Claim Ownership

Author:

Subscribed: 0Played: 0
Share

Description

 Episodes
Reverse
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast van deze maand is constructeur Mathew Vola, Property Business Unit Leader bij Arup in Amsterdam. Mathew vertelt onder andere over zijn verkiezing tot constructeur van het jaar, en hoe iconen, digitalisering en verduurzaming zijn carrière hebben bepaald. We praten over zijn ervaring met iconische hoogbouwprojecten in Zuidoost Azië, en zijn nieuwe benadering van het vak bij zijn terugkomst in Nederland. Mathew’s visie is dat de ‘battle for land’ waar we in zitten leidt tot verdichting, en dus tot hoogbouw. Aan de hand van de projecten Elements en het net opgeleverde HAUT licht hij vervolgens toe hoe je die hoogbouw werkelijk duurzaam kan maken. We praten over de parametrische ontwerpmethode die Arup en Patrick Koschuch hebben toegepast op het project Elements in Amsterdam. En we hebben het over de materiaaltransitie, en wat voor impact die gaat hebben op hoogbouw. Luisteren dus!Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans en Geert Vlieger Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com
Iedere transformatie is een nieuwe puzzel die opgelost moet worden. Omdat de beste oplossingen regelmatig buiten de gebaande paden liggen, bieden transformaties veel ruimte voor innovatie, ziet architect Menno Kooistra van Elephant. Bij de transformatie van een voormalig bankgebouw tot woongebouw keerde hij de ontsluiting als het ware binnenstebuiten. Woongebouw De Voortuinen heeft nu, in plaats van een enkele centrale liftkern, nu vier kleine liftkernen aan de gevel. Die oplossing bleek veel een veel efficiënter.Deze podcast is mede mogelijk gemaakt door AGC.Drie transformatieprojecten van Elephant komen langs in de podcast. Allereest de transformatie van de drie silo’s op Zeeburgereiland in Amsterdam tot gebouw met een gemengd programma. Vervolgens de transformatie van het voormalige hoofdkantoor van de Postbank in Amsterdam tot woongebouw De Voortuinen. En tenslotte de transformatie van het voormalige kantoorgebouw van ingenieursbureau Fluor in Haarlem tot woongebouw met lofts.Elk van deze opgaven vroeg om zijn eigen innovaties om tot de beste transformatie te komen, legt architect Menno Kooistra van Elephant uit. Bij de transformatie van de silo’s op Zeeburgereiland is een heel abstracte gevel ontwikkeld om de nieuw opbouwen te laten ‘rijmen’ met de silo’s van de voormalige rioolzuivering eronder. In die opbouwen komen kantoorruimtes. Ter hoogte van het dak van de oude silo’s worden de abstracte opbouwen ‘ingesnoerd’ om daar een serie van publieke ruimtes te maken. De bruggen die deze publieke ruimtes straks met elkaar verbinden, bestaan nu al als verbinding tussen de daken van de oude silo’s.Bij de transformatie van het voormalige hoofdkantoor van de Postbank, in het westen van Amsterdam, merkte Kooistra dat de oude liftkern veel te ruim bemeten was voor zijn nieuwe functie als woongebouw. Wat als de stijgpunten niet in het midden van de woontoren zouden zitten, maar verspreid langs de gevel? Dit bleek de plattegrond veel en veel efficiënter te maken. In plaats van twee liften waren weliswaar vier liften nodig, maar dat stond niet in verhouding tot de vele extra vierkante meters die zo beschikbaar kwamen. De liften aan de gevels zorgen daarbij voor nieuwe flexibiliteit, benadrukt Kooistra herhaaldelijk in de podcast. Vanuit de lifthal kun je zo je woning in, maar dat kan ook via het zeer diepe rondlopende balkon. Daar kunnen eenvoudig extra voordeuren gemaakt worden. Voor een praktijk aan huis, voor een ouder waarvoor gezorgd wordt, voor een kamer die verhuurd wordt… het gebouw biedt wat oneindig veel mogelijkheden…De transformatie van het voormalige kantoorgebouw van ingenieursbureau Fluor in Haarlem vormde vervolgens weer een heel andere opgave. Het gebouw had een prachtig betonnen casco met paddestoelkolommen en een vrije verdiepingshoogte van 3,6 meter. Maar het gebouw was ook maar liefst 35 meter diep. Vandaar dat de ontwikkelaar van het gebouw het binnenhof eigenlijk al ingetekend had. Maar juist op deze plek, in het Haarlemse stadsdeel Schalkwijk, zag Kooistra kansen voor casco lofts met weliswaar een eenzijdige oriëntatie maar daardoor ook een surplus aan betaalbare ruimte. De kwaliteit van de enkele gevel heeft Kooistra vervolgens gemaximaliseerd. Deze is volledig van glas en knikt naar buiten om serres te vormen – zodat bewoners toch uitzicht hebben in de breedte. Ook is de gevel, die Kooistra met zijn team ontwikkelde, volledig te openen, zodat iedere loft omgetoverd kan worden tot een grote loggia.De stevige draagconstructie en diepte van het gebouw maakt het vervolgens mogelijk om op het dak een bijzonder groene daktuin aan te leggen. In plaats van individuele  buitenruimtes hebben de bewoners van het gebouw zo straks een grote gezamenlijke daktuin.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw?  De gast deze maand is Anjelica Cicilia, director acquisitie & ontwikkeling bij Syntrus Achmea.In het gesprek vertelt Anjelica onder andere over de kansen van hoogbouw bij verstedelijking, over duurzame verdichting en over wat zij als belegger belangrijk vindt in hoogbouwprojecten.Anjelica vertelt over haar achtergrond als stedenbouwkundig ontwerper en wat haar achtergrond als ontwerper  haar brengt in haar huidige werk.En we hebben het over de betaalbaarheid van hoogbouw aan de hand van het project Justus in de Amsterdamse Sluisbuurt. Deze toren met middenhuur woningen is ontworpen door de Architekten Cie. en realiseert Syntrus Achmea samen met JP van Eesteren. Want is het eigenlijk wel mogelijk om met een middenhuur in hoogbouw te wonen? Luisteren dus!Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.comHet beeld bij de podcast toont woontoren Justus in de Sluisbuurt in Amsterdam. De toren is ontworpen door de Architekten Cie., de impressie is gemaakt door Absent Matter.
