DiscoverArchitectenweb Podcast
Architectenweb Podcast
Claim Ownership

Architectenweb Podcast

Author: Architectenweb

Subscribed: 23Played: 194
Share

Description

Een podcast over de ontwikkelingen in de architectuur in Nederland.
16 Episodes
Reverse
Door inzet van Virtual Reality gaat het ontwerpproces niet alleen sneller, het is voor alle partijen ook leuker, stelt Maarten Polkamp, architect en mede-oprichter van Personal Architecture. In de vijfde aflevering van onze serie podcasts rond technologische innovatie in samenwerking met de BNA vertelt Polkamp over hoe hij met zijn architectenbureau BIM inzet en in het verlengde daarvan VR.Bij hun eerste experimenten met Virtual Reality merkte Polkamp dat opdrachtgevers in de virtuele presentatie van het ontwerp ineens andere dingen zagen. Terwijl het ontwerp al uitgebreid in plattegronden en doorsneden besproken was. Dat zette hem aan het denken. Terwijl hij had verwacht dat VR een nieuw presentatiemiddel zou zijn, ontdekte hij dat het vooral ook een samenwerkingsmiddel is.Ondertussen zet Personal Architecture bij iedere betrokken partij de VR-bril op. Ook in het overleg met professionele opdrachtgevers en adviseurs levert het zien van het ontwerp in Virtual Reality veel op, geeft Polkamp aan. Hoewel hij dat niet had verwacht, zorgt Virtual Reality er ook bij professionals voor dat zij sneller en beter inzicht krijgen in het ontwerp. Waardoor sneller geschakeld kan worden en misverstanden voorkomen worden. Ook aannemers, en hun uitvoerders, laat hij het ontwerp nu in VR zien.Bovenal merkt Polkamp dat Virtual Reality het ontwerpproces leuker maakt. Iedereen wordt er enthousiast van, vertelt hij, en dat is belangrijke smeerolie in een proces dat op zichzelf al complex genoeg is.Maarten Polkamp leidt Personal Architecture samen met Sander van Schaik. Vanuit hun kantoor in Rotterdam werken ze aan heel verschillende opgaven, van verbouwingen van woningen tot grotere transformaties en nieuwbouw. Daarnaast ontwikkelt het bureau ook zelf projecten. Zo’n tien jaar geleden is het bureau gestart met ontwerpen in BIM. Sinds enkele jaren is VR daar bij gekomen. Als het om BIM gaat is Polkamp kritisch over de rol van installatie-adviseurs. Die zien BIM in zijn optiek nog teveel als iets extra’s in plaats van als de basis van waaruit gewerkt wordt. Ter contrast: constructeurs konden tien jaar geleden al goed met BIM uit de voeten.TechArchitectIn samenwerking met de BNA maakt Architectenweb acht afleveringen van zijn podcast rond technologische innovatie in de architectenbranche. Deze afleveringen zijn te herkennen aan de extra aanduiding TechArchitect in hun titel.Vragen die centraal staan in deze serie podcasts zijn: welke nieuwe rollen ontstaan er in de architectenbranche, welke nieuwe vaardigheden zijn nodig, wat is de impact van nieuwe technologie op de ontwerppraktijk? In de hierop volgende afleveringen in deze serie staan onder meer koplopers op het vlak van parametrisch ontwerpen centraal.
