zodat de Heer vrij baan heeft bij zijn komst.Dat wordt meestal nogal nauw moreel geïnterpreteerd. Wij moeten brave jongens en meisjes zijn, anders slaat hij ons huisje over en moeten we in de zak naar... o, wacht, dat was die andere komst. Die hebben we al gehad.Natuurlijk maakt het deel uit van ons open staan voor God dat wij niet vol egoïsme zitten, niet alles en iedereen ondergeschikt maken aan onze platte begeerten. Daarbij maakt het niet uit of die begeerten financieel, seksueel of in bredere zin emotioneel zijn. De begeerte om serieus te worden genomen, te worden geëerd, te worden geraadpleegd en te worden gehoorzaamd is uiteindelijk precies dezelfde als de lust naar lichamelijke of materiële bevrediging. Het heeft allemaal te maken met een schreeuwende behoefte aan voltooiing en geborgenheid. Veilig zijn en geaccpeteerd worden.Maar als je je veiligheid en je bevestiging verwacht van dingen en mensen en geld en plezier verwacht je die automatisch niet van de liefde zelf. De komende Jezus. En dan zit je deur op slot, net als die van de bruid van het hooglied. Die liep al ik weet niet hoeveel coupletten te kwelen naar haar beminde. O, o, wat hield ze van die man. En, kijk aan: in een zekere nacht stond hij voor haar deur en fluisterde haar toe door het sleutelgat. En zij was te beroerd om haar nest uit te komen om voor hem open te doen. Daarna moest ze ik weet niet wat trotseren om het weer in orde te krijgen. Niet zij die zomaar roepen: ‘Heer, Heer!’ beërven het koninkrijk der hemelen.Het openstaan en verwachten en zuchten naar Christus is niet zomaar moreel. Het is ook niet zomaar esthetisch of zomaar emotioneel. Het is niet zomaar seksueel, laat staan intellectueel. Het is universeel. Het maakt je hele wezen uit. Je bent hier op aarde om met alles wat je bent, met heel je belevingswereld en alles en iedereen verenigd en nieuw te worden gemaakt in Hem.Hoe dat kan heeft Hij al eens voorgedaan. Wie het Koninkrijk wil beërven moet worden als een Kind. Onvoorwaardelijk hier en nu aanwezig en bereikbaar. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
Het is zo ongeveer twaalf graden boven nul en vooral drijfnat. Het is ook al half december geweest, en we verlangen zo langzamerhand naar een beetje kerstgevoel. We hebben de halve ballen- en lichtjesafdeling van de Intratuin naar binnen gesleept, draaien de godganselijke dag kerstdeuntjes en eten alleen nog stamppotten en dingen met speculaaskruiden erin. En toch wil dat kerstgevoel maar niet opkomen. Waar doen we het eigenlijk allemaal nog voor?Voor veel van ons duurt de winter gewoon te lang. Weliswaar wordt het nooit écht koud, maar er is een soort eindeloze herfst ontstaan. Alsof het van november tot april altijd maar gewoon, eeh, november blijft. Gíng het maar gewoon eens lekker vriezen, daar knapt een mens van op. In plaats daarvan regent en waait het vooral veel, en zitten we binnen een beetje te verzinnen hoe we ons eens zullen vermaken. Dat komt in de praktijk meestal neer op zitten te pielen op je telefoon terwijl de muggen om je hoofd zoemen. In december.Precies daarom doen we waarschijnlijk zo’n moeite voor kerst. Precies daarom hebben we er zo’n honger naar en zo’n zin in. Precies daarom zijn de lichtjes en de ballen niet aan te slepen en is er een acute uitbraak van verlichte rendieren en knipperende pegelgoten. Wij sterven niet zo zeer meer aan oorlogen en pandemieën als wel aan de verveling. Het is niet het duister dat ons dreigt, maar vijftig tinten grijs.Daar is ten eerste internetgrijs. Internetgrijs ontstaat wanneer er zóveel geuren en kleuren door elkaar geroerd worden dat ze eindigen in grijs, net zoals de pluis die nadat je de gekleurde was hebt gedraaid in het filter van de machine achterblijft. Dat grijs draag je bovendien met je mee, door de kleine tiran in je broekzak.Verder is er sociaal grijs. De meesten van