Natuurinclusief, klimaatadaptief, circulair en energiepositief… de ambitie rond het nieuwe gebouw voor de Aeres Hogeschool in Almere was meervoudig en dat heeft een intelligent en veelzijdig ontwerp opgeleverd. In de eerste aflevering in een nieuwe serie rond duurzaam ontwerpen en bouwen, in samenwerking met de BNA, een gesprek met architecten Wilco Scheffer en Gert Jan Samsom van BDG Architecten over hun aanpak bij dit project.In de oostgevel en een deel van de zuidgevel hebben maar liefst 11.000 planten een plek gekregen. In de westgevel en zwevend boven het dakterras zijn in glazen lamellen in totaal 700 PV-panelen opgenomen. De hoge duurzame ambities hier zijn voor iedereen direct zichtbaar.Het gebouw staat in Almere op de oever van het Weerwater, op het terrein waar komend halfjaar de Floriade plaatsvindt. De gridstructuur van deze tuinbouwtentoonstelling bood de hogeschool een relatief kleine kavel. Om het 4.000 vierkante meter grote programma hier een plek te kunnen geven, moest de hogeschool daarom wel de hoogte in. Het relatief kleine dak betekende vervolgens weer dat bijna de helft van de gewenste zonnepanelen in de gevel terecht kwam. De hoogte bood daarbij ook de kans om hier echt een grote groengevel te realiseren..Het thema van de Floriade is ‘Growing Green Cities’. Dit gebouw laat goed zien wat op dat vlak mogelijk is, vindt Architect Wilco Scheffer: in onze grote steden zouden dergelijke gebouwen zeer op hun plek zijn. Hier matcht de natuurinclusieve architectuur ook met de opleiding die in het gebouw gevestigd is: ‘Food, Nature & Urban Green’.In de podcast gaat architect Gert Jan Samsom in op de engineering van de groengevel en hoe deze is opgebouwd. Uiteindelijk bestaat hij uit allerlei inheemse planten, die in de achterconstructie automatisch van water worden voorzien. Daarbij zijn in de gevel nestkastjes voor vogels, insecten en vlinders opgenomen.Binnen loopt het groen door in een route die vanaf het maaiveld omhoog slingert naar het dak. De ‘groene long’, noemt architect Gert Jan Samsom dit graag. Al dat groen heeft een positief effect op het welzijn van mens en dier, benadrukken de architecten, en de studenten op deze opleiding onderzoeken dat ook.In de verdere materialisering van het gebouw was circulariteit het centrale thema. De gevels, waar geen groen in is opgenomen, hebben een bekleding gekregen van biocomposiet.De houten vloeren in de ‘groene long’ zijn gemaakt van sloophout. In de toegepaste kanaalplaatvloeren, die losmaakbaar gemonteerd zijn op een modulaire staalconstructie, is zoveel mogelijk betongranulaat opgenomen.De aanbestedingsregels zitten circulair ontwerpen en bouwen soms wel in de weg, ondervonden de architecten. Het is daardoor niet mogelijk om al voor het feitelijke moment van aanbesteden al materialen en producten uit gesloopte gebouwen te reserveren. Hergebruikte kozijnen of hergebruikt glas kun je dan niet toepassen, legt Scheffer uit. Want wat je in de gevel toepast hangt bijvoorbeeld samen met de installaties die je toepast. Al tijdens de ontwerpfase moet duidelijk zijn hoe de gevel precies opgebouwd wordt – als dat pas in de bouwfase duidelijk wordt is dat te laat.In de podcast zoomen Scheffer en Samsom tenslotte nog uit. Het liefst ontwerpen ze gebouwen met bijna geen installaties. De vele passieve elementen in het ontwerp van de Aeres Hogeschool illustreren die ambitie. Tegelijkertijd hopen de architecten in de toekomst meer hout toe te kunnen passen in gebouwen. Maar duurzaamheid begint toch altijd bij het ontwerp van een goed, robuust en flexibel casco. Dat is altijd de basis geweest van hun ontwerpen, benadrukken de architecten, en zal dat ook blijven.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door de BNA.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast van deze maand is architect Diederik Dam van Dam & Partners. In het gesprek vertelt Diederik onder meer over de ruime ervaring van zijn bureau met hoogbouw en gaat hij uitgebreid in op het hoogste gebouw van Nederland: de Zalmhaventoren. Hij vertelt over de geschiedenis van het plan, over de bouwmethode en over de veranderende ambities van de stad. We spreken ook over de nieuwe houten toren die Dam & Partners heeft ontworpen op de Zuidas in Amsterdam en hoe innovatie onderdeel is van de hedendaagse ontwerppraktijk. Diederik vertelt ook over zijn positie als de derde generatie architect in zijn familie en hoe hij het bureau van zijn vader heeft overgenomen. Tenslotte reflecteren we op de veranderende rol en positie van de architect. Luisteren dus!Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com