Wie vanuit de oude binnenstad van Delft over de Sint Sebastiaansbrug richting de campus van de TU Delft beweegt, ziet aan de linkerhand in de nok van het oude ketelhuis nu de naam Vakwerkhuis staan. In de afgelopen jaren heeft Vakwerk Architecten het ketelhuis, dat destijds de energie leverde voor wat toen nog de Technische Hogeschool heette, getransformeerd tot een combinatie van coworking space, café en eigen huisvesting van het architectenbureau. Afgelopen zomer opende het en is het omarmd door alle doelgroepen die het bureau voor ogen had: bewoners, studenten en andere creatieven.Bij de transformatie heeft Vakwerk Architecten bijna alle rollen in het ontwerp- en bouwproces op zich genomen: financier, opdrachtgever, hoofdaannemer, hoofdgebruiker en eigenaar. Zelfs de tweedehands bouwmaterialen die gebruikt zijn, zijn door het architectenbureau zelf opgekocht. In de podcast vertellen architecten Paul Ketelaars en Ellen van der Wal van Vakwerk Architecten over dit proces. De rol van hoofdaannemer hadden ze van tevoren niet zo bedacht, maar ontstond toen ze geen geschikte partij konden vinden. Daarop besloten ze om het project partieel aan te besteden, wat er uiteindelijk in resulteerde dat zo’n twintig gespecialiseerde partijen de transformatie uitgevoerd hebben.Het oude ketelhuis bestond uit heel verschillende bouwdelen, waarvan er een aantal een flinke vrije hoogte hadden. Om het karakter van die hoge ruimtes zoveel mogelijk te behouden heeft Vakwerk Architecten ervoor gekozen daar wel een extra verdieping in aan te brengen, maar die als een los meubel in de ruimte te plaatsen, met een eigen trap. Het resultaat is een ensemble waar op de begane grond alle bouwdelen met elkaar verbonden zijn, maar op de verdieping er verschillende ‘eilanden’ zijn. Juist de verdieping is daarmee bij uitstek geschikt als concentratiewerkplek.In de podcast vertelt Ellen van der Wal verder over het Isala Diaconessenhuis dat het bureau in Meppel heeft ontworpen en dat momenteel in uitvoering is en vertelt Paul Ketelaars over de woning die hij voor zichzelf in Delft heeft ontworpen. En dan gaat het ook nog even over die eigenwijze branding van het bureau.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Parametrisch ontwerpen levert ook bij het ontwerp van gewone gebouwen, zoals schoolgebouwen of woongebouwen, bewijsbaar intelligentere oplossingen op, stelt Lennaert van Capelleveen, architect en mede-oprichter van ArchiTech Company. In deze vierde aflevering van onze serie podcasts rond technologisch innovatie in samenwerking met de BNA vertelt Van Capelleveen over zijn ervaringen met parametrisch ontwerpen en waarom hij denkt dat dit onderdeel is van de toekomst van het architectenvak.Tot nu toe wordt parametrisch ontwerpen – het niet ‘tekenen’ maar ‘programmeren’ van ontwerpen – vooral ingezet om gebouwen met een complexe geometrie bouwbaar te maken. Maar de software is ondertussen zover dat deze manier van ontwerpen ook toepasbaar is op hele gewone gebouwen. De voordelen zijn voor Van Capelleveen evident: door parametrisch te ontwerpen kunnen voorstellen door de computer vergaand geoptimaliseerd worden en kunnen die optimalisaties vervolgens inzichtelijk gemaakt worden aan opdrachtgevers – die zijn dus bewijsbaar.Met zijn architectenbureau ArchiTech Company heeft Van Capelleveen meegetekend aan de gevels voor het nieuwe hoofdkantoor van ASML, dat ontworpen is door JHK. De wens om veel daglicht, maar weinig directe zoninstraling, binnen te halen, leverde bij dat project bij iedere gevel heel andere, driedimensionale luifels op –- aangezien iedere gevel natuurlijk een andere oriëntatie op de zon heeft.Met ArchiTech Company richt Van Capelleveen zich volledig op parametrisch ontwerpen. Momenteel werkt het bureau aan een woontoren in Den Haag, waar het parametrisch ontwerpen ingezet wordt om de plattegrond te optimaliseren op onder andere daglicht en bruto-netto-verhouding, maar ook om windhinder op straat te voorkomen.Samen met Spring Architecten heeft ArchiTech Company in Den Haag ook een schoolgebouw ontworpen. Hierbij zijn rond de ramen kleine, afgeronde kapjes ontworpen die directe zoninstraling voorkomen. Binnen het ontwerp levert dat een spanning op tussen rechte vormen en afgeronde vormen die Van Capelleveen interessant vindt. Ook in de natuur worden rechte en ronde vormen gecombineerd, stelt hij.TechArchitectIn samenwerking met de BNA maakt Architectenweb zes afleveringen van zijn podcast rond technologische innovatie in de architectenbranche. Deze afleveringen zijn te herkennen aan de extra aanduiding TechArchitect in hun titel.Vragen die centraal staan in deze serie podcasts zijn: welke nieuwe rollen ontstaan er in de architectenbranche, welke nieuwe vaardigheden zijn nodig, wat is de impact van nieuwe technologie op de ontwerppraktijk? In de hierop volgende afleveringen in deze serie staan onder meer koplopers op het vlak van parametrisch ontwerpen centraal.