jullie kunnen het zich waarschijnlijk nauwelijks herinneren, of je was gewoon nog niet geboren, maar nog niet zo lang geleden liepen mensen spontaan bij elkaar binnen en belden elkaar spontaan op. Nu maken we dagen en soms weken van tevoren een afspraak om het gezellig te hebben, alsof we naar de tandarts gaan. Dat wordt op de een of andere manier toch nooit hetzelfde. Maar we hebben het zoveel drukker dan de mensen vroeger met... ja waarmee eigenlijk?Dan is er nog het creatieve grijs. We hoeven niks meer te maken omdat alles te koop is. Een trui van de Zara zit strakker in elkaar dan eentje die je zelf gebreid hebt en pakt meestal nog goedkoper uit ook. Een kippenhok timmeren hoeft ook niet meer, dat haal je je gewoon bij de Welkoop of zo. Zingen en muziek maken is ook een hoop moeite voor niks, want dat kan Adèle beter, en die is elk moment beschikbaar, overal. Tekenen en schilderen dito: daar wordt elektronisch in voorzien en dat is ook nog beter voor het milieu en je hebt er geen rotzooi van in huis.Naar buiten, dan maar? Even weg van de telefoon en het eindeloze entertainment? Maar buiten is het grijs, het regent en er is niks te zien. De bomen zijn kaal en het gras heeft de grijsgroene kleur van boontjes uit een potje in de supermarkt.Maar gelukkig is er dus kerst. Het mag dan wel te warm zijn, maar donker is het wel en binnen kun je het zo decemberig maken als je wilt, toch? Dus proppen we ons hele huis vol zilverglas en dennentakken.Maar we voelen er niks bij, nogal eens. Het kerstgevoel ontsnapt ons net zoals een naam die je voor op de tong ligt maar toch niet kan zeggen. Of iets wat je aan de zijkant van je blik steeds heel even meent te zien, maar toch niet scherp in het vizier kunt krijgen. Al die kerstmaatregelen die je hebt genomen - ballen, lichtjes en speculaas - lijken de onkerstigheid van je stemming, en trouwens van je hele wereld - alleen maar te onderstrepen.Goed, genoeg geklaagd. Wat gaan we eraan doen?We beginnen met het weer. Daar is niks aan te doen. Beter opletten is het enige dat ik kan verzinnen. Want die zes maanden november zijn maar schijn. Ook als de winter niet de sneeuw brengt die je van hem verwacht brengt hij misschien stiekem wel dingen die je níet verwacht. Dus toch maar gewoon het bos in en fietsen in plaats van met de auto. Want ook die eindeloze regen is meer een idee dan een werkelijkheid.Dan het probleem van het benauwende internetgrijs. Veel van mijn collega priesters dringen erop aan maar eens streng te gaan internetvasten. Dat klinkt heel verstandig - en dat is het ook - als je het kunt opbrengen. Maar dat kunnen de meesten van ons helemaal niet. Want we zijn ermee vergroeid. En niks is zo frustrerend als mislukte goede voornemens. Krijg je geen kerstgevoel van.Maar misschien is er een gulden middenweg? Vertraging in plaats van vasten? We wéten dat het niet het héle internet is, maar dat het een paar hele specifieke sociale media zijn die ons het meest verslaven en onze aandacht wegvreten. Misschien zou je alleen díe de nek om kunnen draaien en dat gewoon vol kunnen houden. Want ze zijn net zo dodelijk voor jouw kerstgevoel als koning Herodes voor het Kindje Jezus. Ik noem geen namen, we weten allemaal welke het zijn.En dan verder eens dingen gaan doen die erop gebaseerd zijn dat er iets geboren moet worden. Dat je moet bevallen van iets. Want dat is wat kerst uiteindelijk ís. Dat midden in het donker - of de grijsheid - er iets in de wereld verschijnt dat nieuw licht en nieuwe hoop brengt. En die vallen niet uit de hemel neer en worden ons niet van buiten opgedrongen.Dat God is ménsgeworden in het Kindje Jezus betekent juist dat het licht en de blijdschap worden geboren uit de wereld zélf. Uit jou, om precies te zijn. Je hoeft het heil niet van elders te verwachten: je draagt het zelf al in je mee. Je loopt het alleen voortdurend voorbij.Goed, even