Een gesprek van een uur over maar één project: de tijdelijke huisvesting van de Eerste Kamer. Een gesprek tussen Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, en Floris Cornelisse, architect en partner van Happel Cornelisse Verhoeven Architecten, over de tradities van dit parlementaire instituut, over het ontwerpproces en over de betekenis van tijdelijkheid.Gedurende de verbouwing van het Binnenhof is de Eerste Kamer tijdelijk gehuisvest in Huis Huguetan en de bouwdelen daarachter uit de jaren tachtig. In haar ontwerp smeedt Happel Cornelisse Verhoeven Architecten die delen opnieuw aan elkaar door het motief van de stijlkamers uit het voormalige stadspaleis te vertalen naar eigentijds stijlkamers in de andere bouwdelen, waarbij de plenaire zaal voor de Eerste Kamer opgevat kan worden als de grootste stijlkamer.De plenaire zaal in deze tijdelijke huisvesting heeft op verzoek van de senatoren dezelfde lagerhuisopstelling gekregen als de plenaire zaal in het Binnenhof. Deze zaal is echter wel 70% kleiner, wat Happel Cornelisse Verhoeven Architecten onder andere opgelost heeft door de tafels en bankjes voor de senatoren net wat compacter te maken.In de podcast gaat architect Floris Cornelisse in op allerlei aspecten van het ontwerp en het proces dat daarheen leidde. De tijdelijkheid van het ontwerp speelt daarbij overal een rol en bepaalt voor een belangrijk deel ook de uitstraling ervan. Ook gaat de architect uitgebreid in op de toegepaste kunst in de plenaire zaal en op de gevel van het bouwdeel uit de jaren tachtig. Tenslotte kijkt Cornelisse ook vooruit naar het ontwerp voor het Stadhuis van Groningen, waarin een aantal motieven uit dit ontwerp terugkomen.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De twaalfde gast in deze serie is stedenbouwkundige Wouter Veldhuis, partner bij MUST Stedenbouw en Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. In het gesprek vertelt Wouter over de rol van het College van Rijksadviseurs en haar agenda ‘De 22e eeuw begint nu’. We bespreken hoe hoogbouw bij kan dragen aan de stad en aan de ruimtelijke ordening in Nederland. Ook praten we over Amsterdam Nieuw-West, de bakermat van moderne stedenbouw in Nederland. We hebben het over de zowel persoonlijke als professionele geschiedenis die Wouter daar heeft, over galerijflats als hoogbouwtype, en over de sociologische benadering van stedenbouw. Ook hebben we het over de verdichting van de bestaande stad en het vitaler maken van wijken en leefomgevingen. Luisteren dus!Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com​Het beeld bij de podcast toont de 'hoogbouw' aan de Burgemeester Hogguerstraat op de noordoever van de Sloterplas in Amsterdam Nieuw-West. Het beeld is afkomstig van Stadsarchief Amsterdam.
De partners van Hilberink Bosch Architecten wonen en werken vanuit een monumentale boerderij net buiten Den Bosch. Waar het woondeel van de boerderij nog zijn oude vorm heeft, daar is het werkdeel van de boerderij getransformeerd tot een grote open kantoorruimte. Onder de oude balken van de boerderij werken ze met een team van vijftien architecten aan woningbouwopgaven door het hele land.Bij de bouw van boerderijen was het ooit de gewoonte om het hout, dat in de toekomst wel eens nodig zou kunnen zijn, in de vorm van bomen alvast aan te planten. Daaraan moesten architecten Annemariken Hilberink en Geert Bosch denken toen er zeven eiken op hun erf gerooid moesten worden en ze op precies dat moment rondliepen met het idee om een nieuwe schuur te realiseren. Wat als ze die eiken daarvoor zouden gebruiken? En wat als ze niet alleen het hardste en binnenste deel van de boomstammen zouden gebruiken, maar ook alles daaromheen?In de podcast vertellen de architecten waar ze tegenaan liepen in de realisatie van dit ogenschijnlijk eenvoudige idee. Voor de schuur bleken nog iets meer boomstammen nodig dan de genoemde zeven. Op het landgoed, waar de boerderij onderdeel van uitmaakt, was gelukkig meer hout beschikbaar. Al dat hout is vervolgens ter plekke verzaagd en verwerkt. Daarbij schuwden de architecten het experiment niet. Zo is het hout nat verwerkt, daarbij rekening houdend met latere krimp, en zijn dus werkelijk alle delen van het hout gebruikt, ook die delen die vervuild waren met ijzer. Al dat hout heeft een prachtige constructie opgeleverd, met een houten gevel en een dak uit houten leien. De betonnen vloer hebben de architecten hier en daar wat omhoog getrokken om borstweringen en een keukenblad te maken. Maar in dat beton is de afdruk van de houten bekisting dan wel weer zichtbaar. Ook is op de kopgevels schors in de bekisting opgenomen – wat onbedoeld deels in het beton is achtergebleven.Zelf omschrijven Hilberink en Bosch hun werk als een combinatie van ‘herkenning’ en ‘vervreemding’. De architectonische vormen en typologieën zijn herkenbaar, maar het element van vernieuwing dat eraan toegevoegd wordt, zorgt ook altijd voor enige vervreemding, of met een ander woord voor verwondering. Dat begrippenpaar is zeker van toepassing op de door hen ontworpen schuur en kan daarnaast ook toegepast worden op de vele woningbouw die de architecten ontwerpen.Op Strijp R herinnert niet zoveel meer aan de geschiedenis van de plek. Een oude leidingstraat, een oud fabrieksgebouw en een oud pompgebouw staan er nog. Maar het is vooral een gewone woonwijk aan het worden. En Annemariken Hilberink en Geert Bosch vonden dat jammer, misten vooral ook de oude schaal, en stelden voor om, op de plek waar voorheen de beeldbuizenfabriek stond, die fabriek in woningbouw als het ware terug te bouwen. Die fabriek had iedere vijftien meter een sheddak, en dat elf keer. Dat hebben de architecten nu teruggebouwd, waarbij het stramien gehalveerd is, zodat woningen van 7,5 bij 7,5 meter ontstonden. Daarbij is het ene huis wat kleiner en is het andere huis juist wat groter, met een enorm dakraam op het noorden – een interessante atelierruimte of thuiswerkplek.In de volksbuurt Orthen Links heeft Hilberink Bosch Architecten 175 sociale huurwoningen ontworpen en deze moesten worden gerealiseerd door een conceptbouwer. In de podcast leggen de architecten uit dat dat helemaal niet hoeft te betekenen dat in de architectuur maar weinig mogelijk is. Door de woning af en toe een kwartslag te draaien, zijn in de buurt bijvoorbeeld ook brede en ondiepe woningen gerealiseerd. Dat heeft als voordeel dat zo ook af en toe de woonkamer aan de straat ligt. Waar die bij de standaard, diepe woningen altijd aan de tuinzijde ligt. Dat is goed voor de sociale veiligheid. En verder zijn de woningen ook allemaal voorzien van een betonnen bankje, met een opening voor een plant, en zijn de woningen voorzien van betonnen luifels en ornamenten.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De elfde gast in deze serie is geveladviseur Dominique Vosmaer, mede-oprichter van Frontwise Facades. In de podcast vertelt Dominique onder andere over de rol van de geveladviseur in het ontwerpteam, haar ervaringen in Londen, en over het feit dat Nederland een laagbouwland is. Ze legt uit dat hoogbouw in Nederlandse steden echt anders is dan hoogbouw in traditionele hoogbouwsteden als London, New York en Hong Kong. We hebben het over de specifieke eisen die worden gesteld aan hoogbouwgevels, en over innovaties in het veld. En we spreken over de missie van Frontwise Facades het versnellen van de transitie naar circulaire en duurzame gevels.  Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.comDe bij deze podcast getoonde beelden laten het project The Modernist in Rotterdam zien. Dit project wordt ontworpen door MVRDV en wordt ontwikkeld door Maarsen Groep. Bij dit project is Frontwise Facades betrokken als geveladviseur.
De gebouwen die we ontwerpen zouden lang mee moeten gaan, vindt architect Ronald Janssen van het gelijknamige architectenbureau. Dat is in zijn ogen pas echt duurzaam. En om dat te bereiken moeten gebouwen meer kunnen huisvesten dan het huidige gebruik alleen. Daarvoor moet het casco generiek zijn. En tegelijkertijd moet het gebouw perfect in zijn context passen, moet er volop daglicht binnenvallen, en moet het een gelaagde en verfijnde gevel hebben. In de binnenstad van Amsterdam heeft Ronald Janssen Architecten een aantal bijzondere woongebouwen ontworpen. Met de transformatie van De Tandwielenfabriek tot een serie loftwoningen zo’n zeven jaar geleden kreeg architect Ronald Janssen met zijn team voor het eerst brede erkenning. Ondertussen groeit het portfolio van het bureau gestaag en werden de twee nieuwste woongebouwen – Fokke Simonszstraat 61 en Foeliestraat 2-4 – allebei genomineerd voor de prijs voor Woongebouw van het Jaar.In de podcast worden de ontwerpen van deze woongebouwen besproken en ontstaat daaromheen een beeld van de benadering van Janssen. Ieder project wil hij zó goed maken dat het werkelijk lang meegaat. Dat betekent het ontwerpen van een casco dat meer toelaat dan het in eerste instantie beoogde gebruik. Het betekent ook dat de ruimtelijke kwaliteit van ieder project zo goed moet zijn, bijvoorbeeld doordat er volop daglicht binnenvalt, dat die ook op de de lange termijn gewaardeerd wordt. En het betekent ook dat het gebouw perfect in zijn context moet worden ingepast en in zijn gevel zowel gelaagd als verfijnd moet zijn.Om dit alles te bereiken stelt Janssen zich aan het begin van het ontwerpproces juist heel flexibel op en kan hij het ontwerp nog radicaal omgooien. Pas als het volledige krachtenveld rond het project in beeld is, kan het project werkelijk uitkristalliseren. Vervolgens wil Janssen ook tot op de bouwplaats bij een project betrokken blijven. Dat is niet voor niets. Die aandacht voor het maken is terug te zien in de fijnzinnige materialisering en detaillering van de projecten.Naast projecten in Nederland werkt Ronald Janssen Architecten ook aan een serie villa’s in de bergen net buiten Malaga in het zuiden van Spanje. Iedere villa volgt grofweg de hoogtelijnen van de helling waarop die ligt en is enigszins verzonken in de grond. Het landschap rond de villa’s wordt zoveel mogelijk in tact gelaten. Daartoe zijn de terrassen met zwembaden opgenomen in de compacte bouwvolumes. Ook wordt de natuur waar de mogelijk is over de villa’s heen getrokken. Verder zorgen grote overstekken voor de nodige schaduw in de woningen en de buitenruimtes en maken patio’s in de hellingen het mogelijk om de woningen ook natuurlijk te ventileren. Momenteel zijn er zeven van dergelijke villa’s in aanbouw.Hier in Nederland werkt Janssen met zijn team ondertussen aan steeds grotere projecten. In het stationsgebied van Delft werkt hij aan een woontoren met onderin arthouse bioscoop Lumen. Die bioscoop krijgt daarbij zo’n structuur, ook in de gevel, dat die in de toekomst ook getransformeerd kan worden tot iets anders. Op Oostenburg in Amsterdam werkt Janssen aan verschillende woongebouwen en daar heeft hij bijzondere aandacht voor de plint. Voor de stad is die ontzettend belangrijk en ook daar vindt hij het cruciaal dat die plint in de tijd allerlei verschillende functies kan krijgen. Want met architectuur leggen we de vorm van de stad dan wel vast, de manier waarop die stad gebruikt wordt verandert continu.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De tiende gast in deze serie is stedenbouwkundige en gebiedsontwikkelaar Riek Bakker.Wie door Nederland rijdt, komt door de talloze plannen van Riek: de A4 met het dakpark bij Schiedam, Leidsche Rijn, de Kop van Zuid met de Erasmusbrug. In deze extra lange podcast vertelt ze over de start van haar carrière. Ze was mede-oprichter van bureau B+B en was daarmee al snel zeer succesvol. Ze vertelt hoe ze midden jaren tachtig vervolgens directeur werd van de dienst Stadsontwikkeling in Rotterdam en wat voor stad ze daar aantrof. In de podcast vertelt Riek hoe ze te werk ging in Rotterdam en dan specifiek bij de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Ze legt uit hoe de hoogbouw op de Wilhelminapier een bewust onderdeel was van de beoogde transformatie van Rotterdam en deelt haar uitgesproken visie op de manier waarop de stad momenteel doorontwikkeld wordt. Belangrijkste les: zie hoogbouw niet als incident, maar als onderdeel van een groter geheel. Ook hebben we het over de nieuwe benadering van gebiedsontwikkeling die ze uitvond en het boek dat onlangs over haar leven en werk is verschenen – De Ruimte van Riek. Tenslotte deelt ze haar visie op de toekomstige inrichting van Nederland. Luisteren dus!Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw. Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com
Op de donkerste dagen van het jaar zoomen we in op de waarde van daglicht in de architectuur en doen we dat met vier gasten: architect Maarten van Bremen (GroupA), adviseur Paul van Bergen (DGMR), architect Sander Mirck (Mirck Architecture) en architect Lars Courage (Courage Architecten / Stichting Dutch Daylight).Vanuit de ondergrondse metrostations van de Oostlijn in Amsterdam herkennen reizigers al van ver waar het daglicht binnenvalt en ze dus naar buiten kunnen. Bij de vernieuwing van deze metrostations heeft GroupA niet alleen veel meer daglicht binnengebracht, maar reflecteren nieuwe witte tegels het daglicht ook verder de ondergrondse gangen in. Doordat het kunstlicht in de ondergrondse metrostations warmer is gehouden, valt het koelere daglicht meteen op. Zo vinden reizigers intuïtief hun route.In de podcast vertelt architect Maarten van Bremen van GroupA meer over het ontwerp van de Oostlijn, dat eerder dit jaar de Dutch Daylight Award in de categorie boven de 1.000 vierkante meter won. Vervolgens komt ook de winnaar van de Dutch Daylight Award in de categorie onder de 1.000 vierkante meter aan het woord. Architect Sander Mirck van Mirck Architecture won die prijs met het ontwerp van een woning in het buitengebied van Leiden. In deze woning, gelegen in open polderlandschap, wordt daglicht van verschillende zijden binnengebracht en heeft Mirck er ook op ingezet echt veel daglicht binnen te brengen. Daglicht is niet alleen gezond, het maakt ons als mensen ook gelukkiger, benadrukt hij. In zijn ontwerpprocessen simuleert Mirck altijd de manier waarop daglicht in zijn ontwerpen binnenvalt, op verschillende momenten van de dag en in verschillende jaargetijden. Op die manier wil hij de vele kwaliteiten van daglicht optimaal benutten.Tussendoor komt adviseur Paul van Bergen van DGMR aan het woord over het inbrengen van daglicht in gebouwen. De ontwikkeling om ramen een verticalere vorm te geven, juicht hij toe, want daglicht komt toch echt van boven. Maar hij ziet wel ruimte voor verbetering als het gaat om het binnenbrengen van daglicht in hoogstedelijke gebieden, vooral onderin de gebouwen. Ook ziet hij nog volop kansen om in de kern van gebouwen meer daglicht binnen te brengen.De podcast sluiten we af met een kort gesprek met architect Lars Courage. Naast zijn eigen bureau, Courage Architecten, is hij nu alweer ruim zes jaar voorzitter van de Stichting Dutch Daylight, dat een optimale toepassing van daglicht in de gebouwde omgeving promoot. Courage gaat in op de activiteiten van de stichting en vertelt over zijn passie rond daglicht in de architectuur.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Dutch Daylight.
Over de relatie van gebouwen met de grond weten we als architecten eigenlijk weinig af, stelt Bjarne Mastenbroek, architect en oprichter van SeARCH. Dat vormde voor hem de aanleiding om er samen met fotograaf Iwan Baan en zijn architectenbureau een boek over te schrijven – DIG IT! – dat onlangs bij Taschen is uitgekomen. In deze podcast spreekt Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, met hem over de inhoud van het boek en de totstandkoming ervan.Het zijn de vele foto’s van Iwan Baan en de vele tekeningen die hij met zijn bureau gemaakt heeft die het boek dragen, naast de tekstuele duiding die hij zelf eromheen geschreven heeft. Door die gelaagdheid van foto’s, tekeningen en tekst is DIG IT! een aantrekkelijk boek geworden om te lezen. Het is trouwens ook een uitgebreid boek van maar liefst 1390 pagina’s.Aan het boek heeft Mastenbroek met zijn team elf jaar gewerkt. Om het boek daadwerkelijk te kunnen schrijven, moest hij zich anderhalf jaar grotendeels terugtrekken uit zijn bureau, zo vertelt hij in de podcast. Vervolgens hadden ze het geluk dat Taschen het wilde uitgeven. Daarmee krijgt het nu een wereldwijd podium.In DIG IT! worden de verschillende manieren waarop gebouwen zich tot de grond verhouden onderzocht. Het gaat van woningen en publieke gebouwen die in de grond zijn uitgehouwen tot woningbouw, kantoren en hotels waarin de grond doorloopt in en op gebouwdelen. De vele getoonde projecten komen uit alle tijden en uit alle windstreken: Venezuela, India, Zwitserland, Canada, Ethiopië, China, enzovoorts.Uiteindelijk is het ook een heel persoonlijk boek geworden van Bjarne Mastenbroek en Iwan Baan. In de teksten, tekeningen en foto’s zie je hun enthousiasme terug voor alle besproken projecten. Dat werkt aanstekelijk.De relatie met de grond trekt Mastenbroek in het boek ook breder richting de relatie van de mensheid tot de natuur en de klimaatverandering. Zijn frustratie over het gebrek aan vooruitgang op dit vlak steekt hij daarbij niet onder stoelen of banken. Het is ondertussen vijftig jaar geleden dat deze opgave bekend werd, zo noteert hij, en wat is er in de tussentijd gebeurd?In de podcast blijft Mastenbroek wel optimistisch en redeneert hij dat als we de klimaatverandering zelf gecreëerd hebben we deze ook zelf kunnen oplossen. Het vraagt van alle beroepsgroepen een uiterste inspanning, ook van architecten, ontwikkelaars en bouwers. En bouwen in hout lijkt daarbij een interessante richting. Maar de relatie tot de grond is dat ook. Laten we gebruik maken van de kansen die de grond ons biedt om intelligenter te bouwen, zo kan zijn pleidooi samengevat worden, en laten we niet alleen bouwen voor mensen, maar ook voor dieren en de natuur in brede zin.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw?  De negende gast in deze serie is Eric-Jan Pleijster, founding partner bij LOLA Landscape Architects uit Rotterdam. In de podcast vertelt Eric-Jan onder andere over de ambitie waarmee hij LOLA is gestart en over de verhalen die hij met het bureau wil vertellen. Hij gaat in op de onderzoekende houding van het bureau, onder andere in het plan NL2200 waarin LOLA op een grote schaal keek naar de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland. Eric-Jan legt uit welke kansen LOLA ziet in het buitenland, en waarom het bureau inmiddels ook werkt in China, waar het zelfs een tweede vestiging opende.  Maar het belangrijkste onderwerp is de visie van Eric-Jan op de relatie tussen het landschap en hoogbouw. Als lid van de commissie Wonen op Hoogte deed hij aanbevelingen voor ‘hoogbouw als biotoop’ en ‘hoogbouw als klimaatmachine’. In het gesprek legt hij uit wat dat inhoudt en deelt hij zijn eigen verassende perspectief op hoogbouw, namelijk hoogbouw als bergen in het stedelijk landschap. Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw. Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com
Met zijn bureau, KAW, heeft architect Reimar von Meding becijfert dat alleen al in de naoorlogse wijken er ruimte is voor 500.000 tot 700.000 nieuwe woningen. Het betekent dat een groot deel van de woningbouwopgave in het komende decennium daar gerealiseerd kan worden. Als we die verdichting op de juiste manier aanpakken, stelt hij, ontstaan daardoor wijken die levendiger, diverser en duurzamer zijn.In het onderzoek ‘Ruimte Zat voor de Nieuwe Stad’, dat KAW uitgevoerd heeft, staan een aantal interessante statistieken. Terwijl de woningvoorraad in Nederland voor 65% uit eengezinswoningen bestaat, is maar 26% van de huishoudens opgebouwd uit gezinnen met twee ouders en kinderen. Terwijl in de jaren ‘70 een huishouden gemiddeld uit 3,5 personen bestond, is dat richting de huidige tijd afgenomen tot gemiddeld 2,2 personen per huishouden. Von Meding denkt dat een deel van de personen in een (te) ruime woning best wil verhuizen, maar dat er onvoldoende passend aanbod voor ze is.De verdunning van het aantal personen per huishouden betekent dat er in de naoorlogse wijken 40% minder mensen wonen dan waar die wijken voor ontworpen zijn, stelt Von Meding in de podcast. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in een sterk verlaagd draagvlak voor de voorzieningen in de buurt en in een soms zeer extensief ruimtegebruik.Met zijn bureau heeft hij ontwerpend onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de naoorlogse wijken te verdichten, daarbij rekening houdend met zaken als bestaande plannen en eigendomsverhoudingen, en komt tot een potentiële verdichting van maar liefst 25%. Het gaat dan om maximaal 500.000 tot 700.000 nieuwe woningen door heel Nederland. Op grond die nu al in handen is van woningcorporaties of gemeenten. Aangezien Nederland volstaat met eengezinswoningen, zouden er volgens Von Meding in die verdichtingsslag vooral andere typen woningen gerealiseerd moeten worden.Bij de verdichting van de naoorlogse wijken onderscheidt KAW de volgende typen ingrepen:Bestaande woningen – splitsen, uitbouwen, optoppen;Chirurgisch ingrijpen – kleinschalige ingrepen, gebruik van restruimtes;Herstructurering – uitgebreid slopen en nieuw bouwen;Randen – wijkranden en terugtrekkend verkeer;Daarnaast ziet het bureau nog extra ruimte in de stad ontstaan bij de herontwikkeling van verouderde winkelcentra en zorgcentra, en de benzinestations die straks niet meer nodig zijn.In twee onlangs voltooide projecten laat KAW zien hoe die verdichte stad eruit kan zien. Op het voormalige Norfolk-terrein op Scheveningen heeft het bureau een wijk met 237 woningen ontworpen, in een mix van sociale huur, betaalbare koop en vrije sector huur. In de bouwblokken is het gestapeld wonen aan een galerij gemengd met grondgebonden wonen. Het is een stevig contrast, maar de bewoners juist ook aan de buitenzijde van de bouwblokken buitenruimtes te bieden, denkt Von Meding dat dit toch goed samengaat.Ook bij de herontwikkeling van de voormalige ROC-locatie aan de rand van Leiderdorp heeft KAW een stevig contrast ontworpen. Hier staat temidden van een nieuwe wijk met vooral grondgebonden woningen een woontoren van maar liefst zeventig meter hoogte. Maar juist de toevoeging van grondgebonden woningen, en een blok met laagbouw, maakt de straten richting de woontoren prettig, vindt Von Meding. Door een hoge mate van prefabricage kon de woontoren steigerloos gebouwd worden. De naden tussen de betonnen gevelelementen zijn door het bureau zoveel mogelijk weggedetailleerd.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De achtste gast in deze serie is Erik Faber, partner bij Fakton, en voorzitter van Stichting Hoogbouw. Erik vertelt onder andere over hoe hij rond het jaar 2000 de woontoren Montevideo in Rotterdam ontwikkelde en hoe je een markt kunt creëren voor hoogbouw. Hij bespreekt de plint van hoogbouw en het mengen van verschillenden soorten woningen in hoogbouw. We praten over de groei van Nederland en de investeringen die daarvoor noodzakelijk zijn. En die groei roept ook de vraag op: voor wie is de stad? Maar we praten vooral over het belangrijkste onderwerp: hoogbouw en stedelijke verdichting.  Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)Productie & Techniek: Lieven HeeremansMuziek: Job RoggeveenReacties: hoogbouw@more-architecture.com
Duurzaamheid gaat eigenlijk over hoe we in het leven staan, stelt Odette Ex, interieurarchitect en oprichter van Ex Interiors. En het doorbreken van de vaste patronen is niet eenvoudig, geeft ze toe. Om tot werkelijk circulaire (interieur)ontwerpen te komen, moeten we onze ego’s loslaten en een andere schoonheid omarmen: een schoonheid die niet gebaseerd is op het perfecte, maar op het onaffe; niet op de mode, maar op het tijdloze; niet op bekleding maar op echte materialen.Als mens weer heel worden. Tijdens het gesprek herhaalt Odette Ex dat een paar keer. Alleen als je als mens innerlijk in balans bent, kun je werkelijk duurzaam leven (en ook ontwerpen), stelt ze. En het verplichte thuiswerken tijdens de coronacrisis heeft veel mensen meer in balans gebracht, denkt ze: meer autonomie in het werk, een betere werk-privé balans; ook werden we geraakt door de natuur dichtbij huis. Buiten de vele lastige en vervelende kanten van de coronacrisis heeft het zo ook positieve kanten gehad.Nu de coronacrisis een nieuwe fase ingaat, willen we met z’n allen weer meer naar kantoor. We hebben die ontmoetingen en sociale cohesie als mens ook nodig, geeft Ex aan, maar het werken op kantoor zal wel blijvend een ander karakter krijgen, een proces dat natuurlijk al langer aan de gang is. Want werken zal steeds vaker een mix zijn van deels thuis werken en deels op kantoor werken. Op kantoor komt de nadruk daardoor nog meer te liggen op de ontmoeting, op het samen aan projecten werken – hoewel er ook ruimtes nodig zijn om te kunnen videobellen of om geconcentreerd te kunnen werken.Wat betreft de materialisering van interieurs, of dat nu een kantoorinterieur is of iets heel anders, is het volgens Ex ondertussen mogelijk om deze 100% circulair te maken. Maar dat vraagt wel wat van de interieurarchitecten, de opdrachtgever en de gebruikers. We moeten om te beginnen onze ego's loslaten. En er moet een andere schoonheid omarmt worden, benadrukt ze: een schoonheid die niet gebaseerd is op het perfecte, maar op het onaffe; niet op de mode, maar op het tijdloze; niet op bekleding maar op echte materialen.Het interieur van de Triodos Bank komt daar dichtbij in de buurt, vindt ze, en ze hoopt dat de kwetsbare materialen, zoals de juten wandbekleding die kan indeuken of de betonnen vloer die kan barsten, het interieur in de tijd een doorleefd karakter geeft, dat de tijd er zichtbaar in wordt, zoals dat bij ons mensen ook het geval is.Hoewel Ex het cruciaal vindt dat (interieur)architecten exact weten met wat voor materialen ze werken, vindt ze niet dat circulair bouwen alleen met biobased materialen zou kunnen. Bijvoorbeeld aluminium en staal zijn, op de juiste wijze toegepast, namelijk heel goed herbruikbaar. In die context is het ontwerp dat Ex Interiors voor technologiebedrijf Nedap gemaakt heeft ook interessant. De wanden daar zijn afwisselend bekleed met glanzende, golvende en matte aluminium panelen. In combinatie met de vele planten in het interieur levert dat een soort kunstmatige natuurlijkheid op die Ex bijzonder passend vindt bij een dergelijk hoogtechnologisch bedrijf. Ook een high-tech interieur kan een bijzonder prettige werkomgeving bieden en zeer circulair zijn, benadrukt ze.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De zevende gast in deze serie is gebiedsontwikkelaar Martine Vledder van SITE. Onderwerp van gesprek is wonen in hoogbouw.Martine vertelt onder meer over de binnenstedelijke verdichtingsopgaven waar ze met SITE aan werkt. Ze vertelt over de overstap die ze maakte van het ontwerpen naar projectontwikkeling – en weer terug. Ze legt uit waarom ze voor MVRDV naar Shanghai ging, en welke kennis en inspiratie ze uit Aziatische steden heeft meegenomen naar Nederland. En ze gaat in op de ontwerpstudio ‘Beyond Extrusion’ die ze met  Winy Maas aan Hong Kong University gaf. Maar we praten vooral over wonen in hoogbouw. Martine verkende met de werkcommissie ‘Wonen op Hoogte’ de voor- en nadelen van wonen in hoogbouw binnen de urgente woningbouwopgave. We bespreken het onderzoek dat Martine en de commissie deden, en de ideeën waarmee ze een kwaliteitsimpuls aan wonen op hoogte wil geven. Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw. Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com
Of het nu gaat om de vernieuwing van een buurt, van een centrumgebied of een monumentaal gebouw – voor Frederik Vermeesch, architect en creatief directeur van Rijnboutt, vormt de context altijd het startpunt van het ontwerpproces. En aangezien iedere context anders is, varieert het gebouwde resultaat ook sterk – van zeer minimalistisch tot zeer gedecoreerd. Het ontwerp moet passen op zijn plek.Als bureau werkt Rijnboutt op verschillende schaalniveaus, van gebouwen via ensembles tot stedelijke gebieden. In veel van die opgaven speelt erfgoed een rol, vertelt Vermeesch in de podcast. Bij de vernieuwing en verdichting van de Lodewijk van Deysselbuurt in Amsterdam West houdt het bureau vast aan de bestaande strokenbouw, en wordt een karakteristiek deel van de buurt behouden, maar krijgt de nieuwbouw veel duidelijker voor- en achterzijden, wordt het parkeren deels ondergronds opgelost en krijgt de bestaande strip met voorzieningen een impuls.Bij de transformatie van het terrein van Backer + Rueb in het noorden van Breda worden de bestaande industriële gebouwen ingezet om creatieve bedrijvigheid voor het gebied te behouden en aan te vullen met gemeenschappelijke voorzieningen voor de nieuwe buurt waar in totaal zo’n 450 woningen worden gerealiseerd.Rijnboutt heeft een indrukwekkend trackrecord als het om de renovatie en transformatie van monumentale gebouwen gaat. Zo transformeerde het bureau de voormalige Citroën Garage in Amsterdam Zuid – oorspronkelijk ontworpen door Jan Wils – tot kantoorgebouw. In deze video licht Vermeesch het ontwerp daarvan toe: https://architectenweb.nl/v35Vorige zomer, middenin de coronacrisis, opende aan de Neude in Utrecht ook de nieuwe stadsbibliotheek. In de podcast vertelt Vermeesch hoe hij met zijn team hieraan ontworpen heeft. Om het voormalige hoofdpostkantoor geschikt te maken voor zijn nieuwe functie waren stevige ingrepen nodig. Maar door een strategie van ‘blending’ toe te passen sluiten de ingrepen, en het nieuwe bouwdeel, aan op het karakter van het imposante Art Deco-gebouw.Een heel andere opgave waar Rijnboutt aan werkt betreft de vernieuwing van winkelgebieden, of centrumgebieden zoals Vermeesch ze liever noemt. Winkelen zal altijd blijven bestaan, stelt hij, maar de gebieden waar dat gebeurt zullen een diverser programma krijgen, met ook ruimte voor leisure, voor zorg, voor werken, enzovoorts.Met de komst van Hudson’s Bay naar Nederland heeft Rijnboutt een aantal jaar intensief gewerkt aan de realisatie van nieuwe warenhuizen daarvoor. Vermeesch ervoer het als een waardevolle periode. De snelheid waarmee die nieuwe gebouwen gerealiseerd moesten worden, vroeg van de ontwerpteams om processen die normaal gesproken achter elkaar komen, nu parallel te doorlopen. Het faillissement van Hudson’s Bay heeft Vermeesch als pijnlijk ervaren. Met het bureau werkt hij ondertussen alweer aan de transformatie van de gebouwen. De flagship store aan het Rokin in Amsterdam wordt getransformeerd tot hoofdkantoor van fintechbedrijf Adyen. Dankzij het flexibele casco van het voormalige warenhuis is het bedrijf er gelukkig goed in te huisvesten, stelt Vermeesch. Het restaurant op de bovenste verdieping wordt voor Adyen nu ingericht als café/restaurant waar door hun medewerkers ook de hele dag gewerkt kan worden.Gekoppeld aan de vestiging van Hudson’s Bay in het centrum van Amstelveen heeft Rijnboutt ook een parkeergarage ontworpen met daar bovenop het eigenzinnige woongebouw Up Mountain. Omdat het woongebouw bovenop een parkeergarage gebouwd is, heeft het een stalen draagconstructie gekregen op een vierkant grid van tien bij tien meter. Dat levert unieke open plattegronden op en – dankzij de getrapte bouwvorm – ook enorme terrassen.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De zesde gast in deze serie is Marco Broekman, oprichter van BURA Urbanism. Onderwerp van gesprek is inclusieve hoogbouw. Marco spreekt onder meer over de verdichtingsopgave en de weerstand die daar in sommige gevallen tegen bestaat. Hij vertelt over zijn plannen voor de Merwedekanaalzone in Utrecht, waarvan hij inmiddels ook supervisor is, en over de Schieoevers in Delft, waar een combinatie van wonen en werken in hoge dichtheid wordt gerealiseerd. Hij vertelt hoe hij als architect na de TU Eindhoven in de stedenbouw is beland. En we hebben het opnieuw over Riek Bakker, bij wie ook Marco – net als twee eerdere gasten – het vak leerde. Tenslotte praten we over inclusieve hoogbouw. BURA werkt samen met Civic Architects, Stadskwadraat en socioloog Lia Karsten aan het onderzoek ‘Thuis op Hoogte’. Hoe kunnen we verschillende groepen uit de samenleving betrekken bij hoogbouw – zowel bewoners als omwonenden?Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw. Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture) Productie & Techniek: Lieven Heeremans Muziek: Job Roggeveen Reacties: hoogbouw@more-architecture.com
Comments 
Download from Google Play
Download from App Store