In deze aflevering gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Nanne de Ru, architect en oprichter van Powerhouse Company, en ontwikkelaar en mede-oprichter van RED Company.In het gesprek heeft Nanne de Ru het over ‘de excels’ en daarmee bedoelt hij dat bouwprojecten en bouwprocessen alsmaar verder dichtgerekend worden. Dit gebeurt niet alleen bij commerciële projecten, maar bijvoorbeeld ook bij scholen en publieke gebouwen. En dit gaat regelmatig ten koste van de architectuur, maar ook van de positie van de architect. Met Powerhouse Company constateerde hij dat het steeds moeilijker werd om nog een volledige ontwerpopdracht te krijgen.Vijf jaar geleden besloot De Ru daarom een vlucht naar voren te maken en zelf ook projecten te gaan ontwikkelen. Samen met ontwikkelaar Niels Jansen richtte hij daarom RED Company op. Bij zijn zelf ontwikkelde projecten kon hij voortaan zelf de condities bepalen waarop Powerhouse Company, en alle andere partijen in het ontwerpproces, zouden werken. Maar het belangrijkste is dat hij op deze manier meer echt goede gebouwen kan realiseren, zo legt hij uit.Als ontwikkelaar kun je een project omlaag redeneren: vanuit een gefragmenteerd proces een zo goedkoop mogelijk gebouw realiseren en dat voor een gemiddelde prijs in de markt zetten. Maar, zo legt De Ru uit, je kunt als ontwikkelaar ook een project omhoog redeneren: vanuit een integraal ontwerpproces een werkelijk goed gebouw realiseren en dat voor een bovengemiddelde prijs in de markt zetten. Op dat laatste zet hij met RED Company in.De eerste resultaten van die benadering zijn te zien in Hoofddorp, waar hij met zijn teams hoofdkantoren voor Asics en Danone heeft ontwikkeld en ontworpen. Een aantal andere projecten is momenteel in aanbouw. Zoals een honderd meter hoge woontoren in Eindhoven die uit een in onbruik geraakt gebouw van architect Hugh Maaskant omhoog komt. Of een drijvend kantoor in de Rijnhaven van Rotterdam met een volledig houten draagconstructie. Ondertussen werkt RED Company ook samen met andere architectenbureaus, zoals Office Winhov, Studio Gang en Mecanoo. In de toekomst wil De Ru dat verder uitbouwen en in het gesprek roept hij architecten dan ook op om – als ze hulp kunnen gebruiken bij het ontwikkelen van projecten – contact met hem op te nemen.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
In deze aflevering gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Femke Feenstra, architect en partner van Gortemaker Algra Feenstra Architecten, over de uitbraak van het coronavirus, hoe zorggebouwen voorbereid kunnen worden op een volgende uitbraak, maar ook over de zorg in bredere zin.Misschien moet ieder ziekenhuisbed in Nederland geschikt gemaakt worden om ook als Intensive Care-bed te kunnen dienen als dat nodig is, stelt architect Femke Feenstra. Als we de capaciteit op de Intensive Care echt willen verhogen, om een volgende uitbraak van dit of een ander virus op te kunnen vangen, dan kan dat wat haar betreft een scenario zijn.Dat we in Nederland relatief weinig ziekenhuisbedden hebben, in het bijzonder op de IC’s, kan Feenstra goed verklaren. Iedere dag dat een patiënt langer op bed ligt, vertaalt zich in een verlenging van het hersteltraject. Binnen de zorgsector wordt er dan ook breed op ingezet om de ligduur te verkorten. De overcapaciteit aan bedden die er ooit nog was, is er in de loop van de jaren uit bezuinigd. De keerzijde daarvan is tijdens de coronacrisis pijnlijk duidelijk geworden: een piek in het aantal patiënten opvangen is heel lastig. Daar moet echt wat veranderen.Wat betreft het zo snel mogelijk weer in beweging krijgen van patiënten ziet Feenstra ook nog genoeg ruimte voor verbetering. En architectuur kan daarin echt helpen. Bijvoorbeeld door van de gang een werkelijke prettige ruimte te maken en patiënten te stimuleren hun bezoek niet in hun kamer te ontvangen maar in een interessante ruimte verderop in de gang. Het concept dat Feenstra hiervoor ontwikkeld heeft, noemt ze ‘het reactiverend ziekenhuis’. Op verschillende plekken in Nederland wordt dit al succesvol toegepast.Waar het bij patiënten op ‘reactiveren’ draait, gaat het bij ouderen om ‘blijvend activeren’ zou je kunnen zeggen. De woning met een voordeur aan de straat moeten we daarin niet vergeten, waarschuwt Feenstra. Er is immers geen eenvoudiger manier dan contact te maken met de buren dan even de voordeur te openen en naar buiten te wandelen. De eigen voordeur aan de straat vormt ook het thema bij het woonzorgcentrum dat Feenstra in Zierikzee heeft ontworpen. Door dat gebouw de vorm te geven van een lange slinger konden alle woningen daar aan de buitenzijde een eigen voordeur krijgen. Wel zo prettig en handig. Aan de binnenzijde hebben de woningen daarbij een tweede voordeur die uitkomt op de route langs de verschillende tuinen daar.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
In deze aflevering gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Samir Bantal, directeur van AMO, over de stormachtige ontwikkelingen op het platteland en de tentoonstelling die hij samen met Rem Koolhaas daarover samenstelde in het Guggenheim Museum in New York.Uitbraken van virussen in de afgelopen decennia, en ook de huidige uitbraak van het coronavirus, zijn misschien wel de manier waarop de natuur tegen de oprukkende mensheid zegt ‘tot hier en niet verder’, denkt Samir Bantal: we zitten in een proces waarin de hele aarde productief gemaakt wordt voor ons leven in de stad en daar zit misschien wel een grens aan.De afgelopen jaren werkte Samir Bantal samen met Rem Koolhaas intensief aan de tentoonstelling ‘Countryside. The Future’ die eind februari opende in het Guggenheim Museum in New York. Vanwege de coronapandemie moest het museum enkele weken na de opening van de tentoonstelling zijn deuren sluiten. Het is nog onduidelijk wanneer die deuren weer geopend worden. Om iedereen toch de kans te geven de tentoonstelling te beleven, wordt momenteel gewerkt aan een digitale registratie van de tentoonstelling. Later zal de tentoonstelling trouwens ook naar Europa komen, in ieder geval naar het Arc en Rêve architectuurcentrum in Bordeaux.In deze podcast vertelt Bantal verder hoe hij aan de tentoonstelling gewerkt heeft en gaat hij in op enkele casestudies die hierin gepresenteerd worden. Door onze fixatie op de stad, lijken we te zijn vergeten dat er ook alternatieven voor zijn, stelt hij. Zo zijn er op het Chinese platteland bijvoorbeeld gemeenschappen gecreëerd die via de Chinese app TaoBao meubels verkopen, direct aan Chinese consumenten. Een andere interessante case is die van de Familistère, die in de Noord-Franse stad Guise gerealiseerd is, en waar ruim 1.700 mensen in een gemeenschap rond een fornuizenfabriek samenwoonde in drie grote gebouwen die van alle gemakken voorzien waren.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
Het begon met terrazzovloeren met 3D-geprinte patronen erin, maar ondertussen levert Aectual ook 3D-geprinte binnenwanden, trappen en zonwering. Naast het op lijnzaad gebaseerde printmateriaal, waar het mee werkt, experimenteert het bedrijf met het 3D-printen van beton om ook gevelafwerking te kunnen maken.De 3D-printtechnologie is destijds door DUS Architects ontwikkeld, maar enkele jaren geleden verzelfstandigd in Aectual om specifieke producten aan te kunnen bieden en samenwerkingen aan te kunnen gaan met welke architect dan ook. Aectual is daarmee in ook een voorbeeld van hoe de architectenbranche steeds diverser wordt. Hier vertakt die zich zelfs richting de maakindustrie.Jelle Feringa leidt als Chief Technology Officer (CTO) bij Aectual de verdere ontwikkeling van de 3D-printtechnologie. Het gaat daarbij om de verdere ontwikkeling van de materialen waarmee geprint wordt, om het doorontwikkelen van de eigen printkoppen, het verder bouwen aan de eigen software, en om het perfectioneren van de bestaande producten en ontwikkelen van nieuwe producten. Dat alles hangt natuurlijk met elkaar samen.Interessant is dat de printers momenteel overdag vaak ingezet worden voor R&D en dat ze ‘s avonds en in het weekend de productie draaien. In de Nederlandse vestiging van Aectual gaat het daarbij om enkele printers, maar het plan is om de productiecapaciteit de komende jaren flink op te voeren met nieuwe vestigingen in Dubai en de Verenigde Staten.