pas op de plaats. Als je het ware kerstgevoel wilt krijgen, dus als God in jou Mens moet worden, moet je eerst weten wie die God is. Anders kun je persen totdat je blauw aanloopt, maar dan is frustratie het enige dat je tevoorschijn krijgt. Gelukkig is het helemaal niet moeilijk om te weten wie God is, want daar hebben we de traditie voor. En die zegt drie dingen over God: God schept, God redt en God maakt één.Aspect één: God schept. Dus jij ook. Dat Maria Carey en Adèle beter kunnen zingen dan jij is vast waar, maar doe het toch maar. Maak muziek. Of teken of schilder of brei, in godsnaam. Schrijf een kerstverhaal, timmer een tuinbank. Hoe dan ook: maak iets. Het mag nuttig zijn, maar daar mag het niet om gaan. Maak niet iets omdat je het nodig hebt, maar omdat je een Maker bént. Een Schepper bént. Maak om te zijn, niet om te maken.Aspect twee: God redt. Dus jij ook. Niet door in een soort schaatspak met een cape door de lucht te vliegen en ontsporende treinen te stoppen. Dat lijkt me niet erg realistisch. Ook niet door zieken te genezen door handoplegging of geld op de bankrekeningen van goede doelen te storten. Dat laatste moet je misschien wel doen, maar dat is té abstract om je ervan te doordringen dat je bent gemaakt om een redder te zijn. Dat doe je vooral door de behoeften van mensen om je heen te zien en daar iets op te ondernemen. In onze samenleving is dat vaak vereenzaming en verveling.Misschien gaat het dan om mensen op leeftijd of mensen die gewoon sociaal niet zo handig zijn en buiten de boot vallen. Het is niet nodig om specifiek op zoek te gaan naar mensen om te redden. Ze doen zich vast en zeker spontaan aan je voor. Meestal zijn het namelijk net zulke mensen als jijzelf. Doorsnee mensen met doorsnee angsten en verlangens en vooral: doorsnee verveling. En jij hebt weliswaar geen spandex superkrachten maar wel één superkracht die daar ver bovenuit stijgt: aandacht en aanwezigheid. Superman is er niet, jij bent er wel. Dat maakt jou de gegarandeerde winnaar. Je kunt die aanwezigheid in Tiktok investeren. Je kunt ook iemand ontmoeten. En redder zijn.Aspect drie. Verenigen. God maakt één. Om God de Vereniger op aarde te zetten komt er wel meer kijken dan die andere twee. Het begint bij zelf mensen vergeven. Dat klinkt makkelijk, maar dat is het soms niet. Wel als het gaat om mensen die je gewoon een keer goed op je bord hebben gescheten. Vervelende mensen. Irritante mensen. Die zijn fantastisch om je vergeefcapaciteiten op te oefenen. En dan mag je ook best van jezelf verwachten dat dat zo’n beetje lukt, ook. Maar er zijn ook mensen die écht kwaad te vergeven hebben. Van die mensen kun je dat niet eisen. Het is letterlijk een godsgenade als ze dat tóch lukt.Maar verenigen eindigt niet bij vergeven. Ook het samenbrengen van mensen en het bewaren van de goed sfeer hoort daarbij. Juist met kerst vinden mensen dat vaak een enorme uitdaging. En dat is het ook, omdat we getraind zijn sensatie te zoeken in plaats van te relativeren. Verontwaardiging te voeren in plaats van te dempen. Overal een mening over te hebben in plaats van ons te beperken tot dingen waar we ook echt verstand van hebben. Op die drie punten eens een andere koers kiezen levert wonderlijke resultaten op.En dan kalmeert misschien de storm van grijzigheid in je hoofd, het flikkerende duister en de lawaaierige verveling. Misschien klaart het nét genoeg op om de ster te zien schitteren die je bij je kerstgevoel brengt. Misschien ook niet. Dan prop je je gewoon vol met kerstkransjes en overgebleven pepernoten en tiktok je je tussen de muggen helemaal suf terwijl je ondertussen je familie uitscheldt. Even later is kerst gewoon weer voorbij en groeit het voorjaar. En volgend jaar probeer je het gewoon opnieuw. Leven is leren. In de hemel rusten we uit. This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe




