DiscoverLeven in overvloed | 365x – Alistair Begg
Leven in overvloed | 365x – Alistair Begg
Claim Ownership

Leven in overvloed | 365x – Alistair Begg

Author: Geloofstoerusting

Subscribed: 1Played: 7
Share

Description

‘Leven in overvloed’ is een dagboek met korte, bijbelgetrouwe overdenkingen die helpen om elke dag gericht te blijven op Gods genade en trouw. In heldere woorden wijst Alistair Begg de weg naar het evangelie en naar een leven van geloof in het alledaagse.

Een betrouwbare en bemoedigende gids voor wie dagelijks wil lezen, nadenken en groeien.
74 Episodes
Reverse
De zondeval verraste God niet. Al vóór de grondlegging van de wereld had Hij Zijn reddingsplan gereed. Het kruis was geen noodgreep, maar deel van Zijn eeuwige raadsplan. God besloot door Jezus een volk tot Zich te roepen en alles te herstellen wat door de val werd gebroken. Dit alles gebeurde ‘tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade’. Zo leert het evangelie ons dat Gods eer het middelpunt is van alles. 
Kaleb leek geen bijzonder man. Maar in het gewone leven had God zijn hart gevormd. Terwijl anderen zeiden: ‘Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen’, vertrouwde hij op Gods kracht en trouw. Tegen de stroom in riep hij het volk op tot gehoorzaamheid. Hij wist dat overwinning niet rust op menselijke kracht, maar op Gods belofte. Zo blijkt dat God geen reuzen zoekt, maar gewone mensen die Hem eenvoudig vertrouwen. 
In de dagen van de apostelen werden tekenen en wonderen gedaan. Toch was dat niet het fundament van hun bediening. Zij ‘wijdden zich aan de waarheid’ en dienden met ‘groot geduld’. Wonderen trokken de aandacht, maar het was hun standvastig geloof dat de kerk opbouwde. Door lijden en tegenspoed heen bleven zij volharden. Gods Woord werd hun licht in de duisternis, een vast fundament en een anker voor de ziel. Zo draagt innerlijk geloof de gelovige. 
De zonde belooft veel, maar haar glans verdwijnt zodra zij is bedreven. Wat eerst aantrekkelijk leek, blijkt dan leeg en bitter. Judas zag het te laat: ‘Ik heb gezondigd door onschuldig bloed te verraden.’ Toch is berouw op zichzelf niet genoeg. Waar wanhoop het hart sluit, opent geloof de weg tot vergeving. Christus kwam juist om zondaren te verlossen. Bij Hem wordt de zware last van schuld verwisseld voor Zijn zachte juk en lichte last. 
Jaloezie sluipt gemakkelijk binnen, ook in de kerk. Maar afgunst suggereert dat God niet goed is of niet weet wat goed voor ons is. ‘De Gever van deze gaven maakt geen fouten.’ Hij bepaalde wie wij zijn en wat ons is toevertrouwd. Daarom hoeven wij niet te leven in vergelijking, maar in dankbaarheid. ‘Wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen.’ Zo wordt onze plaats een gave, geen last. 
David voelt zich vergeten en verlaten. ‘Hoelang nog?’ klinkt zijn roep. Soms lijkt het alsof God ver weg is en wij alleen door het dal gaan. Toch weet David dat zijn gevoel niet het laatste woord heeft. Hij herinnert zich Gods goedertierenheid en besluit: ‘Ik vertrouw op Uw goedertierenheid.’ Zelfs wanneer wolken het zicht ontnemen, blijft Gods zorg bestaan. ‘Ik zal u niet vergeten.’ Zo leert het hart rusten in Zijn trouw. 
Wij mogen onderwijs ontvangen van Jezus. In de evangeliën spreekt Hij over de grote vragen van het leven: wie wij zijn, waar wij vandaan komen en waar wij naartoe gaan. ‘Alles verandert als Hij je leermeester is.’ Want ‘de Rechtvaardige stierf voor de onrechtvaardigen, om ons met God te verzoenen.’ Niet omdat wij zo slim zijn leren wij God kennen, maar omdat Hij Zich laat kennen door de waarheid van Zijn Woord. Zo wordt leren van Hem een voorrecht. 
Als alles tegen lijkt te spreken, blijft Zijn Woord staan. Abraham kreeg één taak: vertrouwen op Gods belofte, ook toen Sara onvruchtbaar en oud was. Toch baarde zij een zoon, Izak; ‘hij lacht’. Het was het bovennatuurlijke geschenk van leven, want alleen God kan het onmogelijke mogelijk maken. Zo is er ook geen geestelijk leven zonder Zijn ingrijpen. Wat Hij belooft, vervult Hij. Zijn beloften zijn ja en amen in Christus. 
‘Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.’ Van begin tot einde getuigt de Bijbel van Hem. ‘U onderzoekt de Schriften… en die zijn het die van Mij getuigen.’ Wie Christus uit het oog verliest, kan de Schrift kennen en toch de Held missen. Op de weg naar Emmaüs legde Hij uit wat ‘in al de Schriften over Hem geschreven was’. In Hem zijn de schatten van waarheid, wijsheid en troost te vinden. 
‘Waar bent u?’ Na hun ongehoorzaamheid verstopten Adam en Eva zich achter vijgenbladeren en bomen, maar God kwam hen zoeken. Niet omdat Hij niet wist waar zij waren, maar om hen tevoorschijn te lokken. Dit is een eerste glimp van genade: Hij gaf hun niet meteen hun verdiende loon. Voor Hem kun je je niet verbergen. Toch komt Hij ‘niet om te veroordelen, maar om te behouden’. In Zijn licht is vergeving te vinden. 
‘Je wordt van de dood overgezet in het leven.’ Wie tot geloof komt, is vrijgekocht en opnieuw geboren, en toch blijft er ‘een voortdurende en niet te beslechten strijd’ tegen verzoekingen. Wat voor je gevallen natuur een verzoeking is, kan tegelijk een beproeving zijn die je geloof sterkt. De duivel wil dat je faalt, maar God heeft je heil op het oog. ‘Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.’ 
‘Je vergeeft anderen omdat God, door Jezus, jou vergeeft.’ Vergevingsgezindheid is ‘geen eigen verdienste’, maar ‘een vrucht van Gods genade’. Wie zelf zo’n enorme schuld kwijtgescholden kreeg, kan niet blijven vasthouden aan wrok en bitterheid. Zodra je Gods vergeving hebt ervaren, wordt het onmogelijk om niet te vergeven. Denk aan wat Hij voor jou heeft opgegeven, en de zonden van anderen zullen lichter wegen in het licht van Zijn barmhartigheid. 
‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.’ Hoe vaak vullen we onze vrije tijd, maar missen we de rust die God bedoelt. Sinds de zonde haar stof deed neerdalen, verloor de mensheid haar vrede. Toch geldt: ‘Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping.’ Hij prikt door lege godsdienstigheid heen en belooft een rust die je ziel vertroost; nu, in je werk, en eens volkomen in Zijn tegenwoordigheid. 
‘Christus heeft de vloek gedragen die jij verdient.’ Wie in Jezus gelooft, is bevrijd van de zware vloek op de zonde, maar hoe gemakkelijk slijt de verwondering? Steeds weer lokt ‘de valse godsdienst van je eigen inspanningen’. Toch laat de wet zien dat het werk van jouw handen niet kan voldoen. Aan het kruis zien we dat Zijn werk noodzakelijk was en dat Hij het vrijwillig volbracht. ‘Hij nam onze plaats in.’ Dat is genade waarin je mag blijven roemen. 
‘God koos ons in Christus vóór de grondlegging van de wereld.’ Paulus begint bij God, die het initiatief nam ‘voordat jij zelfs nog maar bestond’. Wat verootmoedigend te beseffen dat jij nooit voor Hem had kunnen kiezen als Hij niet eerst jou had gekozen. De uitverkiezing is ‘geen vaandel’ om mee te strijden, maar ‘een vaste burcht voor je ziel’ – de grond van zekerheid en vreugde. Omdat je Zijn liefde nooit hoefde te verdienen, kun je haar ook nooit kwijtraken. 
‘Door de jaren heen volhardt hij erin de HEERE, zijn God, na te volgen.’ Waar velen de ‘goede oude tijd’ idealiseren en moedeloos worden, straalt Kaleb een andere gezindheid uit. ‘Hij raakt niet verbitterd of humeurig.’ De toewijding van zijn jonge jaren verdwijnt niet, maar blijft standvastig, ook als de jaren verstrijken. De kerk heeft behoefte aan zulke gerijpte gelovigen. Wat betekent die volharding vandaag voor jou – en over tien jaar? 
‘Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.’ In oneerlijkheid en moeite openbaart onze tong wat er binnenin leeft. ‘Als je woorden niet bij Christus passen, ligt de reden daarvan niet allereerst bij je mond, maar in je hart.’ Toch is ‘de mond van de rechtvaardige een bron van leven.’ Wat kenmerkt jouw woorden? Eer Christus in je hart, opdat Zijn vrede en zachtmoedigheid meeklinken in alles wat je zegt. 
 ‘Dood en leven zijn in de macht van de tong’ (Spreuken 18:21). Drie dingen komen nooit terug: de afgeschoten pijl, het gesproken woord en de gemiste kans. ‘Wie zijn mond behoedt, bewaart zijn ziel.’ Onze woorden kunnen helen of verwonden, opbouwen of verwoesten. Een onnadenkend woord blijft hangen; een bitter woord zaait verdeeldheid. Zonder Gods Geest kan geen mens de tong temmen. Wat hebben onze woorden gisteren voortgebracht – en wat werken ze morgen uit?
‘Zie, Ik kom spoedig.’ Gods volk is een volk dat wacht. Door Haggaï, Zacharia en Maleachi klonk zowel oordeel als hoop: de Koning zal komen. Vierhonderd jaar bleef het stil, totdat Johannes de Doper de stilte doorbrak: ‘Maak de weg van de Heere gereed.’ Zo bewees God Zijn trouw. Ook nu wachten wij, rustend in Zijn onveranderlijkheid, zeker dat Hij doen zal wat Hij heeft beloofd. 
loading
Comments