De besproken aflevering van BinnensteBuiten is hier terug te kijken: https://binnenstebuiten.kro-ncrv.nl/terugkijken/4-oktober-2019.​Een gebouw bijna volledig uit hout, dat bijdraagt aan de biodiversiteit in de omgeving, en voorzieningen heeft als een gedeelde moestuin en gedeelde mobiliteit… de gebouwen die architect Robert Winkel wil ontwikkelen moeten wel echt iets toevoegen aan de stad en het portfolio van zijn bureau. Anders doet hij het niet. Een echte ontwikkelaar wil hij zichzelf dan ook niet noemen, eerder een architect die regelmatig ook zelf initiatief neemt. “Ik zoek het niet op, maar zeg er ook geen nee tegen.”Door ook zelf projecten te initiëren kan hij met zijn bureau onafhankelijker opereren en kritischer zijn op waar hij aan werkt. Bij de projecten waarin hij risicodragend participeert ontvangt Mei Architects & Planners een normale ontwerpvergoeding en deelt hijzelf daar bovenop mee in het succes van het project. In een kleinere variant hierop participeert hij met zijn bureau in ruil voor een bonus aan het eind.Ervaren architectenbureaus kan Winkel het zelf ontwikkelen van projecten aanraden. Hij noemt het ketenintegratie: het naar elkaar toe kruipen van ontwikkelaar en architect maakt het mogelijk om veel sneller te schakelen en intelligenter te acteren. In de podcast vertelt hij wat voor slimmigheden hij bij projecten als het Kaaspakhuis in Gouda en het Spaardersbad ook in Gouda toepaste. Door bijvoorbeeld niet te proberen een programma in een monument te proppen, maar vanuit het monument te kijken wat daar logisch in past.Volgens Winkel is het juist interessant om bijzondere projecten te ontwikkelen. Niet iedereen wil in een loft in een oud pakhuis of oud zwembad wonen, maar er zijn genoeg mensen die juist op zoek zijn naar zoiets bijzonders en bereid zijn om daar iets extra’s voor te betalen. Wat hem betreft moet je slim nadenken welke niches er zijn en kun je daarop ontwerpen. In zijn optiek verkopen uitgesproken projecten uiteindelijk niet alleen sneller, maar zijn ze ook beter bestendig tegen een mogelijke nieuwe crisis - met het kopen van een reguliere woning wacht je als koper dan sneller, terwijl je dat bijzondere project niet wilt missen.Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.
De Pontsteiger is door Arons & Gelauff architecten helemaal uitgewerkt in BIM, in nauwe samenwerking met de constructeur en installatieadviseur, plus enkele onderaannemers. Het is het grootste project dat het bureau op die manier uitwerkte sinds het zo’n tien jaar geleden BIM omarmde om een grotere rol te kunnen spelen in de uitwerking van hun projecten. In tegenstelling tot sommige andere bureaus koos Arons & Gelauff architecten ervoor om eerst bij bouwers te rade te gaan wat zij uit de BIM-modellen wilden halen. Daarop hebben zij hun werkmethodiek afgestemd. Dat blijkt in de praktijk een succesvolle benadering.Vanuit de branche zijn regelmatig verhalen te horen over architectenbureaus die niet verder dan tot het DO+ betrokken zijn bij hun projecten, soms eindigt de betrokkenheid zelfs al na een VO+. Dat is niet de betrokkenheid die Arons & Gelauff ambieert. Juist in de verdere uitwerking van het project, wordt het nog beter, kan het ‘rijpen’ in hun ervaring. Bovendien: wie kan het project nou beter uitwerken dan de partij die het bedacht heeft?Een valkuil bij BIM, geeft architect Floor Arons toe, is om het ontwerp te snel in te veel detail uit te werken. Cruciale details werkt hij met zijn team eerst in eenvoudige tekeningen uit. Pas als er overeenstemming is over dat dat het de juiste oplossingen zijn, worden ze in het BIM-model toegepast. Anders ben je vooral de onduidelijkheid aan het vermenigvuldigen, geeft hij aan.Zelf begint Arons & Gelauff architecten een ontwerpproces gewoon in SketchUp, maar werkt het daarin wel volgens een BIM-systematiek, zodat dat 3D-model in de loop van het proces met een script omgezet kan worden in een Revit-model, waar het dan met de betrokken adviseurs aan verder werkt. In die scripts ziet Arons trouwens nog veel potentie, omdat die het mogelijk maken parametrisch te ontwerpen, bijvoorbeeld varianten voor het parkeren te genereren. Daar liggen wat hem betreft veel kansen voor architecten.
Sociale woningbouw in Mexico, een kunstpark in het noorden van de Verenigde Staten, een galerie in Seoul, een museum in Nederland… architect Florian Idenburg (SO-IL) werkt vanuit New York aan projecten over de hele wereld. In deze podcast vertelt hij waarom hij zich, na een periode voor SANAA gewerkt te hebben, juist daar wilde vestigen.In de projecten die hij met zijn bureau SO-IL doet, zoekt Idenburg altijd naar een vernieuwing van de architectuur. De wereld verandert en dat vraagt in zijn optiek om het continu herdenken van typologieën. Vervolgens wil hij die gemuteerde typologieën ook een nieuwe architectonische uitdrukking geven. Daarbij is in zijn werk een fascinatie voor schermen en transparanties te zien, maar ook voor complex gevormde vlakken. Met dat laatste hoopt hij tot een architectuur te komen die opener is in zijn betekenis, die op velerlei manieren uitgelegd kan worden.In het gesprek vertelt Idenburg ook hoe het lesgeven aan de Harvard Graduate School of Design zijn bureau op meerdere manieren heeft geholpen om uit te groeien tot wat het nu is. Van het onderzoek naar de werkomgeving dat hij met zijn studenten uitvoerde, verschijnt volgend jaar een boek bij Taschen.
In Virtual Reality kun je als architect, samen met je opdrachtgever en gebruikers, het ontwerp op de juiste schaal, 1:1, beoordelen. Dat zorgt ervoor dat discussies over de oplossingen heel anders verlopen dan wanneer ontwerpen via andere media gepresenteerd worden. Het maakt het mogelijk om sneller, betere beslissingen te nemen. Dat kan dus veel tijdwinst opleveren.Bij Mecanoo wordt Virtual Reality al enige tijd ingezet in ontwerpprocessen, naast traditionele media als renderingen en maquettes, en merkt Hanegraaf dat het proces daarmee voor alle partijen soepeler verloopt. Veel architecten denken dat het meer iets is voor opdrachters en gebruikers dan voor henzelf, maar ook hen helpt het om ruimtes beter op hun ervaring te toetsen, zo weet Hanegraaf. Door inzet van Virtual Reality worden ontwerpen dus nog beter.Naast zijn werk bij Mecanoo is Hanegraaf ook betrokken bij start-up Arkio, dat begin volgend jaar software op de markt wil brengen waarin je in Virtual Reality kunt ontwerpen. In de podcast legt Hanegraaf uit hoe dit werkt. In plaats van dat je met een muis en toetsenbord ruimtes vormgeeft, doe je dat met je handen. Dat maakt ontwerpen op die manier eigenlijk ‘natuurlijker’ dan zoals dat nu gebeurd.TechArchitectIn samenwerking met de BNA maakt Architectenweb zes afleveringen van zijn podcast rond technologische innovatie in de architectenbranche. Deze afleveringen zijn te herkennen aan de extra aanduiding TechArchitect in hun titel.Vragen die centraal staan in deze serie podcasts zijn: welke nieuwe rollen ontstaan er in de architectenbranche, welke nieuwe vaardigheden zijn nodig, wat is de impact van nieuwe technologie op de ontwerppraktijk? In de hierop volgende afleveringen in deze serie staan onder meer koplopers op het vlak van BIM, parametrisch ontwerpen en 3D-printen centraal.
Het hergebruik van bestaande meubels uit drie vestigingen in een nieuw kantoor, de zoektocht naar een goede akoestiek in open kantoren, de voor- en nadelen van Well-certificering, het stimuleren van de gezondheid van werknemers, de opkomst van non-design… het komt allemaal langs in dit gesprek met Laura Atsma, architect en partner bij Fokkema & Partners.De genoemde ontwikkelingen worden besproken aan de hand van de interieurontwerpen die Fokkema & Partners heeft gemaakt voor Rijkskantoor De Knoop in Utrecht, Unilever Global Foods Innovation Centre in Wageningen en Edge Technologies in Amsterdam.In het gesprek benadrukt Atsma hoe leuk haar vak is, bijvoorbeeld als ze haar ontwerpen tot op de sfeerverlichting en de handgreepjes van de kasten kan uitwerken. Maar ze is ook kritisch op opdrachtgevers die bij architectenselecties al om een ontwerp vragen. Daarmee vragen ze aan ontwerpers feitelijk om hun kerncompetentie van tevoren al te leveren. Dat klopt eigenlijk niet, stelt ze. Terwijl er zoveel andere goede manieren zijn om een architect te kiezen.
Gesprek met Robert Mulder, architect en oprichter van Mulderblauw, over zijn ruime ervaring met het ontwerp van grote distributiecentra. Met een aantal slimme ingrepen, zoals het openen van de hoeken en het laten wegvallen van de docks tegen een donkere plint, weet hij deze enorme gebouwen toch architectonische kwaliteit te geven. Door gebruik te maken van de verschillende standaardmaten van de draagconstructie en gevelpanelen weet hij bovendien daglicht te introduceren in de grote hallen.De ‘verdozing van ons landschap’ is inmiddels een gevleugeld begrip geworden en Mulder is het ermee eens dat er wat betreft de inpassing van deze grote gebouwen meer gedaan kan worden. Waarom wordt er bijvoorbeeld geen groen landschap omheen ontworpen, om de hoge hallen te verhullen? Maar, zo benadrukt hij ook; lang niet overal nemen nieuwe gebouwen ook nieuwe ruimte in. Zo komt het nieuwe distributiecentrum voor Zalando, dat Mulderblauw in Bleiswijk ontwerpt, op de plek te staan van twee oude hallen.Een opgave die richting de toekomst alleen maar groter wordt is de bezorging van pakketjes in de stad. Volgens Mulder is het niet onaannemelijk dat de huidige bezorging, met allemaal verschillende busjes, echt gaat veranderen en dat de bezorging veel meer gecombineerd gaat worden, vanuit hele nieuwe, misschien wel gestapelde distributiecentra aan de rand van de stad. Met zijn bureau doet hij momenteel onderzoek naar zo’n nieuw type distributiecentrum aan de rand van Amsterdam.
Gesprek met Marc Koehler, architect en oprichter van Marc Koehler Architects, over hoe het concept voor Superlofts is ontstaan, hoe het zich in de tijd heeft ontwikkeld en wat voor unieke woningen het oplevert. Ook gaat hij in op de bredere rol die het bureau daarbij in het ontwerpproces speelt, als mede-initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar. Maar het bureau verzorgt ook de marketing van het woonconcept. Koehler sluit af met een pleidooi voor 'open bouwen': een manier van bouwen in de traditie van Habraken, die niet alleen circulair en natuurinclusief is, maar gebouwen en woningen ook veel flexibeler maakt.
Gesprek met Sander Ros, algemeen directeur en architect bij RoosRos Architecten, over opvolging binnen een familiebedrijf, hun succes in de scholenbouw en het architectenbureau van de toekomst. Daarnaast wordt ingezoomd op het ontwerpen van het bureau voor de studentenhuisvesting op de campus van de TU Delft, het hoofdkantoor van Besix in Dordrecht en de Spaaihoeve – een school zonder traditionele klaslokalen.
Gesprek met David Gianotten, managing partner – architect bij OMA, over de bredere rol die het bureau nu op zich neemt, over zijn persoonlijke drijfveren, en over projecten als het Bajes Kwartier in Amsterdam, de nieuwe Kuip en het gebied eromheen in Rotterdam, en het Taipei Performing Arts Centre in Taiwan.
Comments 
Download from Google Play
Download from App Store